donderdag 6 februari 2014

CKE Fotogroep 3: spelen met aanwezig licht en de flitser

Binnen mijn cursus bij het CKE zijn we inmiddels beland bij de tweede docent van dit jaar: Roberto Bogers. Roberto is een meer technisch georiënteerde docent dan ik hiervoor heb meegemaakt en dat past erg goed bij mij.

Het onderwerp van dit tweede cursusblok is complexe lichtsituaties. Dit gaat gepaard met een berg theorie over de werking van een flitser, hoe dit te combineren met bestaand licht, hoe de flitser te gebruiken los van de camera, enzovoort. We hebben slechts 1 opdracht meegekregen en die luidt:

Maak een foto waarin drie lichtbronnen een zichtbare rol spelen.

Verder is alles vrij. Het mag dus de zon, een lamp en een flitser zijn. Of een kaars, een lantaarnpaal en sterretjes. Of de maan, een zaklamp en een verkeerslicht. De foto mag samengesteld zijn uit meer opnames. Ik heb inmiddels wat ideeën en deze zijn ook al besproken in de groep. Grappig hoe divers dit uitpakt. Sommigen hebben zelfs al resultaten (erg fraai) maar ik moet nog beginnen.

Ondertussen hebben we gisteravond 4 februari 2014 wat gespeeld in de fotostudio. Bij gebrek aan een model moesten we foto's van elkaar nemen, maar niet zomaar, er was een uitdagende opdracht.

Opstelling in de CKE fotostudio
Afwisselend mocht iemand model gaan staan voor een (midden)grijs achtergrondscherm. Dit is hier niet zichtbaar op de foto. Het scherm werd belicht door de softbox links in beeld. Helemaal rechts achterin de studio was ook nog een lamp aan, maar met elkaar was het niet veel licht, uitdagend genoeg.

De opdracht was om te komen tot een foto van het model van dat moment met een zwarte achtergrond. Het model moet juist belicht zijn. Logischerwijs moet dus de achtergrond behoorlijk onderbelicht zijn, maar er staat wel een lamp op, bovendien flits je ook nog in de richting van diezelfde achtergrond.

Werkwijze:
  1. Zet de flitser uit
  2. Stel scherp op het model en belicht steeds meer onder, totdat de achtergrond donker genoeg is
  3. Neem deze instelling over in de M-stand
  4. Zet nu de flitser aan
  5. Flitsbelichtingscompensatie op behoorlijk onderbelichten. Er dient een klein flitsje gegenereert te worden om de voorgrond in te vullen, maar niet teveel. 
Er zijn een aantal factoren waar rekening mee gehouden dient te worden:

  • Diafragma. Als dit dichtgeknepen wordt (hoog f-getal) dan wordt de achtergrond donkerder.
  • Sluitertijd: hoe korter de sluitertijd, des te donkerder de opname. Door de aanwezigheid van een flitser moet er rekening gehouden worden met de flitssynchronisatietijd. Deze is doorgaans 1/200e of 1/250e van een seconde. Langere sluitertijd mag, korter niet.
  • ISO: zo laag mogelijk in principe bij studiowerk. Als de iso verhoogd wordt resulteert dit in een lichter beeld en dat geldt voor de hele opname, zowel het geflitste deel als het deel zonder flits.
  • Afstand model-achtergrond. Als het model te dicht op de achtergrond gaat staan dan staat hij/zij in bovenstaande opstelling in het licht van de lamp, maar dan valt het flitslicht ook nog op de achtergrond. Staat het model voldoende van de achtergrond af, dan wordt het eenvoudiger.
  • Afstand fotograaf-model. Als de fotograaf dicht bij het onderwerp staat, dan hoeft er maar een beetje ingeflitst te worden zonder dat de achtergrond belicht wordt.
Uit het voorgaande is af te leiden dat een goed startpunt bestaat uit het lage iso (100), een wat geknepen diafragma en een sluitertijd die daarbij past. Deze zal vrij lang zijn omdat er weinig aanwezig licht is. Model redelijk ver van de achtergrond af en fotografen vrij dicht op het model. En dan is het trial and error:
  • Achtergrond te licht: diafragma knijpen of sluitertijd korter
  • Achtergrond belicht door flitser: model verder van achtergrond af
  • Model overbelicht: minder flits gebruiken of verder van model af gaan staan
Na heel wat uitproberen lukte dit iedereen. De tweede opdracht van de avond lag in het verlengde van de eerste: de achtergrond moet nu wit worden. Dat ging al een stuk sneller omdat inmiddels de knoppen waar aan gedraaid kan worden bekend zijn.

ISO 800, 1/10e sec., f/2.8
Geen flitsbelichtingscompensatie
model: Marjolein
Het open diafragma is hier een stuk logischer. Sluitertijd is behoorlijk lang en een kritische blik ziet ook dat het haar bewogen is. De flits zelf is zeer kort (<1/1000e sec.), maar het omgevingslicht veroorzaakt toch wat beweging. 

Met de lange sluitertijden, vooral bij de opdracht om de achtergrond wit te krijgen, kan dit makkelijk gebeuren. Oplossing is het verder verhogen van de ISO waardoor de sluitertijd omlaag kan. Waarschijnlijk is dit een fenomeen waar echte paparazzi veel mee te maken hebben.

Vervolgens werd er wat geëxperimenteerd met lange sluitertijden met flits, al dan niet in combinatie met een selfie. Dat levert bijvoorbeeld het volgende op:

ISO 200, 1/5e sec., f/5
Daniël in actie
Handmatig scherpstellen, autofocus uit. Camera van links naar rechts (of andersom) over het onderwerp trekken en bij het passeren van het onderwerp afdrukken. Flits op het eerste gordijn. Op het tweede gordijn wordt de timing erg lastig.

Selfie, ISO 50, 1 sec., f/6.3
Een selfie met een spiegelreflexcamera is nog niet zo makkelijk. Ik draai langzaam rond in de studio en druk dan af. De camera is vast ten opzichte van mij en de flits bevriest mij, maar de achtergrond is bewogen.
Milou, sta toch eens stil!
Milou doet het slimmer: haar camera heeft een hoger standpunt waardoor er een beter resultaat uitkomt, met minder onderkin, meer geprononceerde kaaklijn.

Het was weer een leuk avondje. En volgende week gaan we gewoon verder, wordt vervolgd.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen