Posts tonen met het label expert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label expert. Alle posts tonen

zaterdag 20 januari 2018

Tilt&Shift-objectieven: review PC Nikon 19mm f/4E

Na mijn artikelen die meer in het algemeen gingen over Tilt & Shift objectieven ga ik het in dit artikel specifiek over 1 objectief hebben, de PC Nikkor 19mm f/4E ED.

De klassieke 'gouden' Nikon doos waar de lens in geleverd wordt
Zoals in één van de eerder artikelen aangehaald is dit een specialistisch instrument. Dat uit zich in de kwaliteit maar ook in de prijs: €3959 per stuk. De vraag is of het dat waard is.

Laat ik beginnen met Tilt&Shift lenzen in het algemeen: die zijn er niet veel. Per type vatting zijn er slechts een aantal, zo weinig dat ik een overzicht geef:

Nikon:
  • Nikon 19mm f/4E
  • Nikon 24mm f/3.5D
  • Samyang 24mm f/3.5
  • Nikon 45mm f/2.8D
  • Nikon 85mm f/2.8D micro

Canon:
  • Canon 17mm f/4L
  • Samyang 24mm f/3.5
  • Canon 45mm f/2.8
  • Canon 50mm f/2.8L macro
  • Canon 90mm f/2.8L macro
  • Canon 135mm f/4L macro

Sony A/Sony FE/MFT/Fuji X/Pentax/Samsung NX:
  • Samyang 24mm f/3.5
Zoals te zien is er alleen voor Nikon en Canon een ruime keuze, bij de andere soorten vatting bent u aangewezen op de 24mm van Samyang. Van Kipon zijn er wel adapters te koop waarmee objectieven als tilt&shift of alleen als tilt-objectief kunnen dienen.

De keuze lijkt beperkt tot slechts 10 objectieven, los van oudere modellen van zowel Nikon als Canon. Deze zijn geen van alle voorzien van autofocus.
Er zijn verder wel verschillen onderling: lang niet alle objectieven zijn in staat om onafhankelijk van elkaar te kunnen tilten (kantelen) en shiften (verschuiven), de 19mm van Nikon kan dit wel.
Nikon 19mm in een flink gekantelde en verschoven positie
Als interieur-, archtectuur- en vastgoedfotografie de toepassing is, dan zijn er feitelijk 2 opties: de Canon 17mm en de Nikon 19mm. De keuze voor een van deze twee zal vooral bepaald worden door het merk camera waar de fotograaf al over beschikt. Zo beschouwt zijn het geen concurrenten van elkaar. 

Review Nikon 19mm f/4E


Waar de overige 3 Tilt&Shift-objectieven van Nikon rond 2008 op de markt kwamen is de 19mm veel recenter: leverbaar sinds voorjaar 2017. Voorzien van Nano Chrystal Coating, electronisch diafragma, gemaakt in Japan (alleen de toplenzen komen daar vandaan), met het fameuze gouden randje, voorzien van veel metalen delen en weinig plastic: alles wijst op topkwaliteit. De prijs ook, maar de professional die dit nodig heeft voor zijn of haar werk die zal het er voor over hebben.

Het zeer bolle voorste lenselement
Ik heb dit prachtige stukje optica een tijdje mogen lenen van Nikon Nederland en ik heb er uitvoerig tests mee uitgevoerd. Niet in een laboratorium, maar in de praktijk.
Tijdelijk heb ik de 19mm naast mijn trouwe 16-35mm f/4 gebruikt

Positief:

  • De optische kwaliteit is fantastisch: scherp van rand tot rand, niet alleen in het midden. Dit geldt ook bij shiften en/of tilten. Ik ga jullie niet vermoeien met allerlei 100% uitvergrotingen van foto's, maar 2 asferische elementen en niet minder dan 3 ED (extra dispersion) elementen doen hun werk.
  • Lensvertekening is nauwelijks aanwezig. Bij veel prime-objectieven is dit prima, hier ook. Voor architectuurfotografie is dat kritisch. Ik heb op internet wat gevonden over lensvertekening van dit objectief, maar heb dat zelf niet waargenomen.
  • Niet of nauwelijks last van chromatische aberraties. 
  • De Nano Chrystal Coat doet zijn werk prima
  • Het geheel voelt degelijk aan. Veel metalen delen i.p.v. plastic. Bewegende delen gaan soepel maar zitten niet té losjes. 
  • Shift en Tilt zijn behoorlijk ruim zodat ze ook goed bruikbaar zijn, dat is bij sommige andere versies minder goed geregeld. Maximale Shift is 12mm, maximale tilt 7.5 graden.
  • De tilt-rotator heeft een aantal 'kliks' (op 30 en 60 graden) die helpen in de dagelijkse praktijk. Natuurlijk zijn 0 en 90 graden ook eenvoudig te vinden en gelukkig kan iedere andere positie ook worden gebruikt.

Negatief:

  • Het voorste lenselement is enorm bol en steekt ver uit (zie foto's hierboven). Daarmee is het kwetsbaar voor beschadigingen door stoten. Ik begrijp dat dit door het ontwerp komt (de 17mm van Canon heeft het ook) maar een objectief van bijna €4000 kan wel enige bescherming gebruiken. Dit levert bovendien in de praktijk nadelen op: tijdens een opdracht begon het licht te motregenen en deze druppels kwamen ook op de lens. Bij de 16-35mm is deze door de zonnekap beschermt. Bij schuin opvallende zon kan dit ook zichtbaar worden (lens flare), ondanks de coating.
  • Standaard is het niet mogelijk om filters te gebruiken door het hiervoor genoemde bolle frontelement. Dit is voor de landschapsfotografie een ramp. Gelukkig zijn er al partijen die een oplossing op de markt hebben gebracht, waaronder Lee.
  • De draaiknoppen waarmee tilt en shift worden bedient zijn niet ergonomisch, maar puur functioneel. Persoonlijk vind ik ze niet lekker werken. Het lijkt erop dat hier nog nooit aandacht voor is geweest, maar ik heb het vermoeden dat dit beter kan. Overigens geldt dit voor alle verkrijgbare lenzen van dit type, bij alle merken, maar helaas dus ook voor deze.
  • Wordt geleverd met een standaard zwart fluweelachtig zakje met trekkoord. Dat doet goedkoop aan, een mooi en tevens wat meer beschermend etui is hier op zijn plaats.
  • De shift-rotator heeft geen 'kliks'. Aan de hand van de schaalverdeling of de verschuiving van het voorste deel van de lens moet een beetje worden gegokt of deze op neutraal/0 staat.
  • De prijs, ik kan er niet omheen. De 17mm van Canon kost ruim €1600 minder dan deze Nikon 19mm. Het is een theoretisch vergelijk omdat ze niet uitwisselbaar zijn, maar het verschil is erg groot.
Een laatste observatie is dat bij een dergelijke groothoek lens de tiltfunctie wat ondergesneeuwd raakt: zelfs bij een groot diafragma is de scherptediepte al behoorlijk. Maar in voorkomende gevallen kan het natuurlijk gebruikt worden. Andersom geldt dat de shiftfunctie bij langere brandpuntsafstanden minder relevant wordt.

Conclusie: erg goed en erg duur.

  • Een prachtig objectief, optisch uitmuntend.
  • Prima bouwkwaliteit.
  • Wat armoedige uitrusting (lenszakje).
  • Onbeschermd frontelement.
  • Niet ergonomisch (zoals al dit soort objectieven).
  • Hoge prijs. 
Is het de hoge prijs waard?
Ja, indien het terugverdiend kan worden door meer geld voor opdrachten te vragen. Of om foto's te kunnen maken die zonder niet mogelijk zijn. En dan is er (van Nikon althans) geen alternatief.

Bedankt voor het lezen!

Robert van Brug
Eindhoven, januari 2018

zaterdag 13 januari 2018

Tilt&Shift objectieven - de tiltfunctie

In het eerste artikel over Tilt&Shift-objectieven ging het over de shiftfunctie. Nu ga ik in op de tiltfunctie. Ook in dit artikel zijn de Tilt&Shift-foto's gemaakt m.b.v. een DC Nikkor 19mm f/4E ED-objectief. Dank aan Nikon Nederland voor het mogen lenen.

Bij een reguliere camera met objectief bevinden het scherpstelvlak en de camerasensor zich te allen tijde op één lijn. Het gevolg is dat als een onderwerp zich niet parallel aan het scherpstelvlak bevindt, dat het niet helemaal scherp in beeld komt.

Voorbeeld:
1/60e sec, ISO 100, f/4
Deze saaie opname met het diafragma volledig geopend op f/4 laat zien dat de muur niet helemaal scherp in beeld is. De scherpte ligt duidelijk links in beeld en meer naar rechts neemt de onscherpte toe.

De klassieke oplossing is om te diafragmeren, d.w.z. het diafragma te verkleinen.
1/5e sec, ISO 100, f/16
Voor deze opname is het diafragma van f/4, via f/5,6 - f/8 - f/11, naar f/16 dichtgedraaid, 4 stops. Dat is fors en toch is het beeld aan de rechterzijde niet helemaal scherp. Wel een stuk scherper dan bij f/4. Als het toch scherper moet, dan kan er natuurlijk nog verder gediafragmeerd worden, maar dan zal er diffractie optreden. Bovendien wordt de sluitertijd zo lang dat uit de hand werken niet meer mogelijk is, of de ISO moet stevig omhoog wat weer ruis in de hand werkt.

Hier biedt de tiltfunctie van een Tilt&Shift-objectief uitkomst.
f/4, ISO 100, 1/60e sec.
Gemaakt met toepassing tiltfunctie
Bij deze foto, die niet nabewerkt is, is de muur van voor naar achter scherp in beeld en dat terwijl het diafragma maximaal open stond. Hoe werkt dit?

Hiervoor moeten we naar een stukje optica kijken, wat eerst beschreven is door de heer Scheimpflug


Scheimpflug ontdekte dat het scherptevlak kantelt als de optische as van het objectief niet meer loodrecht op het voorwerpsvlak staat. De wetmatigheid is dat het voorwerpsvlak (AB in onderstaande afbeelding), het vlak door het objectief (C) en het beeldvlak (scherptevlak) (A’B’) elkaar in één lijn snijden. Door hier gebruik van te maken kunnen scheve vlakke objecten toch van voor tot achter scherp afgebeeld worden (bron: wikipedia)

In bovenstaande tekening is de lijn AB het onderwerp (de muur in de foto daarboven), C het objectief en A'B' de sensor van de camera. Omdat het objectief en de de sensor redelijk dicht bij elkaar zitten hoeft het objectief maar een beetje gekanteld te worden (in de richting van de muur) om aan het Scheimpflug-principte te voldoen.

En dus kan een Tilt&Shift-objectief kantelen, wat er heel raar uitziet:
Lens met toepassing van maximale tilt (kanteling) naar boven
Het objectief kan deels gedraaid worden zodat het horizontaal of verticaal kan kantelen. En voor de echte creatieveling kan het ook op elke positie daartussen kantelen.

Eén toepassing heb ik nu al laten zien: een lang onderwerp dat schuin staat t.o.v. de camera toch van voor tot achter scherp in beeld krijgen. Dit wordt verkregen door horizontaal te kantelen, naar het onderwerp toe.
Er kan ook verticaal gekanteld worden. Als dit naar beneden gedaan wordt dan ontstaat een interessant scherpstelvlak evenwijdig aan de grond. M.a.w.: alles is van voor toch achter scherp. Het scherptediepte gebied is echter niet erg breed, dus als iets zich op enige afstand boven de grond bevindt dan is het al niet meer scherp. Hiervoor is dan de oplossing weer diafragmeren.

Een wellicht interessanter en in ieder geval creatievere toepassing is het naar boven kantelen van de lens en naar beneden toe fotograferen. Hierdoor ontstaat juist een extreem klein scherptegebied, wat lijkt op het beeld dat verkregen wordt met een macrolens van heel dichtbij. Dit wordt dan ook het miniatuureffect genoemd.
Uitzicht over Eindhoven met miniatuureffect
Uit de hand gemaakt, f/4, ISO 100
De auto's en gebouwen dichtbij zijn scherp, daar achter wordt alles wazig. Bovendien is er een shift down gebruikt zodat er meer van de voorgrond (die interessanter is dan de lucht) in beeld komt.

De mogelijkheden zijn eindeloos:
  • bij een mensenmassa iedereen in een beeld scherp in beeld krijgen (neerwaarts kantelen)
  • een miniatuur effect vanaf een hogere positie (opwaarts kantelen)
  • een onderwerp in de voorgrond en de achtergrond die in elkaars verlengde liggen beide in focus (zijwaarts kantelen)
  • een onderwerp in de voorgrond en de achtergrond die in niet elkaars verlengde liggen beide in focus (diagonaal kantelen)
  • enzovoort.
In de portretfotografie heeft dit ook een toepassing. Een model dat frontaal de lens in kijkt is niet altijd wat de fotograaf zoekt. Bij draaiing zal het ene oog scherper in beeld komen dan het andere, of er moet gediafragmeerd worden. Maar het kantelen van de lens is ook hier een oplossing, ideaal zeker in sitaties met weinig licht. Hiervoor is een 19mm groothoeklens natuurlijk niet geschikt dus ik kan hier geen voorbeelden tonen, maar er zijn ook Tilt&Shift-objectieven met een langer brandpunt, zoals 90mm. 
Daarnaast is er nog de productfotografie, waarbij een onderwerp van voor naar achter scherp in beeld gebracht moet worden en ook hiervoor biedt de tiltfunctie uitkomst.

Strijp-S, BMX-park
1/60e sec., f/4, ISO 100
In een volgend artikel zal ik de voor- en nadelen van de Nikon 19mm Tilt en Shift lens bespreken.

Bedankt voor het lezen!

Robert van Brug
Eindhoven, 2 januari 2018


zaterdag 6 januari 2018

Tilt & Shift objectieven - introductie en shiftfunctie uitgelegd

Bijna iedere fotograaf begint zijn of haar hobby met een instapcamera. Als de hobby bevalt neemt de behoefte aan betere apparatuur toe. Vaak komt er dan een spiegelreflexcamera, hoewel tegenwoordig ook de mirrorless camera's een goed alternatief zijn. Het prettige hiervan is dat er van objectief gewisseld kan worden. De vaak standaard geleverde 18-55mm kitlens op een cropsensor camera, of 24-85 o.i.d. op een full frame kunnen afgewisseld worden met iets anders. Al naar gelang de behoefte kan er een macrolens, een telelens, een groothoek of een primelens opgezet worden. Na enige tijd is de collectie compleet en heeft de fotograaf het idee er klaar voor te zijn: met de apparatuur kan alles, de enige beperking is de fotograaf zelf. En vaak klopt dit idee.

Maar niet altijd. Om dit uit te leggen ga ik naar iets wat een technische camera heet.
Korona Technische Camera
De meeste mensen kennen dit type camera uit films die zich voor 1950 afspelen. En dat klopt aardig: begin 20e eeuw is er druk geëxperimenteerd met 35mm film en vanaf 1932 is er een standaard 24x36mm film, de zgn. Leica-standaard. Het duurde een tijdje voordat de grote en logge camera's vervangen werden door de veel handzamere kleinbeeldcamera. De kwaliteit hiervan ging met sprongen vooruit en de grootbeeldcamera's verdwenen. Maar niet helemaal, ze worden namelijk nog steeds gebruikt.

Kijk maar eens goed naar bovenstaand plaatje: de lens is goed herkenbaar rechts en links is de cassette waar het negatief in moet. Daartussenin zit de balg, maar die zit in een bizarre hoek. Netjes zichtbaar op dit beeld is echter dat veel onderdelen verschoven konden worden. Zo is het rechterdeel omhoog geplaatst wat 'shift' wordt genoemd, en gedraaid om de horizontale as, wat 'swivel' heet. Als dat verdraaien om de verticale as gebeurd heet het 'tilt'. Bovendien kunnen de voor- en achterkant t.o.v. elkaar verschuiven wat vergelijkbaar is met zoomen op een moderne lens.

Op het in- of uitzoomen na, kan hier van alles mee wat met een moderne camera niet kan. Behalve met een Tilt&Shift objectief. En daar gaat dit artikel over: wat is het en waarvoor wordt het gebruikt?

Nikon D800E met PC Nikkor 19mm f/4E ED
Hier is zowel tilt als shift gebruikt, beide maximaal naar boven
Ik zal Tilt en Shift los van elkaar uitleggen, maar zoals hierboven al zichtbaar is kunnen deze twee ook gecombineerd worden.
Alle foto's die ik gebruik bij deze artikelen zijn gemaakt met de PC Nikkor 19mm f/4E ED.
Ik dank Nikon Nederland voor het aan mij uitlenen van dit objectief.

Shift functie


Voor het uitleggen van de Shift functie moet ik eerst de lichtcirkel behandelen. Alle objectieven zijn rond van vorm en toch zijn de foto's die we uiteindelijk maken nooit rond. Dit is uit praktische overwegingen: lenzen zijn beter rond te slijpen en film is makkelijker rond te maken. Ooit is voor 24 bij 36 mm (2:3) gekozen hoewel er ook andere verhoudingen zijn (4:5 bijvoorbeeld, of 1:1), maar nooit rond.

De lens creëert een cirkelvormig beeld richting de rechthoekige sensor

Een lens met een shiftfunctie heeft een veel grotere lichtcirkel waarbinnen geschoven kan worden. De bekendste toepassing is het fotograferen van hoge gebouwen. Zonder de shiftfunctie levert dit problemen op, een voorbeeld:

Philips hoofdkantoor aan het Amstelplein 3 in Amsterdam
22 verdiepingen hoog
De linker foto in dit voorbeeld is gemaakt door de camera omhoog te richten. Het effect dat hier goed zichtbaar is, is dat het gebouw achterover lijkt te vallen.
Op de middelste foto is dat effect in Photoshop Lightroom gecorrigeerd. Zoals is te zien verdwijnt daardoor wel informatie.
De rechterfoto is een uitsnede van de middelste. De foto is niets mis mee, maar er is rondom een boel informatie weggesneden. Wat nu als die ruimte er niet was geweest?
Dezelfde foto, nu met shift functie toegepast
Hier staat het gebouw netjes rechtop, de compositie bevat niet teveel voorgrond en de volledige resolutie van de sensor is gebruikt.

De werkwijze is als volgt:
  1. plaats camera op statief
  2. zet de camera waterpas zodat er geen vallende lijnen ontstaan
  3. bepaal bij benadering de compositie. Het gebouw past niet in beeld, dus het kan nog niet exact
  4. stel de belichting in in manual mode 
  5. Stel scherp in liveview, ver ingezoomd op het scherm
  6. pas de shift functie toe: draai het voorste deel van het objectief naar boven totdat het gebouw helemaal in beeld is en de compositie zoals gewenst
  7. Maak een opname
  8. Pas eventueel belichting aan
De lichtmeter kan van slag raken als de tilt- of de shiftfunctie gebruikt wordt, vandaar dat er zo gewerkt moet worden. 

Naarmate gebouwen hoger worden, of de fotograaf er dichterbij staat, wordt de perspectiefvertekening groter. Als de correctie in Photoshop gemaakt wordt levert dit dan een steeds smaller eindresultaat op met steeds minder pixels.

Rembrandt Tower
Amstelplein 1 - Amsterdam
35 verdiepingen hoog
De Rembrandt Tower is op korte afstand zonder een tilt-shiftlens niet goed te fotograferen en vanaf grotere afstand staan er altijd andere gebouwen bij op wat misschien niet de bedoeling is.

Panorama


Er is voor de shiftfunctie nog een interessante toepassing: een panorama maken. En waarbij normaal gesproken bij een panorama de camera altijd gedraaid wordt, blijft deze nu stilstaan en wordt alleen de lens verschoven. Dit kan zowel horizontaal als verticaal, maar ook diagonaal onder iedere gewenste hoek.

Een voorbeeld:
Horizontaal panorama m.b.v. shiftfunctie
Eindhoven, Strijp-S
Het totale beeld is even ver van de sensor verwijderd doordat de camera niet gedraaid is. Bij een regulier panorama gebeurd dat wel, wat verschillen in scherpte kan veroorzaken waardoor het resultaat minder goed kan worden.

Zoals gezegd kan het verschuiven of shiften horizontaal, verticaal en diagonaal. Deze effecten kunnen ook gecombineerd worden:

Panorama samengesteld uit 7 foto's
Ik heb hiervoor dezelfde drie foto's als bij het vorige voorbeeld gebruikt, aangevuld met een foto aan de onderkant, aan de bovenkant, schuin links naar boven en schuin rechts naar boven, onder een andere hoek. Het resultaat is ruim 120 megapixel groot en dan heb ik links- en rechtsonder nog niet eens meegenomen. Het begint al aardig op een (licht)cirkel te lijken en daarmee kom ik netjes terug op het begin van dit artikel.

Het zal inmiddels door de voorbeelden duidelijk zijn geworden: voor architectuurfotografie is dit type objectief onmisbaar. Dat geldt voor de shiftfunctie, maar ook voor de tiltfunctie.

Het volgende artikel zal de tiltfunctie uitleggen. 

Bedankt voor het lezen!

Robert van Brug
Eindhoven, 2 januari 2018.

maandag 16 mei 2016

Werken met een Fisheye

Dit artikel behandelt het werken met een fisheye lens, een extreem soort objectief voor als de beeldhoek bij een groothoek niet groot genoeg is. 

Ik gebruik hiervoor een stuk meer om de voor- en nadelen uit te leggen. Dat doe ik omdat een muur bestaat uit strakke horizontale en verticale lijnen waardoor lensvervormingen direct opvallen:
Links zonder lenscorrectie, rechts met correctie.
Alle foto's gemaakt met Nikon D600, ISO100, f/8
De muur is gefotografeerd van korte afstand, ongeveer 40 cm tot de sensor. Alle foto's zijn gemaakt vanaf statief waarbij de camerabody waterpas stond en recht op de muur gericht.

De foto's gemaakt met 70, 50 en 35mm hebben eigenlijk geen lensvertekening. Maar op de 24mm foto is er kussenvormige vertekening zichtbaar, de muur lijkt in het midden naar de kijker toe te komen. 24mm is voor velen de meest extreme groothoek die beschikbaar is. Als vastgoedfotograaf heb ik bijna altijd een grotere beeldhoek nodig, waarvoor ik mijn 16-35mm f/4 gebruik. Hierboven is zichtbaar dat op 16mm de lensvertekening aanzienlijk is, maar ook dat na correctie hiervan het beeld weer netjes rechte lijnen vertoond.

Dan de fisheye. Ik gebruik een Samyang 12mm f/2.8 ED AS NCS Fisheye. De beeldhoek hiervan is gigantisch zoals hierboven zichtbaar is: ondanks dat de camera dichtbij de muur staat, staat deze er bijna helemaal op. De beeldhoek is enorm, maar dat geldt ook voor de lensvertekening! Het beeld na correctie is ook niet meer het hele beeld maar een uitsnede.

Ondanks de heftige correctie om weer rechte lijnen te krijgen en het snijverlies dat deze correctie veroorzaakt is het resultaat een veel weidser beeld dan met de 16mm.

Een muur is natuurlijk een saai onderwerp, laten we een keuken bekijken:

Keuken op resp. 26, 16 en 12 mm, alle met lensvertekening gecorrigeerd.
Alle foto's met Nikon D600 gemaakt
Hier wordt nogmaals duidelijk dat voor het vastleggen van een interieur 24mm niet bruikbaar is. Bij 16mm komt er aanzienlijk meer in beeld en heeft de kijker een redelijk beeld hoe een ruimte is. De 3e foto, gemaakt met de Fisheye, is hier slechts gedeeltelijk met correctie van de lensvertekening. Dit maakt ook duidelijk dat snijverlies onvermijdelijk is. 
De onderste foto tenslotte is een verdere correctie. Hierdoor treedt wel een aanzienlijke vertekening op aan de zijkanten, maar het geeft het meeste overzicht van de situatie.

Het enige alternatief voor een fisheye objectief is een panorama maken van een aantal beelden en deze aan elkaar plakken. Dan zou het lukken om zonder een dergelijke vertekening te werken. Dit is in de praktijk echter ongebruikelijk omdat er daarbij veel meer beelden nodig zijn en het werkt alleen als alles in beeld stilstaat. Het kan wel, maar gaat te ver voor dit artikel.

Tot nu toe heb ik gekeken naar beeldhoek en vervorming. En naar de mogelijkheid de vervorming te herstellen in de nabewerking. Dit is allemaal in orde. 
Nog onaangeroerd is de vignettering: het beeld van de fisheye is aanzienlijk donkerder naar de randen toe. Ook dit laat zich echter in de nabewerking goed herstellen. Daarnaast leveren eigenlijk al deze objectieven chromatische aberraties op: lelijke groene en paarse artefacten langs de randen. Ook deze zijn echter goed te herstellen met een druk op de knop. De scherpte tenslotte, laten we daar nog even naar kijken:

Muurfoto met de Fisheye, geen lenscorrectie, detail uit het midden van het beeld.
Deze uitsnede uit het midden van het beeld bevat veel detailinformatie, de scherpte is prima.

Conclusie: als een groothoekobjectief niet genoeg beeldhoek levert kan een fisheye-objectief uitkomst brengen. Het werken met een dergelijk stuk gereedschap vereist enige oefening: de beeldhoek is zo groot dat het uitkijken is geblazen om de eigen voeten er niet op te krijgen, zeker in portretstand. Bovendien zijn het objectieven die handmatig scherpgesteld moeten worden. Dat is wennen voor de moderne fotograaf die aan autofocus gewend is. Tenslotte de nabewerking: het beeld dat gemaakt wordt is zo vervormd dat er stevige correcties nodig zijn. Maar dan is er ook een weids beeld mogelijk dat op andere wijze niet realiseerbaar is.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug


zaterdag 14 november 2015

ISO-invariantie, ETTR en praktische implicaties

Er is al veel geschreven over ISO, heel veel. Iedere fotograaf heeft er wel het een en ander over gelezen. Zoals hier waar ik redelijk basic beschrijf wat het is en welke plaats ISO in de belichtingsdriehoek inneemt. Later heb ik er meer in detail over geschreven en daar ook het concept van ETTR behandeld.

Een samenvatting:
  • ISO completeert de belichtingsdriehoek. Het diafragma bepaalt hoe groot de opening in de lens is (en daarmee de scherptediepte). Sluitertijd bepaalt hoe lang de sluiter geopend is. ISO is de lichtgevoeligheid.
  • Een lagere ISO, liefst de basiswaarde van 100 of 200 op een DSLR, geeft de beste resultaten, d.w.z. de minste ruis.
  • Ruis wordt niet veroorzaakt door een hoge ISO-waarde. Ruis wordt veroorzaakt door de afwezigheid van licht. In schaduwdelen van een foto is ruis te verwachten. Zelfs in opnames bij hele hoge ISO zal in de lichte delen amper ruis aangetroffen worden.
  • Indien (delen van) het onderwerp zich in de schaduw bevinden en hier toch detail zichtbaar moet blijven, is het verstandig om over te belichten, zonder uitgebeten wit in de lichte delen van de foto te krijgen. Dit principe heet ETTR, Expose To The Right. In de nabewerking wordt de overbelichte foto softwarematig onderbelicht en wordt een juiste belichting verkregen van hogere kwaliteit. ETTR vindt plaats door het diafragma zoveel mogelijk te open te zetten en/of de sluitertijd te verlengen. ISO verhogen is de laatste stap in dit proces.
Conclusies omtrent ISO:
  1. gebruik bij voorkeur een lage ISO waarde, maar:
  2. liever een hoge ISO waarde dan een bewogen opname, en:
  3. liever een hoge ISO waarde dan een onderbelichte opname.
Daar was ik gebleven toen de term ISO-invariantie viel. In eerste instantie kwam ik het tegen in een kort artikel waarin geclaimd werd dat er nu camera's zijn die zo goed presteren bij hoge iso-waarden, dat het verschil tussen een hoge en lage waarde niet meer zichtbaar is. 
Dit leek mij onzin. Ik heb een behoorlijk aantal professionele camera's in handen gehad en het verschil tussen hoge en lage ISO is altijd zichtbaar. De verschillen worden wel steeds kleiner, maar ze zijn er nog wel degelijk. Tijd om hier eens in te duiken, want het duikt op steeds meer plaatsen  op.

Achtergrond:

Ik heb een flink aantal artikelen doorgespit voordat ik begreep wat het het is en vooral wanneer ik dit zou kunnen toepassen. Met name DPReview had twee artikelen die diep op de materie ingingen. Voor de geïnteresseerden, hier het eerste artikel over soorten ruis en hier het vervolg artikel waar de toepasbaarheid wordt toegelicht. Ik zal het samenvatten, inclusief praktische implicaties:

Maak optimaal gebruik van licht:

  • Licht komt niet perfect gelijkmatig binnen in de camera, er zit een zekere spreiding in. Bij opnames met weinig licht (schaduw, korte sluitertijd, klein diafragma), worden de pixels door een beperkt aantal fotonen geraakt. Er zal op veel pixels te weinig licht binnenkomen om boven de ruisdrempel (EN: noise floor) te komen. Gevolg is dat voor deze pixels alleen de  ruis wordt doorgegeven in de rest van het proces en niet het licht.
  • Delen van de foto met meer licht worden daarom beter geregistreerd: de camera heeft een bepaalde hoeveelheid licht nodig om er iets mee te kunnen. Oplossing is dan ook licht toevoegen aan de opname. Dit kan door het diafragma verder te openen, de sluitertijd te verlengen of door een externe lichtbron (flitser/reflectiescherm/lamp) toe te voegen. NIET door de ISO te verhogen, want hierdoor raken niet meer fotonen de pixels. 
  • Dit is ook exact de reden om Expose To The Right (ETTR) toe te passen: er wordt langer belicht (door langere sluitertijd/groter diafragma) waardoor alle pixels meer licht vangen. Hierdoor wordt de signaal/ruisverhouding beter. 
  • Omgekeerd, als een opname onderbelicht zou worden zijn er meer delen waar het signaal (de fotonen) niet meer boven de ruisdrempel uitkomt. Dit uit zich in meer zichtbare ruis.
  • Een foto die te donker is naar de smaak van de fotograaf zal in de nabewerking lichter worden gemaakt. Hierdoor wordt softwarematig het signaal versterkt, maar ook de ruis. Nabewerking kan wat dat betreft een foto nooit beter maken, alleen slechter. Omgekeerd kan een overbelichte foto (met minder ruis) wel probleemloos donkerder worden gemaakt. Zolang er maar geen uitgebeten wit (geen informatie meer) in de foto zit. ETTR is naar rechts belichten, op de grens van het histogram, maar niet over de grens heen.
  • Als de ISO-instelling verhoogd wordt zal het signaal dat op de sensor is terechtgekomen softwarematig versterkt in een RAW-bestand opgeslagen worden. Dit betekent dat donkere partijen (met een slechte signaal/ruisverhouding) versterkt worden en hele lichte partijen buiten de boot gaan vallen, ze worden té licht. Dit heet clipping en is het histogram goed zichtbaar als een berg informatie aan de rechterzijde. Naarmate de ISO-waarde verder verhoogd wordt zal meer informatie op deze wijze verloren gaan. Dit is de reden dat er minder dynamisch bereik is bij hogere ISO-waarden. Zonde, zeker als bedacht wordt dat deze informatie wel door de sensor is waargenomen.
  • Meer licht is de oplossing voor ruis. Naast langere sluitertijden en een groter diafragma is er nog een oplossing en dat is een grotere sensor. Bij gelijke omstandigheden (sluitertijd, diafragma) vangt een Full Frame sensor twee keer de hoeveelheid licht als een APS-C sensor. En vier keer zoveel als een Micro Four Thirds-sensor. En ongeveer 100x zoveel als op mijn smartphone camera. Dit verklaart waarom Full Frame camera's een groter dynamisch bereik hebben. En ook waarom het zo lastig is om in een restaurant/kroeg een sfeervolle foto te maken met een smartphone. De laatste jaren wordt op dit terrein forse vooruitgang geboekt. Modernere sensoren presteren steeds beter, wat wil zeggen dat de ruisdrempel lager wordt. Ondanks dat fabrikanten nog steeds meer pixels op hetzelfde oppervlak (sensor) persen. Het vergelijk met een grotere sensor dient gemaakt te worden tussen camera's van dezelfde generatie.
  • Als een fotograaf besluit om in JPEG opnames te maken, dan gooit hij/zij daarmee een flink stuk (een aantal hele stops) van het dynamisch bereik van de sensor weg. Ik ga ervan uit dat wie tot hier gevorderd is in het lezen van deze droge kost in RAW werkt. 
  • ETTR werkt amper in JPEG, in RAW levert het een bestand op dat de best mogelijke signaal/ruisverhouding heeft en daarmee de meeste flexibiliteit biedt.

Maak optimaal gebruik van de werking van ruis in een camera:

  • Indien de ISO instellingen verhoogd worden, dan wordt de shot noise (ruis die veroorzaakt wordt door de spreiding van licht), en de 'upstream read noise' (de ruis komend van de ruisdrempel van de sensor) versterkt. Bij de basiswaarde (meestal 100 of 200 op DSLR's) vindt er geen versterking plaats. Bij ISO 800 wordt het signaal en de daarbij behorende ruis al 8x versterkt (t.o.v. ISO 100). ISO 3200 zelfs 32x. Deze ruis zal steeds zichtbaarder worden naarmate de ISO-waarden opgekrikt worden.
  • Naast deze soorten ruis bestaat er ook nog 'downstream shot noise', veroorzaakt voornamelijk door elektronische versterking van het signaal, d.w.z. door de ISO te verhogen. Dus naast de hiervoor genoemde versterking van 'shot noise' en 'upstream read noise' wordt er door de ISO te verhogen nog meer ruis toegevoegd. Dit is belangrijk!
  • Niet alle camera's hebben evenveel last van 'downstream shot noise'. Sommige (vaak duurdere) modellen gaan hier beter mee om. Als op een dergelijke camera de ISO-waarde verhoogd wordt resulteert dit nauwelijks in meer ruis. In ieder geval zal deze ruis wegvallen tegen de toegenomen ook aanwezige andere ruis. Op deze camera's is het verstandig om de ISO laag te houden. Zo wordt er nauwelijks ruis toegevoegd en van een maximaal dynamisch bereik gebruikgemaakt. Er wordt dan bewust een te donker beeld vastgelegd, dat in de nabewerking naar smaak lichter gemaakt zal worden. Veelal betekent dit de donkere en middenpartijen lichter maken en de lichtere partijen zo laten. 
  • Er zijn ook camera's die hier minder goed mee omgaan. Deze hebben veel meer last van 'downstream read noise' en hier werkt het andersom. Op lage ISO werken en dit later opkrikken zou betekenen dat de 'downstream read noise' enorm opgeblazen wordt. De ISO-waarde zelf verhogen werkt hier gunstiger, hiermee wordt alle informatie versterkt tot boven het niveau van de 'downstream read noise'. Dit resulteert hier in een beter beeld.
  • Camera's met veel 'downstream read noise' heten ISO-variant. Hebben zij dit niet dan zijn ze ISO-invariant. 
De vraag is natuurlijk hoe dit getest kan worden en wat de implicaties zijn.

ISO-invariantie test

De test die ik het meest ben tegengekomen werkt betrekkelijk eenvoudig: maak een juist belichte opname op hoge ISO (vaak wordt 6400 gebruikt), en ga vervolgens bij gelijkblijvende sluitertijd en diafragma-instellingen de iso iedere keer halveren. Het resultaat is een serie opnames die steeds donkerder wordt. Deze worden in nabewerking weer lichter gemaakt naar het niveau van de initiële opname (ISO3200 wordt een stop lichter, ISO1600 twee stops, enzovoort). Ga zo door tot aan de basiswaarde van de camera.

ISO-invariantie test Nikon D600
ISO 6400 t/m ISO 50.
Met alle voorgaande theorie kan dit plaatje beter bestudeerd worden. De opnames op lagere ISO gemaakt hebben ruis die onstaat door de ISO te verhogen (downstream shot noise). Maar de aanwezige overige vormen van ruis ('shot noise' en 'upstream read noise') worden versterkt in de nabewerking.
De opnames op ISO 100 en 50 zien er minder clean uit dan de overige. Dit zijn dan ook de meest extreme voorbeelden met resp. 6 en 7 stops lichter maken in Photoshop. ISO 200 ziet er op 100% niet goed uit. ISO 400 vind ik bruikbaar. De theorie zegt dat ik beter op ISO 400 een opname kan maken en die achteraf selectief lichter kan maken, terwijl ik eigenlijk denk 6400 nodig te hebben. Ik heb aanzienlijk meer dynamisch bereik om mee te werken (met name in de lichte partijen) en het eindresultaat zal minder ruis bevatten. ISO 400 lijkt de grens. Daaronder werken is niet zinvol, dan kan beter de ISO verhoogd worden naar 400.

Nadeel is wel dat de foto op het scherm van de camera veel te donker oogt wat het lastig maakt om de compositie te beoordelen. Maar stel dat het een statisch onderwerp is, dan kan er een testfoto op hoge ISO gemaakt worden, waarna naar de grenswaarde teruggegaan wordt voor de echte opname.

Tot zover alles wat ik in internetfora ben tegengekomen.
ISO-invariantie test Nikon D600
ISO 6400 t/m ISO 50
100% crops
Ik heb dezelfde foto's als hierboven nogmaals kritisch bekeken op 100%. Ik kom nu tot een andere conclusie, namelijk dat mijn camera ISO-invariant is vanaf ISO 1600. De uitsnedes op 800 en 400 ISO vind ik dermate veel slechter dat ik de grens opschuif. Dit geldt alleen in het geval er geen verkleining van het beeld achteraf plaats mag vinden. Is het een foto voor op social media, in een beperkte resolutie, dan kan ISO 400 ook prima. Is het einddoel een hele grote afdruk, dan ligt de grens bij 1600.

Een dergelijke test kan iedereen thuis uitvoeren. Het is fijn te weten waar de grens van de camera ligt.

Praktische toepassingen

Ik wist al dat ik op mijn D600 niet boven de ISO 3200 wilde werken omdat er dan teveel ruis ontstaat, nu heb ik geleerd dat dat ook niet hoeft omdat als ik op ISO 1600 werk (met te donkere beelden) ik dan uiteindelijk een betere resultaat heb. Dit is heel prettig te weten.
Bij oudere camera's, ik moet het nog testen voor mijn good-old D90, zal dat niet zo mooi uitkomen. Ik moet daarbij niet boven de ISO 400 werken en de iso-invariantie verwacht ik dat die vrijwel afwezig is. Bovendien is ISO 3200 de hoogst instelbare waarde (ISO 6400 alleen via Hi 1). Dat zou betekenen dat er vrijwel geen speelruimte is (alleen ISO100-400) en iso-invariantie is niet van toepassing.

Ik kan me levendig voorstellen dat dit een verwarrend verhaal is. Het is lang en gaat vrij diep op de materie in. Bovendien lijkt het soms tegenstrijdig te zijn, daarom een samenvatting:

  • Werk in RAW voor het beste resultaat
  • Full Frame camera's presteren per definitie beter dan die met een kleinere sensor
  • Nieuwere camera's doen het bijna altijd beter dan oudere
  • Meer licht resulteert in minder ruis. ETTR is de meest praktische methode voor minder ruis. Meer licht dient bereikt te worden door de sluitertijd te verlagen en/of het diafragma verder te openen.
  • Het is niet altijd verstandig om de ISO-instelling verder op te schroeven. Er is een grens waarbij het een beter resultaat oplevert door op een lagere ISO-instelling een te donker beeld te maken en dit in de nabewerking te corrigeren. Dit is de ISO-invariantiegrens.
  • In het geval van een bewegend onderwerp wordt het lastiger: 
    • Bij ETTR wordt hier al tegenaan gelopen: als het maximale diafragma al bereikt is en de sluitertijd wordt te lang om het onderwerp te bevriezen dan wordt ETTR lastig. Nu is de enige optie namelijk om de ISO-instelling te verhogen. Het is te hopen dat er niet voorbij de grens van 'hoogst bruikbare iso' gegaan wordt.
    • Als er een hogere ISO nodig blijkt dan de ISO-invariantiegrens, dan kan beter de camera op deze grenswaarde ingesteld worden, hetgeen resulteert in een te donker beeld, dat dan weer opgelicht zal gaan worden tijdens de nabewerking.
    • Indien het maximale diafragma al gebruikt wordt en de ISO-invariantiegrens is bereikt en nog zijn de sluitertijden te lang, dan blijft over:
      • gebruik een lichtsterker objectief
      • ga pannen, deels bewogen beelden voegen vaak dynamiek toe aan een beeld
      • voeg extern licht toe, bijvoorbeeld een flitser
      • schroef de ISO toch verder op: beter ruis dan een bewogen opname
  • Voor de volledigheid: bij een statisch onderwerp is het altijd het beste (vanuit ruis-standpunt) om de basiswaarde te gebruiken. Dit kan resulteren in het moeten gebruiken van een statief vanwege lange sluitertijden.

Glow 2015, Inside Out: De Kathedraal
ISO 100, f/8, 15 sec.
De basiswaarden van ISO 100 (bij diafragma f/8) resulteerde in een belichting van 15 seconden. Zonder statief is dat niet mogelijk. Het beeld is echter wel zonder zichtbare ruis.

Glow 2015
ISO 1600, f/4, 0.6 sec. vanaf statief
Dit is een opname van een continue veranderend beeld. Een veel kortere sluitertijd is hier nodig, vandaar de 0.6 seconden. Toch is dit beeld niet optimaal, ik had ook nog op ISO 800 kunnen werken, want nu heb ik de foto in de nabewerking donkerder moeten maken. ISO 800 had dat opgelost en tegelijkertijd een ruimer dynamische bereik betekent en daarmee een betere foto. Het diafragma had ook nog naar f/2.8 gekund, maar daar heb ik uit creatief oogpunt bewust niet voor gekozen.

Vechtende nijlpaarden, Zambia, Oktober 2014
ISO 6400, f/2.8, 1/50e, uit de hand
Nikon D600 met 300 mm f/2.8, VR aan
Met wat ik nu weet, had bovenstaande foto beter gekund. Ik had achteraf beter kunnen kiezen voor ISO 1600 bij dezelfde instellingen en dan in nabewerking lichter maken. Of ISO 3200 en 1/100e seconde i.p.v. 1/50e (of zelfs 1/200e bij ISO6400): ik heb nu veel opnames moeten wissen vanwege bewegingsonscherpte.

Nou, dat maakt een eind aan een van de lastigste en langste artikelen die ik geschreven heb. Bedankt voor  het lezen. Zijn er vragen, stel ze gerust, graag zelfs.

Robert van Brug


Een paar van de camera's die anno 2015 als volledig ISO-invariant worden beschouwd, gebaseerd op dit artikel:

  • Nikon D810, D750, D5500, D7100
  • Sony a7RII
  • Fuji XT1, X100, XE1

ISO-variante camera's anno 2015:

  • Canon 5DMKIII, 6D, 60D, 70D, 7D


Een paar van de gebruikte definities:
  • De spreiding van licht wordt 'shot noise' genoemd. 
  • Alles wat daarna aan ruis ontstaat is 'electronic noise'. 
  • 'Upstream read noise' wordt veroorzaakt door de ruisdrempel (EN: noise floor) van de pixel/sensor. 
  • 'Downstream read noise' wordt veroorzaakt door softwarematige versterking van het signaal (ISO verhogen) en andere componenten in de camera, zoals bijvoorbeeld de analoog/digitaal converter (ADC).

dinsdag 4 augustus 2015

Nieuwe 24-70 mm f/2.8 lens van Nikon

Dit artikel komt voort uit ongeloof. Wat is er aan de hand?

Nikon brengt al jaren goede objectieven op de markt onder de merknaam Nikkor. In het begin van het bestaan van Canon maakte Nikon zelfs de objectieven voor Canon. Zeer recentelijk is de mijlpaal van het 95 miljoenste objectief gevierd. Vele enthousiaste amateurs en professionals maken gebruik van Nikkors.

Sinds enige jaren heeft Nikon een stel lenzen die bekend zijn geworden onder de naam 'heilige drie-eenheid", bestaande uit de 14-24mm, de 24-70mm en de 70-200mm, allemaal in f/2.8, dat spreekt vanzelf. De 24-70 is veruit het meest gebruikte pro-objectief van Nikon. En nu gaat dit objectief vervangen worden, dat is groot nieuws in de Nikon-wereld!

Vandaag is het persbericht de wereld ingegaan en zijn vele details bekend geworden.

Beide 24-70mm f/2.8's van Nikkor.
LINKS de nieuwe!
Wat blijkt: het nieuw objectief is langer (154,5 versus 133 mm), dikker (88 versus 83 mm; wat betekent dat er een andere filtermaat op moet: 82mm i.p.v. 77mm) en zwaarder (1070 versus 900 gram). Voor alle duidelijkheid: de oude versie is groot en zwaar. Maar wel steengoed.
De verklaring moet gezocht worden in een compleet herontwerp. Er zijn meer lenzen in meer groepen gebruikt (20 elementen in 16 groepen versus 15 elementen in 11 groepen). Er is een krachtige VR toegevoegd, wat toe te juichen is: dit ontbrak op de oude. Vanzelfsprekend gaat dit gepaard met meer onderdelen en dus meer gewicht. De AF is verbeterd en Nikon claimt nu een anderhalf keer snellere focus dan op de oude versie. De coatings zijn verbeterd. Tenslotte is het diafragma nu electronisch (vandaar de E in de typenaam achter de maximale diafragma-aanduiding). 

Het klinkt allemaal prima, maar het oude objectief is nagenoeg perfect. Ik heb er nog nooit iemand over horen klagen en gebruik het zelf met heel veel plezier. Als ik er een nadeel van moet noemen is het dat het groot en zwaar is. En prijzig. 

En dat is de reden van dit artikel. Prijzen bij www.cameranu.nl (stand van 4 augustus 2015):
  • 24-70mm versie I: 1579€ (op voorraad)
  • 24-70mm versieII: 2495€ (pre-order)
Ik realiseer me dat de laatste een adviesprijs is, maar het verschil in prijs is gigantisch! Ik vraag me serieus af wie de overstap gaat maken voor dit geld. Ik zie echt niet veel voordelen en ongeveer 900 nadelen. Het wachten is op de eerste testen door gebruikers en scores van DxO-mark en andere.

Overigens heeft Canon in 2012 zijn tegenhanger, de 24-70mm f/2.8L vervangen door de versie II. Deze kostte bij introductie ook rond de 2500€ en is nu voor minder dan 1800€ te koop (peildatum september 2015). Daarmee valt het prijsverschil na een paar jaar alweer wat mee. De enthousiaste snelle overstapper betaalt hier de hoofdprijs. Ook de Canon is van 77 naar 82mm diameter gegaan trouwens.

Graag jullie reacties!

Robert van Brug

dinsdag 12 mei 2015

Vogelfotografie: 10 redenen om een foto niet mooi te vinden

Recentelijk heb ik een aantal keer in een vogelhut gezeten om vogels op zo mooi mogelijke wijze vast te kunnen leggen. Het grote voordeel van een hut is dat de omstandigheden optimaal zijn voor het maken van mooie foto's: aantrekkelijke soorten, laag standpunt en vogels komen op slechts een paar meter afstand. Toch lukken zeker niet alle foto's die in een dergelijke hut gemaakt worden. De kleine vogels zijn extreem beweeglijk waardoor de pose vaak niet mooi of interessant is. Door veel foto's te maken is dit deels op te lossen. Door te werken met een telelens is de scherptediepte heel beperkt, wat gecombineerd met de beweeglijkheid veel foto's doet mislukken. In dit artikel bespreek ik een aantal foto's die ik allemaal in dezelfde hut heb gemaakt op 1 dag en waarom deze niet goed genoeg zijn. En dat afgezien van belichting en compositie.

Ter illustratie: na een bezoek aan een vogelhut had ik laatst 1500 opnames gemaakt. Dit artikel geeft aan wat ik gebruik om een vrij snelle selectie te maken uit deze berg.

Alle foto's zijn gemaakt met een Nikon D600 met 300 mm f/2.8-objectief vanaf statief, soms met een teleconverter.

1. Bewegingsonscherpte

Er zijn verschillende soorten onscherpte, dit is bewegingsonscherpte veroorzaakt doordat de Appelvink snel bewoog.

2. Niet de juiste instellingen gebruikt
Dit is een ander typisch voorbeeld. Net op het moment dat je een foto wil maken van de Appelvink die mooi op dat takje zit, vliegt hij weg. Die foto mislukt vaak omdat de sluitertijd te lang is. In het voorbeeld hierboven is 1/320e seconde gebruikt (bij f/2.8, iso 200) en dat had zeker 1/1000e moeten zijn. Door de ISO naar 800 te verhogen had dat gekund. Het punt is dat hier bewust over nagedacht moet worden: wat wil je vastleggen en welke instellingen passen daar bij?

3. De vogel staat er niet helemaal op
Deze foto is ook nog bewogen (ik was de Gaai drinkend aan het fotograferen toen deze opvloog), maar het gaat er hier om dat de vleugelpunt ontbreekt op de foto.

4. Aangeboden voer zichtbaar
De Appelvink is een prachtige verschijning en hier zat hij extreem dichtbij met ook nog een rustige achtergrond. Helaas knaagde hij net wat lokvoer weg. Dit ziet er niet uit!

Hier hetzelfde probleem. En niet alleen heeft de Gaai een nootje in de snavel, maar er is op het stammetje ook voer zichtbaar. Let hier op.

5. Reflectie niet helemaal zichtbaar.
Dan staat de vogel er zelf helemaal op, maar de reflectie niet, zonde. Soms kan dit gered worden van de prullenbak door dan de reflectie er maar af te snijden. Hier vond ik dat niet de moeite waard omdat de pose niet bijzonder is en de achtergrond erg onrustig. Maar mocht dit nou de enige foto zijn die ik van een bepaalde soort heb, dan is dat de redding.

6. Geen mooi standpunt

Deze foto is van onderaf genomen en dat is duidelijk zichtbaar. Dat gebeurt ook als een fotograaf in het bos gaat rondlopen en foto's gaat maken van de aanwezige vogels op de takken. Het is niet mooi, op ooghoogte is veel aantrekkelijker.
Aan de andere kant is ook een foto van een vogel op de grond, vanuit een hoger standpunt genomen, ook niet fraai.

7. Hard licht
Hard licht zorgt voor scherpe contrasten. Het dynamisch bereik van de camera is niet groot genoeg om hier zowel de donkere als de lichte partijen vast te leggen. Doordat de opname in RAW is gemaakt kan er nog heel veel gered worden, maar het punt is dat het een prettiger beeld oplevert als de contrasten minder sterk zijn. Fotografeer daarom bij voorkeur bij sluierbewolking.
Als de zon echter net die ene dat dat je in zo'n hutje zit volop schijnt dan zul je het ermee moeten doen. Werk dan in ieder geval in RAW en probeer de vogels vast te leggen als ze in de schaduw zitten.

8. Geen ogen zichtbaar
De vogel kijkt hier weg van de camera, de ogen zijn niet zichtbaar. Dat is nagenoeg altijd reden de foto weg te gooien. En dat terwijl het een mooi beestje is op een prima plek met een fraaie achtergrond. Maar zo werkt de foto niet.

9. Er staat iets voor
Een takje blokkeert het zicht op de Boomklever. Deze kan ook weg.  Bovendien is deze ook nog aan het eten, zie punt 4.
In het verlengde van dit punt kan er zich ook iets naast of achter de vogel bevinden. Dan is de vogel wel goed in beeld, maar het plaatje is toch minder aantrekkelijk.

10. Etensresten zichtbaar
Spechten zijn gek op vet. Nadeel hiervan is dat het enorm blijft plakken waardoor ze op alle foto's met vieze snavels staan, duidelijk afkomstig van lokvoer.
Maar deze foto heeft veel sterke punten wat het de moeite waard maakt er wat meer tijd in te steken:

  1. Mooi licht. Vogel zit in zacht licht/in de schaduw
  2. Ruimte in de kijkrichting. Dit heb ik nog niet behandeld, maar de vogel kijkt naar rechts en daar is in de foto ook ruimte, hij kijkt niet tegen de rand aan. Dat vindt men doorgaans aantrekkelijk.
  3. Boterzachte bokeh. Deze komt extra mooi uit omdat daar ook zon opstaat.
  4. Aantrekkelijke ondergrond. Een met mos begroeid takje doet het altijd goed.

Bewerken in Photoshop levert dit op:
Ik heb 4 dingen aangepakt:

  1. Met het kloonstempel heb ik de snavel schoongemaakt.
  2. Het oog heb ik iets lichter gemaakt 
  3. De achtergrond heb ik een tikkeltje zachter gemaakt d.m.v. Gaussiaans vervagen (Gaussian Blur)
  4. In de achtergrond boven zijn kop zit in het origineel een witte vlek. Deze stoorde mij. M.b.v. Content-aware Opvullen (Fill) dit weggehaald.

Als deze 10 punten voorkomen worden is het nog geen mooie vogelfoto! Compositie en belichting komen ook nog om de hoek kijken. En de scherpte moet op het juiste deel van de vogel liggen, nl. het oog. En dan zijn we er nog niet. Als aan deze zaken voldaan wordt kan het resultaat een saaie foto zijn. Dat was ook niet in de insteek van dit artikel, ik heb hier 10 dingen genoemd die ik als selectiecriteria gebruik. In deze fase sneuvelt doorgaans 75% van de foto's. In de fase erna selecteer ik dan welke beelden ik echt de moeite waard vindt en die ga ik nabewerken.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

zaterdag 21 februari 2015

Sensorreiniging bij Chipclean

Ik ben onlangs bij Chipclean geweest. Chipclean is een gespecialiseerd bedrijf gevestigd in Heumen, onder Nijmegen, waar camerasensoren gereinigd kunnen laten worden.

Het is voor veel fotografen een terugkerend probleem: sensorvlekken. Deze zijn vooral zichtbaar in blauwe luchten. Ook neemt de kans op zichtbare problemen toe bij een kleiner diafragma. Typisch is landschapsfotografie daarom een zwaar getroffen soort fotografie.

Al enige jaren maak ik zelf mijn sensoren schoon, zoals ook al eens hier voorbij is gekomen. De laatste tijd echter bleken er wat hardnekkige vlekken op mijn sensor te zitten die ik er niet af kreeg. En laat ik nu net de laatste tijd wat vaker landschappen vastleggen!

Zodoende een afspraak gemaakt bij Chipclean. Eigenaar Ton Niessing heeft jaren in cleanrooms gewerkt en weet waar hij het over heeft.

De 'vooraf' foto
Ton maakt altijd eerst een foto om te kijken hoe erg het probleem is. Op mijn 'vooraf'-foto zijn een aantal problemen zichtbaar (door mij met rood omcirkeld en van letters voorzien):
A is wat residu dat is achtergebleven nadat ik zelf de sensor heb geprobeerd te reinigen.
B zijn wat vlekjes die op een andere manier zijn ontstaan. Hierover later meer.
C is een kras in de coating die over de sensor zit. Erboven loopt er nog een. Deze zijn door mij als gebruiker veroorzaakt, waarschijnlijk door te handhandig schoon te maken. Zolang de kras niet door de coating heengaat is de sensor zelf niet beschadigt. Maar het is hier op een foto wel zichtbaar, dat is ongewenst.
D is een stofje dat is achtergebleven.

Ton gaat vervolgens aan de slag en probeert de sensor weer als nieuw te krijgen.
Het residu (A) is er in de eerste ronde vanaf, geen enkel probleem. De vlekjes onder B gaan bijna allemaal ook vlot weg. De kras (C) vervaagt grotendeels en stofje (D) is ook geen enkel probleem.
Het probleem zit in de vlekjes bij B (en boven A nog een paar). Sommige gaan niet weg na een standaard reinigingsbeurt. Dat was mij ook al opgevallen en dat was ook de reden dat ik hulp had ingeroepen.

Ton laat de camera even 'klapperen', d.w.z. snel achter elkaar een flink aantal opnames maken. Hierdoor komt er in het spiegelhuis eventueel verder aanwezig stof los. En dan weer een testfoto en wat blijkt: dat maakt het aanzienlijk erger in mijn geval, dus het spiegelhuis bevat veel stof. De oplossing is een tweede ronde reinigen. Gevolgd door een derde, een vierde en een vijfde.

Eindresultaat
Dit ziet er een stuk beter uit! Maar wie zeer kritisch kijkt en in photoshop wat speelt met contrasten e.d. ziet dat de grote kras (C) nog zichtbaar is evenals een tweetal kleine vlekjes (B). In het dagelijks gebruik is er echter niets van te zien. Maar ik ben wel geschrokken! Ik dacht dat ik voorzichtig en goed met mijn camera omging. Ik heb daarom ook gevraagd wat ik kan doen om herhaling te voorkomen. Hoe komt het nou dat mijn sensor/spiegelhuis zó vies was? Hierbij wat tips:

Tips:
  1. Maak zelf geen sensor schoon. Het lijkt logisch dat Ton dit zegt, maar het heeft mij bijna mijn sensor gekost. Als het echt mis was gegaan had ik een nieuwe camera kunnen gaan uitzoeken.
  2. Gebruik nooit een blaasbalg voor het spiegelhuis. Dit is een traditioneel hulpmiddel in de fotografie en wordt bij elke fotozaak verkocht. Maar door lucht naar binnen te blazen, blaas je de aanwezig stofdeeltjes onder kracht naar de sensor. De kleine vlekjes (B) moeten vergeleken worden met steenslag op een autovoorruit: de beschermende coating is hier permanent beschadigd. Gewone lucht in een huiskamer bevat zeer veel stofdeeltjes en in een dergelijke omgeving gaan blazen is rampzalig. Het gevolg bij mij was dat het hele spiegelhuis vol zat met minuscule stofdeeltjes die loskomen en zich vervolgens op de sensor bevinden. Vandaar 5 rondes schoonmaken.
  3. Meest leerzame van de dag vond ik echter het antwoord op de vraag: waar komt die troep nu eigenlijk vandaan? Wat is de oorzaak van de problemen? Ik kan het wel blijven (laten) schoonmaken, maar kan het ook voorkomen worden? Het antwoord is: ja, dat kan. Het grootste probleem wordt gevormd door de metalen achterkant van lenzen en de lensdop van polycarbonaat die daarop gemonteerd zit. Iedere keer dat deze bewogen wordt vindt er slijtage plaats wat resulteert in kleine plasticdeeltjes. Deze bevinden zich veelal op de achterzijde van de objectieven die op den duur op de sensor terug te vinden zijn. De oplossing is het periodiek reinigen van de achterkant van de lenzen. Hiervoor is bijvoorbeeld Lensswab op de markt gebracht. Een instructievideo geeft meer uitleg. 
  4. Ga verder met de grootste voorzichtigheid om met de sensor. De moderne camera's zijn hoogwaardige optische precisie-instrumenten, behandel ze ook als zodanig. 

Toen ik toch eenmaal was heb ik Ton gevraagd om ook wat lenzen met mijn body te calibreren d.m.v. het finetunen van de autofocus. Ook dit had ik al zelf geprobeerd (en beschreven)....

Gelukkig bleek ik dit redelijk goed gedaan te hebben. Mijn 300 mm lens was goed gegaan, de 70-200 kon beter maar de macrolens was wel weer goed. Dit lijkt dus iets wat goedbedoelende amateurs die er niet dagelijks mee bezig zijn wél zelf kunnen uitvoeren. En er kan ook niet iets bij beschadigd raken: als het niet lukt, is het een kwestie van wissen van de instelling in het menu. Maar ik vond het wel fijn om de zekerheid te hebben dat het nu optimaal is afgesteld.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug


woensdag 7 januari 2015

Test Nikon D750

Het is een tijdje geleden dat ik een artikel op mijn blog heb geplaatst, maar hier is er dan weer een. En omdat het de eerste is in 2015: allemaal de beste wensen voor het nieuwe jaar. Dat we maar mooie beelden mogen maken in goede gezondheid.

Begin December 2014 plaatste Nikon Nederland een oproep op social media. Wie belangstelling had om de enige tijd geleden geïntroduceerde D750 te testen tijdens het Amsterdam Light Festival, moest een paar vragen beantwoorden en een motivatie insturen waarom hij/zij mee zou moeten mogen.

Het leek me leuk, ik was al een tijd van plan dat lichtfestival te bezoeken en ik had tijd. De D750 is maar een kleine upgrade vanaf mijn D600 als ik naar de specificaties kijk, maar toch is die inmiddels twee jaar oud en de ontwikkelingen gaan hard. Dus ik heb gereageerd, maar helaas: ik werd niet geselecteerd.

Totdat ik een dag van tevoren bericht kreeg dat er wegens een afzegging plaats was en ik kon alsnog mee. 's Middags om 16.00 uur mochten we ons melden bij het Europese/Nederlands hoofdkantoor van Nikon in Amsterdam. Er werd o.a. verteld dat er enorm veel reacties waren geweest (ik meen 1500) voor de 2 keer 10 plaatsen die beschikbaar waren.

Nikon Europe/Nederland
Gemaakt met Samsung Galaxy SIII, nabewerkt in Snapseed
Er volgde een uur met uitleg door Olga van de afdeling MarCom en trainer Emile, waarbij alle aanwezigen een D750 uitgereikt kregen, voorzien van 24-85 mm kitlens. Ik had zelf ook nog wat apparatuur meegenomen, maar uiteindelijk heb ik alleen een 16-35 mm lens daarvan gebruikt. En natuurlijk het statief en de afstandsbediening.

Uitleg over de avond door Emile en Olga van Nikon
eerst kennismakingen met de andere fotografen en de D750
Daarna volgde een snelle maaltijd (lasagne) en toen was het tijd om per tram naar het centrum te gaan, eindelijk aan de slag.

Ik was gerustgesteld tijdens de uitleg: de D750 lijkt uiterlijk erg veel op mijn camera, dus het moet lukken om deze in het donker te bedienen. Daarnaast heb ik al 5 jaar foto's gemaakt tijdens Glow in Eindhoven, dus dit is niet nieuw.

Goede prestaties met hoge ISO (6400)
Dit was het eerste kunstwerk waar wij langskwamen en ik wilde de ruisprestatie wel eens testen. De D750 is door verschillende instanties uitgeroepen tot wereldkampioen hoge ISO-prestatie. Bovenstaande foto is een voorbeeld: op 6400 (beeld nauwelijks nabewerkt) ziet het er zeer bruikbaar uit. Natuurlijk is er wel ruis, maar deze is niet overheersend, de kleuren kloppen nog heel behoorlijk.

De mogelijkheden lopen echter nog verder door met ISO, ook 12800, Hi1 (25600) en Hi2 (51200) zijn beschikbaar. Ik verwachtte hier niet veel van, maar dit was een testavond, dus vooruit, proberen maar, ISO Hi2, uit de hand. Beeld van een langsvarende rondvaartboot:

100% crop op ISO Hi2 (51200) @ f/5.6, 1/50e sec.
Deze uitsnede is maar een beetje nabewerkt. Er is geen ruisonderdrukking toegepast, alleen de kleurruis is onderdrukt. De hoeveelheid ruis is erg hoog, maar het beeld is nog wel bruikbaar. Vooral als bedacht wordt dat dit maar een detail van het totale beeld is. Hier de totale foto:

Hele foto @ ISO Hi2 (51200), f/5.6, 1/50e sec
Hier heb ik een beetje ruisonderdrukking op losgelaten (20%), auto tone, verkleind (wat zeer veel scheelt in ruis) en naverscherpt. Deze foto is zonder meer goed bruikbaar. Dus indrukwekkende prestaties. Dat was van tevoren bekend, maar altijd leuk om zelf te testen.

En toen was ik het al snel zat om op torenhoge ISO foto's te maken. Ik had er wel vertrouwen in dat de camera dat goed aankon, maar ik wilde andere beelden maken, met een langere sluitertijd. Waar het water glad wordt en langskomende auto's/boten lichtsporen op het beeld achterlaten. En ik had niet voor niets een statief en een afstandsbediening meegenomen.

f/11, ISO Lo1 (50), 27 seconden
f/11, ISO 100, 15 seconden
Ook heb ik uitvoerig zitten spelen met de bracketing-functie, die uitgebreider is op deze camera, er kunnen maar liefst 9 opnames gemaakt worden (of 3, 5 of 7) waar ik er zelf maar 3 heb. Ik gebruik het zelden, maar het werkte prima.
Ook de ingebouwde HDR heb ik getest. Deze is logischerwijs alleen in JPEG-mode beschikbaar en werkt prima. Tot mijn verbazing kwam ik er na afloop achter dat deze functie ook op mijn eigen camera zit.


f/8, ISO 100, 1.6 sec.
f/5.6, ISO 800, 0.5 sec.
Ingezoomd tijdens de belichting
f/5.6, ISO 100, 30 seconden
Bij de kas van de Hortus Botanicus

f/11, ISO 200, 3 sec.
Theater Carré met de daar geplaatste vuurtoren
En toen zat het er bijna op. Rond 9 uur werd de laatste foto gemaakt, een groepsportret van de deelnemers.

Groepsfoto bij nacht op de Magere Brug
Ingesteld door Emile: f/5, ISO 6400, 1/13e sec, ingeflitst
Helemaal rechts staat Emile, ik ben derde van rechts.
Waarna we weer terug zijn gegaan voor de evaluatie. Ik vond het heel leuk om te doen, maar ik was al een fan van avondfotografie. De camera beviel uitstekend, maar het verschil is niet groot genoeg om een overstap te rechtvaardigen. En de groep was gezellig, maar het wordt al snel leuk met mensen met dezelfde passie.

Samenvattend: de sterke punten van de Nikon D750 zoals ik die zie:
  • Semi-professionele FX- (Full Frame) camera. Nikon pocht nogal met het gewicht (ja hij is licht, maar het scheelt geloof ik 10 gram met de D610) en de greep (die is iets dieper. Ik heb het verschil niet gemerkt, maar het is prima)
  • Bouwkwaliteit: door toepassing van carbon voelt de camera stevig aan terwijl het gewicht niet omhoog gaat.
  • Fabelachtige prestaties bij hoge ISO-waarden.
  • Kantelbaar scherm: dit heeft zich voor mij echt bewezen. De D5000-serie heeft schermen die ook zijwaarts draaibaar zijn, maar die hebben een lagere resolutie.
  • Menu. Het menu is bekend voor gebruikers van een recente andere Nikon camera, maar toch net weer even iets anders, maar wel beter. Veel functies bieden net een extra instelmogelijkheid, zoals de auto ISO waar veel aan ingesteld kan worden. De enthousiasteling kan de camera behoorlijk naar eigen inzicht inrichten.
  • De Auto Focus. Dit was door mij aangegeven richting Nikon als reden om te willen testen. De D600 is niet slecht, maar het AF-systeem van de D750 is het beste van ALLE Nikon camera's v.w.b. gevoeligheid en aantal scherpstelpunten. Dit is zó goed dat een aantal Nikon-gebruikers inmiddels geüpgrade is van een D800/810 naar een D750 (!) Ik heb in het donker geen problemen gehad om scherp te stellen, indrukwekkend goed.
  • RGBW-scherm: kijkt heel prettig dankzij de extra witte pixel. Dit zal vooral bij felle zon zijn kracht moeten bewijzen en nu was het juist donker.
  • Bij het wijzigen van instellingen in het menu kan ook in via de grote display gekeken worden wat er gewijzigd wordt. Dit werkt erg goed.
  • 91.000 pixel lichtmeter, geleend uit de D810. De 600-serie moet het met 'slechts' 2048 punten doen.
  • Videofanaten kunnen zich weer wat meer uitleven: het diafragma is traploos al filmend goed instelbaar. Ik heb dit niet zelf getest, maar een korte demo zag er goed uit.
  • U1 en U2 settings: heel fijn, die gebruik ik ook op mijn D600 en is een gemis op de hoger gepositioneerde D810/D4S.
  • Group-AF. Zelfs in het donker pakte de AF het mede hierdoor snel op, handig.
  • Ingebouwde WiFi. Interessante feature in sommige situaties, maar ik mis het nu niet.
Nadelen:
  • Heeft een AA (anti-aliasing) filter voor de sensor. Dit staat haaks op de overige recente camera's die dat filter niet hebben. Het filter heeft een functie maar beperkt ook de scherpte.
  • AF-systeem: hoewel het beste van alle Nikon's mogen er nog meer sensoren van het kruistype worden (of allemaal, zoals de Canon 7D mark II) waardoor hij nog beter zou zijn. Maar nog belangrijker voor mij zou een betere verdeling over het beeld zijn.
  • 6.5fps. Dat is zeker niet langzaam, maar voor sommige vormen van fotografie, zoals sport en vogels in vlucht is meer beter.
  • En verder een aantal details die wel in de D800/810 aanwezig zijn. 36 MP resolutie is het meest voor de hand liggend om te noemen, maar 24 MP is voor vrijwel alle toepassingen afdoende. 
Dit artikel was een verslag van een gezellig avondje fotograferen in Amsterdam (met foto's van de resultaten), uitleg over avondfotografie én een producttest. Hopelijk werkt de combinatie niet verwarrend.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug