dinsdag 6 maart 2012

ISO: compactcamera versus spiegelreflex

Van de drie-eenheid van belichting, sluitertijd diafragma en ISO is ISO op een bepaalde manier het belangrijkst. Het type opname bepaalt min of meer de sluitertijd die nodig is om het beeld te bevriezen. Het diafragma bepaalt de hoeveelheid scherptediepte die we willen en is deels afhankelijk van de gebruikte lens. De ISO en hoe goed een camera daarmee om kan gaan bepaalt voor het grootste deel de kwaliteit van de camera!

Door grotere sensoren te gebruiken waar de beeldpunten (pixels) groter zijn, ontstaat er minder ruis dan bij kleinere sensoren. Het is met een Full Frame professionele camera beter mogelijk om op ISO 1600 een opname te maken met een acceptabel ruisniveau dan met een consumententoestel.

Hier zit echter ontwikkeling in. Was een aantal jaar geleden ISO 3200 een extreme waarde, nu is dat al lang niet meer zo. Mijn D90 (uit 2010) heeft ISO 200-3200 als basisrange, maar er kan uitgeweken worden naar 100-6400. De net verschenen professionele D4 (2012) heeft 100-12800 en is uitbreidbaar tot 50-204800. Met compactcamera's zie je het ook: mijn compactcamera uit 2005 gaat tot ISO 800, die van mijn dochtertje uit 2011 gaat al tot ISO 3200.

Er zit vooruitgang in de techniek. Het lukt de camerafabrikanten steeds beter de hoeveelheid ruis op hoge ISO waarden onder controle te houden. Eén van de meer recente ontwikkelingen (sinds 2011)  is dat er minder beeldpunten ('megapixels')  op een chip gezet worden. Men ziet nu in dat een hogere kwaliteit gaat boven een hoger getal. Kwaliteit boven marketing, dat lijkt logisch maar je moet het wel verkopen. Voor de komende jaren zal gelden dat op het terrein van ISO de vooruitgang geboekt zal worden. Dit is het terrein van de semiconductor industrie.

Nu duidelijk is wat het grote verschil is tussen de verschillende soorten camera's, laten we eens kijken hoe groot de verschillen zijn. Ik heb een test uitgevoerd met een Nikon D300s met 18-200 mm kitlens (waarde 1500 euro) tegen een Nikon Coolpix S3100 van nog geen 100 euro. Een paarse, van mijn dochter. Bedankt voor het lenen, Eline.

Hier de deelnemers aan de test, links Goliath, rechts David:


Dit is uiteraard geen eerlijk vergelijk. Maar hoe groot zullen de verschillen zijn? Voor alle foto's geldt: Foto's gemaakt met zelfontspanner, vanaf statief. Gelijk bewerkt, geen ruis verwijderd. 100% weergave: dus iedere pixel op de sensor is hier ook een punt op het beeldscherm.


Bij de zeer lage ISO waarde van 100 is het verschil in beeldkwaliteit al groot. Wat wordt dat dan met hoge ISO waarden, waarvan bekend is dat spiegelreflexcamera's er veel beter mee om kunnen gaan? We gaan het zien, we gaan naar ISO 800:


Bij ISO 800 is het beeld van de compactcamera om te huilen terwijl de spiegelreflex er geen moeite mee heeft. Maar de S3100 gaat verder dan 800. Er zit ook nog 1600 en 3200 op. We gaan naar 3200:


Tja. In het linkerdeel is echt wel ruis zichtbaar, zeker in de schaduw boven de boeken. Maar de rechterhelft van deze samengestelde foto is gewoon slecht.

Dit is hét kwaliteitsverschil tussen goedkopere en duurdere camera's. Over het algemeen geldt het volgende:
  1. Grotere sensor van de camera = minder ruis.
  2. Meer pixels betekent meer ruis.
  3. Nieuwere toestellen doen het beter dan oudere.
  4. Duurdere camera's zijn (helaas) beter dan goedkopere.
Nog een vergelijkende test:

Tussen deze twee helften van de foto zit niet zoveel verschil, de linkerhelft is iets scherper. Beide delen van de foto zijn met een compactcamera gemaakt waardoor het een veel eerlijker vergelijk is. Beide toestellen hebben een CCD sensor. Toch zijn de verschillen tussen deze twee camera's enorm:
  • De Panasonic komt uit 2005, de Nikon uit 2011. 6 jaar nieuwer dus en dat is veel.
  • De Panasonic kostte destijds rond de 300 euro. De Nikon nog geen 100.
  • De Panasonic heeft 5 megapixels, de Nikon 14.
  • De Panasonic gaat maximaal tot ISO 800 (hierboven gebruikt), de Nikon kent ook nog 1600 en 3200 (maar die zijn nauwelijks bruikbaar).
Deze verschillende factoren heffen elkaar in kwaliteit op: ze zijn ongeveer even goed in beeldkwaliteit. Maar dan heeft de Nikon wel veel meer detail (want meer pixels). De Panasonic heeft meer zoom (10x tegenover 5x), bovendien is de lens van de Panasonic iets lichtgevoeliger.

Kunnen we over een paar jaar met een compactcamera op ISO 1 miljoen perfect ruisvrije foto's maken? Hopelijk wel, maar waarschijnlijk niet. Er is ondertussen gestage vooruitgang op dit terrein en dat helpt wel degelijk. Waar nu een professionele f/2.8-lens nodig is, kan wellicht straks een kitlens f/5.6 op veel hogere ISO hetzelfde resultaat halen. En dat scheelt in de portemonnee.
Maar als dat kan, dan kan er met die professionele lens toch weer altijd meer.

Bedankt weer voor het lezen,

Robert van Brug





vrijdag 2 maart 2012

RAW versus JPEG

Alle spiegelreflexcamera's, veel systeemcamera's en zelfs een aantal compactcamera's bieden de mogelijkheid om foto's in RAW te schieten. Ik zal behandelen wat het is, wat de voor- en nadelen zijn en met een uitgewerkt voorbeeld het grootste voordeel demonstreren.

Wat is 't?
Een digitale camera kan op verschillende manieren een geschoten beeld opslaan. Grofweg zijn er twee opties:
  1. In JPEG. Op deze manier bewerkt de camera op een geavanceerde manier de foto alvast een beetje. Standaard wordt het contrast verhoogd, het beeld wordt verscherpt en nog wat meer van dit soort zaken. Vervolgens, en dat is heel belangrijk te begrijpen, wordt de foto opgeslagen met gebruikmaking van compressie. Hierbij gaat informatie verloren. Er kan gekozen worden wat de mate van compressie is. Hoe meer compressie, hoe kleiner het bestand maar des te meer informatie zal er verloren gaan. De foto krijgt .jpg als extensie.
  2. In RAW. Er vindt geen enkele bewerking plaats en alles wat de camera heeft waargenomen wordt ook vastgelegd in het uiteindelijke bestand. Hierdoor is dat bestand ook groter. De foto krijgt bijvoorbeeld .nef (nikon), crw of .cr2 (canon) of .arw (Sony) als extensie. Ieder merk heeft zijn eigen formaat, .raw bestaat niet.
  3. Een combinatie van beiden is ook vaak mogelijk, waarbij de camera de opname zowel in RAW, maar ook in JPEG vastlegt.

Nadelen van het RAW-formaat:

  • RAW-bestanden zijn voor niet-fotografen onbruikbaar. Om iemand een opname te sturen die bruikbaar is moet de foto omgezet worden in JPEG! Dit betekent een boel meer werk dan gewoon in JPEG opnames maken. Bovendien creëert dit van iedere opname een kopie in een ander formaat, dit kan verwarring geven.
  • De bestanden zijn een stuk groter, dus er past minder op het geheugenkaartje en op de harde schijf van de computer.
  • Misschien wel het grootste nadeel is dat de standaardbewerkingen die een moderne digitale camera wel uitvoert op JPEG bestanden, hier achterwege blijven. Dit resulteert in een heleboel extra werk voor de fotograaf.
Kortom: onbruikbare bestanden die ook nog eens veel groter zijn en een boel extra bewerking vragen! Waarom zou je het gebruiken? Omdat er ook voordelen zijn. Eigenlijk maar 1, maar die is zeer belangrijk: 

Voordelen van RAW: 
  • er gaat geen informatie verloren door compressie. Hierdoor blijft achteraf de witbalans en voor een deel de belichting goed te herstellen.
  • De manier waarop kleuren worden geregistreerd is veel beter. In JPEG wordt per hoofdkleur (rood, groen en blauw) 256 (= 28 = 8 bits) gradaties opgeslagen. In RAW zijn dit er 4096 (= 212 = 12 bits) of 16384 (= 214 = 14 bits). De kleuren zijn hierdoor veel preciezer.

Aan de hand van een voorbeeld zal ik het op een rijtje zetten, waarbij ik me op de belichting zal concentreren.

Een meeuw met vangst, op het strand.

Deze opname heb ik zowel in JPEG als in RAW gemaakt. Dit is de onbewerkte versie voor dit voorbeeld en omdat een RAW-file onbruikbaar is om hier te laten zien, is dit de JPEG-versie.







Ik heb deze foto uitgezocht omdat hij wat overbelicht lijkt. Maar zo met dat visje in zijn snavel is het wellicht de moeite om te proberen er nog wat van te maken.


Dit is het histogram van de foto hierboven. Duidelijk te zien hoe dat rechts tegen de rand aanzit, een teken dat de foto overbelicht is. 

Dit histogram komt uit de RAW-converter van Adobe's Photoshop, maar het zit tegenwoordig praktisch op iedere camera. Controle van het histogram direct na het nemen van de foto had dan ook uitgewezen dat de opname overbelicht is. Maar inmiddels heeft de meeuw het visje doorgeslikt en er is geen herkansing.

Zelf heb ik in Photoshop de waarschuwing voor overbelichting (rood) en onderbelichting (blauw) aanstaan. Deze foto geeft duidelijk een aantal delen weer als overbelicht.



Eerst zal ik de JPEG-versie bewerken.

In Photoshop heb ik de foto vervolgens onderbelicht (een halve stop), en de recovery (NL: herstel) schuif heb ik helemaal naar 100% toegeschoven om van die rode vlekken af te komen. Als die weg zijn is de belichting namelijk goed. 

Zoals hier te zien is is de 'berg' aan de rechterkant van het histogram bijna helemaal verdwenen en wordt nu ook de linkerkant van het histogram helemaal benut.

Dit lijkt goed, maar hoe ziet de foto er inmiddels uit?


Geen rode en blauwe waarschuwingsvlakken meer dus de belichting is goed.

MAAR: er is een helemaal witte vlek onstaan op de schouder van de vogel, waar eerst veel rood te zien was. Dit is het zogenaamde 'uitgebeten wit': een puur wit vlak waar geen enkel detail, geen doortekening meer zichtbaar is.

Jammer, maar er is niets meer aan te doen. Doordat de camera er een JPEG van heeft gemaakt, zit deze informatie niet meer in de foto.


Nu een herkansing met de RAW-versie.

Hier het histogram van de RAW-versie, ná bewerking. Wat opvalt is dat ik veel minder recovery (17 in plaats van 100) nodig heb om de overbelichting (de rode vlekken) weg te krijgen. Wel is er ook hier een halve stop onderbelicht. Het histogram is aan de linkerzijde nog niet helemaal benut, maar de 'berg' aan de rechterzijde is helemaal weg.

En hoe ziet deze foto er inmiddels uit?


Vergelijk deze eens met de JPEG-versie hiervoor. Wat een enorm verschil!

Hier is geen uitgebeten wit zichtbaar. Alleen op het visje zit nog wat rood waar de zon reflecteert op de schubben, maar ik heb ervoor gekozen dat zo te laten. 

Doordat er geen uitgebeten wit is, is dit een veel beter resultaat. Bovendien oogt de foto een stuk helderder omdat er veel minder gebruik is gemaakt van de recovery functie, een bijkomend voordeel. 

Hoe kan dit? Zit er zoveel extra informatie in een RAW-bestand? Ja dus. Voorbeeld: deze opname in JPEG is 4,55 MB groot. De RAW-versie is 9,28 MB groot, ruim het dubbele. Niet minder dan de helft van de informatie is in dit geval weggegooid in de JPEG-versie, informatie die niet terug te halen is.

Nu heb ik dit voorbeeld uitgewerkt aan de hand van een overbelichte foto, maar voor een onderbelichte foto geldt hetzelfde: als de donkere partijen eenmaal dichtgelopen zwart bevatten is er met JPEG geen redden meer aan. Maar in RAW kom je een heel eind.

Dit gaat niet eindeloos goed. Tot ongeveer een stop over- of onderbelichting is perfect te corrigeren. Als het veel meer dan een stop wordt is er ook in RAW geen redden meer aan. 

Wat meer uitdaging biedt een foto die in sommige delen is onderbelicht en in andere delen is overbelicht. Ook dat is op te lossen mits het een RAW-opname is.

Het opnames maken in RAW brengt extra werk met zich mee en wat overige nadelen, maar voor mij is het dat meer dan waard. De flexibiliteit neemt enorm toe! Opnamen die anders de prullenbak in hadden gekund, zoals deze meeuw, zijn nu nog helemaal te herstellen.

Ik ken bijna geen fotografen die niet in RAW schieten. Er zijn er wel een paar, die vinden het te veel gedoe. Ook zijn er die in RAW én in JPEG opnames maken. Maar bijna alle serieuze fotografen gebruiken RAW. Het is een afweging die iedereen voor zichzelf moet maken, maar als kwaliteit vooropstaat, dan ontkom je niet aan RAW.

Tenslotte: nog een keer de meeuw, het eindresultaat. Vanzelfsprekend op basis van de RAW-versie.

Bedankt weer voor de aandacht, tot een volgende keer!

Robert van Brug
































zaterdag 25 februari 2012

Diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid (ISO)

Over diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid (ISO), de heilige drie-eenheid van de fotografie.

Er zijn al boekenkasten volgeschreven over diafragma, sluitertijd en lichtgevoeligheid (ISO), maar ik waag het erop om het op mijn manier nog een keer te doen. Voegt dat iets toe? Ik hoop een heel makkelijk te begrijpen uitleg te geven. Sommigen blijven dit een lastig verhaal vinden dus daarom hier: belichting voor dummies.

Om foto's te maken is licht nodig. Licht van de zon, lampen of een flitser schijnt op iets wat gefotografeerd moet worden en gaat vanaf daar naar het fototoestel. De lens is het eerste onderdeel waar het licht binnenkomt. In de lens zit een diafragma, waarmee de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt kan worden geregeld.

Foto van een lens. De lamellen die je hier ziet (die grijze bladen die in elkaar gedraaid zitten) vormen samen het diafragma. Hier is het diafragma bijna dicht: er is nog maar een klein gaatje over en er wordt maar heel weinig licht doorgelaten.

Waarom zou je licht tegenhouden? De grootte van het diafragma is allesbepalend voor iets dat scherptediepte heet en dat ik hier verder uitleg.

Om het heel simpel te zeggen: diafragma bepaalt voor een groot deel hoe een foto er uitziet.

Is het licht het diafragma eenmaal voorbij dan is het volgende belangrijke onderdeel in de camera de beeldsensor. De beeldsensor doet op digitale wijze wat vroeger het filmrolletje deed. Een fillmrolletje is gemaakt van lichtgevoelig materiaal en als je daar even een beeld op projecteert dan staat dat erop. Een beeldsensor is niet anders.

Het diafragma staat altijd open en er komt continue licht doorheen. Een foto is echter een momentopname, dus we willen het licht maar heel even doorlaten, een fractie van een seconde. Vóór de beeldsensor zit de sluiter en die maakt dit mogelijk. Stel het voor als luxaflex die heel kort open- en dan weer dichtgaan.
Het zal duidelijk zijn dat een actiefoto een veel snellere sluitertijd nodig heeft dan iets dat niet beweegt, zoals bijvoorbeeld een gebouw. Meer uitleg hier.

Met diafragma en sluitertijd kun je alles regelen. Optisch is dit alles wat er is. Maar er is een derde, meer technische kant die belangrijk is, namelijk de lichtgevoeligheid, beter bekend als ISO.

Stel dat voor een bepaalde foto het diafragma en de sluitertijd gekozen is, maar de foto wordt niet goed belicht: te donker of te licht. Dan kan door het instellen van de ISO-waarde de lichtgevoeligheid verandert worden. Het is een technische truc waarmee de opname donkerder of lichter gemaakt kan worden.

Dat was het! Dat viel mee, toch? Wat hierna volgt zijn details, maar wie weet is het interessant?


Aha, je bent er nog, dus je bent toch nieuwsgierig naar meer informatie. Met diafragma en sluitertijd bepaal je de hoeveelheid licht die op de sensor valt en met ISO de lichtgevoeligheid van diezelfde sensor. Laten we er eens wat mee rekenen.

De volgende tabel laat een aantal mogelijke instellingen zien die allemaal tot dezelfde belichting leiden:

Diafragma
(f/)
Sluitertijd
(in seconde)
ISO
8
1/1000
400
8
1/500
200
8
1/2000
800
4
1/1000
100
11
1/1000
800
11
1/250
200
2.8
1/4000
200
1.4
1/8000
100
22
1/500
1600
16



1/125



640

Bij de laatste drie regels mag je zelf de ontbrekende waarden bedenken. De laatste is het lastigst! Laat een paar van de mogelijke antwoorden maar als reactie achter, ik ben benieuwd.

Bovenstaande tabel laat de samenhang tussen de drie mooi zien:
Een groot diafragma (f/2.8 bijvoorbeeld) gaat goed samen met een korte sluitertijd bij een fatsoenlijke ISO waarde. Wil je een korte sluitertijd bij een kleiner diafragma (groter getal) dan moet de ISO omhoog.

Deze instellingen leveren wel andere resultaten, de belichting is alleen gelijk. Het spreekt vanzelf dat bij een andere diafragma de scherptediepte anders wordt en bij een andere sluitertijd ontstaat er misschien bewegingsonscherpte. Tenslotte kun je bij een hogere ISO waarde meer ruis verwachten. Maar de belichting is in alle gevallen gelijk en er zijn nog veel meer waarden mogelijk. Als je bedenkt dat een andere situatie ook om een andere belichting vraagt, en dat de hoeveelheid licht vaak niet constant is (wolkje voor de zon, zon en schaduw wisselen af, enzovoort), dan zal duidelijk zijn dat bovenstaande ontzettend belangrijk is. Dit moet je als fotograaf minimaal onder de knie hebben.

Succes en bedankt voor het lezen.

Robert van Brug









dinsdag 21 februari 2012

ISO: voor- en nadelen

Fotografie komt neer op het vastleggen van de reflectie van licht dat op het onderwerp valt. Door de sluitertijd en het diafragma te controleren is er controle over de hoeveelheid licht die op de sensor valt.

Er is echter nog een derde factor, de ISO waarde. In de tijd van de filmrolletjes kon een fotograaf een rolletje gebruiken dat lichtgevoeliger was. Hiermee is het mogelijk om bij dezelfde instellingen v.w.b. diafragma en sluitertijd een lichtere foto te krijgen. De lichtgevoeligheid van de rolletjes werd meestal in ASA uitgedrukt, soms in DIN. ASA is gelijk aan ISO en die laatste term is nu de standaard (!).

Bij filmrolletjes met een hogere ISO bestond het lichtgevoelige materiaal uit iets grovere korreltjes. Dit was in het eindresultaat ook zichtbaar, zeker bij hoge ISO waarden: het is wat korreliger.

Bij de huidige digitale camera's werkt het anders. De beeldsensor vangt het beeld dat de lens doorlaat. Dit beeld wordt opgeslagen op een geheugenkaart, maar als tussenstap kan de camera het beeld nog bewerken. Eén van de bewerkingen is het veranderen van de lichtgevoeligheid van de sensor door het signaal elektronisch te versterken. Bij Nikon is de standaardwaarde (de "native ISO") voor ISO 200. Wordt een hogere waarde ingesteld dan wordt het waargenomen beeld lichter gemaakt, wordt een lagere waarde ingesteld, dan wordt het beeld donkerder gemaakt.

In het analoge tijdperk had een fotograaf die bijvoorbeeld in een kerk een trouwerij wilde vastleggen een rolletje met hoge ISO nodig. Voor de rapportage buiten echter was dit niet nodig. Dus rolletje deels niet gebruiken, nieuw rolletje met lage ISO erin of twee camera's gebruiken. Een groot voordeel van de digitale camera's is dat er per foto ingesteld kan worden wat de ISO moet zijn.

Net als sluitertijd is de ISO waarde makkelijk te doorgronden. ISO 200 is twee keer zo lichtgevoelig als ISO 100. ISO 1600 is 16 keer lichtgevoeliger dan ISO 100. Rechttoe rechtaan logica.

De toepassing zal duidelijk zijn. Neem Indoor Sportfotografie: snel bewegend beeld, weinig licht. Zelfs met het diafragma wagenwijd open en de sluitertijd op snel (1/1000e seconde of nog sneller) moet de ISO instelling fors omhoog om geen hele donkere foto te krijgen. ISO 1600 of nog hoger is nodig. Maar dat zit bijna standaard op alle huidige camera's dus er lijkt geen vuiltje aan de lucht.

Helaas. Hoge ISO heeft een groot nadeel. Bij het elektronisch versterken van het beeld wordt ook de ruis die in iedere opname zit meeversterkt en dat zie je. En hoe hoger de ISO hoe groter dit effect wordt. Vergelijk de volgende 7 opnamen van een rij stripboeken, met steeds hogere ISO. Ter informatie heb ik er ook bijgezet wat de sluitertijd was.

Deze opnamen zijn gemaakt met een Nikon D300s en 18-200 mm lens, diafragma f/7.1, vanaf statief, zelfontspanner gebruikt om alle trillingen uit te sluiten.

Er zit aan de rechterzijde van deze samengestelde foto veel minder detail en veel meer ruis dan in het linkerdeel. Met name in het bovenste deel, boven de boeken en in de schaduw van de boekenplank erboven is het goed zichtbaar. Het is typerend voor donkere delen dat daar de meeste ruis ontstaat.

TIP 1: gebruik zo laag mogelijke ISO waarde

TIP 2: liever meer ruis dan een bewogen/mislukte opname.

Concreet: als ISO 1600 of nog hoger nodig is om in onder lastige omstandigheden een niet bewogen opname te maken, dan moet de extra ruis voor lief genomen worden.

Standaard stelt de camera de ISO zelf in (Auto ISO). Dat betekent dat de camera bepaalt wat een goede ISO waarde is. Het toestel zal proberen een gemiddeld belichte foto te maken van iedere opname die gemaakt wordt. Soms zal hierdoor de camera extreem hoge ISO waarden instellen. Beter is natuurlijk om hier zelf de controle over te houden. Dit kan op verschillende manieren. Er zijn standaard de volgende mogelijkheden:
  1. Volledig automatische ISO, de camera bepaalt alles zelf. 
  2. Volledig handmatig. Wordt bijvoorbeeld een ISO van 200 ingesteld (lekker weinig ruis) dan zullen alle foto's met deze instelling gemaakt worden totdat het gewijzigd wordt. Dit kan eenvoudig per foto, er zit een ISO knop op het toestel, maar dan moet daar wel aan gedacht worden.
  3. Halfautomatisch. Het is mogelijk om automatische ISO in te stellen en tegelijk een maximum aan te geven. Ik heb dit in het begin een tijdje gebruikt maar ben toch overgestapt op de volledig handmatige optie voor meer controle. Welke waarde nog acceptabel is hangt helemaal van de camera af, maak zelf ook een keer een serie proeffoto's met alle mogelijke ISO-waarden en zorg ervoor dat er een donker deel (schaduw is ideaal) in de foto zit.
Zelfs hele eenvoudige compactcamera's hebben vaak dezelfde opties m.b.t. ISO.

TIP 3: probeer voor de eigen camera uit wat het effect is van hogere ISO instellingen.

TIP 4: gebruik nooit de volautomatische ISO instelling.

Dure spiegelreflex systemen beschikken vaak over Beeldstabilisatie. Compactcamera's hebben dit niet, maar vanuit marketingoogpunt wordt er geschermd met dingen als eVR: een elektronische variant. Dat is niet meer dan het automatisch verhogen van de ISO zodat de sluitertijd kort blijft en de opname niet bewogen wordt. Als je nergens over na wilt denken, niets wilt instellen en klik-klak-klaar wilt dan is dat prima. Wil je echter beter dan gemiddelde foto's maken, gebruik het dan niet.

Er is een groot verschil tussen de verschillende camera's op het gebied van ISO. Hoe duurder de camera hoe beter hij met hogere ISO waarden zal omgaan. Hoe groot dat verschil is en hoe dat komt is voor een volgende keer.

Bedankt weer voor het lezen.

Robert van Brug





vrijdag 17 februari 2012

Outdoor Sportfotografie

Ik ben laatst in Ahoy geweest voor het ABN AMRO World Tennis Tournament en daar heb ik wat experimenten uitgevoerd met fotografie. En natuurlijk heb ik er over geschreven in dit blog.

Indoor sportfotografie is vooral heel lastig omdat er veel minder licht is dan buiten. Ook bij zo'n groot professioneel evenement waar televisiecamera's bijstaan (die toch ook licht nodig hebben) blijft het moeilijk om goede foto's te maken. Zelfs met professionele lenzen is het een uitdaging om een goede actiefoto te maken. De werkwijze in het kort:

  • Het diafragma helemaal openzetten om zoveel mogelijk licht te gebruiken.
  • Hoge ISO instellen, tussen 1600 en 3200.
  • Resultaat van de vorige twee moet dan een acceptabele sluitertijd opleveren.

Hier  een indoor gemaakte actiefoto:
Diafragma f/2.8, ISO3200, Sluitertijd 1/2000e seconde.

Hoeveel makkelijker is het om buiten een dergelijke opname te maken? Die vraag kan ik beantwoorden. Ik ben in Juni 2010 namelijk naar het Unicef Open in Rosmalen geweest en dat is een outdoor toernooi. Het was ook nog een zonovergoten dag. En ik had fotoapparatuur meegenomen!

Hier een actiefoto van een service, maar dan buiten gemaakt:
Diafragma f/5.3, ISO 200, Sluitertijd 1/2000e seconde.
De sluitertijd is hetzelfde in beide opnames, nl. 1/2000e seconde, maar de overige instellingen verschillen enorm. De hoeveelheid beschikbaar licht was blijkbaar ongeveer 60 keer (!) zoveel als binnen. (berekening onderaan dit artikel)

Nu vergelijk ik een sporthal met kunstlicht met een zonovergoten dag in juni, als de zon het hoogst aan de hemel staat en dan ook nog eens rond het middaguur gemaakt. Dit zijn dan ook wel zo'n beetje de uitersten die in Nederland aangetroffen kunnen worden.

De instellingen als bij de buitenfoto zijn niet eens nodig. Bij 1/1000e seconde is de foto ook goed. Met ISO 400 is de hoeveelheid ruis prima onder controle. Als er minder zonlicht is als die dag is het nog steeds goed mogelijk om buiten actiefoto's te maken. Dat is goed nieuws. Voor actiefoto's buiten is hele dure apparatuur niet nodig. De foto hierboven is met een 70-300 zoomlens gemaakt. Prima lens, maar zeker niet professioneel.

Een sluitertijd van 1/1000e seconde bij actiefoto's is met tennis nodig, maar met andere sporten kan het ook nog wel wat langer. Een voetbal haalt niet de snelheid van een tennisbal, dus 1/500e lijkt me prima.

Omdat er buiten zoveel meer licht is wordt het maken van geslaagde actiefoto's veel makkelijker. Dat betekent dat het voor de fotograaf makkelijker wordt en er worden minder hoge eisen aan de apparatuur gesteld. Een compactcamera met flink wat zoom moet in principe goed genoeg zijn.

Wat een prachtig stukje optiek is dan het menselijk oog. Zowel binnen als buiten zijn wij in staat om tennis te spelen. Onder matig kunstlicht of in de volle zon, voor het oog maakt het niet zo veel uit. Daar kunnen de lensfabrikanten nog een puntje aan zuigen!

Bedankt voor de aandacht en tot een volgende keer.

Robert van Brug

(voor wie het wil weten: iso3200/200 = 16 keer.
Diafragma f5.3 t.o.v. f/2.8 is bijna 4 keer.
4 x 16 = 64, maar het is iets minder, dus 60 keer.)

dinsdag 14 februari 2012

Indoor Sportfotografie

Naast fotografie is tennis een hobby van mij. Toen ik werd uitgenodigd om professionele tenniswedstrijden te gaan bekijken tijdens het ABN AMRO World Tennis Tournament in Ahoy, zag ik de kans schoon om een paar dingen te combineren. Foto's maken van tennisprofs in actie. Dat had ik al eens gedaan, maar dat was buiten, terwijl dit zich in een hal afspeelt. Dat betekent veel minder licht en dat bij een snelle sport met een klein balletje. Uitdaging!

Ik had een rugzak vol fotoapparatuur meegenomen om van alles te kunnen testen en er was niemand die daar wat van zei, de eerste horde was met succes genomen.

Op de tribune aangekomen bleken we net achter de VIP's te zitten, redelijk dichtbij de baan en ongeveer op ooghoogte met de actie. Dat is mooi, maar leverde ook een probleem op: ik zat te dicht op de actie. Met de 300 mm lens kreeg ik de spelers alleen helemaal in beeld als ze een beetje in elkaar gedoken zaten. Een service vastleggen lukte hiermee niet.

diafragma f/2.8, ISO 1600, sluitertijd 1/400e seconde
Foto gemaakt met de 300 mm f/2.8 lens. Dit is de hele foto, geen uitsnede. Dit is een van de eerste foto's die ik heb genomen. De speler in kwestie is Richard Gasquet, de nr. 16 van de wereld die hier speelde tegen Flavio Cipolla, de huidige #86 v/d wereld. Gasquet won, maar met de nodige moeite (6-3 1-6 6-1).

Ondanks dit zeer grote diafragma en de hoge ISO waarde toch nog maar 1/400e seconde sluitertijd. Is dat voldoende om de actie goed vast te leggen?

Gelukkig had ik een lens te leen. Wim had zijn 70-200 mm f/2.8 voor mij meegenomen. Bedankt Wim! Dit loste het probleem op, bovendien kon ik nu in- en uitzoomen en had ik nog steeds het fantastische diafragma van f/2.8. En aan de foto hierboven te zien zou ik dat ook nodig hebben.

70-200 mm f/2.8 lens op 145 mm.
Diafragma f/2.8, ISO 3200, 1/1600e seconde, manual mode
Leuk actieshot, de service van Richard Gasquet. De actie is mooi bevroren, ondanks de lastige belichting. Maar daar is dan ook een extreme instelling van f/2.8 voor nodig bij ISO3200. Vervolgens is de foto met zorg ontruist in Photoshop. Door de foto vervolgens te verkleinen en na te verscherpen zie je er niet zo veel meer van en is het resultaat goed.
70-200 f/2.8 lens op 135 mm.
Diafragma f/2.8, ISO 2500, 1/1250e seconde, manual mode
Zelfde behandeling als de foto hierboven. Foutje: de voet van Richard had er op moeten staan.

Sluitertijd is iets langer en de bal is nu al een beetje bewogen, maar zeker niet storend, geeft wat extra dynamiek aan de foto.

En toen was het tijd voor de volgende test: een meer eenvoudige lens, de heerlijke 18-200 mm. Heerlijk omdat hij zo lekker allround is, niet zwaar en best goed van kwaliteit. Maar hij is veel minder lichtsterk dan de 70-200 mm, op 200 mm is dit een f/5.6, dus 4 keer minder. En uit de bovenstaande foto's blijkt dat het al op de grens van de apparatuur was om deze foto's te maken. Wat zou er dan gebeuren met slechts 25% van het licht?
18-200 mm lens op 170 mm.
Diafragma f/5.6, ISO 2000, 1/320 e seconde, manual mode
Hier slaat Flavio Cipolla een backhand, net als Richard Gasquet een foto eerder. En ook nog op hetzelfde punt op de baan.

De bal is hier niet meer een beetje bewogen maar meer een gele vlek. Het racket is ook meer bewogen dan een opname eerder. Het zal van de persoonlijke voorkeur afhangen of dit als storend wordt ervaren. Ik vind het licht bewogen racket eigenlijk wel aardig, maar de bal is teveel van het goede.

1/320e seconde sluitertijd is dus niet goed genoeg bij tennis, daar gaat het te snel voor. Mogelijk is het bij voetbal wél genoeg, dat weet ik niet. Deel je die 1/320e door 4 dan kom je uit op ongeveer de 1/1250e seconde zoals gebruikt 1 foto eerder. Ook hier geldt dus dat duurdere lenzen daadwerkelijk helpen om met geslaagde foto's thuis te komen, net als hier.
Ik realiseer me dat de ISO-waarden in beide opnamen niet gelijk waren, maar Gasquet slaat de backhand harder dan Cipolla, waardoor ik denk dat het vergelijk eerlijk is.

En net toen ik wel klaar was met van alles uitproberen kwam er een beveiliger naar mij toe met de vraag of ik accreditatie had om daar foto's te maken. Eh, nee dus. Het is gewoon hobby. Het was de beveiligers opgevallen dat ik met hele grote toeters vanaf de tribune foto's zat te maken. Dat mag niet. Er mag niet geflitst worden (logisch), maar ook niet met een spiegelreflex gefotografeerd worden. Dat was voor mij nieuw. Er zaten langs de baan echter 4 professionele fotografen, met allemaal een 70-200 f/2.8 lens. Het is dus in principe mogelijk om net zulke goede foto's als de profs te maken en daarmee doe ik ze concurrentie aan. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn om de professionals hun inkomsten te ontnemen en vandaar deze regels. Ik heb er vrede mee, ik was toch klaar met uitproberen.

Waarschijnlijk is het zo dat bij alle professionele evenementen vergelijkbare regels gelden. Maar als tennis vergeleken wordt met schaatsen, bijvoorbeeld in Thialf, dan moet schaatsen veel makkelijker zijn. Schaatsers bewegen weliswaar snel, maar niet zo snel als een tennisbal. Mogelijk kun je daar met minder goede apparatuur ook goede foto's nemen (niet bewogen). Maar met professionele apparatuur nog betere, op een lagere ISO instelling waardoor er veel minder ruis optreedt.

Welke tips kan ik na 1 keer geven voor indoor sportfotografie? Een aantal:

TIP 1: Neem een lichtgevoelige zoomlens mee. Ideaal is de 70-200 f/2.8. Heb je een primelens die nog lichtgevoeliger is (bijvoorbeeld een 35 of 50 mm f/1.2 of f/1.4) neem die dan ook mee.

TIP 2: Lenzen van 300 mm of langer zijn zinloos. Of je moet een Full Frame camera hebben. Zorg liever dat je dichterbij komt in plaats van grotere lenzen mee te sjouwen.

TIP 3: Zoals altijd: kom op ooghoogte met je onderwerp. Daal af naar de eerste rij op de tribune of nog beter, ga naast de baan staan.

TIP 4: Verdiep je in wat is toegestaan om mee te nemen. Een indoor sportevenement zonder professionals en verslaggeving door de media biedt dezelfde fotografische uitdaging, maar dan kun je meenemen wat je wilt. Is een spiegelreflex niet toegestaan of wil je geen risico nemen, dan is een high-end compactcamera een goed alternatief, of een systeemcamera.

Is het wel een professioneel evenement en je neemt toch al je spullen mee, houd er dan rekening mee dat deze door de beveiliging in beslag genomen kunnen worden. Na afloop krijg je het dan pas weer terug. Ook schijnt gangbaar te zijn dat men er op staat dat je alle opnames wist. Nou is dat laatste niet zo'n punt, dat kun je zo weer ongedaan maken met de computer, als je daarna op dat geheugenkaartje maar geen opnames meer maakt.

TIP 5: Gewiste foto's zijn prima terug te halen van een geheugenkaart zolang er na het wissen geen nieuwe foto's op zijn gezet. Ik heb het dan niet over formatteren, maar over gewoon wissen van foto's.

Ik heb me uitstekend vermaakt in Ahoy! Fotografisch heb ik weer van alles kunnen uitproberen, ik heb leuk tennis gezien en materiaal voor dit blog opgedaan.

Robert van Brug





zaterdag 11 februari 2012

Systeemcamera's: toch een goed idee?

Recent heb ik hier een artikel geschreven over de verschillende soorten fotocamera's. Daar kwamen redelijk wat reacties op en sindsdien ben ik wat dieper in het fenomeen systeemcamera gedoken.

Allereerst de compactheid van systeemcamera's. Ik heb hier gemeld dat een systeemcamera ongeschikt is als camera om in je jaszak mee te nemen. Schuldige is de grote lens. Dat klopt nog steeds, maar er zijn ook pancakelenzen.

In combinatie met een pancakelens kan deze prima in een jaszak gestoken worden: klein en licht genoeg. En beter dan een compactcamera, veel beter zelfs. De pancakelenzen zijn zelfs kwalitatief een stuk beter dan de kitlenzen. Is het dan toch een optie?

Nou, nee. Dit is namelijk een lens met vaste brandpuntsafstand, wat betekent dat je niet kunt in- en uitzoomen. En dat wil de gemiddelde consument.

Maar er is meer: er zijn nu, in ieder geval van Panasonic voor het Micro Four Thirds systeem (ook een systeemcamera) ook pancake zoomlenzen. Dat zijn hele platte lenzen. Het is er nog maar 1, een 14-42 mm, maar dat zullen er wel meer worden in de toekomst.

Nou is de vraag of je voldoende hebt aan bovenstaande lens. Door de 2.0 cropfactor van Panasonic is dit een 28-84 mm lens. Een 3x zoom dus, wat niet echt indrukwekkend is, maar het bereik van dit lensje zal voor veel mensen voldoende zijn.

Aan de andere kant zijn er legio compactcamera's met een 10x zoombereik, of nog veel meer (tot 40x aan toe!), en veel daarvan zijn ook helemaal niet slecht. Maar die kunnen weer niet van lens wisselen en dat kan hiermee wel, een groot voordeel.

Ik moet bekennen dat ik door dit verhaal een beetje begin te geloven in systeemcamera's:
  • Door de grotere sensor zijn ze kwalitatief beter dan een compactcamera.
  • Met pancakelenzen (zoom) kun je het toch makkelijk meenemen.
Maar dan zou ik nog een stap verder willen gaan, nl. een toestel waar ik de lenzen van mijn spiegelreflexcamera ook kan gebruiken. Bij de Nikon 1 kan dat. Dankzij de adapter (TF1, kost 270 euro) kun je alle bestaande lenzen van Nikon gebruiken. Compact en veelzijdig, klinkt goed.

Sony biedt dit inmiddels ook. Even Googelen leert dat met de LA-EA2 (a EUR 380,=) hetzelfde gedaan kan worden als bij Nikon: koppel spiegelreflexlenzen aan een NEX systeemcamera.

Wordt vervolgd.

Robert van Brug