Posts tonen met het label spiegelreflex. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spiegelreflex. Alle posts tonen

zondag 18 oktober 2015

Smartphone, compactcamera, bridgecamera, systeemcamera, spiegelreflex en middenformaat camera

Begin 2012 heb ik een artikel geschreven over de diverse types camera die er toen in omloop waren, de verschillen daartussen en voor wie welk type camera volgens mij geschikt is.
Dit artikel wordt veel gelezen en ik krijg regelmatig reacties en vragen. Blijkbaar is dit iets waar veel mensen mee worstelen. Het loont daarom de moeite om het nu, oktober 2015 te herschrijven naar de huidige situatie, want er zijn een aantal zaken sterk gewijzigd in de tussentijd!

Ik onderscheid de volgende categorieën camera's:
  1. Smartphone
  2. Tablet
  3. Compactcamera
  4. Bridgecamera
  5. Compacte Systeemcamera (CSC)/Mirrorless
  6. Spiegelreflex (DSLR)
  7. Middenformaat camera
Ik zal deze soorten beoordelen op de volgende criteria:
  1. Prijs
  2. Kwaliteit: het gaat om beeldkwaliteit die de camera levert onder verschillende omstandigheden.
  3. Mogelijkheden: dit is de moeilijkste om te beoordelen. Het gaat om de mogelijkheid om van objectief te wisselen, om veel zaken op de camera in te stellen en om er accessoires bij te kopen.
  4. Formaat: hiermee bedoel ik de fysieke afmeting van een camerabody met lens, maar ook het gewicht.
Hieronder een tabel met scores van alle soorten camera's op alle 4 relevante onderdelen. Een hogere score is beter:
Cameratypes met scores op verschillende criteria

Smartphone:

De smartphone is nieuw in het overzicht, hoewel ik er al ooit een artikel aan geweid heb. De kosten voor een smartphone-camera zijn feitelijk nihil omdat het primaire deel de telefoon is. Het is wel zo dat meer en meer mensen foto's maken dankzij juist deze altijd bereikbare camera. En hoewel de sensorafmetingen erg klein zijn wordt de kwaliteit steeds beter, vooral in omstandigheden met voldoende licht. Er zijn inmiddels fabrikanten die wat meer instelmogelijkheden bieden en zelfs in raw fotograferen kan op beperkte schaal, bijvoorbeeld met de LG G4. De vraag is of de smartphonefotograaf daarop zit te wachten, maar de gevorderde fotograaf heeft ook een smartphone én Photoshop en die wordt er wel degelijk vrolijk van. Ook zijn er nu opzetlenzen verkrijgbaar om optisch te kunnen zoomen of juist meer in groothoek te kunnen werken.
Smartphone met additionele telelens voor 8x zoom

Tablet:

De tablet scoort gelijk aan de smartphone, maar is een stuk groter en zal daarom ook niet altijd onder handbereik zijn.

Compactcamera:

De compactcamera is een uitstervende soort, een markt die bijna geheel door de smartphone is overgenomen. En hoewel de camerasensor van een compactcamera groter is dan die van een smartphone, er ook modellen met behoorlijke kwaliteitslenzen zijn en er meer accessoires en dergelijke verkrijgbaar zijn zal dit marktsegment het in toenemende mate moeilijk krijgen.

Ik maak een uitzondering voor de compactcamera van hoge kwaliteit, met een wat grotere sensor en vaak een prime lens, zoals de Canon G15, Nikon Coolpix A en Sony RX 100. Deze modellen kunnen ook in raw werken, zijn lichtsterker, hebben een beter autofocus systeem, etc. Fatsoenlijke maar wel degelijk compacte camera's. Deze subcategorie is gewoonweg veel beter dan wat de smartphone camera's (tot nu toe) te bieden hebben en dat geeft ze bestaansrecht.
Canon G15
Op foto de Canon G15, met een lichtsterk objectief (f/1.8-2.8) over een beperkt zoombereik. Verkrijgbaar voor rond de 350€, waarvoor ook een goedkope DSLR te koop is, maar dit is een stuk compacter. Ideaal voor concerten waar een DSLR niet mag.

Bridgecamera:

De bridgecamera slaat een brug tussen de compactcamera en de spiegelreflex, vandaar de naam. Eigenlijk zijn het compactcamera's met een extreme zoomlens. De mogelijkheden zijn vaak behoorlijk uitgebreid, maar de sensor is vrij klein wat de kwaliteit nekt. Bovendien zijn de lenzen niet verwisselbaar. Met het enorme zoombereik van dit type camera is dat ook amper nodig, maar bijvoorbeeld een lichtsterke prime monteren behoort niet tot de mogelijkheden.
Typische bridgecamera met 60x optische zoom

Systeemcamera (CSC)/Mirrorless:

De (compacte) systeemcamera is hard in opkomst. Waar ik begin 2012 nog kon beweren dat de kwaliteit van een spiegelreflex beter is, geldt dat inmiddels niet meer. Zeker niet nu fabrikant Sony de 7R II en de 7S II heeft uitgebracht. Deze zijn voorzien van full frame sensoren van de laatste generatie en zoveel softwarematige gimmicks dat ze de DSLR's op veel punten voorbijstreven. Ik heb de Sony A7RII mogen proberen en ik was zeer onder de indruk.

Deze groep camera's bevat echter ook de Micro Four Thirds groep (Panasonic/Olympus), met een cropfactor van 2. Ook het Nikon1-platform (met een cropfactor van 2,7) valt hieronder.

De indeling dient verfijnd te worden. Al deze CSC's hebben verwisselbare lenzen en missen een spiegel voor de sensor, maar verder verschillen ze aanzienlijk. Belangrijkste onderscheid wordt veroorzaakt door de grootte van de sensor: als deze groter is is de kwaliteit hoger maar ook de prijs. De lenzen die dan gebruikt dienen te worden zijn ook groter, zwaarder en duurder.

Spiegelreflex (DSLR):

Good old DSLR. In 1934 ontwikkelde Kodak 35mm film, een standaard die we nu Full Frame noemen. Al bijna 100 jaar zijn camera's en de daarbij behorende lenzen geoptimaliseerd om een beeld van 24 bij 36mm te leveren, eerst (analoog) op een filmrolletje, later op een sensor (digitaal).
Bij de introductie van de eerste digitale spiegelreflexcamera's bleek het onbetaalbaar om de sensor zo groot te maken, dus is deze een aantal jaar kleiner gebleven. Vaak 1,5x (Nikon) of 1,6x (Canon), het zogenaamde APS-formaat.

Verschillende sensorformaten
Inmiddels is dat niet meer nodig en zijn Full Frame DSLR's populairder dan ooit. Zeker na de introductie van de D600 van Nikon en de 6D van Canon die het product betaalbaar maakten. Hiermee kan ook weer gebruik gemaakt worden van al bijna 100 jaar ontwikkeling op het gebied van objectieven.
De APS-sensor is ongeveer half zo groot als de Full Frame sensor en daarmee kan ook een objectief half zo zwaar gemaakt worden bij dezelfde brandpuntsafstand.

Middenformaat

Full Frame vinden we tegenwoordig heel wat, maar er bestaat ook nog groter, het zogenaamde Middenformaat.
Hasselblad H4D-40

Middenformaat wordt met name in fotostudio's gebruikt bij fashion shoots. Hier worden in extreme resoluties (60-200MP) op de twee-keer-zo-groot-als-Full-Frame-sensor opnames gemaakt die heel groot afgedrukt moeten worden, bijvoorbeeld op billboards. Door het enorme oppervlak van de sensor blijft deze kwaliteit voorlopig ongeëvenaard door de DSLR.
Omdat de sensor zoveel groter is moet echter de rest ook groter. Een vergelijkbare brandpuntsafstand op een middenformaatcamera zal twee keer zo groot/zwaar zijn. En omdat dit een beperkte markt is, zijn de prijzen torenhoog. Een dergelijke camera kost rond de 50.000€. Nu de DSLR's steeds hogere resoluties krijgen en dat steeds beter doen komt dit segment steeds verder onder druk.
Omdat deze systemen zo groot en zwaar zijn en er minder objectieven voor te krijgen zijn heb ik dit minder gescoord dan de DSLR op mogelijkheden.

In het analoge tijdperk waren er camera's met een nog veel groter filmoppervlak, het zogenaamde grootbeeld. In het digitale tijdperk is dit verdwenen.

Over een paar jaar ziet dit overzicht er ongetwijfeld weer anders uit. Ik verwacht dat de smartphones nog wel wat beter worden. De compactcamera komt steeds verder onder druk, maar dankzij de enorme zoom zal de bridgecamera nog wel even bestaan. Systeemcamera's zullen steeds belangrijker worden, ten koste van de DSLR. Middenformaat zal langzaam verdwijnen.

Hopelijk heb ik met dit geüpdatete overzicht wat meer duidelijkheid geschapen.
Bedankt voor het lezen.

Robert van Brug


zaterdag 7 december 2013

Nikon objectieven

Regelmatig kom ik uitspraken tegen dat apparatuur niet belangrijk is omdat het de fotograaf is die uiteindelijk de foto maakt. Ik snap wat er bedoelt wordt, maar eigenlijk is het flauwekul. Minder goede apparatuur heeft meer beperkingen en een gevorderde fotograaf loopt steeds vaker tegen die beperkingen aan. In dit artikel wil ik ingaan op de objectieven, welke moet je hebben? Bij een systeem van verwisselbare lenzen is het logisch dat je minstens 2 lenzen hebt, maar welke? Dit is sterk afhankelijk van persoonlijke voorkeuren, maar ik kan wel een paar overwegingen meegeven.

Allereerst is het belangrijk om te weten welk type fotograaf je bent. Grofweg zal ik hier drie types onderscheiden, die erg lijken op de niveau-aanduiding van de artikelen op mijn blog:
  1. Beginner. Het kiekje is belangrijker dan de kwaliteit. Maakt niet veel foto's, vaak bij dagjes uit en vakanties en verder niet. Geen belangstelling om camera-apparatuur te doorgronden. Moet er niet aan denken lenzen te moeten wisselen.
  2. Gevorderde: Deze groep vindt kwaliteit wel degelijk belangrijk, maar heeft er niet alles voor over. Zowel in tijd als in geld maar nog belangrijker in interesse zijn er beperkingen die vaak voorkomen dat iemand een expert wordt.
  3. Expert: Weet er alles van, veel ervaring. Hieronder vallen de professionals, maar ook de amateurs die iedere week een hele dag met de camera op pad gaan, met als doel foto's maken. Deze mensen kennen hun apparatuur door en door, de sterke en zwakke punten, welke instellingen werken en wat niet, welke lens in welke situatie fijn werkt, camera-instellingen doen ze zonder er bewust bij na te denken. Deze groep leest vakbladen over fotografie en leest alles op internet over dit onderwerp. Er wordt voortdurend tijd en geld geïnvesteerd om nog een klein beetje beter te worden.
Grofweg kunnen we deze drie niveaus een camera aanmeten:
  1. Beginner: compactcamera of camera op de telefoon.
  2. Gevorderde: spiegelreflex
  3. Expert: full frame spiegelreflex
Hier moet ik nog wel een paar opmerkingen bij maken. De compacte systeemcamera, zoals Nikon 1 en het Micro Four Thirds systeem, hoe zit dat? Naar mijn mening is deze geschikt voor de gevorderde fotograaf. 
Steeds meer mensen maken foto's met de camera van hun telefoon. Niet zo gek want deze is altijd onder handbereik en ze worden steeds beter. Toch is dat in principe meer iets voor de beginner omdat er nauwelijks iets ingesteld kan worden.
En er zijn meer typen fotografen dan de genoemde 3. De 'geek' bijvoorbeeld. Deze is herkenbaar aan een technische opleiding, pennen in de borstzak, onverzorgd uiterlijk en vaak een bril. U kent het type wel. Gezien de interesse in alles met veel knopjes koopt deze mensen vaak een categorie duurder dan eigenlijk gezien de fotografische vaardigheid en interesse logisch is. 
Dan is er nog de 'rijke'. Deze wil van alles het beste, geld is onbelangrijk. Hiervoor heb ik ook een advies: koop een Leica meetzoekercamera, bijvoorbeeld een M9. Voor slechts 6000 Euro heeft u een uitstekende camera van een vooraanstaand merk, niet te groot en met een klassiek uiterlijk.

De beginnende fotograaf koopt een compactcamera als het aan mij ligt. Hierbij moet nog een groot aantal zaken in overweging genomen worden:
  • Niveau van de fotograaf: er zijn hele goede, tevens vrij dure, compactcamera's met allerhande geavanceerde functies. Opnemen in RAW bijvoorbeeld. Kies alleen wat je gaat gebruiken of logischerwijs binnenkort gaat gebruiken.
  • Budget. Compactcamera's zijn er van minder dan 100 tot rond de 800 euro.
  • Optische zoom. 36x zoom klinkt leuk, maar als je alleen foto's van je kinderen maakt is het overbodig.
  • Lichtsterkte. Veel compactcamera's zijn niet lichtsterk, als je dit wel nodig hebt houd hier dan rekening mee. 
  • Grootte van de sensor. Hoe groter deze sensor, hoe beter de camera in principe. 
  • Formaat. Als het formaat stoort en ervoor zorgt dat de camera om die reden niet meegenomen gaat worden, neem dan een kleinere. Past het in de damestas? In de jaszak?
  • Hoesje. Vaak is het verstandig er een beschermend hoesje bij te kopen, zeker als de camera in de damestas/binnenzak bewaard gaat worden.
  • Extra accu. Voor het geval de eerste leeg raakt. Vaak erg duur.
  • Geheugenkaart. Neem voldoende geheugenkaartjes mee, deze kosten niet veel meer.
En vervolgens stappen wij over naar de gevorderde fotograaf. Deze fotograaf heeft een goed idee wat hij/zij wil. Portretfoto's maken, landschappen, vogels, macro, sportfotografie, et cetera. Al deze soorten fotografie vragen om andere apparatuur. In tegenstelling tot de compactcamera begin ik nu bij de objectieven. 

Advies bij aankoop van een spiegelreflex systeem:
Koop eerst de lens/lenzen die nodig zijn en met het geld dat over is een losse body.
Het merendeel van het budget zal in lenzen gaan zitten. Lenzen gaan minimaal 10 jaar mee, een camerabody is na 2-3 jaar verouderd.

Hieronder een aantal populaire objectieven van Nikon. Canon en andere hebben een vergelijkbaar aanbod:
  • Veel DSLR's worden standaard met een 18-55 mm kitlens geleverd. Dit is op zich prima, hiermee is er wat flexibiliteit om te zoomen tussen een behoorlijk stuk groothoek en een beetje tele. 
  • Vaak worden er bij de populaire DSLR's ook kits aangeboden met bijvoorbeeld nog een extra 55-200 mm zoomlens. Hiermee wordt het bereik aanzienlijk uitgebreid in het telegebied, handig als er bijvoorbeeld foto's in een dierentuin gemaakt gaan worden. Zelf heb ik ervoor gekozen om bij aanschaf van mijn eerste DSLR een 18-200 mm lens te nemen. Dat is duurder dan de twee vorige samen, maar scheelt vaak wisselen. Ga ik een dagje naar de dierentuin, of ga ik met het gezin op pad, dan is dit de lens van mijn keuze: licht en allround.
  • Nieuw is de 18-300 mm lens. Mogelijk had ik deze anders gekocht in het begin, hiermee is de flexibiliteit enorm! Maar wel met nadelen: nog groter, duurder en zwaarder. 
  • Daarnaast zijn er nog lenzen die er wat tussenin zitten: 18-70 mm, 18-105 mm, 18-135 mm en 55-300. Op het iets andere zoombereik en bijbehorende prijs na zijn deze lenzen niet wezenlijk anders. 
  • Alle voornoemde lenzen zijn niet lichtsterk. Indoor sportfoto's, romantische kiekjes bij kaarslicht, opnames bij een ondergaande zon: deze lenzen hebben er grote problemen mee. Natuurlijk kan de ISO waarde omhoog, maar dan is er meer ruis. 
  • Het volgende op het verlanglijstje is daarom een erg lichtsterke lens, zoals de 35 mm f/1.8. Hiermee kan niet gezoomd worden, maar op het gebied van kunnen fotograferen in moeilijke lichtomstandigheden is dit onmisbaar. Daarnaast is dit de kleinste en bijna goedkoopste lens die er is. Deze laatste lens is een prime, d.w.z. met een vast brandpunt. 35 mm en dat is het. Zoomen kan alleen door naar voor en achteren te lopen. Tot een aantal jaar geleden deden alle fotografen dat! Zoomlenzen maken lui, beter dichterbij gaan staan dan inzoomen. 
  • Bent u gek op bloemetjes en bijtjes, het fotograferen ervan bedoel ik? Hiervoor is een macro lens nodig, zoals de 85 mm macro die Nikon hier biedt. Te duur? Dan is wellicht de 40 mm f/2.8 iets. Deze is veel betaalbaarder, maar dan moet je wel heel dichtbij het onderwerp komen.
  • Ook kan het dat u een groothoekfanaat bent, in dat geval is de 10-24 mm lens iets voor u. Dit is een erg duur stuk glas, maar dan krijgt u ook prachtige weidse landschapsfoto's.
  • Een nog grotere groothoek nodig? Dan is er alleen nog de 10,5 mm fisheye. Dit levert een rond beeld, maar wel in een beeldhoek van 180 graden. 
  • Tenslotte in deze categorie: de 17-55 mm f/2.8. Een kwalitatief hoogwaardig objectief, erg lichtsterk (4* zo lichtsterk als de kitlens!), geeft minder vertekening, snellere autofocus. Feitelijk een professioneel objectief voor het DX-systeem.

Nu krijgen we een tweedeling: alle tot nu toe genoemde lenzen noemt Nikon DX, ze zijn ongeschikt voor Full Frame camera's zoals de D3(s/x), D4, D600, D610, D700, D800(e) en sinds kort de Df. Ze leveren een plaatje aan de sensor dat niet groot genoeg is voor de grotere sensor van het FX-systeem van Nikon. Maar, en dat is erg belangrijk, andersom werkt wel! Een FX lens op een DX camera gaat prima. En omdat FX-lenzen vaak optisch van hogere kwaliteit zijn loont dat de moeite.
DX camera's zijn er rond de 400-1000 Euro, FX camera's vanaf 1500 euro. De bijbehorende lenzen zijn een stuk duurder, maar dat levert wel een hoogwaardig objectief met nagenoeg geen vertekening, dat beter bestand is tegen vuil en vocht van buiten, degelijk gebouwd, groot, zwaar en prijzig. Eigenlijk hoef ik geen advies te geven in deze categorie, mensen met een dergelijk systeem weten het zelf wel. Maar voor de geïnteresseerde, toch een paar overwegingen:
  1. De 28-300 mm lens is het werkbeest in de FX-serie. Hiermee wordt een mooi bereik gehaald. Dit is een behoorlijk zwaar ding om een hele dag mee rond te lopen, maar er kan wel bijna alles mee vastgelegd worden. FX tegenhanger van de 18-200 mm DX. De vertekening van deze lens is heftig, maar gelukkig kan dit in de nabewerking goed hersteld worden.
  2. Een 50 mm f/1.8 is het lichtsterke objectief. Licht van gewicht en niet duur (iets boven de 100 euro). Dit is de FX tegenhanger van de 35 mm f/1.8 DX. Maar ik raad toch aan om voor 300 euro de 50 mm f/1.4 aan te schaffen. Deze is optisch beter en nog lichtsterker.
  3. Er bestaat ook nog een 70-300 mm lens. Dit is de meest betaalbare telezoomlens. Zelf heb ik ruim een jaar bijna alle vogelfoto's hiermee geschoten. Aanrader!
  4. De 18-35 en 24-120 zijn beide behoorlijk goede lenzen voor het FX systeem. Nadeel van deze objectieven is dat ze niet erg lichtsterk zijn. De 24-120 heeft wel beeldstabilisatie, de 18-35 niet. Maar voor wie echt met een Full Frame camera rondloopt raad ik toch lichtsterkere alternatieven aan. Deze zijn weliswaar weer fors duurder, maar ook beter.
  5. 14-24 mm f/2.8. Lichtsterke ultragroothoek zoomlens.
  6. 24-70 mm f/2.8. Lichtsterke standaardlens.
  7. 70-200 mm f/2.8. Lichtsterke telelens. Samen met de vorige twee wordt dit de heilige drie-eenheid van Nikon genoemd. Per stuk kosten deze tussen de 1400 en 1800 euro....
  8. Er is sinds enige tijd een 70-200 f/4. Deze kost 400 euro minder, heeft geen statiefgondel (kost 100 euro extra), maar het belangrijkste: hij weegt maar de helft. Veel fijner om mee te nemen, optisch fantastisch en de VR is nog beter dan van zijn grote broer.
  9. Alternatief voor de 14-24 mm zijn er twee: de 16-35 f/4 die iets minder lichtsterk is, wél VR heeft, maar de helft kost, veel lichter is en ook nog met filters gebruikt kan worden. Daarnaast is er de 17-35 f/2.8 die wat professioneler is en daardoor duurder, zwaarder maar ook lichtsterker. Deze heeft geen VR maar kan wel ook met filters gebruikt worden. 
  10. De 85 mm f/1.8. Voor net dat beetje meer bereik dan de 50 mm en nog even lichtsterk. En betaalbaar ook nog. De f/1.4 variant hiervan is superieur, maar veel te duur. Fantastische lens voor portretfotografie, hoewel de f/1.4 toch nog net iets beter is.
  11. De 80-400 lens dan? Deze lens (2300 Euro) heeft een waanzinnig zoombereik. Deze lens is onlangs vernieuwd (de oude versie was niet goed) en beschikt nu over zeer scherpe beelden en een fijne AF. Wel is hij groot en zwaar en er ontbreekt de mogelijkheid groothoekopnamen te maken. De 28-300 is dan geschikter. Maar op safari bijvoorbeeld is dit fijne allround, geschikt voor vogels en olifanten. Een alternatief voor deze lens is de 70-200, ze overlappen elkaar teveel om ze allebei te kopen. En als de prijs wat aan de hoge kant is, schaf dan de 70-300 aan: die is net zo lichtsterk, heeft ook VR en is veel lichter, kleiner en voordeliger.
  12. Doorsparen voor deze, de enorme 200-400 f/4? Dit dure stuk gereedschap (5500 euro) is superieur in het lange telegebied. Wel moet je jezelf afvragen of je hier wel veel wilt zoomen. Verreweg de meeste mensen die grote telelenzen gebruiken hebben een vaste brandpunt lens, waaronder sportfotografen en vogelfotografen.
  13. De professionele prime telelenzen: de 300 mm f/2.8, 400 mm f/2.8, 500 mm f/4 en 600 mm f/4. En sinds kort de 800 mm f/5.6. Allemaal fantastisch van kwaliteit, loeizwaar en peperduur. Tussen 5 en 18 duizend (!) euro. De f/2.8 lenzen kunnen ook nog prima met een 2x teleconverter gebruikt worden. Een 1.4 teleconverter werkt op alle lenzen. De 800 mm wordt geleverd met een 1,25x teleconverter, wat het een 1000 mm f/7.1 lens maakt. Tip: er zit niet zo heel veel verschil tussen de supertelelenzen. 400, 500 of 600 mm maakt niet echt veel uit. Kijk ook naar aanschafprijs (kan een paar duizend euro schelen), gewicht (scheelt snel een kilo) en grootte (sommige lenzen komen in de handbagage niet of moeilijker door de douane).
  14. Voor rond de 1200 euro is er een prime telelens te koop die zeer de moeite waard is, namelijk de 300 f/4. Toegegeven, niet zo lichtsterk, maar ook veel lichter, kleiner en minder kostbaar. Wel een klasse objectief én kan met een 1.4 x teleconverter gebruikt worden. Aanrader!
  15. De telelenzen zijn natuurlijk specialistisch, maar zo zijn er nog een paar. Voor FX zijn speciale groothoeklenzen verkrijgbaar. De 20 mm f/2.8D bijvoorbeeld is prima van kwaliteit, licht, klein en redelijk betaalbaar.
  16. Macrolenzen zijn er ook een aantal voor Full Frame. Een 60 mm f/2.8, een 105 mm f/2.8 en een 200 mm f/4-variant. De 60 mm is geschikt voor extreem dichtbij fotografie. Ideaal voor het vastleggen van kleine voorwerpen (munten, postzegels) vanaf statief. De 200 uiteraard juist voor wat verder weg  zodat er in de vrije natuur een veel grotere kans is dat de vlinder of libelle niet wegvliegt. Maar de 105 mm kan dit ook en deze biedt ook nog vibratiereductie waardoor dit voor mij een ideaal macro-objectief is. 
  17. Nog specialistischer zijn de Tilt en Shift lenzen. Deze zijn voornamelijk voor architectuurfotografie omdat zij de perspectivische beeldvertekening effectief corrigeren. Ooit een foto van een hoog gebouw gezien? Dat lijkt altijd achterover te vallen. Deze lenzen corrigeren dat effect. Hier bestaan drie uitvoeringen van, nl. de 25, de 45 en de 85 mm. Allemaal rond de 1500 euro. Afhankelijk van de afstand tot het onderwerp moet de juiste brandpuntsafstand gekozen worden. De 24 mm lijkt mij de meest logische keuze, hoewel dit de minst lichtsterke en toch de duurste van de drie is.
  18. Ook in FX is er een Fisheye objectief, nl. de 16 mm f/2.8. Net als de DX-versie levert ook deze een rond beeld met een beeldhoek van 180 graden.
  19. Tenslotte nog de 135 mm f/2 DC en de 105 mm f/2 DC. Dit zijn speciale primelenzen, erg lichtsterk (f/2) en het DC staat voor Defocus Control. Hiermee kan de onscherpte van de achtergrond ingesteld worden, oftewel: hoe ziet de bokeh eruit? Dit is specialistisch spul, maar als je ermee weet om te gaan zijn dit de ultieme portretlenzen.
Welke uit deze lawine van lenzen voor jou het meest relevant zijn weet ik niet. Maar hier moet voor ieder wat wils bijzitten, toch? Toch nog een paar additionele adviezen:
  • Kijk ook eens naar lenzen van Sigma en Tamron. Deze fabrikanten van goede lenzen bieden vaak alternatieven voor de dure merklenzen. 
  • Niet het hele bereik van 10.5 tot 800 mm hoeft afgedekt te worden. Het is veel beter om een paar kwalitatief goede, lichtsterke lenzen te hebben en de rest van het bereik met de benen af te dekken.
  • Denk ook aan teleconverters. Met een 1.4x (voor f/4 en groter) en een 2x teleconverter (voor f/2.8 en groter) wordt de flexibiliteit enorm vergroot. Er bestaat ook nog een 1.7x TC die er tussenin zit. Advies: schaf alleen nog lenzen aan die hiermee samen gebruikt kunnen worden.
  • En wat ik hier beschreven heb is het huidige aanbod objectieven van Nikon. Nikon maakt als vele decennia lenzen (oorspronkelijk ook voor Canon), en sommige van de oude beestjes zijn voor een fractie van de prijs van de nieuwe verkrijgbaar en ze werken perfect. Alleen de laatste technologie (zoals vibratie reductie en nano chrystal coating) ontbreekt, maar laat dat je niet tegenhouden. Bijna altijd betekent dit op de tweedehands markt kopen, dus zorg dat je goed kunt beoordelen of het allemaal nog goed werkt of neem iemand mee die dat wel kan. Probeer het altijd uit en beding eventueel een recht op retour.
  • Overstappen naar Full Frame? Kostbare zaak met veel DX-lenzen in de cameratas. Als het op de planning staat om de overstap ooit te maken, koop dan FX lenzen. Ben je dit zeker niet van plan, koop dan de veel lichtere/handzamere/voordeligere DX lenzen. . 
En dan hier nog een tabel met aanraders:
Soort lens
Cropfactor (DX) lens
Full Frame (FX) lens

Handige ultrazoom
18-200 mm f/3.5-5.6 ED VR II
18-300 mm f/3.5-5.6 ED VR
28-300 mm f/3.5-5.6 ED VR
Groothoek Prime

20 mm f/2.8D
Lichtsterke standaardlens
35 mm f/1.8G
50 mm f/1.4G
Portretlens
-
85 mm f/1.8
Betaalbare Telezoom
55-300 mm  f/4.5-5.6 ED VR
70-300 mm f/4.5-5.6 G IF ED VR
Hoogwaardige Ultratelezoom
-
200-400 mm f/4 VR
Hoogwaardige groothoekzoom
10-24 mm f/3.5-4.5G
14-24 mm f/2.8
16-35 mm f/4 VR
Hoogwaardige standaardzoom
17-55 mm f/2.8
24-70 mm f/2.8
Hoogwaardige telezoom
-
70-200 mm f/2.8 VR II
70-200 mm f/4
80-400 mm f/4,5-5,6
Macro
85 mm Micro
105 mm Micro f/2.8 VR
Fisheye
10.5 mm
16 mm f/2.8
Hoogwaardige prime telelens
-
300 mm f/2.8
400 mm f/2.8 
500 mm f/4 
600 mm f/4 
800 mm f/5.6
Goede prime telelens
-
300 mm f/4
Tilt & Shift (PC)
-
24 mm PC-E f/3.5D ED
Defocus Control
-
135 mm DC f/2

Ik kan onmogelijk aanraden wat voor iedereen de juiste lenzen zijn, maar ik heb geprobeerd hiermee toch wat inzicht te geven. De uiteindelijke keuze zal voor iedereen weer anders zijn. Welke lenzen het beste bij je passen is persoonlijk, maar ik kan er toch wel iets over zeggen. Dat bewaar ik echter voor een nieuw blog.

Update oktober 2015.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

maandag 22 oktober 2012

Fotograferen in het binnenzwembad

Een (binnen)zwembad is een omgeving waar velen van ons wel eens komen. Om zelf een baantje te trekken, om te kijken bij de zwemles van kind/kleinkind, een dagje uit, tijdens een verblijf in een vakantiehuisje van bijvoorbeeld Center Parcs of Landal. En dan heb je kans dat je er een foto van wilt maken omdat het zo gezellig is, je een aandenken wilt van het diplomazwemmen van je kind of wat dan ook. En heel vaak eindigt dat in een teleurstelling. Hiervoor zijn een aantal oorzaken:
  1. mensen in het water bevinden zich voor het overgrote deel onder water, een stukje hoofd boven water is het maximaal haalbare, maar hoe interessant is dat?
  2. De vochtige omgeving is vijandig voor de apparatuur. Er zijn inmiddels een paar waterdichte camera's op de markt maar voor de meeste is het game over als ze in contact komen met water. En er is een serieus probleem met het ontstaan van condens op en in lenzen.
  3. Wil je zelf zwemmen én fotograferen dan loop je het risico dat iemand zich jouw apparatuur toeëigent.
  4. In een binnenbad is in mijn ervaring het licht ontzettend slecht. In de zin dat er slechts een minimale hoeveelheid aanwezig is. Onze ogen zijn zo goed dat die zich hierop aanpassen en het niet als probleem ervaren, maar camera's daarentegen hebben het zwaar.
Typisch een beeld dat kan ontstaan in een subtropisch zwemparadijs: een beslagen lens. Niet gaan wrijven, geduld hebben werkt beter.

Tot zover de problemen. Nu de oplossingen:
  1. Maak niet alleen een foto van mensen in het water. Ook lopend op de kant, duikend vanaf een startblok, springend vanaf de duikplank. Hiermee laat je meer van de mensen zien dan alleen een stukje hoofd.
  2. Ik neem af en toe een camera, geen waterdichte, mee naar een zwembad. Die laat ik dan een tijdje in de cameratas zitten om daar op temperatuur te komen. Als ik condens zie ontstaan stop ik, dan moet er nog iets langer gewacht worden. Ga niet wrijven, het komt vanzelf goed.
  3. Diefstal van je dure spullen zou de dag verpesten. Dus neem ik een aantal foto's en op het moment dat ik zelf wel weer wil gaan zwemmen doe ik de cameratas in een apart kluisje. Gelukkig zijn deze gemeengoed geworden inmiddels.
  4. Dit is het moeilijkste punt om op te lossen. Er is heel weinig licht in het gemiddelde zwembad en het is natuurlijk het leukste om een actieplaat te maken: een sprong vanaf een startblok of wat dan ook. Maar dat dan zonder een torenhoge ISO-waarde want we willen niet veel ruis. Laten we hier wat dieper op ingaan. 
Dit kan een hele dure grap worden. Een zeer lichtgevoelige lens kan duizenden Euro's kosten. In combinatie met een camera die goed presteert bij wat hogere ISO waarden wordt het erg kostbaar. Natuurlijk, als je die apparatuur hebt gebruik die dan. Maar er zijn meer oplossingen, gelukkig.

Ten eerste: flits! Ik ben geen voorstander van het gebruik van flitslicht, maar met een flits krijg je, zeker in combinatie met iets hogere ISO-waarden ook op afstand redelijk goede resultaten.
Mijn dochter Eline plonst van de glijbaan in het water. 
Direct geflitst (opzetflitser SB600), afstand een meter of 7.
ISO 400, f/5, 18-200 mm lens op 65 mm.
Sluitertijd 1/200e seconde (kortste synchronissatietijd i.c.m. de flitser)

Ten tweede: een nog veel lichtgevoeligere lens. Maar dan geen zoom, geen bewegingsreductie. Zelf heb ik bijvoorbeeld een 35 mm f/1.8. Verreweg de goedkoopste lens in de tas, maar wel het meest lichtsterk. Daarmee moet het lukken om ISO en sluitertijd kloppend te krijgen. Je moet wel dichterbij je onderwerp staan dan met een gemiddelde zoomlens, maar het werkt wel.

Terug naar het eerste probleem: zwemmers liggen voor het grootste deel onder water en geregeld zelfs helemaal. Kijkend naar foto's van bekende zwemmers (googel maar eens op Michael Phelps) laten de resultaten vooral foto's zien van voor de start, op het podium en juichend bij de finish (stilliggend in het water) of bij een persconferentie. Een foto, zelfs van Michael Phelps, die een baantje trekt is niet aantrekkelijk:

Boeiende race op topniveau, maar geen pakkende foto.

Maar mocht je frontaal en op ooghoogte kunnen komen, dán wordt het wel boeiend:
Michael Phelps in actie
copyright onbekend

Natuurlijk helpt het dat dergelijke atleten zich zo hard afzetten dat ze behoorlijk uit het water komen. Reken hier niet op bij (klein)kinderen die hun A-diploma gaan halen.

De meest extreme oplossing is om als fotograaf ook onder water te gaan:
Prachtig onderwaterbeeld van Michael Phelps
copyright onbekend

Dit levert een niet-alledaags beeld, maar het gaat wel heel ver.

Samengevat: kom dichtbij, zo laag mogelijk boven het water met een lichtsterke lens voor een geslaagde actiefoto in het zwembad. Gebruik de flitser indien nodig. Neem ook foto's van start, springen van duikplank, glijden van glijbaan enzovoort. Foto's van mensen in het water zijn bijna nooit leuk dus leg de andere momenten vast.

Tot een volgende keer!

Robert van Brug

Foto's van Michael Phelps, de meest gelauwerde olypiër ooit, heb ik van internet geplukt. Het is niet mijn bedoeling hiermee inbreuk te maken op de rechten van iemand.





zaterdag 6 oktober 2012

Full Frame?

Er zijn veel soorten camera te koop, zoals ik al eens heb beschreven in een artikel. Maar stel dat u besluit tot het aanschaffen van een spiegelreflex (of DSLR), dan bent u er nog niet.

MERK
Allereerste is daar de keuze van het merk. Canon en Nikon, in die volgorde, domineren deze markt al decennia. Ze ontlopen elkaar weinig. Dan weer ligt de een voor, dan de ander. Opvallend dat heel veel fotografen fervent aanhanger van 'hun' merk zijn en 'het andere merk' ook echt niets vinden. Sony komt echter, na overname van Konica-Minolta, opzetten en zet in op halfdoorlatende spiegels. Bovendien gaat Sony investeren in Olympus (500 Miljoen Euro) en er ook mee samenwerken. De overige merken bungelen hier ver achteraan.

FULL FRAME OF APS-C
Maar stel u bent eruit en kiest voor een merk. Of misschien kiest u wel voor een bepaalde techniek en is er maar 1 merk die dat biedt. Of u heeft nog een hele partij objectieven liggen van een merk en zit dus al bijna vast aan dat merk, dat kan ook. Dan nog valt er iets te kiezen, nl.: Full Frame, of crop camera (aps-c).

Een Full Frame camera heeft een beeldsensor van 24 x 36 mm, zoals alle vroegere traditionele fototoestellen dat ook hadden. Een cropfactortoestel heeft de helft van dit oppervlak (Nikon), of nog iets minder (Canon). Heel simpel gezegd is DE doorslaggevende factor voor de kwaliteit van een camera de grootte van de beeldsensor, bigger = better. Dus Full Frame.

En dat klopt: een dergelijke camera gaat beter om met ruis en heeft een hoger dynamisch bereik. Daarnaast zijn ze vaak veel steviger gebouwd (voor de pro's), sneller en voorzien van alle denkbare snufjes.

LENZEN
En duur. Ook zwaarder. En er kan alleen met Full Frame lenzen gewerkt worden. Een dergelijke lens doet het wel op een Crop Camera, maar omgekeerd werkt het niet. En die Full Frame lenzen zijn, u raad het al, veel groter, zwaarder en duurder. Bovendien mist de crop factor! Waar op een Crop Camera een 200 mm lens voldoende is, heeft u voor hetzelfde bereik een 300 mm lens nodig die veel duurder is. Bij telelenzen wordt het hierdoor al snel een heel duur verhaal. Aan de andere kant: ook deze lenzen zijn optisch veel beter, bijna altijd veel lichtsterker en gebouwd voor de eeuwigheid.
Maar lenzen presteren in het midden optimaal en niet aan de randen. Dus als zo'n professionele Full Frame lens op een Crop Camera gezet wordt zal het resultaat optimaal zijn! De Full Frame lenzen die iets betaalbaarder zijn (zoals de 300 mm f/4) zijn hiermee bijzonder geschikt voor een Crop Camera.
Met een Crop Camera is het mogelijk om speciaal voor dat type camera ontworpen lenzen te kopen. Deze zijn vaak lang niet zo goed, maar wel veel lichter, compacter en voordeliger.
Het fotograferen met een Full Frame camera levert een beperktere scherptediepte op. Als bijvoorbeeld een diafragma f/4 wordt gebruikt op een Full Frame, dan moet op een crop camera al f/4 / 1,5 (crop factor) = f/2,67 gebruikt worden om dezelfde mooie beperkte scherptediepte te krijgen. En dat is veel duurder! Ander voordeel op het gebied van lenzen is dat het eenvoudiger is om groothoeklenzen voor een Full Frame te maken.

ANDERE OVERWEGINGEN
Maar heeft Full Frame wel zoveel voordelen? Of zitten fotografen nog steeds vastgeroest in het verleden en is het niet allemaal halleluja? De hogere kwaliteit van Full Frame camera's wordt zoals al opgemerkt veroorzaakt door een veel grotere sensor. Als deze sensor echter wordt overladen met pixels (beeldpunten) dan gelden de voordelen niet meer.
Mijn eigen Nikon D90 (Crop Camera) heeft een sensor met 12,3 megapixels. Als er een sensor wordt ingebouwd die twee keer zo groot is maar meer dan twee keer zoveel beeldpunten heeft (dus 24,6 miljoen) en verder is alles gelijk, dan zal de prestatie minder goed zijn. De zeer professionele D3 van dezelfde generatie is wel Full Frame, maar had evenveel pixels. Die pixels zijn twee keer zo groot en dat levert forse kwaliteitswinst op. De opvolger van de D3, de D4, heeft 16 Megapixel. Bovendien is deze van een nieuwere generatie. De eveneens nieuwe D800(e) heeft 36 Megapixel. Hier is Nikon er blijkbaar in geslaagd om pixels dichter op elkaar te krijgen én tegelijkertijd toch een hogere beeldkwaliteit te krijgen. Opvallend te zien dat de twee keer zo dure D4 aanzienlijk minder beeldpunten heeft, maar wel veel sneller is.

Wat is ideaal? Als je een foto maakt met een camera met meer pixels, zal de foto gedetailleerder zijn. Voor bepaalde vormen van fotografie, zoals landschapsfotografie, maar ook het betere studiowerk, kan het aantal pixels niet hoog genoeg zijn. Maar een hogere pixeldichtheid bepaald ook in hoge mate het detailniveau dat bereikt wordt. Mijn 'oude' D90 doet het dan nog altijd beter dan de ultramoderne high-end D4 die 10 x zo duur is. Tegen de D800 legt hij het echter op alle fronten af.

Overigens was analoog nog niet zo gek, als het in de termen van de moderne digitale camera's wordt uitgedrukt. Niet alleen waren alle spiegelreflexen full frame, maar de resolutie lag rond de 34 megapixel, afhankelijk van lichtgevoeligheid van de film (ISO/ASA/DIN) en het merk van de film. Bij een 6x9 rolfilm uit het midden van de vorige eeuw lag dit rond de 250 megapixel. Werk aan de winkel voor de fabrikanten, we zijn er nog lang niet, op naar de gigapixels.

Voor Canon kunt u 1D-X lezen in plaats van D4 bij Nikon.
De 5D mark III is de tegenhanger van de D800(e) van Nikon, maar met minder megapixels.
De nieuw geïntroduceerde Nikon D600 (reeds leverbaar) en de Canon D6 (rond kerst 2012 leverbaar) zijn een prijsdoorbraak: rond de 2000 euro is er nu een volbeeldsensor toestel.
De ontwikkeling zal nog wel doorgaan in het voordeel van de full frame body's, waardoor een gedroomde D400 van Nikon ijdele hoop kan blijken te zijn. Ook boeiend in dit kader is dat Nikon op zijn website de D300s als professioneel toestel kenmerkt, terwijl de D600 een consumentencamera is.

De keuze voor crop camera of full frame zal afhangen van soort fotografie, persoonlijke voorkeur en budgettaire mogelijkheden. Ga ik om? Naar de winkel rennen voor een D600? Nee, hoe leuk en interessant het ook allemaal is, ik kan nog genoeg verbetering boeken zonder duurdere apparatuur denk ik. Een cursus zal me meer opleveren. Ik ben nog steeds zelf de zwakste schakel in de keten. Maar met sommige zaken begin ik wel tegen de grenzen aan te lopen. Zodra dat op in alle schakels van de keten is wordt het tijd voor een upgrade. En tegen die tijd zijn er nieuwe producten, weer veel beter en hopelijk ook een stuk minder belastend voor het budget.

Tot een volgende keer!

Robert van Brug



















vrijdag 6 april 2012

Nikon 1 versus Nikon D300s

Na een eerder basistest van de Nikon 1, en een test met DSLR-objectieven, is het nu tijd om de prestaties van de Nikon 1 te testen in vergelijking tot de grote broer: de DSLR.

Het lijkt een oneerlijk vergelijk: een compacte systeemcamera (de Nikon 1 J1) tegen de veel duurderde spiegelreflexcamera D300s van hetzelfde merk. De D300s is ook nog eens van een veel duurder objectief voorzien en beschikt over een dubbel zo grote sensor. Op voorhand is de Nikon 1 kansloos, maar hoe goed komt hij dan toch uit de test? Komt hij misschien wel in de buurt?

Ik heb een hele serie opnamen gemaakt van een kleine replica van een soldaat uit het terracottaleger uit Xi'an, China. Met name de donkere achtergrond hierbij is heel geschikt om op hoge ISO waarden de ruis te meten.

Resultaat op ISO 3200:

De kwaliteit van de foto op Blogger laat wat te wensen over. Daarom staan een fullsize opname op Flickr.

Conclusie:
Ik was erg verbaasd door dit resultaat! De Nikon J1 presteert zó goed dat ik serieus dacht dat er iets fout was gegaan. Foto's door elkaar gehaald of iets dergelijks. Maar na een dubbelcheck bleek het wel degelijk te kloppen. En na vergelijk met de D300s moest ik concluderen dat hij het gewoon beter doet op het gebied van ruis. En de kleur van de Nikon 1 vind ik ook nog eens mooier. Poeh!

Na enig zoeken vond ik dat in het menu van de Nikon 1 de optie voor ruisonderdrukking op hoge ISO-waarden  op 'aan' stond. Aha, dat verklaart veel. Controle in het menu van de D300s leverde echter op dat dat hier ook het geval was. Dan kun je je afvragen hoeveel ruisonderdrukking de verschillende camera's toepassen, maar dat is eigenlijk niet zo relevant, toch?
Ik had echt gedacht dat de Nikon 1 het goed zou doen, maar toch ver zou achterblijven bij de spiegelreflexcamera. Bij de diverse compactcamera's die ik getest heb was dit altijd het geval. Maar de systeemcamera komt er niet conform de verwachting tussenin te zitten, maar doet het beter.

Wat betekent dit? Bye bye grote, dure, lompe, logge, lelijke spiegelreflex? Massaal over op systeemcamera's? Dit is uiteraard een persoonlijke afweging die ieder voor zich moet maken, maar de mijne kan ik wel delen.

Ik ga NIET over op een systeemcamera. De spiegelreflex geeft mij toch veel meer geavanceerd gebruiksgemak in de vorm van instellingen onder een daarvoor bestemde knop, zoals de ISO-waarde, de belichtingscompensatie, twee draaischijven voor diafragma en sluitertijd, enzovoort. En natuurlijk komt dat deels ook doordat ik er inmiddels aan gewend ben geraakt en allerhande zaken voor heb aangeschaft. Wel is het zo dat ik er graag een voor erbij zou willen hebben, in plaats van een compactcamera, liefst met een pancake zoomlens, die er nog niet is. En met een viewfinder. Dus toch een Nikon V1. Ik houd het in de gaten in ieder geval.

Maar het is wel zo dat de camerafabrikanten erin geslaagd zijn een compact alternatief voor de spiegelreflex te fabriceren. De 10 megapixel sensor van deze Nikon 1 uit 2012 doet het stukken beter dan de 12,3 megapixel sensor uit 2008 (?). En dat terwijl de pixeldichtheid/-grootte op de Nikon 1 veel hoger is. Wat een vooruitgang!

En hoe doet de concurrentie het? Er zijn nog vele andere fabrikanten die allemaal op de systeemcamera-trein zijn gestapt. Allemaal, behalve Canon, tot nu toe. Binnenkort meer resultaten van een onderling vergelijk, tegen een systeemcamera met veel meer megapixels.

Tot een volgende keer,

Robert

dinsdag 6 maart 2012

ISO: compactcamera versus spiegelreflex

Van de drie-eenheid van belichting, sluitertijd diafragma en ISO is ISO op een bepaalde manier het belangrijkst. Het type opname bepaalt min of meer de sluitertijd die nodig is om het beeld te bevriezen. Het diafragma bepaalt de hoeveelheid scherptediepte die we willen en is deels afhankelijk van de gebruikte lens. De ISO en hoe goed een camera daarmee om kan gaan bepaalt voor het grootste deel de kwaliteit van de camera!

Door grotere sensoren te gebruiken waar de beeldpunten (pixels) groter zijn, ontstaat er minder ruis dan bij kleinere sensoren. Het is met een Full Frame professionele camera beter mogelijk om op ISO 1600 een opname te maken met een acceptabel ruisniveau dan met een consumententoestel.

Hier zit echter ontwikkeling in. Was een aantal jaar geleden ISO 3200 een extreme waarde, nu is dat al lang niet meer zo. Mijn D90 (uit 2010) heeft ISO 200-3200 als basisrange, maar er kan uitgeweken worden naar 100-6400. De net verschenen professionele D4 (2012) heeft 100-12800 en is uitbreidbaar tot 50-204800. Met compactcamera's zie je het ook: mijn compactcamera uit 2005 gaat tot ISO 800, die van mijn dochtertje uit 2011 gaat al tot ISO 3200.

Er zit vooruitgang in de techniek. Het lukt de camerafabrikanten steeds beter de hoeveelheid ruis op hoge ISO waarden onder controle te houden. Eén van de meer recente ontwikkelingen (sinds 2011)  is dat er minder beeldpunten ('megapixels')  op een chip gezet worden. Men ziet nu in dat een hogere kwaliteit gaat boven een hoger getal. Kwaliteit boven marketing, dat lijkt logisch maar je moet het wel verkopen. Voor de komende jaren zal gelden dat op het terrein van ISO de vooruitgang geboekt zal worden. Dit is het terrein van de semiconductor industrie.

Nu duidelijk is wat het grote verschil is tussen de verschillende soorten camera's, laten we eens kijken hoe groot de verschillen zijn. Ik heb een test uitgevoerd met een Nikon D300s met 18-200 mm kitlens (waarde 1500 euro) tegen een Nikon Coolpix S3100 van nog geen 100 euro. Een paarse, van mijn dochter. Bedankt voor het lenen, Eline.

Hier de deelnemers aan de test, links Goliath, rechts David:


Dit is uiteraard geen eerlijk vergelijk. Maar hoe groot zullen de verschillen zijn? Voor alle foto's geldt: Foto's gemaakt met zelfontspanner, vanaf statief. Gelijk bewerkt, geen ruis verwijderd. 100% weergave: dus iedere pixel op de sensor is hier ook een punt op het beeldscherm.


Bij de zeer lage ISO waarde van 100 is het verschil in beeldkwaliteit al groot. Wat wordt dat dan met hoge ISO waarden, waarvan bekend is dat spiegelreflexcamera's er veel beter mee om kunnen gaan? We gaan het zien, we gaan naar ISO 800:


Bij ISO 800 is het beeld van de compactcamera om te huilen terwijl de spiegelreflex er geen moeite mee heeft. Maar de S3100 gaat verder dan 800. Er zit ook nog 1600 en 3200 op. We gaan naar 3200:


Tja. In het linkerdeel is echt wel ruis zichtbaar, zeker in de schaduw boven de boeken. Maar de rechterhelft van deze samengestelde foto is gewoon slecht.

Dit is hét kwaliteitsverschil tussen goedkopere en duurdere camera's. Over het algemeen geldt het volgende:
  1. Grotere sensor van de camera = minder ruis.
  2. Meer pixels betekent meer ruis.
  3. Nieuwere toestellen doen het beter dan oudere.
  4. Duurdere camera's zijn (helaas) beter dan goedkopere.
Nog een vergelijkende test:

Tussen deze twee helften van de foto zit niet zoveel verschil, de linkerhelft is iets scherper. Beide delen van de foto zijn met een compactcamera gemaakt waardoor het een veel eerlijker vergelijk is. Beide toestellen hebben een CCD sensor. Toch zijn de verschillen tussen deze twee camera's enorm:
  • De Panasonic komt uit 2005, de Nikon uit 2011. 6 jaar nieuwer dus en dat is veel.
  • De Panasonic kostte destijds rond de 300 euro. De Nikon nog geen 100.
  • De Panasonic heeft 5 megapixels, de Nikon 14.
  • De Panasonic gaat maximaal tot ISO 800 (hierboven gebruikt), de Nikon kent ook nog 1600 en 3200 (maar die zijn nauwelijks bruikbaar).
Deze verschillende factoren heffen elkaar in kwaliteit op: ze zijn ongeveer even goed in beeldkwaliteit. Maar dan heeft de Nikon wel veel meer detail (want meer pixels). De Panasonic heeft meer zoom (10x tegenover 5x), bovendien is de lens van de Panasonic iets lichtgevoeliger.

Kunnen we over een paar jaar met een compactcamera op ISO 1 miljoen perfect ruisvrije foto's maken? Hopelijk wel, maar waarschijnlijk niet. Er is ondertussen gestage vooruitgang op dit terrein en dat helpt wel degelijk. Waar nu een professionele f/2.8-lens nodig is, kan wellicht straks een kitlens f/5.6 op veel hogere ISO hetzelfde resultaat halen. En dat scheelt in de portemonnee.
Maar als dat kan, dan kan er met die professionele lens toch weer altijd meer.

Bedankt weer voor het lezen,

Robert van Brug





zondag 5 februari 2012

Compactcamera, spiegelreflex en systeemcamera

Er waren tot voor kort twee types fotocamera te koop: de compactcamera en de spiegelreflex. Beide soorten hebben voor- en nadelen, die ik hier op een rijtje zal zetten.

Voordelen compactcamera:
  • Compact en daarmee makkelijk mee te nemen
  • Goedkoop
  • Eenvoudig te gebruiken
  • Vaak in allerlei trendy kleuren verkrijgbaar
Met name het eerste punt is voor de serieuze fotograaf van belang. De beste camera is namelijk de camera die je bij je hebt. Reden voor veel professionele fotografen en serieuze amateurs om een compactcamera naast de spiegelreflex te gebruiken en deze altijd mee te nemen.

Voordelen spiegelreflexcamera:
  • Hogere kwaliteit, met name door een grotere sensor
  • Verwisselbare lenzen. Hierdoor ben je flexibeler
  • Veel meer zaken zijn in te stellen. 
Kort samengevat kan een spiegelreflexcamera helemaal aangepast worden aan de situatie (diafragma, sluitertijd, ISO, lens, etc.) waardoor veel betere opnames mogelijk zijn. Voorwaarde is wel dat de fotograaf in kwestie over de juiste kennis en ervaring beschikt. En zin heeft om van alles in te stellen, meer geld uit te geven, de hele handel mee te slepen, enzovoort.

Wat voor jou de beste keuze is, is persoonlijk. Er zijn zeer goede instap spiegelreflexen (bijvoorbeeld Nikon D3100) zodat het budget steeds minder een beperking vormt. Ook zijn er steeds betere compactcamera's (zoals bijvoorbeeld Canon S100) die v.w.b. prestaties het gewoon goed doen.

Maar nu is er een derde soort op de markt verschenen, de zogenaamde systeemcamera. Volgens de marketingafdelingen van de fabrikanten combineren deze camera's de voordelen van compactcamera's en spiegelreflexen in 1 toestel. Klinkt interessant, maar is het dat ook?

Sony en Nikon hebben systeemcamera's. Maar ook Samsung, Olympus, Panasonic en Pentax hebben een productaanbod. Alleen Canon nog niet.

Op het eerste gezicht combineren deze camera's inderdaad de voordelen van beiden soorten: ze zijn compacter dan een spiegelreflex, niet zo zwaar, er kan een andere lens op en en de kwaliteit is beter dan bij compactcamera's. Ook kan er vaak wat meer ingesteld worden op de camera, o.a. opnamen maken in RAW in plaats van in JPEG.

Hiermee lijkt de doelgroep duidelijk: consumenten die twijfelen tussen een instap spiegelreflex en een betere compactcamera. Speciaal voor hen is dit compromis gemaakt. Maar dat blijft het dan ook, een compromis. Want naast dat het alle voordelen van compact en spiegelreflex combineert, combineert het ook de nadelen, namelijk:
  • een stuk groter dan een compactcamera. Zeker met een grotere lens erop, zoals de Sony op het plaatje hierboven: dat stop je niet meer zomaar in je jaszak.
  • Ook een stuk duurder! De Nikon zoals hierboven vermeld is er vanaf 829 euro en de Sony vanaf 799 euro (bron: kieskeurig.nl op 5 februari 2012 en dat is via de goedkoopste online aanbieder)
  • Mindere kwaliteit dan een spiegelreflexcamera. Met name door de kleinere sensor (vaak cropfactor 2 bij het Micro Four Thirds systeem of zelfs 2,7 bij Nikon1). Deze sensoren zijn nog altijd een stuk groter en daarmee beter dan in compactcamera's.
  • Minder lenzen beschikbaar dan voor een spiegelreflexcamera. Dit zal best beter worden de komende tijd, maar voorlopig is het behelpen. Bij Nikon 1 is er een adapter verkrijgbaar waarmee alle Nikon objectieven bruikbaar worden, dat lijkt mij de juiste weg.
Het mag duidelijk zijn: ik ben er persoonlijk niet kapot van. Voor mij geldt: als ik geen zin heb in gedoe, gesleep en blabla: dan neem ik een compactcamera mee (een 6 jaar oude Panasonic Lumix DMC-TZ1). Wil ik echter een kwalitatief goede foto maken dan pak ik de spiegelreflex. Een systeemcamera zou betekenen dat ik nog altijd een minder goede foto kan maken dan met een spiegelreflex en toch een flinke berg apparatuur zou moeten meenemen die niet erg compact meer is. 

Bovenstaande blijft mijn mening. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, dat is het mooie van een blog. Ik heb de voor- en nadelen van de diverse soorten camera op een rij gezet. En ik was al in het bezit van een compactcamera én een spiegelreflex toen de eerste systeemcamera op de markt kwam. 
Ik ben natuurlijk wel benieuwd of je het ermee eens bent of juist helemaal niet. Heb jij een heel andere afweging gemaakt? Zie ik iets over het hoofd? Laat het me weten, ik ben heel benieuwd.

Update oktober 2015 hier.

Bedankt voor het lezen.

Robert van Brug