Posts tonen met het label zoomlens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zoomlens. Alle posts tonen

zondag 6 januari 2013

Supertelelens of teleconverter?

Het lijkt logisch voor bezitters van spiegelreflexcamera's: een andere vorm van fotograferen vraagt soms om een andere lens. Maar als die andere vorm vraagt om extreme telelenzen, van 400, 500 of zelfs 600 mm, dan komen er ook andere overwegingen om de hoek kijken. En er is een alternatief, namelijk de teleconverter. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in plaats van een 400 mm f/2.8 een 70-200 f/2.8 te gebruiken in combinatie met een 2x teleconverter, die reikt uiteindelijk ook tot 400 mm. Onderstaande tabel (gebaseerd op Nikon apparatuur) geeft een overzicht van de verschillen tussen deze twee mogelijkheden en ik heb er voor de volledigheid nog een alternatief bijgevoegd:


400 mm f/2.8
70-200 mm f/2.8
+ 2x teleconverter
80-400 mm f/4.5-5.6
Brandpunt
400 mm (vast)
140-400 mm (zoom)
80-400 mm (zoom)
Lichtsterkte
f/2.8
f/8*
f/4.5-5.6
Formaat
Zeer groot
Kleiner
Kleiner 
Kosten
€ 7545
€  2218 (= 1789 + 529)
€ 1409
Gewicht
4620 gr.
1870 gr. (= 1540+330gr)
1340 gr.
Scherpte
Prima
Goed
Redelijk
Kortste scherpstelafstand
2.9 m
1.4 m**
2.3m
* het diafragma van f/8 is geknepen. Feitelijk is het f/5.6 maar dan is de combinatie niet optimaal scherp, op f/8 is dit wel het geval.
** de minimale scherpstelafstand wordt niet beïnvloed door een teleconverter.

Ik had graag de resultaten van een test tussen deze lenzen hier geplaatst, maar ik heb ze niet in mijn bezit dus dat lukt helaas niet. Gelukkig hebben anderen deze test al uitgevoerd voor me en er zijn her en der op internet voldoende foto's te vinden van deze lenzen. Ik kan dus wel komen tot een paar

Conclusies:
een prime (lens met vaste brandpuntsafstand) is veel groter, zwaarder, en duurder, heeft een minder goede minimale scherpstelafstand en is minder flexibel. De zoomlens kan mee gezoomd worden (...), maar kan natuurlijk ook zonder teleconverter gebruikt worden, dus eigenlijk is de flexibiliteit nóg veel hoger!
Daar tegenover staat dat een prime scherpere beelden oplevert en 8* (3 stops) sneller is. Is bijvoorbeeld vogelfotografie je hobby, koop dan de grootste lens die je kunt betalen. Wil je maar heel af en toe wat meer bereik, koop dan een teleconverter.

De 80-400 lens lijkt een prima tussenoplossing: sneller dan de 70-200 met TC (f/5.6 om f/8), is significant voordeliger en lichter. Scherpstelafstand zit tussen de andere twee alternatieven in. Het probleem bij deze lens zit in de kwaliteit: hij is gewoon niet zo goed. De optische scherpte is voldoende, maar de autofocus is dramatisch traag. Er er kan geen teleconverter op. Canon heeft een beter alternatief hiervoor, de 100-400 mm telezoom waarbij de autofocus wel fatsoenlijk zijn werk doet. Werk aan de winkel voor Nikon dus en er zijn dan ook geruchten dat deze lens vervangen zal gaan worden.

Een paar kanttekeningen hierbij:
  • In de tabel ga ik uit van een 2x teleconverter. Dat is de meest extreme versie die goed werkt. De 1.4x en de 1.7x zijn minder extreem, minder duur, minder zwaar, lichtsterker en ook iets scherper dan de 2x. Voor optimale flexibiliteit is een set teleconverters ideaal. Ook voor macrofotografie bijvoorbeeld. 
  • Wat te doen als het benodigde bereik meer is dan 400 mm? Dan is er geen zinvolle vergelijking te maken zoals hierboven. De enige zoomlens die verder gaat dan de 70-200 is een 200-400 f/4, maar die is ook zeer groot, duur, zwaar enzovoort. 
  • Bij sommige vormen van fotografie is het bereik nooit genoeg. Dan is de oplossing een zo groot mogelijke telelens (500 of 600 mm f/4) in combinatie met, jawel, een teleconverter. Vooral de 1.4x teleconverters zijn hier populair.
  • Er is nog een serieuze optie voor de sporadische gebruikers van supertelelenzen en dat is huur. Voor 45 € per dag huur je bij Pixto een 500 mm f/4. En voor 15 € huur je er een 2x-teleconverter bij. 
  • De 400 mm f/2.8 en de 600 mm f/4 lenzen zijn bijna niet mee te nemen in de handbagage in het vliegtuig, ze zijn te groot en te zwaar. Dat maakt de 500 mm f/4 meer geschikt.
Zelf gebruik ik een 300 mm f/2.8, vaak in combinatie met een 2x teleconverter. Dit levert een heel mooi bereik op met een goede scherpte. Heb ik iets minder bereik nodig of meer snelheid, dan heb ik nog een 1.4 teleconverter. En zonder teleconverter kan uiteraard ook. Deze ene lens levert 600, 420 en 300 mm op als mogelijkheden.

Bedankt voor het lezen en graag tot een volgende keer,

Robert van Brug

vrijdag 6 april 2012

Nikon 1 versus Nikon D300s

Na een eerder basistest van de Nikon 1, en een test met DSLR-objectieven, is het nu tijd om de prestaties van de Nikon 1 te testen in vergelijking tot de grote broer: de DSLR.

Het lijkt een oneerlijk vergelijk: een compacte systeemcamera (de Nikon 1 J1) tegen de veel duurderde spiegelreflexcamera D300s van hetzelfde merk. De D300s is ook nog eens van een veel duurder objectief voorzien en beschikt over een dubbel zo grote sensor. Op voorhand is de Nikon 1 kansloos, maar hoe goed komt hij dan toch uit de test? Komt hij misschien wel in de buurt?

Ik heb een hele serie opnamen gemaakt van een kleine replica van een soldaat uit het terracottaleger uit Xi'an, China. Met name de donkere achtergrond hierbij is heel geschikt om op hoge ISO waarden de ruis te meten.

Resultaat op ISO 3200:

De kwaliteit van de foto op Blogger laat wat te wensen over. Daarom staan een fullsize opname op Flickr.

Conclusie:
Ik was erg verbaasd door dit resultaat! De Nikon J1 presteert zó goed dat ik serieus dacht dat er iets fout was gegaan. Foto's door elkaar gehaald of iets dergelijks. Maar na een dubbelcheck bleek het wel degelijk te kloppen. En na vergelijk met de D300s moest ik concluderen dat hij het gewoon beter doet op het gebied van ruis. En de kleur van de Nikon 1 vind ik ook nog eens mooier. Poeh!

Na enig zoeken vond ik dat in het menu van de Nikon 1 de optie voor ruisonderdrukking op hoge ISO-waarden  op 'aan' stond. Aha, dat verklaart veel. Controle in het menu van de D300s leverde echter op dat dat hier ook het geval was. Dan kun je je afvragen hoeveel ruisonderdrukking de verschillende camera's toepassen, maar dat is eigenlijk niet zo relevant, toch?
Ik had echt gedacht dat de Nikon 1 het goed zou doen, maar toch ver zou achterblijven bij de spiegelreflexcamera. Bij de diverse compactcamera's die ik getest heb was dit altijd het geval. Maar de systeemcamera komt er niet conform de verwachting tussenin te zitten, maar doet het beter.

Wat betekent dit? Bye bye grote, dure, lompe, logge, lelijke spiegelreflex? Massaal over op systeemcamera's? Dit is uiteraard een persoonlijke afweging die ieder voor zich moet maken, maar de mijne kan ik wel delen.

Ik ga NIET over op een systeemcamera. De spiegelreflex geeft mij toch veel meer geavanceerd gebruiksgemak in de vorm van instellingen onder een daarvoor bestemde knop, zoals de ISO-waarde, de belichtingscompensatie, twee draaischijven voor diafragma en sluitertijd, enzovoort. En natuurlijk komt dat deels ook doordat ik er inmiddels aan gewend ben geraakt en allerhande zaken voor heb aangeschaft. Wel is het zo dat ik er graag een voor erbij zou willen hebben, in plaats van een compactcamera, liefst met een pancake zoomlens, die er nog niet is. En met een viewfinder. Dus toch een Nikon V1. Ik houd het in de gaten in ieder geval.

Maar het is wel zo dat de camerafabrikanten erin geslaagd zijn een compact alternatief voor de spiegelreflex te fabriceren. De 10 megapixel sensor van deze Nikon 1 uit 2012 doet het stukken beter dan de 12,3 megapixel sensor uit 2008 (?). En dat terwijl de pixeldichtheid/-grootte op de Nikon 1 veel hoger is. Wat een vooruitgang!

En hoe doet de concurrentie het? Er zijn nog vele andere fabrikanten die allemaal op de systeemcamera-trein zijn gestapt. Allemaal, behalve Canon, tot nu toe. Binnenkort meer resultaten van een onderling vergelijk, tegen een systeemcamera met veel meer megapixels.

Tot een volgende keer,

Robert

donderdag 9 februari 2012

Zijn dure lenzen 't geld waard, deel 3

Laatste deel in een miniserie van blogs waarin ik uitleg waarom sommige fotografen veel geld uitgeven aan betere objectieven. Maar zijn die wel beter? Het is de moeite waard om dat uit te zoeken, want het verschil kan in de duizenden euro's lopen.


Hiermee is de test uitgevoerd: op de voorgrond de 70-300 mm zoomlens van Nikon. Maximaal diafragma (op 300 mm) f/5.6.
In de achtergrond de professionele primelens 300 mm met een maximaal diafragma van f/2.8. Daarmee is de primelens 4 keer gevoeliger voor licht. Onder gelijke omstandigheden haalt hij daarom een 4 keer snellere sluitertijd óf een 4 keer lagere ISO-waarde.

In het eerste deel leg ik uit dat duurdere lenzen vooral beter zijn omdat ze veel lichtgevoeliger zijn. Dat heeft 3 voordelen:
  1. Door de grotere lichtgevoeligheid is het mogelijk met kortere sluitertijden te werken, óf met een lagere ISO-waarde.
  2. De combinatie met een teleconverter werkt met de professionele lenzen wél.
  3. Een combinatie van de twee voorgaande punten kan ook.
Vorige keer heb ik laten zien wat een teleconverter doet, nu ga ik laten zien wat het verschil in kwaliteit is tussen de twee lenzen. Zoals al eerder uitgelegd zou een goede test gebruik maken van het verschil in lichtsterkte tussen beide lenzen. Dat kan op twee manieren:
  1. Bij gelijke sluitertijd een veel lager ISO-waarde mogelijk met de primelens, of:
  2. Bij gelijke ISO-waardes een veel snellere sluitertijd mogelijk met de primelens
Het zal voor zich spreken dat een lagere ISO-waarde tot een kwalitatief beter plaatje leidt. Dus direct door naar het tweede onderdeel: ik ben naast een drukke weg geparkeerd en heb wat auto's gefotografeerd die daar langs reden. De snelheid op die weg op dat punt ligt altijd rond de 80 km/u.

Eerst een foto met de zoomlens:
Sluitertijd: 1/500e seconde, diafragma: f/5.6, ISO: 400
M-stand, manual focus
De opname is duidelijk bewogen. Aan de berm en het wegdek is te zien dat de opname verder goed is, alleen de auto is slecht vastgelegd.

Vervolgens een vergelijkbare situatie met de primelens:
Sluitertijd: 1/2000e seconde, diafragma: f/2.8, ISO: 400
M-stand, manual focus.
Op deze foto is voor de kritische kijker een beetje beweging zichtbaar, maar veel is het niet. Het kenteken is prima leesbaar. De berm en vangrail zijn niet bewogen maar wel vat vaag, dit komt door de beperkte scherptediepte van het grote diafragma.

Nu lijkt het zinloos om auto's op de openbare weg te fotograferen, en dat is het natuurlijk ook, maar als dit een formule 1 wedstrijd was geweest dan had ik daar opnames van willen hebben. Het liefst bij een hele korte sluitertijd en een zo laag mogelijke ISO. En dat betekent automatisch een groot diafragma en daarmee een dure lens. Bij portretten betekent een duurdere lens meer gebruik kunnen maken van het natuurlijke licht dat veel mooier is dan flitslicht. In vogelfotografie (daar gaan we weer) dat alle beweging van de opvliegende vogel bevroren is. Bij een popconcert is het met een professionele lichtgevoelige lens mogelijk die artiest in alle details, haarscherp, zonder ongewenste beweging in het beeld, vast te leggen. Enzovoort, enzovoort.

Duurdere lenzen maken het wel degelijk mogelijk om kwalitatief betere foto's te maken. De kop van dit drieluik luidt "Zijn dure lenzen 't geld waard?" Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Fotografeer jij uitsluitend stilstaande objecten in de volle zon, of vind je de kwaliteit niet zo belangrijk, dan niet. In alle andere gevallen loop je vroeg of laat tegen de grenzen van de minder dure lenzen aan.

Robert van Brug

woensdag 1 februari 2012

Zijn dure lenzen 't geld waard, deel 2

Enige tijd geleden heb ik hier uitgelegd waarom fotografen soms 10 keer zoveel uitgeven aan een objectief dat vergelijkbaar lijkt, maar het niet is. .

Samengevat zijn duurdere lenzen gevoeliger voor licht en dat biedt 3 voordelen:
  1. Door de grotere lichtgevoeligheid is het mogelijk met kortere sluitertijden te werken, óf met een lagere ISO-waarde.
  2. De combinatie met een teleconverter werkt met de professionele lenzen wél.
  3. Een combinatie van de twee voorgaande punten kan ook.
Nu zal ik aan de hand van een saaie dakkapel een paar huizen verderop bij mij in de straat laten zien wat het effect is van een teleconverter. Eerst zonder:
Instellingen: 300 mm, f/8, ISO 200, A-stand.Opname gemaakt met de 70-300 mm zoomlens van Nikon.
Nu mét teleconverter, zelfde hoek en afstand:
Instellingen ook hier f/8, ISO 200, A-stand.
Deze opname is gemaakt met de 300 mm 2.8 VR II van Nikon in combinatie met een 2x teleconverter versie III, ook van Nikon.

Hier is plotseling te zien dat er iets achter het raam staat, dat was me hierboven niet opgevallen...

Het resultaat van het toevoegen van een teleconverter is dat het onderwerp veel groter in beeld komt. Nogal wiedes want daar is het ding voor, maar zoals hierboven te zien is komt het onderwerp twee keer zo hoog én twee keer zo breed in beeld. Feitelijk daarmee 4 keer zo groot!

Op dezelfde manier vergroot een 1.4 converter 1.4 * 1.4 = 2 keer.
En een 1.7 converter 1.7 * 1.7 = bijna 3 keer.

Het uitsnijden van het raam van de dakkapel kan ook met wat software gedaan worden, maar in dat geval gooi je 75% van de foto weg, en daarmee 75% van de informatie. Door er een teleconverter tussen te zetten gebruik ik nog steeds alle pixels van mijn sensor, alleen voor een kleiner gebied. Het resultaat is uiteindelijk meer detail en minder overzicht, of zoals in het voorbeeld: je ziet niet meer de hele dakkapel, maar wel dat er iets achter het raam staat.

Wil je, net als ik, veel details behouden in onderwerpen die zich ver weg bevinden, dan is een primelens met teleconverter ook jouw oplossing. Wil je maar sporadisch een onderwerp ver weg vastleggen, doe het dan softwarematig door te croppen.

Volgende keer deel 3 in deze lenstest: vergelijk van prestaties tussen relatief goedkope zoomlens en de professionele primelens. Zijn er echt betere foto's mogelijk door kortere sluitertijden en/of lagere ISO-waarden? Wordt vervolgd.

dinsdag 17 januari 2012

Zijn dure lenzen 't geld waard?

Verslag van een test van de Nikon 70-300 VR f4.5-f/5.6 tegen de Nikon 300 2.8 VR, die ruim 10 keer zo duur is. Als je op 300 mm brandpuntsafstand foto's wilt maken kan dat met beide lenzen. Waarom dan meer betalen?

Of beter gezegd: test van mijn oude lens tegen de nieuwe. De oude heb ik geruime tijd met veel plezier gebruikt maar ik liep tegen de grenzen aan. Ik maak met de nieuwe lens aanmerkelijk betere foto's. Waarom dan toch een test? Omdat ik dit kán testen. Omdat dit nooit tegen elkaar getest wordt. Dit is niet appels met peren vergelijken, maar druiven met meloenen. En toch.... nou, lees maar.


Aan de rechterzijde:
Flinke telezoomlens met een bereik van 70-300 mm. F4.5-5.6. Vibration reduction. Geschikt voor alle spiegelreflexcamera's (FX en DX) van Nikon. Hier heb ik een jaarlang veel plezier van gehad bij het vastleggen van vogeltjes, maar ook op safari.

Aan de linkerzijde:
Professionele primelens van 300 mm, diafragma f/2.8. Vibration Reduction. Vele malen kostbaarder. Geschikt voor alle spiegelreflexcamera's (FX en DX) van Nikon. Mede dankzij deze lens zijn mijn foto's beter geworden.

Voordelen primelens:
  • Gevoeliger voor licht. Dit is zeer belangrijk. Een f/2.8 is 2 stops => 22 = 4 keer zo gevoelig voor licht als de f/5.6 van de zoomlens, en dus 4 keer snellere sluitertijden bij hetzelfde licht, of een lagere ISO waarde.
  • Optisch beter. Iedere lens geeft vertekening. Betere lenzen hebben hier veel minder last van. Ook geeft een professionele lens meer detail. Afhankelijk van de soort fotografie is dit nog belangrijker dan het vorige punt.
  • Meer specifiek: minder last van vignettering (donkere hoeken), met name bij een Full Frame body.
  • Steviger, gaat langer mee (decennia), kan beter tegen stof, vuil en vocht (niet mee zwemmen, niet als honkbalknuppel gebruiken. Uiteraard gewoon heel voorzichtig mee zijn!) Maar als je iedere dag, de hele dag, foto's maakt, dan is dit zeer belangrijk.
  • Kan gecombineerd worden met een teleconverter, waardoor de brandpuntsafstand nog groter wordt. Met eenvoudige zoomlenzen zoals in dit voorbeeld kan dit niet.

Hier beide lenzen van voren gezien. De primelens heeft een diameter die het dubbele is als die van de zoomlens. (Wiskunde: oppervlakte van een cirkel, A = πr2). Een dubbel zo grote straal is een vier keer zo groot oppervlak en daarmee vier keer zo lichtgevoelig.

Nadelen primelens:
  • Kostbaar. De primelens is ruim 10 keer zo duur als de zoomlens. Dit is zoveel dat je mogelijk een verzekering wilt afsluiten, het wordt nog duurder hierdoor.
  • Je kunt er niet mee in- of uitzoomen. 300 mm en that's it.
  • Zwaar. Met 3 kg gewicht voor alleen de lens sjouw je je een breuk. Bovendien is het moeilijk om dit uit de hand stil te houden.
  • Groot. De 300 mm lens is veel groter. Dit kan ook wel eens onhandig zijn, bijvoorbeeld als het in je handbagage wilt meenemen op een vliegreis. Er is dan niet veel ruimte meer voor iets anders.
  • Extra zaken nodig, zoals: een andere tas, want door het formaat past het niet in de tas die je al had. Een duur statief, want een normaal statief kan dit niet aan. Koppelingsplaten (bijvoorbeeld van Wimberley) zijn aan te raden, maar kost ook zo weer 150 euro. Een monopod is ook een goed idee om hierbij te gebruiken.
  • Een wellicht onverwacht punt: je valt op met zo'n lens. Mensen komen op je af en vragen wat je aan het doen bent. Dit is een type aandacht die niet iedereen wil.
Dit is allemaal leuk en aardig, maar zie je dat ook terug in de foto's, want daar gaat het om. Dus: test! Ik heb niet lang nagedacht over een complexe opstelling. Kom op, de ene lens is ruim 10 keer zo duur als de andere, dus het verschil moet direct zichtbaar zijn, toch?
Ik heb van ongeveer 30 meter afstand met dezelfde camera met beide lenzen een foto gemaakt van een bord van ongeveer 30 cm hoog. Alle instellingen waren bij beide foto's gelijk, net als de bewerking achteraf. Diafragma f/8 gekozen zodat ook de zoomlens goed kan presteren. Hier is het resultaat (dit is een uitsnede van het bord, er staat meer omgeving op de hele foto):

Zoals het bord op de foto al aangeeft, er geldt hier een waarschuwing: de foto's op Blogger zijn van een lage resolutie, dat wil zeggen dat de kwaliteit niet goed te beoordelen is hier. Ik heb deze opnamen in alle kleine details bekeken en dan is er weinig verschil tussen de linker- en de rechterhelft.


Ik weet niet wat jouw verwachting was, maar het verschil valt mij enorm tegen. Er zit nauwelijks kwaliteitsverschil tussen de linker en de rechterhelft van het bord! Er is meer detail, kleur is zuiverder, maar echt schokkend is het niet.
Ik heb nog twee testen van 7 en 20 meter afstand, met hetzelfde resultaat.

Hoe dit kan? Op diafragma f/8 zijn de meeste lenzen op hun best. Dus ook de zoomlens is op dat diafragma gewoon hartstikke scherp. Zo scherp dat de primelens maar nauwelijks beter is.

Er is 1 ding dat uit deze test niet blijkt en dat is de mate van vignettering op een Full Frame body. De primelens zal dit namelijk veel minder doen, maar ik bezit zo'n camera (D3/D4/D700/D800) niet dus ik kan het niet testen. De overige lensfouten heb ik door Photoshop achteraf laten corrigeren. Die waren er minder bij de primelens, maar na de nabewerking zie je dat ook niet of nauwelijks.

Gebruikers over de hele wereld zullen toch niet voor niks veel geld aan professionele lenzen uitgeven? Nee, ik zei al dat ook mijn foto's er echt beter van zijn geworden, maar hoe dan? Het staat allemaal al bij de voordelen, maar ik zal het in een aantal voorbeelden verwoorden:
  1. Pure beeldkwaliteit. De prime lens is nét een tikje scherper, kleuren net iets beter, contrast wat hoger en details iets scherper. Vertekeningen zijn minder aanwezig. Op de hier gebruikte instelling van f/8 zijn deze verschillen echter marginaal. Naarmate het diafragma meer open wordt gedraaid (en op het prima objectief kan dat een stuk verder!), nemen de verschillen toe.
  2. 4 keer lichtgevoeliger. Kan ik met de zoomlens tot 1/500e sluitertijd bij een bepaalde hoeveelheid licht, dan lukt het met de primelens om tot 1/2000e seconde te gaan en daarmee heb ik bijna zeker een geslaagde opname van een vogel in vlucht. En is een snelle sluitertijd niet nodig, dan kan ik een factor 4 lagere ISO-waarde selecteren, bijvoorbeeld 400 ipv 1600. Dat scheelt bakken met ruis.
  3. Combinatie met een teleconverter werkt goed. In mijn geval wordt het in combinatie met een 2x TC een 600 mm f/5.6 (met crop factor van de camera meegerekend een 900 mm!) Dat betekent dat mijn onderwerp twee keer zo hoog en twee keer zo breed in beeld komt. Feitelijk 4 keer zoveel detail. Ik lever hiermee wel de hele snelheidswinst uit het vorige punt in voor meer detail. Dit is een goed punt om op te merken dat de autofocus van de meeste camera's werkt bij een diafragma van de lens, inclusief teleconverter, van f/5.6 Een f/5.6 lens met een 2x TC zou een f/11 worden en dan werkt de autofocus niet meer. Optisch is het verder geen probleem, maar dan ben je verplicht handmatig scherp te stellen. Dat zijn we met z'n allen de afgelopen jaren natuurlijk verleerd. Net als het eerste punt is dit punt dus ook te danken aan de lichtgevoeligheid van de lens.
  4. Met een andere teleconverter heb ik beide voordelen een beetje. Een 1.4 TC maakt er een 420 mm f/4 van. Dat is 120 mm meer en een stop (dus twee keer) zo snel. Een 1.7 TC kan ook nog, dan wordt het een 510 mm f/4.5. Meer flexibiliteit dus dankzij teleconverters.
Conclusie: Professionele lenzen zijn beter dankzij de betere lichtgevoeligheid.

Dit lijkt namelijk nog steeds nauwelijks reden om zoveel geld uit te geven. In de praktijk echter zal een fotograaf continue op zoek zijn naar de grenzen die door de omstandigheden en de apparartuur worden bepaald. 
Vergelijken we nu de beide lenzen weer zonder de teleconverter, dan lijkt het onzinnig zo'n duur, lomp en zwaar ding aan te schaffen. Maar je kunt er met een kortere sluitertijd foto's mee maken. Of bij een lagere ISO waarde, of van beide een beetje. En f/5.6 is het maximum van de zoomlens, maar bij f/11 is de lens optisch pas optimaal maar dan komt er nog maar zó weinig licht binnen dat het gewoon niet meer werkt. Ofwel bewogen opnames, ofwel veel ruis. Of optisch niet optimaal. Bedenk dat ik f/8 heb gebruikt in de test hierboven, dat scheelt 3 stops (8 keer!) t.o.v. de f/2.8 van de primelens en die is op die waarde wél optisch goed. En op f/11 scheelt het 4 stops, dat is 16 keer. Dat wil zeggen 1/100e seconde sluitertijd ipv 1/1600, of iso3200 ipv iso200. Als fotograaf loop je dus vroeg of laat tegen deze grenzen aan.

Sinds ik de primelens gebruik zijn er maar heel weinig situaties geweest waarbij ik de zoomlens ook had kunnen gebruiken. In verreweg het grootste gedeelte van de gevallen gebruik ik de teleconverter waardoor het een 600 mm lens wordt. In de andere gevallen is er zo weinig licht geweest dat ik de zoomlens absoluut niet meer had kunnen gebruiken.
Afrikaanse Zeearend in attack mode.
Genomen met de primelens, zonder teleconverter. 1/3000e seconde op f/3.3, ISO400. 
Op 1/4e van de lichtsterkte had ik met de zoomlens hier een sluitertijd van 1/750e seconde bereikt waarmee de foto bewogen was geweest. Of 1/1500e, maar dan op ISO800 en dan had er meer ruis ingezeten en nog steeds een beetje beweging. Zelfs met het vele licht in Afrika was dit minder goed geworden met de zoomlens.

Afrikaanse Reuzenijsvogel

Foto gemaakt met de 70-300 zoomlens.
Instellingen: f/7.1, 1/640e seconde, ISO200.

Achteraf had ik beter ISO400 kunnen kiezen, maakt niet zo veel uit in ruis, en diafragma f/5.6. Sluitertijd had best naar 1/2000e seconde toegekund, ook met deze lens, en dan was de opname niet bewogen geweest.

Met de primelens had het echter altijd beter gekund! Óf op 1/2000e bij ISO400 met de 2x teleconverter ertussen voor veel meer detail, óf op 1/2000e bij ISO200 en f/4. Op dat diafragma is de lens nog scherper dan op f/2.8.


Het zal duidelijk zijn: ik heb een vreemde test uitgevoerd van 2 lenzen die nauwelijks vergelijkbaar zijn. Het zal opnieuw moeten, maar dan moet het realistisch. Dus de primelens op f/2.8 ISO400 en de zoomlens op f/5.6 ISO1600. Dan is de sluitertijd gelijk en niet het diafragma en dat is wel zo eerlijk. Hét verschil tussen de 2 lenzen zit immers in de snelheid en die komt 1:1 van het diafragma.
De uitkomst van een dergelijke test laat zich natuurlijk raden. Maar voor de lol zal ik dit nog een keer doen.

Tenslotte: in het analoge tijdperk waren primelenzen heel gewoon. Vaak met een lichtsterkte van f/2.8, of zelfs nog beter. 50 jaar geleden kochten mijn ouders al een Agfa met f/2.8 45mm objectief. De wens van de consument om zoomlenzen te willen hebben vertaalt zich dus vanzelf in allerhande problemen, of in waanzinnig dure objectieven om dat probleem weer op te lossen. Aan de andere kant: een 50 mm f/1.4 kost ongeveer 200 Euro. Het is niet moeilijk en daarmee niet duur om zo'n lens te maken. Een kwalitatief goede zoomlens is veel moeilijker en daarom veel duurder.
Een f/1.4 is 4 keer zo lichtgevoelig als een f/2.8 objectief! (2 stops => 2*2=4). Lichtgevoelige telelenzen zijn helaas erg complex en daarmee erg duur. Lichtgevoelige telezoomlenzen, zoals de 200-400 mm f/4 van Nikon geldt hetzelfde voor.

Bedankt weer voor het lezen.

Robert van Brug

woensdag 11 januari 2012

Inzoomen of zelf dichterbij?

Vandaag weer een onderwerp waar iedere fotograaf iets mee kan. Ongeacht budget, apparatuur, ervaring of wat dan ook. Vandaag ga ik aantonen dat in plaats van inzoomen het beter is om in de benen te komen en wat dichterbij je onderwerp te gaan staan.

Straks de uitleg, eerst de 
TIP: Ga dichterbij staan, zoom niet in.
Of populair gezegd: zoomen doe je met je voeten.

De meeste camera's worden standaard uitgerust met een zoomlens. Dat is makkelijk, want om de compositie te verbeteren is het nu genoeg om wat in of uit te zoomen. Dat heet vooruitgang: vroegere fototoestellen hadden allemaal een vast brandpunt, vaak 50 mm, waardoor je in beweging moest komen om een goede compositie te krijgen. 

Dichterbij gaan staan levert een betere foto op. Hiervoor heb ik een experiment gedaan waarbij ik een onderwerp (een bord met tekst) heb vastgelegd van een afstandje, volledig ingezoomd. Vervolgens heb ik helemaal uitgezoomd en ben ik zo dichtbij gaan staan tot het onderwerp weer even groot in beeld was.



Hierboven het resultaat van mijn experiment: met dezelfde zoomlens (18-200 mm) op de twee uiterste standen foto's genomen waarbij het bordje even groot in beeld kwam. Deze twee opnamen heb ik over elkaar gelegd. Beide opnamen zijn op precies dezelfde manier gemaakt (uit de hand, f/9,5, ISO 200) en exacte hetzelfde bewerkt.

De linkerhelft is maximaal uitgezoomd, op 18 mm en daarmee groothoek. Er is relatief veel van de achtergrond in beeld en die is ook vrij scherp.
De rechterhelft is op 200 mm (tele) gemaakt, maximaal ingezoomd, van 10 keer de afstand als de linkerhelft. De achtergrond is zeer wazig én er staat veel minder van de omgeving op omdat de hoek veel kleiner is. Hier is al verschil zichtbaar tussen de linker en de rechterhelft. De kleur van het bord is anders. Hoeveel van de achtergrond je in beeld wilt hebben is vooral afhankelijk van het doel van de foto en de eigen smaak.

Maar is de linkerhelft ook echt beter dan de rechterhelft? Hiervoor heb ik een detail van de opname uit de foto gehaald:


Zoals hier duidelijk te zien is zit er in de linkerhelft (van dichtbij) veel meer detail in het hout dan in de rechterhelft (van veraf). Het is veel scherper, meer detail en de kleuren zijn beter.

Om helemaal zeker te zijn heb ik de test nogmaals uitgevoerd met een 70-300 mm zoomlens, met hetzelfde resultaat:

Ook hier is de linkerhelft veel scherper en heeft meer detail.

Dus het is waar, maar hoe kan het? Er zijn drie oorzaken:
  1. Er zit veel minder lucht tussen de lens en het onderwerp en lucht is altijd vervuild, dus hoe minder hoe liever. In zeer warme omstandigheden komt daar nog bij dat warme lucht trilt, waardoor minder lucht automatisch beter is.
  2. Lenzen presteren beter in de groothoekstand dan in de telestand, dit geldt voor de duurste lenzen, maar voor de goedkopere nog meer. 
  3. De apparatuur is minder gevoelig voor trillingen van de fotograaf in de groothoekstand.
Liever dichterbij met een eenvoudige lens, dan ver weg met een hele dure telelens. Soms is dat echter niet mogelijk. Veel wilde dieren zijn schuw en moeilijk benaderbaar. Beroemde mensen (al dan niet met bodyguard) geldt hetzelfde voor. Voor beide soorten is de telelens een uitkomst, maar realiseer je dat je inlevert op kwaliteit.

Er is een kanttekening. De meeste mensen vinden het bedreigend om een grote lens in hun gezicht geduwd te krijgen. Ook al is er van dichtbij een betere foto mogelijk, het helpt niet als je model angstig of boos kijkt. Voor fotoshoots met modellen wordt dan ook vaak gewerkt met een 85 mm lens, of een 70-200 zoom, waardoor voldoende afstand (een meter of 2) gehouden kan worden.

Bedankt weer voor het lezen, tot een volgende keer.

Robert van Brug