zaterdag 19 mei 2012

Gezichtsherkenning

niveau: beginner

De moderne camera's zitten vol met allerlei onzin die we niet nodig hebben. Maar sommige zaken zijn wel degelijk handig dat ze in het toestel zitten. Zoals de gezichtsherkenningstechniek van Nikon. Deze werd allereerst geïntroduceerd op de onbetaalbare D3, maar wordt inmiddels ook in compactcamera's toegepast.

Wat is het? De camera "herkent" dat er zich een menselijk gezicht in het beeld bevindt. De camera gaat er vanuit dat dit het gewenste onderwerp is en zal de autofocus bijstellen. Er wordt automatisch scherpgesteld zodra er een herkenbaar gezicht in beeld komt. Dit zal meestal goed zijn en als zodanig de  gebruiker ook echt helpen. Tevens zal de camera rekening houden met de kwetsbare huidtinten en proberen deze er zo goed mogelijk uit te laten zien. Dat is fijn, want de huidtinten kunnen heel makkelijk de mist ingaan en dat valt direct op. Prima systeem, ik zie er geen nadelen in.

Afhankelijk van de camera kan een toestel meer gezichten herkennen. Nieuwere/duurdere camera's kunnen meer gezichten herkennen. Inmiddels kunnen camera's wel 10 gezichten in een beeld herkennen. Dat ziet er dan als volgt uit:

Humoristische advertentie van Nikon voor hun systeem voor gezichtsherkenning. Ongetwijfeld wordt het hier overdreven en is het systeem niet zó goed.

Een iets pikantere variant. Voor mannen een onmogelijke opgave, maar er zijn naast de twee schaars geklede dames nog een heleboel gezichten in dit beeld. Echt waar!
(Zelf had ik er geen problemen mee: binnen een half uur had ik ze gevonden.)

En soms zit het systeem er naast. Laatst had ik hier een voorbeeld van bij de hand, waar de camera een gezicht detecteerde terwijl er geen was:

Tja, het is begrijpelijk dat de camera zich vergist, maar het is fout. Wel een mooie Kerkuil. Dit is dan misschien een nadeel: als het systeem een gezicht herkent waar het niet is kan de camera met de instellingen aan de haal gaan zonder dat je dat wilt. Maar het gebeurt slechts zelden, het doet meer goed dan kwaad.

Conclusie: prima systeem van Nikon, laat je er maar door ondersteunen.

Groeten,

Robert van Brug

maandag 14 mei 2012

Zelf de sensor reinigen

niveau: expert

Heb jij ook wel eens last van vlekken op je foto? Ben je een fanatieke fotograaf die regelmatig objectieven wisselt? Reken er maar op dat het sensorvlekken zijn. Een vlek op de sensor zit op iedere foto die gemaakt wordt, dus het is de moeite om deze schoon te houden.

Deze kun je professioneel bij een fotovakzaak laten verwijderen, maar dat kost rond de 40-50 euro. Per camera, per keer. En het moet regelmatig, in ieder geval voorafgaand aan iedere belangrijke fototrip. Maar als je er nu tijdens een reis achterkomt dat de sensor vies is, is het natuurlijk handig als je dat zelf kunt oplossen.

En in ieder geval kun je na het lezen van dit artikel controleren of het nodig is om de sensor te (laten) reinigen. Laat ik daar beginnen: is het nodig om de sensor te (laten) reinigen?

Maak een foto op de volgende manier:

  • M-programma, alles handmatig!
  • diafragma zo klein mogelijk, bijvoorbeeld f/22
  • sluitertijd: een paar seconden
  • handmatige focus
  • ISO: zo laag mogelijk, 100 of 200 is prima. Maar er moet geen grote hoeveelheid ruis in de opname ontstaan als we op zoek gaan naar vlekken.
  • richt de camera op een onderwerp met geen contrast. Zeer geschikt is een strakblauwe hemel, maar dat is niet altijd voorhanden. Een eenvoudig witte binnendeur, voorzien van laagje plastic, voldoet ook prima.
  • Stel niet scherp op de deur! Bewust onscherp bedoel ik hier.
  • Maak de foto en beweeg de camera gedurende de openingstijd van de sluiter. Zo voorkom je dat de foto alsnog iets van het onderwerp oppikt.
  • Beoordeel het resultaat. De opname moet binnen het dynamisch bereik van de sensor liggen. Dat wil zeggen dat het histogram liefst links én rechts wat ruimte overlaat.
  • Pas eventueel de sluitertijd aan, de rest niet.
  • Op het display van de camera flink inzoomen levert waarschijnlijk al een paar sensorvlekken op.

Resultaat:
Er valt direct een flinke vlek op. En dan nog 3. En er zitten er zeker 10, als je wat langer kijkt. Dit is een 10% crop, over de resterende 90% v/d sensor zitten er nog veel meer. En die zitten op iedere foto die je maakt. Zonde!

Ik heb dezelfde opname ook met een veel groter diafragma gemaakt en dan vallen de vlekken veel minder op. Op f/1.8 zag ik ze helemaal niet, op f/8 een beetje. Maar op f/8 maak ik nu net de meeste foto's. En welke fotograaf weet van tevoren welk diafragma hij nodig gaat hebben? Het zou zonde zijn als de ultieme opname verpest werd door een sensorvlek, of twee, drie.

Reinigen dus. Hoe dat gaat is afhankelijk van merk en model, dus ik verwijs hier graag voor verdere instructies naar de handleiding, maar ik zal wel laten zien hoe het mij verging.

Allereerst moet de lens eraf, zet de camera eerst uit:
Frontaanzicht van een DSLR, zonder objectief. Waar je op kijkt is de spiegel die het meeste licht naar boven leidt, naar het pentaprisma en vandaar naar de zoeker. Dit is niet de sensor. Kom NIET aan de spiegel. Eventueel met een blaasbalgje (overal te koop) aanwezig stof en ander vuil verwijderen.

Op een Nikon moet er in het menu ingesteld worden dat de spiegel opgeklapt moet worden voor reiniging (ik gebruik een Engelstalig menu):
Bij Nikon is de optie in het menu alleen beschikbaar als de batterij voldoende opgeladen is. Dan volgt er nog een tussenscherm en tenslotte klapt de spiegel op en kunnen we eindelijk bij de sensor:
Opzettelijk overbelichte opname, opdat de sensor zichtbaar is. Waarschijnlijk is  er met het blote oog geen vuil waarneembaar, hier in ieder geval niet.

Dan is er het reinigingsmateriaal. Ik gebruik dit spul: Sensor Swab van Photographic Solutions. Ik heb geen ervaring met iets anders, ik kan alleen zeggen dat dit werkt. Het bestaat uit twee delen: de vloeistof (altijd dezelfde) en de swab, de extra brede plastic koffielepeltjes met een doekje er omheen. Die laatste bestaan in 3 uitvoeringen, afhankelijk van de grootte van de sensor. S2 gebruik ik, voor sensoren met een 1.5/1.6x cropfactor. S3 is voor Full Frame camera's. Dit spul is niet goedkoop! Maar wel stukken goedkoper dan laten reinigen. Online bestellen kan een boel schelen. En op safari zul je het zelf moeten doen, bij mij gaat het mee op reis in ieder geval.
Ga in ieder geval niet met iets anders aan de gang, gebruik alleen materiaal dat specifiek ontworpen is om de sensor schoon te maken. De sensor beschadigen betekent dat de camera waarschijnlijk de prullenbak in kan.

Verder is het een stappenplan volgen:

  • leg de camera met de opening naar boven voor je neer
  • pak een swab uit de verpakking en bevochtig deze met de vloeistof
  • ga 1 keer van links naar rechts over de sensor. Niet boenen. Eén keer met redelijke druk en dat moet het zijn (het staafje staat geen hard drukken toe)
  • draai de swab een halve slag
  • ga in omgekeerde richting nog een keer terug
  • controleer of de vloeistof netjes opdroogt. Deze is extreem vluchtig dus dit moet in 2 seconden gebeurd zijn.
  • Zo niet: pak een nieuw swab en herhaal het proces.
  • Vervolgens spiegel neer laten klappen (bij Nikon: uitzetten)
  • objectief erop
  • weer een testfoto maken
  • zonodig nogmaals reinigen, net zolang tot het schoon is.

Op YouTube kun je de uitleg van de fabrikant van de swabs bekijken.

Om geld te besparen is het mogelijk de swabs wat vaker te gebruiken. Doe als volgt:

  • na gebruik het elastiekje terugschuiven
  • doekje een paar milllimeter verschuiven zodat een schoon stuk op het uiteinde komt te zitten
  • elastiek weer aanbrengen
Door dit slim te doen gaat 1 swab plotseling 10 keer langer mee.


Ik heb al een paar argumenten aangevoerd waarom ik denk dat het slim is om dit zelf te kunnen:

  • Veel goedkoper
  • Op lokatie móet je het zelf doen
Maar de swabs zijn erg prijzig. Als de sensor extreem smerig is geworden, bijvoorbeeld doordat deze al jaren niet is gereinigd en er wordt wel vaak gefotografeerd en gewisseld van objectief, dan is een gang naar de fotovakzaak misschien slimmer. Voor die paar tientjes moeten zij namelijk net zolang doorgaan met reinigen totdat het helemaal schoon is. En dat kon wel eens goedkoper zijn dat dat het je zelf een heel doosje swabs kost. En met 1 testfoto weet je of ze goed werk hebben geleverd.

Zelf ben ik altijd weer verbaasd hoe snel een sensor vies wordt. In minder dan geen tijd zit er weer vuil op. Controleer het dus, vandaag nog. En zorg dat het schoon wordt, hoe dan ook.

Tot een volgende keer!

Robert van Brug

dinsdag 8 mei 2012

Bezienswaardigheden fotograferen/Betere vakantiekiekjes

Niveau: beginner.

Wie kent het niet: je bent op vakantie op een wereldberoemde lokatie en je hebt je fototoestel bij je. Dan maak je een foto van de Eiffeltoren, Times Square, De Chinese Muur, de Piramide van Gizeh, de toren van Pisa, Big Ben of het Paleis op de Dam. Net als al die miljoenen bezoekers voor jou. En waarschijnlijk ben je er maar 1 keer en alleen op dat moment, wie zegt dat het licht en andere omstandigheden wel ideaal zijn? In dit artikel zal ik wat tips geven om er toch een leuk fotografisch aandenken aan over te houden.

Hier de bekende kathedraal van Reims. Hij is zo groot dat je er bijna geen mooie foto van kunt maken, het wordt altijd vertekend, hij lijkt hier achterover te vallen. En tot overmaat van ramp staat hij in de steigers, lelijk!


















Glas-in-loodraam in de Kathedraal van Orléans. Deze kathedraal is nog groter dan die in Reims en een foto ervan maken lukte niet. Maar dit was een heel mooi raam en dat lukte wel.










Het oude centrum van Orléans bevat veel van dit soort plakkaten op de vloer. Typisch voor deze lokatie, en heel makkelijk vast te leggen.



















TIP: hou de details in de gaten. Deze leveren vaak leukere beelden op.

Terug naar de bezienswaardigheid: hoe krijg je dat er mooi op? Als voorbeeld neem ik Chateau Chambord, een van de grootste kastelen in de wereld, gelegen in de Loire-vallei. Prachtig, maar ook erg toeristisch.


Opname van de voorkant van het kasteel, indrukwekkend! Hiervoor moet je al je best doen als fotograaf. De stroom toeristen wordt namelijk naar de achterkant geleid want daar is de ingang voor de bezichtiging. Dit kiekje is zeker 5 minuten omlopen en je hebt een behoorlijke groothoeklens nodig om het erop te krijgen.
Maar dit is nog niet mooi. De schaduwen over het kasteel zijn lelijk, maar die waren er nu eenmaal. En mijn gezin gaat vast niet akkoord met een paar uur wachten op het mooie licht. Dan krijg ik steevast "koop maar een ansichtkaart in het winkeltje" en ze hebben nog gelijk ook: die perfecte foto is allang gemaakt. Maar dat geldt voor alle bezienswaardigheden.

De oplossing is even makkelijk als effectief: zorg dat er bekenden op de foto komen. Zoals hier:
Mijn dochter Eline op de voorgrond bij Chateau Chambord. Voor mij is deze foto veel leuker dan die hierboven. Terwijl het kasteel er veel minder mooi opstaat!

Andere dochter Iris kwam naar mij toegerend. Leuk familiekiekje, toevallig met de achterkant van Chateau Chambord op de achtergrond. Het kasteel staat er maar deels op, maar als herinnering is dit een leuke foto.

TIP: zet bekenden/jezelf op de voorgrond als je bezienswaardigheden fotografeert.

Het idee hierachter is dat een vernieuwende foto maken van iets dat zo bekend is niet gaat lukken. Het unieke is dat jij/jullie er op dat moment zijn en dat is dan ook hetgene dat vastgelegd moet worden.

Het is mijn ervaring dat bijna iedereen wel bereid is om een foto van jou te maken. En als je uitlegt wat je in gedachten hebt (dat en dat op de achtergrond) dan komt het vaak wel goed.

Dit is geen bijzondere of hele goede foto, maar als vakantiekiekje is hij voor mij zeer geslaagd. Omdat ik er zelf opsta. Een van de valkuilen van het leuk vinden om foto's te maken is dat je er zelf nooit opstaat. Alsof je er niet bij was. Deze foto is door Eline gemaakt, die hier 7 jaar oud was. Doodeng om haar te zien stuntelen met een spiegelreflexcamera die toen net nieuw was, maar het levert wel een foto met een spontaan lachende vader op en zo sta ik niet vaak op foto's. Goed gedaan Eline!

TIP: zorg dat de fotograaf ook op de foto staat.

Vergeet ook niet een aantal foto's te maken waar het hele gezelschap opstaat. Hiervoor moet de hulp van iemand anders ingeroepen worden (de ober in een restaurant is een bekende, maar of dat nou zo'n goede foto oplevert? Kijk liever uit naar een collega fotograaf en vraag het hem/haar), of de zelfontspanner gebruiken. 

TIP: maak foto's/laat foto's maken van het hele gezelschap

Wij zijn hier zelf zo slecht in dat ik er niet eens een voorbeeld van kan laten zien. Ik schaam me diep en beloof bij deze beterschap.

Succes ermee op je eerstvolgende vakantie of dagje uit!

Robert van Brug





maandag 30 april 2012

Fotobewerking

Niveau: gevorderde

Als een productnaam een soortnaam wordt zoals bijvoorbeeld Luxaflex (horizontale lamellen) dan is dat een teken van succes. Denk ook aan Senseo in plaats van koffiepads.
Maar als het een werkwoord wordt, dan is het nog beter! Dat is aan de hand met Photoshop. Photoshop is feitelijk een product van Adobe waarmee foto's bewerkt kunnen worden. Als werkwoord (photoshoppen, zonder hoofdletter) betekent het het aanpassen van een foto. Er zijn verscheidene producten van verschillende leveranciers op de markt die min of meer hetzelfde bieden, maar Photoshop is het oerproduct. Het is er al lang, het is enorm uitgebreid, het is kostbaar en je kunt er ongelooflijke dingen mee doen.

Photoshop is buiten de fotografiewereld vooral bekend van de fotomodellen die gephotoshopt zijn, met een 't'. Een perfect egale huid, een twinkeling in de ogen, grote ogen, dito borsten, platte buik en zo nog een paar zaken waar menig tienermeisje aan onderdoor gaat. Dit artikel gaat niet om het veranderen van de werkelijkheid (of toch?) maar om het verfraaien van een foto.

Omdat ik mijn foto's schiet in RAW en niet in JPEG ben ik verplicht om de foto's verder te ontwikkelen voordat ik er iets me kan. Een JPEG-opname wordt door de camera al bewerkt, maar volgens een standaard recept (beetje meer contrast, iets verscherpen, nog wat dingetjes en klaar). Veel onwetenden claimen dan ook niets aan een foto gedaan te hebben. Dat klopt, dat heeft de camera al voor jou gedaan.
Een RAW-bestand is wat er echt voor je lens kwam en dit kun je nog helemaal ontwikkelen in de door jou gewenste richting. En als je dan toch bezig bent, kun je net zo goed een paar verbeteringen doorvoeren.

Een voorbeeld:
Een Afrikaanse Reuzenijsvogel, onbewerkte foto. 

Bovenstaande soort heb ik voor het eerst fatsoenlijk kunnen vastleggen vanuit een boot op de Luangwa rivier in Zambia. Hij zat in keihard zonlicht aan het eind van de ochtend, tussen een heleboel takken in. Er bleek een doorkijkje mogelijk waarbij deze vogel niet achter een tak zat en dit is het resultaat. Na een paar opnamen was de vogel gevlogen en dit bleek de beste opname te zijn. Ik was blij dat ik de vogel gezien had en nog wel redelijk dichtbij (12 meter) en er was een geslaagde registratie van het beest, maar is dit ook mooi?

Nou, als ik heel eerlijk ben, het gaat. Hij is niet bewogen, scherp, redelijk belicht, de vogel staat er helemaal op, er zijn geen storende takken die er nog voorlangs lopen, het oog is open en goed zichtbaar: tot zover klopt het allemaal.
Maar het licht is knetterhard. Er loopt een schaduw deels over zijn lijf. De tak waar hij op zit is enorm overbelicht. De achtergrond is rommelig door alle takken die daar zichtbaar zijn. 

Ik heb een aantal stappen in het bewerkingsproces geautomatiseerd in Adobe Bridge (de zogenaamde Adobe RAW converter of ARC). Deze zijn:
  • Lenscorrectie. Iedere lens vertekent het beeld en dit is eenvoudig weer recht te trekken achteraf.
  • Cameraprofiel. Op de camera kun je aangeven of je een portret, landschap, levendig (vivid), standaard of neutraal cameraprofiel wilt. De camera houdt hier rekening mee en het resulteert in andere kleuren en contrast. Zeer belangrijke functie en vaak vergeten. Als je in RAW fotografeert is deze ook nog achteraf in te stellen, net als de witbalans. Dat gebruik ik dus. Vaak neem ik het standaard profiel, maar voor foto's uit Afrika het neutrale profiel. Een kwestie van smaak vooral.
  • Contrast verhogen naar +40
  • Clarity verhogen naar +20
  • Vibrance [levendigheid] verhogen naar +20
  • Sharpening [verscherping] verhogen naar 55
  • Radius [straal] verhogen naar 1,5
Dan kijk ik of het naar mijn zin is, soms verander ik nog iets. De verscherping kan bijvoorbeeld teveel van het goede zijn (controleer op 100% grootte) of het kan juist nog wel wat meer gebruiken. Daarna ga ik handmatig zaken aanpassen, in deze volgorde:
  • De witbalans is het eerste waar ik naar kijk. De camera staat op Auto Witbalans en doet het vaak goed, maar niet altijd. Dit kan een rare kleurzweem opleveren in het beeld. Ook hele witte (bijvoorbeeld in de sneeuw) of zwarte onderwerpen (in de schaduw) gaan nog wel eens fout. Altijd controleren. Vaak gebruik ik hier de auto-functie om te kijken wat Adobe ervan zou maken. Bijna even vaak vind ik dat teveel van het goede en kom ik ergens halverwege uit.
  • De belichting [exposure]. Kijkend naar het histogram bekijk ik of een opname goed belicht is. Het kan zijn dat er een behoorlijke piek rechts in het histogram zit terwijl aan de linkerzijde niets zit. Dan is er waarschijnlijk overbelicht en mogelijk wordt de foto er beter van door deze in zijn geheel donkerder te maken. Lichter maken doe ik niet hier omdat dit ruis veroorzaakt, of het moet niet anders kunnen.
  • De recovery slider, oftewel de herstelfunctie. Als er overbelichte delen rood oplichten en het is niet uitgebeten wit, dan is het hiermee mogelijk dat te herstellen.
  • Fill light, het opvullicht. Doet hetzelfde als de herstelfunctie, alleen voor te donkere gebieden, die blauw aangegeven zijn. Rode en blauwe vlakken, zeker in het hoofdonderwerp v/d foto moet voorkomen worden. Als de achtergrond niet goed is is dat niet zo erg.
  • Vervolgens de ruisonderdrukking. Tot voor kort gebruikte ik eigenlijk altijd ruisonderdrukking maar daar ben ik mee opgehouden. Ruisonderdrukking en verscherping staan haaks op elkaar. De foto moet verscherpt worden en ruisonderdrukking werkt averechts, dus ik gebruik het nu alleen als er over de hele foto veel ruis zichtbaar is. Vaak bij ISO 1600 of meer. En dan zo min mogelijk, bijvoorbeeld Luminance 20 en Luminance Detail 30. 
En dan ben ik klaar. In Adobe Bridge. Ik klik nu op de knop "Open Image" en nu pas open ik Photoshop. Tot nu toe heb ik de foto niet wezenlijk gewijzigd. Het enige dat er is gebeurd is dat het er beter uit komt te zien.

In Photoshop is alles mogelijk. Ik kan hier niet ingaan op alle mogelijkheden, er zijn al bibliotheken volgeschreven over de mogelijkheden. Ik zal een paar vaak door mij gebruikte functies er hier uitlichten.
  • Bijna altijd snijd ik wat weg. Wat levert een sterke compositie op? Staat er een storend element in beeld? Wil je het hoofdonderwerp groter in beeld brengen? Snijden tot er overblijft wat je wilt hebben. Dit heet ook croppen, niet te verwarren met de crop factor van de sensor. Ik probeer minstens 25% van het oorspronkelijke beeld over te houden, maar hoe meer hoe liever. Bij deze stap hoort ook het rechtzetten van de foto. Als duidelijk is dat een foto niet rechtstaat corrigeer dat dan hier.
  • Levels adjustment layer. Hiermee wordt het histogram verdeeld over het hele spectrum. Wit- en zwartpunten worden gezocht. Hierdoor kan de foto er dramatisch beter uit gaan zien, vooral als er niet veel dynamiek in de foto zat dan wordt het hierdoor veel sprekender.
  • Lichte en donkere partijen (highlights and shadows) aanpassen. Een foto kan een deel in de schaduw hebben en een deel in de volle zon. Dat is erg lastig voor een camera, maar achteraf kan het donkere deel wat lichter gemaakt worden en het lichte deel juist wat donkerder zodat het allebei goed zichtbaar wordt.
  • Als laatste stap: verkleinen. Voor publicatie op websites als Flickr en Birdpix (zie links in de header van dit blog) gebruik ik verkleinde foto's. Een bestand van 5 tot 6 MB uploaden zou lang duren maar er zijn meer redenen. Een is bescherming. De verkleinde foto kan door mensen van internet worden geplukt en gebruikt zonder mij als rechthebbende daarvoor te compenseren. Maar de originele, niet verkleinde foto, bevat altijd meer detail. Voor drukwerk is zo'n kleine foto onvoldoende. Foto's verkleinen heeft nog een paar plezierige bijwerkingen, nl. de hoeveelheid ruis vermindert en de scherpte neemt toe door naverscherping.
Ook dit zijn allemaal globale aanpassingen, op de hele foto, zonder de foto echt te wijzigen. Voor het opslaan komen dan de kleine aanpassingen, waarbij het helemaal van de foto afhangt wat er nodig is:
  • Wegpoetsen van storende elementen. Een takje op de achtergrond dat afleidt bijvoorbeeld. Als ik mensen fotografeer en iemand heeft een pukkel dan haal ik die weg. Maar moedervlekken laat ik zitten. 
  • Tanden maak ik vaak witter dan ze zijn.
  • Ogen verscherp ik vaak apart. Mensen kijken altijd eerst naar de ogen en daar moet de foto dan ook het scherpst zijn. Als ogen in de schaduw zitten dan maak ik ze vaak een beetje lichter.
  • Lokale verscherping. Bij vogels breng ik vaak de vogel onder in een aparte laag en verscherp die extra. 
  • De rest van de foto ontruis ik extra.
Al deze zaken zijn sterk afhankelijk van de foto in kwestie en wat ik voor ogen heb. En van mijn persoonlijke smaak. Door deze zaken verandert de foto wel degelijk: het is niet meer de foto die ik gemaakt heb.


En hoe ziet het er dan uit?
Dit was een eerste poging. Het geautomatiseerde deel gedaan, uitsnede gemaakt, paar kleine aanpassingen en klaar. Paar minuutjes werk. Maar de foto oogt nog erg hard. En die tak op de achtergrond die vlak voor die snavel zit is ook niet mooi. En de schaduwband over het lijf zorgt voor donkere en lichtere partijen. Geen slechte foto, maar kan beter. Overigens goed genoeg voor plaatsing op Birdpix. Maar er kwam niet veel feedback op.

Poging twee:
Deze opname heeft meer balans tussen de lichte en donkere partijen. Veel storende elementen op de achtergrond zijn op magische wijze verdwenen. En door wat te spelen met kleurbalans (color balance) is de foto zachter geworden. Het oog extra verscherpt. De tak waarop hij zit een stuk donkerder gemaakt. Dit kostte een half uur extra, vooral voor het veranderen van de achtergrond. Fotobewerking kan veel meer tijd kosten dan het maken van de foto. Dit is de voornaamste reden dat alleen foto's die het waard zijn zo uitgebreid worden aangepakt.

De foto is weliswaar vrij sterk gewijzigd door mijn toedoen, maar de vogel staat er alleen maar meer op zoals ik hem graag zou hebben vastgelegd. Ik heb geen visje in zijn snavel gephotoshopt. Of er nog een tweede vogel bijgekloond. En die takken op de achtergrond voegden toch al niets toe, ze leidden alleen maar af, dus weg ermee.


Een half uur werk voor 1 foto is een boel tijd. Is het nu een perfecte opname? Nee, zeker niet, maar ik vind dat hij wel beter is geworden, ik heb er nu uitgehaald wat erin zit. Als bij het maken van de opname alles klopt hoeft dit ook allemaal niet. Mijn beste foto's zit maar een paar minuten bewerking in. Maar zoals in de situatie hierboven, je bent een keer op een exotische bestemming, je ziet iets aparts, dan wil je dat zo goed mogelijk maken. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor trouwreportages, sportwedstrijden, enzovoort. Je kunt moeilijk aan een speler vragen het winnende doelpunt over te spelen omdat jij de witbalans niet goed had staan.


Iedereen moet zelf weten wat hij of zij doet met fotobewerking. Ik wilde hier graag een keer laten zien wat ik ermee doe en waar voor mij de grenzen liggen. Ik hoop dat het een duidelijk verhaal is. Als iemand er vragen over heeft dan stuur me maar een berichtje of laat een reactie achter.

Tot een volgende keer,

Robert van Brug

dinsdag 24 april 2012

Controleer de autofocus

niveau: expert

Als wij als fotografen ergens een opname van willen maken, dan richten we de camera op het onderwerp, drukken de ontspanknop half in waardoor de autofocus in werking treedt en dan drukken we helemaal door. Gelukt, weer een mooie opname.

Meestal. Want hoewel het voor ons volkomen duidelijk is wat we willen vastleggen snapt een camera er regelmatig niets van. Het autofocus systeem van een camera gaat op zoek naar contrast, iets dat afsteekt tegen de omgeving dus. Dit gebeurt afhankelijk van de instelling in een heel groot gebied, alleen in het midden, een specifiek ander scherpstelpunt of een middelgroot zoekgebied. Verwarrende functies genoeg op de moderne camera's.

Nou willen sommige onderwerpen, oke, het zijn vooral vogels, nog wel eens verscholen in de struiken zitten. En dan is er dichtbij, veraf en er tussenin voor het autofocus systeem van de camera plotseling overal contrast. En het laatste wat je wilt is dat je camera een ragscherpe opname neemt van het takje voor de vogel die jij wilt hebben. Maar dat gebeurt natuurlijk wel. Regelmatig zelfs.

En dit is het resultaat, een onscherp hoofdonderwerp en prachtig scherpe maar totaal oninteressante takken in de achtergrond. En dit is echt heel erg, dit is namelijk een Pel's Visuil, een werkelijk prachtige uil, heel bijzonder en komt maar in een beperkt deel van de wereld voor en dan nog maar weinig. Hij zat hier prachtig twee seconden stil en toen was hij gevlogen. Het beest gezien hebben was voor mij al bijzonder, maar ik had het HEEL erg graag vastgelegd, dat was dan de hoofdprijs van een reis naar Afrika geweest. Maar het is niet gebeurd. Er volgt niet nu een goede foto, helaas.

[de auteur zit even stilletjes in een hoekje uit te huilen]

Hoe voorkom je dit soort teleurstellingen? Hiervoor zijn verschillende oplossingen mogelijk, afhankelijk van merk en model van je camera, pak de handleiding er maar vast bij, het nu volgende zit meestal goed verstopt in het menu.

Ten eerste: single autofocus  of continue autofocus?
Singe Autofocus (AF-S bij Nikon) is bedoeld voor redelijk statische onderwerpen.
Continue Autofocus (Bij Canon heet dit Ai-Servo, bij Nikon AF-C) voor onderwerpen waarbij het handig is als de autofocus ze de hele tijd probeert te volgen. Zoals vogels in vlucht.
Zelf gebruik ik alleen nog de continue autofocus zodat ik een kans heb als er onverwachts een vogel overvliegt. Bovendien heb ik beide varianten getest en ik zie niet of nauwelijks verschil bij stilstaande onderwerpen, maar continue autofocus volgt wel degelijk een bewegend doelwit veel beter.


Ten tweede: welk scherpstelpunt gebruik je?
Een heel veld verspreid over het blikveld, of alleen het centrale scherpstelpunt? Ik gebruik voor alle opnames een 3D-matrix veldmeting, daarmee heb ik de meeste kans op succes, ook als er onverwachts iets langsfladdert want daar is het voor bedoeld.

Ten derde: focusprioriteit of afdrukprioriteit?
Focusprioriteit betekent dat indien het gekozen scherpstelpunt onvoldoende contrast waarneemt en dus niet in focus is/niet scherp is, de camera geen opname zal maken. Je kunt de ontspanknop indrukken tot je een ons weegt, er gebeurt niets.
Bij afdrukprioriteit (Shutter Priority in het Engels) wordt een opname gemaakt als er wordt afgedrukt. Ook als het niet scherp is.
Het lijkt een voordeel om geen onscherpe foto's te krijgen, maar het gevolg is dat de camera denkt dat er niets scherp is en dan nog snel even de focus verandert naar iets wat je niet wilt en vervolgens een ongewenst resultaat oplevert. Shutter priority dus! Je drukt verdorie niet voor niets op die knop!


Er zijn camera's op de markt waar je een combinatie van bovenstaande instellingen eenvoudig kunt opslaan. Bij Canon zit er op de mode dial, ook een C1, C2 en C3 keuze. Onder C1 kun je dan bijvoorbeeld 3D Matrix Veldmeting in combinatie met Continue Autofocus opslaan. Dit is voor bewegende objecten.
Onder C2 Gebruik je Single Focus in combinatie met Spotmeting voor niet of nauwelijks bewegende objecten.
Bij Nikon is dit nog maar sinds kort mogelijk, bijvoorbeeld op de D7000 en dan heet het U1 en U2.
Natuurlijk kan dit ook in de menu's gewijzigd worden maar dat duurt te lang. Stel je fotografeert een reiger langs de waterkant (U2 mode) en je ziet uit je ooghoek iets aan komen vliegen. U1 instellen middels een draai aan de schijf en klaar.

Maar we zijn er nog niet. Hoe gaan we om met deze instellingen? Ook hiervoor zijn verschillende mogelijkheden:

De AE-L/AF-L knop. Mijn Nikon D90 heeft zo'n knop en die lost een deel van de problemen op. Wat doet die knop precies? Heel eenvoudig: de knop blokkeert de lichtmeting (auto exposure lock) en scherpstelling (auto focus lock). Als je tevreden bent over de instelling op dat moment en per se niet wilt dat de camera er iets anders van maakt, dan deze knop indrukken en zowel de lichtmeting als scherpstelling zullen niet meer veranderen. Dat is redelijk ideaal en heel goed bruikbaar. Nadeel: als je een hele tijd zit te wachten tot dat beestje even zijn hoofd uit de bosjes steekt, dan moet je al die tijd de knop ingedrukt houden. Dat is minder handig. Maar in veel gevallen zal dit een goed werkende oplossing zijn.

De AF-ON knop. Deze knop zit niet op alle camera's. Maar bijvoorbeeld wel op de D300s en de D800/D4. In het menu moeten er nog twee dingen ingesteld worden en dan zijn we er:
  1. uitschakelen dat half indrukken van de ontspanknop tot activiteit van het scherpstelmechanisme leidt.
  2. inschakelen dat het scherpstelmechanisme geactiveerd wordt door het indrukken van de AF-ON knop.
En dat is alles. Het gevolg is dat je met je duim scherpstelt (de AF-ON knop) en met je wijsvinger afdrukt (de ontspanknop). Zodra de scherpstelling goed is laat je AF-ON los en klikken maar. Het nadeel van de AE-L/AF-L knop is afwezig. Bijkomend voordeel is dat de vibration reduction (VR) pas geactiveerd wordt bij het afdrukken en niet bij het scherpstellen. Als je een daglang heel veel foto's gaat schieten scheelt dat in hoelang je accu meegaat.

Dit is even wennen. Maar het is verbazingwekkend hoe snel dat gaat.

Een alternatief voor AE-L/AF-L en de AF-ON knoppen is nog het uitschakelen van de autofocus. Dit betekent handmatig scherpstellen (manual focus). Dat zijn we nauwelijks nog gewend, maar tot 20-30 jaar geleden moest dit altijd, er was geen autofocus. En als een onderwerp niet al te veel beweegt is het niet moeilijk, maar het vereist wel enige oefening. Handmatig scherpstellen wordt onderschat, ik pleit ervoor om dat echt af en toe te oefenen.

En dan ben je op een gegeven moment in een situatie waar je het nodig hebt. In mijn geval op safari. Er zat een hyperactief vogeltje in het hoge gras. Geen idee wat het was, hij ging te snel, maar het zag er leuk uit. De autofocus werd gek van het beest. Met de duim scherpgesteld en zodra dat even klopte met de wijsvinger afgedrukt. Bingo!

Het bleek uiteindelijk om een Roestflankprinia te gaan. Een veel voorkomend vogeltje, maar niet zo heel veel gefotografeerd en ík weet nu waarom.

Op deze foto zijn nog allerlei grashalmen te zien die voor de vogel zitten. En erachter, ernaast, enzovoort. Zonder een dergelijke truc gaat deze opname niet lukken!

Succes ermee!

Robert van Brug

De bovenstaande tekst is deels geïnspireerd door een artikel op birdpix
http://www.birdpix.nl/viewtopic.php?p=98808#98808. Naar aanleiding hiervan ben ik zelf ook weer zaken gaan uitzoeken en uitproberen en ben ik tot bovenstaande gekomen.

donderdag 19 april 2012

Wensenlijst Nikon D400

Niveau: expert

Beste Nikon,

Sinds een aantal jaar maak ik foto's met door jullie gebouwde camera's en lenzen. En dat bevalt me uitstekend. Maar natuurlijk staan de ontwikkelingen niet stil, er is steeds meer mogelijk. Ook loop ik zelf steeds vaker tegen grenzen van de apparatuur aan. Ik hoop dat dat komt doordat ik me ontwikkel als fotograaf. Hoe dan ook, beste Nikon, hierbij een verlanglijstje voor mijn volgende camera. Laat ik het gewenste toestel voorlopig D400 noemen. Ik schrijf dit op 19 april 2012, de dag dat de nieuwe D3200 is gelanceerd en de D4 en D800 liggen nog niet in de winkel.
  • Sensorgrootte: full frame (FX) or crop (DX)? That's the question! Feitelijk is de grootte van de sensor allesbepalend voor de beeldkwaliteit. Maar Full Frame camera's zijn nog zo duur dat het niet in aanmerking komt. En de crop factor is voor vogelfotografie wel fijn: het lijkt of je 50% cadeau krijgt. Een D800 met 36 megapixel heeft een twee keer zo grote sensor als een D7000 met 16 megapixel.  De pixeldichtheid is daarmee vergelijkbaar. Maar de D800 maakt betere opnames op DX formaat, dat is inmiddels door nieuwsgierigen getest. Dan wordt dat wel verleidelijk natuurlijk, maar niet tegen elke prijs. Vermoedelijk ga ik daarom toch voor een DX-formaat sensor.
  • Megapixel, hoeveel beeldpunten op de sensor: meer is beter. De D3200 die op de onderkant van de markt is gericht krijgt ruim 24 megapixel (MP) mee, terwijl ik het met de helft moet doen op de D90/D300s. Dat doet pijn, ik wil er ook meer. Hoeveel? Zoveel als technisch maar mogelijk is terwijl de kwaliteit goed blijft. Maar 24MP lijkt een goed begin, op DX formaat. Zou het FX worden dan het dubbele (!) om toch dezelfde mate van detail te houden.
  • Lichtgevoeligheid. Ik heb al een keer gemeld dat op dit gebied momenteel de strijd tussen de fabrikanten gestreden wordt, hier zit de ontwikkeling. Maar ik heb niets aan 204000 ISO als dat geen bruikbaar plaatje oplevert. Geef me in ieder geval tot 800 ISO geen zichtbare ruis (1600 zou mooi zijn) en tot 3200 ISO nauwelijks zichtbare ruis, dan is er een flinke stap gemaakt, namelijk 1 tot 2 stops. En aan de andere kant ISO 100 als basiswaarde in plaats van 200.
  • Autofocus: hoe meer sensoren hoe beter. 51 is nu geloof ik het maximum dat gebruikt wordt in Nikon camera's, doe dat dan maar. En niet van die truttige sensoren, maar de echte, grote, cross type. En gevoelig zoals in de D4/D800 (-2 LW), zodat een f/4 objectief met 2x teleconverter gewoon werkt. En een lichtsterkere combinatie beter werkt.
  • Snelheid. Hoe meer opnames per seconde, hoe beter. Ik gebruik de burstfunctie voornamelijk bij vogels in vlucht. Ideaal om snel veel opnames te maken. Maar de autofocus moet het wel bij kunnen houden. 10 fps (frames per second) lijkt me fijn. Maar als de focus significant beter werkt bij 8 of 9, vind ik dat ook goed.
  • Presets op de mode dial: U1, U2 en eventueel U3. Waarmee ik alles kan instellen zoals ik het wil. Naast P, S, A en M hoeft er verder niets op te zitten.
  • Geheugen en opslag. Ik vind het vreemd dat in deze tijd, waar geheugen bijna niets meer kost, er een kleine buffer in de verschillende camera's zit. Soms kun je maar 1 seconde op volle snelheid foto's maken en vervolgens is hij een hele tijd aan het wegschrijven. En gedurende die actie kun je niets doen. Wens: stop er een fatsoenlijk groot (1GB?), erg snel buffergeheugen in. En 2 card slots voor de snelste geheugenkaartjes die er maar zijn.
  • GPS: bij diverse compactcamera's zit het inmiddels ingebouwd, waarom nog niet bij de DSLR's? Ik plaats regelmatig foto's op Flickr en moet nu handmatig bij iedere foto aangeven waar die gemaakt is.
  • Een fatsoenlijke afstandsbediening. Niet infrarood want daar is het bereik niet hoog genoeg en er mag niets tussen staan, maar RF. Ik wil op 100 meter het toestel kunnen bedienen. De ontvangeenheid moet ingebouwd worden in de camera.
  • Degelijk. Idealiter is de body waterdicht, stofdicht, schokbestendig, licht en klein. Maar niet te licht en te klein: de D5000 bijvoorbeeld is te klein voor mijn handen, dat voelt niet goed, D90 formaat is prima.
  • Een AF-ON knop op de achterzijde zoals bij de D300s. Ideaal!
  • AF micro adjustment. Niet op elke body aanwezig.
  • Sluiter die minimaal 200,000 kliks aankan. En die accuraat is bij 1/8000e seconde.
  • Een pop-up flitser. Vaak heb ik een reportageflitser bij me voor het geval dat, maar niet alijtd. Dan is het fijn als er wel een flitser opzit. Op de korte afstand is dit bruikbaar en het heeft me al verschillende keren gered.
En dan zijn er een nog zaken die me niet zo veel kunnen schelen. Als het er wel op zit is dat niet erg, maar daar koop ik het toestel niet voor. En ik wil er ook niet voor betalen.
  • Videofunctie. Ik gebruik het niet of nauwelijks. 
  • Ingebouwde microfoon/aansluiting voor externe stereo microfoon. 
  • HDMI aansluiting
  • Ethernet (UTP) aansluiting
  • Scenestanden: sport, macro, flits. De D90 heeft deze wel, de D300s niet. Ik gebruik ze nooit.
  • Mogelijkheid tot opnemen in JPEG of TIFF. Doe ik niet, alles in RAW (NEF).
  • Een kitlens. Hou maar, ik zit niet op te wachten op een matige 18-55 mm.
En wat mag al dat moois kosten? Duizend euro. Daarvoor mag je de order noteren! Wel binnen nu en een paar maanden leveren, daarna gaat het wensenplaatje naar boven bijgesteld worden en de prijs wordt lager.

Ik hoor graag van jullie of het gaat lukken,

Robert van Brug



maandag 16 april 2012

Nachtfotografie op Safari

niveau: expert

Zoals beloofd in het algemene artikel over fotografie op safari zal ik het nog hebben over fotografie gedurende een gamedrive bij nacht, ook wel nightdrive genoemd.

Maar voordat het donker is, schemert het. En dat moment kan erg mooi uitpakken in Afrika. De schemering duurt korter dan in ons koude kikkerlandje, maar kan ook mooier zijn.

Zonsondergang bij de Luangwa rivier in Zambia.

Maar na dit fotomoment wordt het lastig, in het stikdonker valt niets te zien. Maar zoals gemeld in het voorgaande artikel is het zo dat er nog iemand met een zoeklicht meegaat. Dat zoeklicht gaat enorm helpen. De koplampen van de auto zijn er alleen maar om de chauffeur te helpen om op het pad te blijven. En dat is geen asfalt maar off road, dus dat is hard nodig. De bijrijder zal de hele tijd het zoeklicht van links naar rechts over de savanne en door de bossen zwiepen. Deze mensen zijn getraind om door middel van de reflectie direct te zien wat het is dat daar 100 meter verderop in de bosjes staat. De vorm en grootte van de ogen en de soort reflectie is voor de getrainde gids genoeg. Ik heb meegemaakt dat 8 mensen in een safarivoertuig uitkeken naar een luipaard, maar de gids zag hem eerst. En zo ging het iedere keer. 

Er is 's nachts van alles actief, mogelijk krijg je dit dankzij het zoeklicht en een goede gids zelfs te zien en te horen, maar kun je er ook een foto van maken?

Er zijn verschillende mogelijkheden. Ten eerste: de flitser. Die is er per slot van rekening om bij te lichten, dus waarom niet op de stikdonkere savanne?

Luipaard in South Luangwa National Park, Zambia. 

Bovenstaande foto heb ik gemaakt met een Nikon D300s in manual mode, f/2.8, 1/250e seconde en ISO800. Objectief een 300 mm f/2.8 VR II. Flitser SB-600 om bij te lichten. Waarom die instellingen?
  • Diafragma f/2.8: zet het helemaal open, alle licht dat je nog kunt opvangen is meer dan welkom.
  • Sluitertijd 1/250e seconde. Met een 300 mm lens uit de hand is er een redelijke kans op onscherpte door trilling van je eigen hand, zeker als dit je eerste luipaard in het wild is en dat op slechts 20 meter! Maar de minimale sluitertijd wordt beperkt door de flitssynchronisatie. Met mijn flitser kan ik niet sneller dan 1/250e seconde sluitertijd gebruiken als het gesynchroniseerd moet blijven. Dit vereist overigens al een speciale instelling in het menu van de flitser, lees de handleiding, zonder deze instelling wordt het 1/60e seconde en dat is niet kort genoeg.
  • ISO800. Mijn flitser heeft een richtgetal van 42. Dat betekent dat er tot op 42 meter een onderwerp mee belicht kan worden. Dat is bij ISO200, dus bij een hogere ISO is het bereik beter. Omdat niet van tevoren duidelijk is wat je op welke afstand gaat tegenkomen, en omdat het moeilijk instellen is in het stikdonker, heb ik gekozen voor de hoogste ISO waarde die weinig ruis oplevert. Het bereik van de flitser wordt hierdoor overigens 2 keer vergroot, dus tot dik 80 meter. Dit is allemaal theoretisch, iets dichterbij levert al een veel beter beeld op.
  • Het objectief. Kies er een met een zo groot mogelijk diafragma en wat telebereik. Een 70-200 f/2.8 is eigenlijk ideaal omdat je ook nog wat kunt zoomen. Die heb ik echter niet dus ik gebruik een 300 mm f/2.8.
Het was een magisch moment, zo'n machtig luipaard dat soepel langs de open auto loopt. Dan kijk je direct terug wat je hebt vastgelegd. En ik was niet helemaal tevreden. Het is niet slecht en voor een flitsfoto kan het nauwelijks mooier, maar de ogen zijn niet mooi. En rode ogenreductie bij dierenogen werkt niet. Helaas kijken wij eerst naar de ogen en die kloppen niet, jammer.
De oplossing is niet flitsen. Het enige dat er gewijzigd moet worden aan de instellingen  is het verhogen van de ISO naar 1600 of zelfs 3200. 

Hetzelfde luipaard. Dit keer zonder flits, ISO 1600. Het zoeklicht scheen voornamelijk op zijn lijf waardoor de ogen er prima opstaan. Ik vind dit een veel mooiere en natuurlijkere foto dan de vorige.

De hogere ISO veroorzaakt meer ruis, maar nog niet de vervelende kleurruis, dit is onder controle en met wat nabewerking zie je er bijna niets meer van.

Er is nog iets dat je kunt doen. Neem een zaklamp mee.  En dan bedoel ik een schijnwerper. Zelf ben ik heel tevreden over de Lumapower Sidekick MRV. Deze heeft 'slechts' 200 lumen lichtopbrengst, maar wel in een erg geconcentreerde bundel. Je kunt hier een dier in het donker op 100 meter afstand mee belichten. Je hebt niets aan 1000 lumen zonder een geconcentreerde straal. Laat je voorlichten en probeer zo'n lamp uit. Reken op 100 euro voor een goed exemplaar. Een zaklamp heeft alleen zin als er nog iemand in de buurt is om de lamp te bedienen, want dat én foto's maken gaat niet samen. Maar een zoeklicht en zo'n extra lamp ter ondersteuning komt het fotografisch resultaat ten goede. Het is mogelijk dat regelgeving niet toestaat dat je zo'n lamp gebruikt. Of de gids wil het niet omdat twee zoeklichten verwarrend is. Hoe dan ook, als het wel mag is het handig zo'n lamp beschikbaar te hebben.

Vervolgens kwamen we ook nog een Giant Eagle Owl (in het Nederlands Verreaux Oehoe, maar ik vind de Engelse naam indrukwekkender) tegen, de grootste uilensoort ter wereld, 66 centimeter hoog kan hij worden. Prachtig beest, te herkennen aan de roze oogleden (de mannetjes ook).


Ook dit is zonder flits bij ISO 1600 gemaakt. Sluitertijd vertraagd naar 1/80e seconde, deze beesten bewegen toch nauwelijks. En dan is het een kwestie van veel opnames maken en de beste kiezen.

Bijkomende voordeel van dit type opnames is dat de achtergrond inktzwart is, wat het onderwerp mooi isoleert.

Mozambikaanse Nachtzwaluw. Een klein vogeltje dat alleen 's nachts actief is en dat van insecten leeft. Het heeft bijna dezelfde kleur als het wegdek.
Instellingen: F/2.8, ISO400, 1/160e seconde, geen flits. Een flits ruïneert de foto door ook hier de ogen enorm rood te maken.

Het is wel jammer dat dit soort kleine beesten altijd van boven naar beneden belicht en gefotografeerd worden waardoor er een enorme schaduw ontstaat. Maar het alternatief is geen foto of het in de nabewerking wegklonen. Ik heb dat laatste niet gedaan.

En dan kun je 's nachts nog creatief worden, zoals dit:
Nikon D90 met 18-200 mm objectief op 18 mm. Manual mode. Diafragma zo groot mogelijk (f/5.6), 3 seconden belicht (!). En vervolgens de flits gebruikt. De flits zorgt ervoor dat de anders veel te donkere delen van de foto bevroren worden. Een flits duurt namelijk maar zo'n 1/1000e seconde, dus die delen worden niet langer belicht dan dat. De rest wordt belicht door het heen- en weerzwiepende roodgekleurde zoeklicht.

Zonder flits wordt het helemaal wazig:
Instellingen zijn hier verder gelijk. 

Dit is ook wel een bijzonder beeld, maar het voorgaande spreekt mij meer aan. Er zit wel vaart in dit beeld, en veel kleur. De blauwe kleur in de lucht is een indicatie dat het hier nog niet stikdonker was.

Tot een volgende keer,

Robert van Brug