Posts tonen met het label systeemcamera. Alle posts tonen
Posts tonen met het label systeemcamera. Alle posts tonen

zondag 18 oktober 2015

Smartphone, compactcamera, bridgecamera, systeemcamera, spiegelreflex en middenformaat camera

Begin 2012 heb ik een artikel geschreven over de diverse types camera die er toen in omloop waren, de verschillen daartussen en voor wie welk type camera volgens mij geschikt is.
Dit artikel wordt veel gelezen en ik krijg regelmatig reacties en vragen. Blijkbaar is dit iets waar veel mensen mee worstelen. Het loont daarom de moeite om het nu, oktober 2015 te herschrijven naar de huidige situatie, want er zijn een aantal zaken sterk gewijzigd in de tussentijd!

Ik onderscheid de volgende categorieën camera's:
  1. Smartphone
  2. Tablet
  3. Compactcamera
  4. Bridgecamera
  5. Compacte Systeemcamera (CSC)/Mirrorless
  6. Spiegelreflex (DSLR)
  7. Middenformaat camera
Ik zal deze soorten beoordelen op de volgende criteria:
  1. Prijs
  2. Kwaliteit: het gaat om beeldkwaliteit die de camera levert onder verschillende omstandigheden.
  3. Mogelijkheden: dit is de moeilijkste om te beoordelen. Het gaat om de mogelijkheid om van objectief te wisselen, om veel zaken op de camera in te stellen en om er accessoires bij te kopen.
  4. Formaat: hiermee bedoel ik de fysieke afmeting van een camerabody met lens, maar ook het gewicht.
Hieronder een tabel met scores van alle soorten camera's op alle 4 relevante onderdelen. Een hogere score is beter:
Cameratypes met scores op verschillende criteria

Smartphone:

De smartphone is nieuw in het overzicht, hoewel ik er al ooit een artikel aan geweid heb. De kosten voor een smartphone-camera zijn feitelijk nihil omdat het primaire deel de telefoon is. Het is wel zo dat meer en meer mensen foto's maken dankzij juist deze altijd bereikbare camera. En hoewel de sensorafmetingen erg klein zijn wordt de kwaliteit steeds beter, vooral in omstandigheden met voldoende licht. Er zijn inmiddels fabrikanten die wat meer instelmogelijkheden bieden en zelfs in raw fotograferen kan op beperkte schaal, bijvoorbeeld met de LG G4. De vraag is of de smartphonefotograaf daarop zit te wachten, maar de gevorderde fotograaf heeft ook een smartphone én Photoshop en die wordt er wel degelijk vrolijk van. Ook zijn er nu opzetlenzen verkrijgbaar om optisch te kunnen zoomen of juist meer in groothoek te kunnen werken.
Smartphone met additionele telelens voor 8x zoom

Tablet:

De tablet scoort gelijk aan de smartphone, maar is een stuk groter en zal daarom ook niet altijd onder handbereik zijn.

Compactcamera:

De compactcamera is een uitstervende soort, een markt die bijna geheel door de smartphone is overgenomen. En hoewel de camerasensor van een compactcamera groter is dan die van een smartphone, er ook modellen met behoorlijke kwaliteitslenzen zijn en er meer accessoires en dergelijke verkrijgbaar zijn zal dit marktsegment het in toenemende mate moeilijk krijgen.

Ik maak een uitzondering voor de compactcamera van hoge kwaliteit, met een wat grotere sensor en vaak een prime lens, zoals de Canon G15, Nikon Coolpix A en Sony RX 100. Deze modellen kunnen ook in raw werken, zijn lichtsterker, hebben een beter autofocus systeem, etc. Fatsoenlijke maar wel degelijk compacte camera's. Deze subcategorie is gewoonweg veel beter dan wat de smartphone camera's (tot nu toe) te bieden hebben en dat geeft ze bestaansrecht.
Canon G15
Op foto de Canon G15, met een lichtsterk objectief (f/1.8-2.8) over een beperkt zoombereik. Verkrijgbaar voor rond de 350€, waarvoor ook een goedkope DSLR te koop is, maar dit is een stuk compacter. Ideaal voor concerten waar een DSLR niet mag.

Bridgecamera:

De bridgecamera slaat een brug tussen de compactcamera en de spiegelreflex, vandaar de naam. Eigenlijk zijn het compactcamera's met een extreme zoomlens. De mogelijkheden zijn vaak behoorlijk uitgebreid, maar de sensor is vrij klein wat de kwaliteit nekt. Bovendien zijn de lenzen niet verwisselbaar. Met het enorme zoombereik van dit type camera is dat ook amper nodig, maar bijvoorbeeld een lichtsterke prime monteren behoort niet tot de mogelijkheden.
Typische bridgecamera met 60x optische zoom

Systeemcamera (CSC)/Mirrorless:

De (compacte) systeemcamera is hard in opkomst. Waar ik begin 2012 nog kon beweren dat de kwaliteit van een spiegelreflex beter is, geldt dat inmiddels niet meer. Zeker niet nu fabrikant Sony de 7R II en de 7S II heeft uitgebracht. Deze zijn voorzien van full frame sensoren van de laatste generatie en zoveel softwarematige gimmicks dat ze de DSLR's op veel punten voorbijstreven. Ik heb de Sony A7RII mogen proberen en ik was zeer onder de indruk.

Deze groep camera's bevat echter ook de Micro Four Thirds groep (Panasonic/Olympus), met een cropfactor van 2. Ook het Nikon1-platform (met een cropfactor van 2,7) valt hieronder.

De indeling dient verfijnd te worden. Al deze CSC's hebben verwisselbare lenzen en missen een spiegel voor de sensor, maar verder verschillen ze aanzienlijk. Belangrijkste onderscheid wordt veroorzaakt door de grootte van de sensor: als deze groter is is de kwaliteit hoger maar ook de prijs. De lenzen die dan gebruikt dienen te worden zijn ook groter, zwaarder en duurder.

Spiegelreflex (DSLR):

Good old DSLR. In 1934 ontwikkelde Kodak 35mm film, een standaard die we nu Full Frame noemen. Al bijna 100 jaar zijn camera's en de daarbij behorende lenzen geoptimaliseerd om een beeld van 24 bij 36mm te leveren, eerst (analoog) op een filmrolletje, later op een sensor (digitaal).
Bij de introductie van de eerste digitale spiegelreflexcamera's bleek het onbetaalbaar om de sensor zo groot te maken, dus is deze een aantal jaar kleiner gebleven. Vaak 1,5x (Nikon) of 1,6x (Canon), het zogenaamde APS-formaat.

Verschillende sensorformaten
Inmiddels is dat niet meer nodig en zijn Full Frame DSLR's populairder dan ooit. Zeker na de introductie van de D600 van Nikon en de 6D van Canon die het product betaalbaar maakten. Hiermee kan ook weer gebruik gemaakt worden van al bijna 100 jaar ontwikkeling op het gebied van objectieven.
De APS-sensor is ongeveer half zo groot als de Full Frame sensor en daarmee kan ook een objectief half zo zwaar gemaakt worden bij dezelfde brandpuntsafstand.

Middenformaat

Full Frame vinden we tegenwoordig heel wat, maar er bestaat ook nog groter, het zogenaamde Middenformaat.
Hasselblad H4D-40

Middenformaat wordt met name in fotostudio's gebruikt bij fashion shoots. Hier worden in extreme resoluties (60-200MP) op de twee-keer-zo-groot-als-Full-Frame-sensor opnames gemaakt die heel groot afgedrukt moeten worden, bijvoorbeeld op billboards. Door het enorme oppervlak van de sensor blijft deze kwaliteit voorlopig ongeëvenaard door de DSLR.
Omdat de sensor zoveel groter is moet echter de rest ook groter. Een vergelijkbare brandpuntsafstand op een middenformaatcamera zal twee keer zo groot/zwaar zijn. En omdat dit een beperkte markt is, zijn de prijzen torenhoog. Een dergelijke camera kost rond de 50.000€. Nu de DSLR's steeds hogere resoluties krijgen en dat steeds beter doen komt dit segment steeds verder onder druk.
Omdat deze systemen zo groot en zwaar zijn en er minder objectieven voor te krijgen zijn heb ik dit minder gescoord dan de DSLR op mogelijkheden.

In het analoge tijdperk waren er camera's met een nog veel groter filmoppervlak, het zogenaamde grootbeeld. In het digitale tijdperk is dit verdwenen.

Over een paar jaar ziet dit overzicht er ongetwijfeld weer anders uit. Ik verwacht dat de smartphones nog wel wat beter worden. De compactcamera komt steeds verder onder druk, maar dankzij de enorme zoom zal de bridgecamera nog wel even bestaan. Systeemcamera's zullen steeds belangrijker worden, ten koste van de DSLR. Middenformaat zal langzaam verdwijnen.

Hopelijk heb ik met dit geüpdatete overzicht wat meer duidelijkheid geschapen.
Bedankt voor het lezen.

Robert van Brug


zondag 30 augustus 2015

Sony A7R II

Recentelijk heeft Sony de A7R II geïntroduceerd en dat is als een bom ingeslagen in de camerawereld. Voor- en tegenstanders buitelen op diverse internetfora over elkaar heen in een poging elkaar te overtuigen van het eigen gelijk. De voorgangers van dit model, de A7R en A7S brachten niet zoveel beroering teweeg. Toch waren ook dat Full Frame systeemcamera's, dus zonder spiegel.

Sony ILCE-7RM2 = α7R-II
Al in 2012 heb ik een artikel geschreven over de verschillende soorten camera's. Mijn conclusie was dat systeemcamera's weinig voordelen boden, maar korte tijd later moest ik die conclusie al deels herzien. In Juli 2013 schreef ik voor Kieskeurig.nl een review over een Nikon1 camera, met al een positiever beeld, maar ik zou nog steeds niet overstappen. En geen enkele serieuze fotograaf zou dat doen, dit was hooguit leuk voor erbij.

Maar nu niet meer! Deze Sony heeft indrukwekkende specificaties, ik noem een paar opvallende zaken:
  • 42 megapixel sensor. 6 Meer dan de Nikon D810. Bovendien de eerste Full Frame sensor met achtergrondverlichting. Dit helpt o.a. de autofocus prestatie.
  • 4K video, intern. Geen gepruts meer met externe oplag, gewoon op de geheugenkaart. Wel een grote en snelle geheugenkaart, dat wel.
  • Een elektronische zoeker die het beste beeld ooit levert voor dit type. Met Zeiss T*-coating om reflecties tegen te gaan. Sterkste vergroting ooit (0,78*)
  • Ingebouwde WiFi/NFC voor weergave op smartphone of TV
  • Autofocus met 399 scherpstelpunten met fasedetectie én 25 met contrastdetectie, die over een zeer groot deel van het beeld verspreid liggen. Dit is echt een stap vooruit.
  • Een stille opname modus, ideaal voor een aantal vormen van natuurfotografie, maar ook bijvoorbeeld bij bruiloften, begrafenissen, straatfotografie, etc.
  • En dat alles zit verpakt in een stevige maar verrassend compacte en lichte behuizing (625 gram incl. batterij. De Nikon D810 met batterij weegt 980 gram).
  • Adviesprijs: 3500€ (alleen de body). Hierdoor positioneert Sony doelbewust dit model naast de toppers van Canon en Nikon.
En dat is de verschuiving: systeemcamera's zijn niet meer iets voor erbij, het zijn volwaardige alternatieven. Maar is de camera ook echt zo goed?

De Sony A7RII is volgens een test van het toonaangevende DxO Mark de beste camera van dit moment. Punt. Beter dan de Nikon D810 (die daarmee onttroont wordt). De Canon 5DS/R ligt ver achter in prestatie:
Scores van de Sony A7R II t.o.v. de grootste concurrenten
Voor de volledigheid: Canon 1D-X scoort 82, Nikon D4S scoort 89. En dat zijn de vlaggenschepen van 6000€/stuk.

Ik kan me goed voorstellen dat er een koerswijziging door Canon en Nikon gaat volgen. Voor de consument is dat alleen maar goed; er komt meer aanbod en de fabrikanten dwingen elkaar tot betere producten.

De internetfora stonden vol met argumenten en tegenargumenten n.a.v. dit product. Een paar licht ik er uit, voorzien van mijn mening hierover:
  • "Sony is heel beschermend, andere aanbieders van accessoires krijgen nauwelijks de gelegenheid om een passend product te maken." Er lijken nogal wat accessoires te verkrijgen, maar het zal minder zijn dan voor Canon/Nikon. Als Sony serieus doorgaat met investeren in de fotografietak zal dit gat snel kleiner worden.
  • "Sony heeft geen serieus aanbod in objectieven." Ik ben er even voor gaan zitten, maar het zijn er veel en het worden er in hoog tempo meer. Deze objectieven zijn over het algemeen van hoge kwaliteit. Het helpt ook dat oude Minolta-objectieven ook gebruikt kunnen worden.
  • "Een elektronische zoeker is minder goed dan een optische zoeker." Waar en niet waar. Het zoekerbeeld kan softwarematig makkelijker worden aangepast aan de eigen wensen, maar de helderheid van een optische zoeker van de pro-bodies (Nikon D810/D4S bijvoorbeeld) is nog beter. Ook blijft de zoeker beeld geven tijdens het afdrukken bij een optische zoeker. Persoonlijk ervaar ik dit niet als probleem. Mijn Nikon1 werkt precies hetzelfde.
  • "De batterijen gaan een stuk minder lang mee." Helemaal waar. Komt door gebruik van het scherm achterop of de elektronische zoeker. Sony claimt 290 opnames via de zoeker/340 via het scherm. Volgens dezelfde CIPA-norm maakt de Nikon D810 er 1200 op 1 batterij. Het zal afhankelijk zijn van de vorm van fotografie of dit een probleem is. En een extra accu, of een paar, lost het probleem op.
Genoeg meningen van anderen voor nu. City Foto in Eindhoven had Sony ambassadeur Gustav Kiburg uitgenodigd om tekst en uitleg over Sony camera's te komen geven. Dit gaf mij de gelegenheid om dit spul zelf te proberen en wat kritische vragen te stellen. Hier kwam een boel extra informatie uit, zeker omdat ik niet veel over Sony camera's wist:

Adapters voor A-mount objectieven naar E-mount body's
De LA-EA3 (links) en de LA-EA4 (rechts)
  • Sony heeft E-mount voor zijn systeemcamera's. Voor de DSLR's (A58/A77/A99 bijvoorbeeld) zijn er A-mount objectieven. Maar deze kunnen wel op de systeemcamera's gebruikt worden, via een adapter LA-EA3 en 4.
  • In E-mount zijn er kwalitatief hoogwaardige objectieven verkrijgbaar (zowel de eigen G-lenzen, maar ook Zeiss), maar vaak minder lichtsterk. Er zijn bijvoorbeeld 24-70mm en 70-200mm's in f/4. Dit is bewust gedaan om het gewicht te kunnen drukken. Anders zou een loodzwaar objectief de gewichtsreductie van de systeemcamera teniet doen. Klinkt logisch. Van Zeiss zijn er overigens wel lichtsterke primes, zoals de 35 f/1.4 en de 55 f/1.8.
  • Voor de liefhebber van f/2.8 objectieven geldt dat er een A-mount gebruikt kan worden via een adapter. Dit geldt ook voor de Sony 300mm f/2.8, de 70-400mm en de 500mm f/4. Deze objectieven zijn dusdanig groot en zwaar dat het gereduceerde gewicht van de camera er niet toe doet. Voor veel van de objectieven geldt dat ze duurder zijn dan de tegenhangers van Canon en Nikon.
  • De adapter LA-EA3 (159€) is benodigd om A-mount objectieven op E-mount body's te kunnen aansluiten. Tenminste, voor zover deze een eigen AF-motor hebben. Alle SAM en SSM-objectieven met A-mount werken hiermee op de A7R II. Dat zijn bijna alle objectieven van wat recentere datum.
  • De adapter LA-EA4 (adviesprijs 349€) is voor de oudere objectieven (zogenaamde 'screw-drive lenses'). Deze werkt op zich ook goed, maar heeft een eigen AF-systeem op de eigen halfdoorlatende spiegel. Hierdoor gaat een derde/halve stop licht verloren, maar ook het AF-systeem van de camera en dat is erger. Nu kan er nog maar van de 15 punten van de adapter gebruik gemaakt worden. 
  • Via een adapter kunnen alle nieuwere Canon objectieven gewoon gebruikt worden. Hiervoor is een Metabones adapter op de markt (499€). Maar een fotograaf die niet meer tevreden is over Canon maar wel zwaar heeft geïnvesteerd in objectieven heeft er nu een alternatief bij. En er schijnt er ook een voor Nikon te komen. Ook hiervoor geldt: geen nadelen, de objectieven werken dan gewoon zoals het hoort.
  • De stille opname modus is stil, heel erg stil. Ik heb mijn oor tegen de behuizing gedrukt en opnames gemaakt, maar er volgt geen 'klik'. Enige dat ik hoorde/voelde was de vibratiereductie die in werking trad. Enige nadeel dat hieraan kleeft is dat er in 12-bits opnames gemaakt worden en niet langer in 14-bits. Dit is minder, maar ik daag eenieder uit om het verschil te zien.
  • AF micro adjustment is niet nodig doordat de AF sensoren op de camerasensor zitten.
  • De camera zit vol met allerhande slimmigheden, zoals: 
    • Zo is er de mogelijkheid om op het scherm te zien welk deel van het beeld scherp is. Handig bij manual focus objectieven of bij macrofotografie. 
    • Vibratie reductie zit in de camerabody, niet in het objectief. Dit is een gevanceerd systeem dat over 5 assen bewegingen van de fotograaf compenseert. Voordeel is dat het niet in iedere lens apart ingebouwd hoeft te worden. Uiteindelijk zal dit voordeliger/lichter zijn.
    • Er kan gekozen worden welke informatie er in de zoeker getoond moet worden. Voor het scherm achterop kan dit separaat. Ook mogelijk is het bijvoorbeeld om een live histogram te zien.
    • Het scherm kan gekanteld worden waardoor over mensen heen fotograferen of laag bij de grond werken makkelijker wordt gemaakt. Geen hoekzoeker meer nodig. De Nikon D750 heeft dit ook en ook hier was ik er al voorstander van.
Er was de mogelijkheid de camera zelf uit te proberen. Met mijn eigen geheugenkaart erin, dus ik kan wat testresultaten laten zien. Gelukkig had ik niet heel veel opnames gemaakt, want wat zijn de bestanden groot! 41MB per RAW (ARW) bestand. Maar het zijn dan ook opnames in een van 7952x5304 pixels. Ik heb me vooral gericht op de ruisprestatie, dus ik heb de ISO flink opgeschroefd. De volgende beelden zijn omgezet vanuit RAW naar JPEG en minimaal bewerkt.

Sony A7R II met FE 55mm f/1.8ZA (Zeiss objectief)
Diafragma-voorkeur, f/1.8, 1/800e seconde, ISO 6400
Hele beeld
ISO6400 is een hoge waarde om te gebruiken, maar dit is het beste toestel in de wereld. En dit zonder moeilijk te doen, gewoon uit de hand, richten en afdrukken. Opname lijkt me zeer bruikbaar van kwaliteit. Er is wel ruis in dit beeld, maar dat wordt pas zichtbaar op een 100% crop:

Sony A7R II met FE 55mm f/1.8ZA (Zeiss objectief)
Diafragma-voorkeur, f/1.8, 1/800e seconde, ISO 6400
100% crop
Er is ruis. Maar niet heel veel. We gaan door:

Sony A7R II met FE 70-200mm f/4 G OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/500e seconde, ISO 12800, -2EV
Hele beeld
En weer een heel bruikbaar beeld, ook op 12800 ISO geen problemen.

Sony A7R II met FE 70-200mm f/4 G OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/500e seconde, ISO 12800, -2EV
100% crop
Ook hier is ruis zichtbaar, maar het valt mee. En de kleuren kloppen niet meer helemaal. We kunnen echter nog verder:
Sony A7R II met FE 16-35 f/4 ZA OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/400e seconde, ISO 25600
Hele beeld
Ook in de sterk verkleinde foto begin ik nu in de schaduwen wat aberraties te zien. En op 100%:
Sony A7R II met FE 16-35 f/4 ZA OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/400e seconde, ISO 25600
100% crop
Dit is serieus veel ruis. Maar op 25600 is dat ook niet gek, en bij verkleining van het hele beeld is het nog steeds bruikbaar. En we zijn er nog niet:
Sony A7R II met FE 70-200mm f/4 G OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/5000e seconde, ISO 102400
Hele beeld
De maximale instelling is ISO102400. En ook die is na verkleining bruikbaar. Er zijn wel wat zaken zichbaar die niet kloppen, maar dit is toch indrukwekkend. De crop is minder bruikbaar:
Sony A7R II met FE 70-200mm f/4 G OSS
Diafragma-voorkeur, f/5, 1/5000e seconde, ISO 102400, 100% crop
Bedenk dat ik geen enkele vorm van ruisonderdrukking heb gebruikt noch de beelden op andere wijze heb bewerkt, dus dit is een worst case scenario, zeker de 100% crops. Bijkomend voordeel van een dergelijke resolutie is dat als er gecropt wordt er dan nog steeds veel beeldpunten overblijven. 

Conclusie: ik ben onder de indruk. 

Maar gaat men nu massaal over naar Sony? Nee. Om een aantal redenen:
  • Fotografen hebben vaak niet een camera met een lens, maar een heel platform. Een aantal body's, lenzen, flitsers, filters, statief, triggers, enzovoort. En dat past allemaal op elkaar. De overstap naar een ander platform is daarom niet eenvoudig en vergt nogal wat. Zeker in financiële zin. Bovendien zijn veel fotografen merkentrouw. Er zijn Nikonians en Canonistas, en beide verlaten niet het veilige vertrouwde. Dan moet het verschil erg groot gaan worden.
  • Er kleven nog nadelen aan Sony zoals hierboven al beschreven, maar niet veel meer. 
Maar een consument die nu een nieuwe camera overweegt heeft wel degelijk meer keuze dan een paar jaar geleden en dat is goed nieuws. Het wachten is op het antwoord van de grote 2.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug


dinsdag 10 april 2012

Nikon 1 versus Panasonic G3

Na de verrassende resultaten van de test van de Nikon 1 tegen de Nikon D300s volgt er nu een meer realistische test: wederom de Nikon 1, maar nu tegen een concurrerende systeemcamera, de Panasonic G3.


Zo zag mijn salontafel eruit op de dag van de test: helemaal vol met fotospul. Linksvoor in het rood de Nikon 1 J1, rechtsvoor de Panasonic (Lumix) G3. Erachter een heleboel eveneens geteste spiegelreflexapparatuur.

Ik bezit deze camera's niet zelf. Ook heb ik er niet zomaar toegang toe, ik heb deze beide camera's een paar dagen mogen lenen. Paula (voor de Nikon 1) en Erik (voor de Panasonic G3): bedankt!

Deze twee toestellen zijn beide systeemcamera's en lijken daarmee op dezelfde doelgroep gericht, maar toch zijn ze enorm verschillend:
  1. Allereerst de prijs: De Panasonic G3 is er vanaf 475 Euro. De Nikon 1 (J1) kost 349 Euro. Beide zijn dan met de meest standaard, maar wel onderling vergelijkbare, lens uitgerust. Punt voor de Nikon 1 voor een voordeel van 125 Euro. De duurdere Nikon V1 kost 599 euro, maar deze laat ik verder buiten beschouwing. Prijsdata via www.kieskeurig.nl op 10 april 2012.
  2. De sensor. Trouwe lezers van dit blog weten dat de grootte van de sensor enorm belangrijk is: hoe groter, hoe beter. De Panasonic wint dit punt dik: de cropfactor van dit toestel bedraagt 'slechts' 2, van de Nikon 1 is dit 2,7.
  3. Resolutie, oftewel: hoeveel megapixels heeft het toestel? Ook dit punt gaat naar de Panasonic: 16 tegenover 10 megapixels. De Panasonic is hiermee in staat een gedetailleerder beeld te produceren.
  4. De Panasonic voelt goed aan, maar niet zo goed als de zeer degelijk gebouwde Nikon 1. Puntje Nikon 1.
  5. De Nikon 1 kan middels de TF-1 adapter gebruikt worden met alle bestaande Nikon lenzen voor spiegelreflexcamera's. Er is voor de Panasonic ook een adapter op de markt, maar dan moet het diafragma handmatig ingesteld worden op de lens. En dat kan helemaal niet met moderne lenzen! Punt voor Nikon.
En dan kom ik op de zachte kant van de test, daar waar persoonlijke voorkeur de doorslag zal geven.
De Nikon 1 heb ik al eens aan een basistest onderworpen waarvan 1 van de conclusies was dat het voor de gevorderde fotograaf geen serieus alternatief is. Voor erbij misschien. De Panasonic heeft mij echter veel meer kunnen bekoren wat dat betreft. De meer geavanceerde instellingen zijn veel eenvoudiger bereikbaar, er zijn iets meer knopjes op de achterzijde waardoor er makkelijk meer in te stellen valt, maar de G3 heeft nog een truc in huis. Hij heeft namelijk een touchscreen waarmee makkelijk en snel het een en ander gewijzigd kan worden. Zoals gezegd is dit persoonlijk, niet iedereen zit erop te wachten.

Nikon heeft uiteraard de kennis en techniek in huis om ook een dergelijk toestel te maken, maar kiest er bewust voor om het zo eenvoudig mogelijk te houden. Waarom? Omdat Nikon ook spiegelreflexcamera's op de markt brengt voor het meer serieuze segment. En Panasonic niet. Nikon bedient hiermee een heel andere doelgroep, namelijk de gebruikers van compactcamera's die wel wat beters willen, maar niet te moeilijk. Panasonic ziet de kans schoon om van de spiegelreflexmarkt mee te snoepen. En dit laatste punt is denk ik hetgeen de doorslag zal geven in een eventuele aankoopbeslissing.

Dit zijn alle bespiegelingen na een tijdje alles bekeken te hebben, maar de echte test moest in de praktijk gebeuren. Samen met Erik ben ik naar Dierenrijk in Nuenen geweest en daar hebben we ons een paar uur uitgeleefd. Wat opviel was dat een overvliegende ooievaar, die we van ver aan zagen komen, niet met de Panasonic viel vast te leggen. De autofocus nam de ooievaar gewoon niet waar, kon niet scherpstellen en het leverde geen foto op voor Erik.
Deze opname is met de spiegelreflex D300s van Nikon gemaakt, maar omdat hét pluspunt van de Nikon 1 het onovertroffen autofocussysteem is, ga ik er vanuit dat het daarmee ook gelukt zou zijn. Die had ik alleen niet vast op dat moment, het is weleens lastig met drie camera's om je nek en in je hand.


Een Brilduiker, foto genomen met de Nikon 1 (met 70-300 mm DSLR-lens). Prima opname, ondanks het extreem hoge contrast staan zowel het wit als het zwart er goed op. Goede prestatie.


Een Krooneend, foto gemaakt met de Panasonic G3. Deze eend lag bijna naast de Brilduiker van hierboven. Opvallend is dat de foto deels zwaar overbelicht is (de witte vlek op de vleugel). Een ook al is de opname in RAW gemaakt, hier viel niets meer aan te doen. Ik heb een behoorlijk aantal opnames bekeken en te vaak is het wit uitgebeten.







We kunnen nog twee conclusies toevoegen n.a.v. het voorgaande:
  1. het autofocussysteem van de Nikon 1 is veel beter. Dit vergroot enorm de kans op een goede opname. Dit is vooral van belang als je bewegende objecten wilt vastleggen, zoals een kind op een voetbalveld of een vogel in vlucht.
  2. De belichting van de Panasonic neigt sterk naar overbelichting. Standaard een flink stuk onderbelichten zou dit kunnen oplossen.

Tenslotte, de vaste lezers kennen dit onderdeel inmiddels wel, de ruistest.

ISO3200:

Tja, wat moet je hiervan zeggen? De kleur wijkt wat af, maar beide doen het op deze extreme instelling toch goed. Ik ben geneigd de Panasonic het voordeel van de twijfel te gunnen, maar de test levert geen duidelijke winnaar op.

Conclusie:
Systeemcamera's zijn altijd aanzienlijk groter dan compactcamera's en passen niet in de binnenzak van een jas. De fotografische kwaliteit en mogelijkheden zijn echter ook aanzienlijk hoger, verrassend goed zelfs. En welke kan ik jou adviseren?
  • Als je al een hele berg Nikon apparatuur hebt, dan de Nikon 1, met de adapter.
  • Als je vooral een eenvoudig te bedienen goede camera wil: de Nikon 1.
  • Wil je meer mogelijkheden: de Panasonic G3.
  • Beweegt je favoriete onderwerp echter veel, dan toch de Nikon 1.
Bedankt weer voor de aandacht en tot een volgende keer. Inmiddels ben ik twee weken in Afrika geweest en daar zal ik ook wat over vertellen.

Groetjes,

Robert van Brug




zaterdag 17 maart 2012

Nikon 1: basistest

De afgelopen maanden heb ik veel testen uitgevoerd met een aantal verschillende camera's. Het eenvoudigst is te testen wat je zelf voor handen hebt, in mijn geval een compactcamera en een spiegelreflex.

De opkomst van de systeemcamera maakte dat ik hier ook over ging nadenken. Zou het wat zijn? En voor mijzelf? Wat uiteindelijk tot een artikel op dit blog leidde. Conclusie was dat het voor mij niet zou werken. Maar door de Nikon 1 werd ik weer aan het twijfelen gebracht, zoals in een ander artikel al uitgelegd. Een dergelijk toestel levert namelijk veel hogere kwaliteit beelden dan een compactcamera én alle lenzen voor de spiegelreflexcamera kunnen ook gebruikt worden.

Nu bleek een vriendin een J1 aangeschaft te hebben. Heel brutaal heb ik gevraagd of ik die een paar dagen mocht lenen en dat mocht. Paula: bedankt!
Nikon1 J1 met 10-30 mm objectief en bijpassende Nikon 1 draagband.

Mijn oorspronkelijke kritiekpunt op compacte systeemcamera's blijft echter overeind: het toestel is gewoon te groot om in de binnenzak mee te nemen. Ook met de kleinste lens erop. Het past wél in een damestas, maar de vraag is of dat werkt. Ook Paula heeft er een apart tasje voor. Wat de kans vergroot dat het toestel uiteindelijk niet meegaat op een dagje uit. Mocht je het toch meenemen, dan is het weliswaar groter en zwaarder dan een compactcamera, maar veel lichter en kleiner dan een spiegelreflex. En dat is niet onbelangrijk als je er de hele dag mee moet rondlopen. 

Er zijn twee verschillende types Nikon 1: de V1 en de J1. De V1 heeft wel een zoeker (electronic viewfinder of evf) en is een paar honderd euro duurder. De J1 heeft deze zoeker niet wat betekent dat het scherm achterop gebruikt moet worden om foto's te maken. Net als bij een compactcamera dus.
de V1 heeft dus wel die zoeker en lijkt daardoor wat meer op een spiegelreflex. De V1 heeft echter geen flitser, die de J1 weer wel heeft. Er kan wel een opzetflitser bijgekocht worden die beter is dan de inbouw van de J1. Tenslotte heeft de J1 een elektronische sluiter en de V1 ook nog een mechanische versie. Verder zijn de toestellen identiek.
Oh ja, voor de dames: verkrijgbaar in zwart en wit, de J1 is er ook in het rood en in het roze. De lenzen op deze camera zijn bijpassend van kleur.

De eerste indruk van de Nikon 1 is goed. Het toestel voelt erg degelijk, ziet er prachtig afgewerkt uit en heeft een rustig design, met niet te veel knoppen. Dat lijkt me goed want wie veel knoppen wil koopt maar een spiegelreflex.
De menu's wijzen zichzelf, het instellen gaat erg makkelijk en een aantal zaken lijkt op alle Nikon toestellen hetzelfde, zoals het scherm met de opname, het histogram en de belangrijkste gegevens van de opname. Dat is ideaal als je Nikon gewend bent en dit toestel voor erbij hebt. Voor Nikon geldt dat ze op deze manier niet iedere keer opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. Wat goed is kunnen ze overal toepassen.


Achterzijde van de Nikon 1 J1. Vertrouwd scherm voor Nikon gebruikers.
Hier is ook goed zichtbaar dat er niet zoveel knoppen op de achterkant zitten.

Vervolgens foto's maken. Het wijst zichzelf, gaat makkelijk en het ziet er goed uit! Ook bij beperkt licht gaat het prima. De autofocus vindt razendsnel het onderwerp, dat is echt een enorm pluspunt van dit toestel.

Ook in de volautomatische stand gaat het verrassend goed. Zodra er een onderwerp dat heel dichtbij staat in beeld wordt genomen gaat het toestel in de macro stand. Een mens in beeld? Portretstand. Ook de gekozen waarden voor diafragma, ISO e.d. leveren in veel situaties een goed resultaat op.

Wie dit blog vaker leest weet dat de echte test voor camera's zit in het fotograferen met hoge ISO waarden. Hoe minder ruis er dan zichtbaar is, hoe beter de sensor en daarmee de camera. En wie dit gelezen heeft weet dan goedkope compactcamera's op dit onderdeel slecht scoren. Dus hoe vergaat het de compacte systeemcamera?

Voor alle testfoto's hieronder geldt: ik geef een 100% crop weer, dat wil zeggen dat iedere beeldpunt van de sensor (pixel) ook een beeldpunt op het scherm is. Hierdoor kijk je naar een extreem klein detail v/h totale beeld, in deze voorbeelden slechts 3% van de hele foto!
Alle opnamen gemaakt onder gelijke omstandigheden, vanaf statief.
Het onderwerp in dit geval: een krijger uit het wereldberoemde terracottaleger uit Xi'an, China. Maar dan een 15 cm hoge replica. Het hoofd is slechts 2 centimeter hoog.

ISO 400:

Nauwelijks ruis. ISO100 en 200 zijn nog beter, maar het is bijna niet zichtbaar.

ISO 800:

Er is hier al een beetje ruis zichtbaar, maar niet storend.

ISO1600:

En nog wat meer ruis, maar het valt nog erg mee.

ISO3200 dan:

Het kost moeite om ruis in de foto te krijgen, maar op de extreme waarde van 3200 lukt het. En dan valt het nog mee, indrukwekkend!

ISO 6400 (Hi1) zit ook nog op de camera, wat levert dat dan op:


Dit is heel veel ruis. Maar voor ISO6400 is ook dit verrassend goed!

En vergeet niet: dit zijn extreme close-ups, enorm uitvergroot. En natuurlijk is het mogelijk in fotobewerkingsprogramma's ruisonderdrukking toe te passen waardoor het resultaat nog veel beter wordt dan hierboven. Ik begin me af te vragen hoe dit zich verhoudt tot een spiegelreflex camera, maar dat is voor de volgende keer.

De voordelen op een rij:
  1. voelt erg degelijk aan
  2. eenvoudig te bedienen
  3. meer geavanceerde instellingen zijn mogelijk voor wie dat wil
  4. kwalitatief zeer hoogwaardige foto's, ook op hele hoge ISO waarden.
  5. op de volledig automatische stand over het algemeen prima foto's
  6. uitstekende autofocus maakt het makkelijk het gewenste plaatje te maken
  7. kleiner en lichter dan een spiegelreflex. Geen bezwaar om de hele dag mee rond te lopen
  8. mogelijk om lenzen van de spiegelreflexcamera op dit systeem te gebruiken

Nadelen zoals ik ze zie:
  1. Zoals eerder gemeld: te groot voor in de jaszak.
  2. Als gevorderde fotograaf wil ik niet dat de camera van alles voor mij bepaald, ik wil graag van alles zelf instellen. Dat kan wel, maar zit onnodig verstopt. De voor mij zo vertrouwde P, S, A en M-stand zitten diep in een menu. Dat is helemaal niet nodig, er was op de draaischijf nog ruimte genoeg voor.
  3. Ik heb behoorlijk moeten zoeken hoe ik het diafragma (in A-stand) of de sluitertijd (in S-stand) moet aanpassen. Ook de handleiding hielp niet. Na veel zoeken blijkt de zoomknop hiervoor gebruikt te moeten worden. Dat werkt prima, maar komt op mij onlogisch over. Het scheelt overigens wel een extra knop, dus ik snap waarom Nikon hiervoor gekozen heeft, maar als spiegelreflex gebruiker is dit wennen.
  4. Het ontbreken van een zoeker. De V1 heeft die wel, maar op de J1 ontbreekt het. In de zon is er bijna geen foto mee te maken, je ziet echt helemaal niets op de display. Ik heb kunstgrepen moeten uithalen door het scherm in de door mijzelf veroorzaakte schaduw te houden, maar dan is de houding weer onlogisch en is het niet ontspannen fotograferen. Aan de andere kant: als je een compactcamera gewend bent zal dit punt je niet eens opvallen. Ben je echter zoals ik een spiegelreflexgebruiker, dan is het behelpen. 
  5. Duur. Er zijn in dit segment voordeligere alternatieven op de markt die wellicht net zo goed zijn. Ik denk dan met name aan het Micro Four Thirds systeem wat nog niet de helft kost van het Nikon 1 systeem. Maar is dat wel zo goed? Een verdere test zal het uitwijzen!
Bedankt weer voor het lezen en tot de volgende keer.

Robert van Brug





zaterdag 11 februari 2012

Systeemcamera's: toch een goed idee?

Recent heb ik hier een artikel geschreven over de verschillende soorten fotocamera's. Daar kwamen redelijk wat reacties op en sindsdien ben ik wat dieper in het fenomeen systeemcamera gedoken.

Allereerst de compactheid van systeemcamera's. Ik heb hier gemeld dat een systeemcamera ongeschikt is als camera om in je jaszak mee te nemen. Schuldige is de grote lens. Dat klopt nog steeds, maar er zijn ook pancakelenzen.

In combinatie met een pancakelens kan deze prima in een jaszak gestoken worden: klein en licht genoeg. En beter dan een compactcamera, veel beter zelfs. De pancakelenzen zijn zelfs kwalitatief een stuk beter dan de kitlenzen. Is het dan toch een optie?

Nou, nee. Dit is namelijk een lens met vaste brandpuntsafstand, wat betekent dat je niet kunt in- en uitzoomen. En dat wil de gemiddelde consument.

Maar er is meer: er zijn nu, in ieder geval van Panasonic voor het Micro Four Thirds systeem (ook een systeemcamera) ook pancake zoomlenzen. Dat zijn hele platte lenzen. Het is er nog maar 1, een 14-42 mm, maar dat zullen er wel meer worden in de toekomst.

Nou is de vraag of je voldoende hebt aan bovenstaande lens. Door de 2.0 cropfactor van Panasonic is dit een 28-84 mm lens. Een 3x zoom dus, wat niet echt indrukwekkend is, maar het bereik van dit lensje zal voor veel mensen voldoende zijn.

Aan de andere kant zijn er legio compactcamera's met een 10x zoombereik, of nog veel meer (tot 40x aan toe!), en veel daarvan zijn ook helemaal niet slecht. Maar die kunnen weer niet van lens wisselen en dat kan hiermee wel, een groot voordeel.

Ik moet bekennen dat ik door dit verhaal een beetje begin te geloven in systeemcamera's:
  • Door de grotere sensor zijn ze kwalitatief beter dan een compactcamera.
  • Met pancakelenzen (zoom) kun je het toch makkelijk meenemen.
Maar dan zou ik nog een stap verder willen gaan, nl. een toestel waar ik de lenzen van mijn spiegelreflexcamera ook kan gebruiken. Bij de Nikon 1 kan dat. Dankzij de adapter (TF1, kost 270 euro) kun je alle bestaande lenzen van Nikon gebruiken. Compact en veelzijdig, klinkt goed.

Sony biedt dit inmiddels ook. Even Googelen leert dat met de LA-EA2 (a EUR 380,=) hetzelfde gedaan kan worden als bij Nikon: koppel spiegelreflexlenzen aan een NEX systeemcamera.

Wordt vervolgd.

Robert van Brug

zondag 5 februari 2012

Compactcamera, spiegelreflex en systeemcamera

Er waren tot voor kort twee types fotocamera te koop: de compactcamera en de spiegelreflex. Beide soorten hebben voor- en nadelen, die ik hier op een rijtje zal zetten.

Voordelen compactcamera:
  • Compact en daarmee makkelijk mee te nemen
  • Goedkoop
  • Eenvoudig te gebruiken
  • Vaak in allerlei trendy kleuren verkrijgbaar
Met name het eerste punt is voor de serieuze fotograaf van belang. De beste camera is namelijk de camera die je bij je hebt. Reden voor veel professionele fotografen en serieuze amateurs om een compactcamera naast de spiegelreflex te gebruiken en deze altijd mee te nemen.

Voordelen spiegelreflexcamera:
  • Hogere kwaliteit, met name door een grotere sensor
  • Verwisselbare lenzen. Hierdoor ben je flexibeler
  • Veel meer zaken zijn in te stellen. 
Kort samengevat kan een spiegelreflexcamera helemaal aangepast worden aan de situatie (diafragma, sluitertijd, ISO, lens, etc.) waardoor veel betere opnames mogelijk zijn. Voorwaarde is wel dat de fotograaf in kwestie over de juiste kennis en ervaring beschikt. En zin heeft om van alles in te stellen, meer geld uit te geven, de hele handel mee te slepen, enzovoort.

Wat voor jou de beste keuze is, is persoonlijk. Er zijn zeer goede instap spiegelreflexen (bijvoorbeeld Nikon D3100) zodat het budget steeds minder een beperking vormt. Ook zijn er steeds betere compactcamera's (zoals bijvoorbeeld Canon S100) die v.w.b. prestaties het gewoon goed doen.

Maar nu is er een derde soort op de markt verschenen, de zogenaamde systeemcamera. Volgens de marketingafdelingen van de fabrikanten combineren deze camera's de voordelen van compactcamera's en spiegelreflexen in 1 toestel. Klinkt interessant, maar is het dat ook?

Sony en Nikon hebben systeemcamera's. Maar ook Samsung, Olympus, Panasonic en Pentax hebben een productaanbod. Alleen Canon nog niet.

Op het eerste gezicht combineren deze camera's inderdaad de voordelen van beiden soorten: ze zijn compacter dan een spiegelreflex, niet zo zwaar, er kan een andere lens op en en de kwaliteit is beter dan bij compactcamera's. Ook kan er vaak wat meer ingesteld worden op de camera, o.a. opnamen maken in RAW in plaats van in JPEG.

Hiermee lijkt de doelgroep duidelijk: consumenten die twijfelen tussen een instap spiegelreflex en een betere compactcamera. Speciaal voor hen is dit compromis gemaakt. Maar dat blijft het dan ook, een compromis. Want naast dat het alle voordelen van compact en spiegelreflex combineert, combineert het ook de nadelen, namelijk:
  • een stuk groter dan een compactcamera. Zeker met een grotere lens erop, zoals de Sony op het plaatje hierboven: dat stop je niet meer zomaar in je jaszak.
  • Ook een stuk duurder! De Nikon zoals hierboven vermeld is er vanaf 829 euro en de Sony vanaf 799 euro (bron: kieskeurig.nl op 5 februari 2012 en dat is via de goedkoopste online aanbieder)
  • Mindere kwaliteit dan een spiegelreflexcamera. Met name door de kleinere sensor (vaak cropfactor 2 bij het Micro Four Thirds systeem of zelfs 2,7 bij Nikon1). Deze sensoren zijn nog altijd een stuk groter en daarmee beter dan in compactcamera's.
  • Minder lenzen beschikbaar dan voor een spiegelreflexcamera. Dit zal best beter worden de komende tijd, maar voorlopig is het behelpen. Bij Nikon 1 is er een adapter verkrijgbaar waarmee alle Nikon objectieven bruikbaar worden, dat lijkt mij de juiste weg.
Het mag duidelijk zijn: ik ben er persoonlijk niet kapot van. Voor mij geldt: als ik geen zin heb in gedoe, gesleep en blabla: dan neem ik een compactcamera mee (een 6 jaar oude Panasonic Lumix DMC-TZ1). Wil ik echter een kwalitatief goede foto maken dan pak ik de spiegelreflex. Een systeemcamera zou betekenen dat ik nog altijd een minder goede foto kan maken dan met een spiegelreflex en toch een flinke berg apparatuur zou moeten meenemen die niet erg compact meer is. 

Bovenstaande blijft mijn mening. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, dat is het mooie van een blog. Ik heb de voor- en nadelen van de diverse soorten camera op een rij gezet. En ik was al in het bezit van een compactcamera én een spiegelreflex toen de eerste systeemcamera op de markt kwam. 
Ik ben natuurlijk wel benieuwd of je het ermee eens bent of juist helemaal niet. Heb jij een heel andere afweging gemaakt? Zie ik iets over het hoofd? Laat het me weten, ik ben heel benieuwd.

Update oktober 2015 hier.

Bedankt voor het lezen.

Robert van Brug