maandag 2 juli 2012

Roofvogelshowfotografie

In de omgeving van Eindhoven, waar ik woon, is genoeg te doen en te zien en dus ook genoeg om te fotograferen. Op het gebied van vogels is het echter wat mager: in Friesland, Zeeland, in de polder, aan de kust of langs de rivieren is allemaal meer te zien dan hier.

Maar op slechts een paar kilometer van mijn huis zit Falconcrest (www.falconcrest.eu). Een roofvogelpark waar je je een groot deel van het jaar kunt vergapen aan allerhande roofvogels en uilen. Als natuurliefhebber heb ik moeite met dieren in kooien en het exploiteren van dieren al helemaal, maar hier doen ze ook veel goed werk. Het heeft echter nog een paar fotografische voordelen:
  • Veel verschillende soorten roofvogels die je geheid voor de lens kunt krijgen. Ik ken geen lokatie in de wereld waar je zomaar even 5 soorten uilen en 20 soorten roofvogels kunt vastleggen. Die zekerheid is leuk. 
  • Het is prima oefenen hier. Dat geldt voor dierentuinen in het algemeen, maar als je vogelfotografie wilt oefenen is dit een prima oefenronde. De dieren worden in shows ingezet, er wordt dus mee gevlogen, waarbij je vaak veel dichterbij kunt komen dan in het wild. Omdat het dichterbij is hoef je ook niet van die hele dure apparatuur te hebben, met een beetje compactcamera lukt het al om een vogel er redelijk op te krijgen. 
  • Er zijn close-ups van vogels mogelijk die in de natuur gewoon niet kunnen, omdat de vogels niet weg kunnen als je heel dichtbij komt.
  • Het is van tevoren veel duidelijker wat en waar er zal gebeuren dan in de natuur. Dat maakt de kans op mooie opnames vele malen groter.
Maar er kleven ook nadelen aan deze vorm van fotografie:
  • Het is meestal onmiddellijk duidelijk dat de foto niet in het wild gemaakt is. Het is bijvoorbeeld een exotische soort die je hier gewoon niet kunt tegenkomen. Of er staan medebezoekers bij op de foto. En sommige close-ups zijn weliswaar mooi, maar  zullen in het wild te mooi zijn.
  • De roofvogels zijn voorzien van leren riemen om de poten om ze mee te kunnen vasthouden. En er wordt als er mee gevlogen wordt ook nog een GPS-zender om de poten gedaan zodat de vogels teruggevonden kunnen worden, mochten ze er vandoor gaan. Dit is allemaal logisch, maar hierdoor zijn deze beesten nog veel meer herkenbaar als dieren die in gevangenschap leven. Veel meer dan dieren in een dierentuin.
Voor- en nadelen dus, maar dit weekend was de grote Valkerij Fair. Dat is een inmiddels jaarlijks terugkerend evenement waarbij zij een aantal collega's uitnodigen en er nog veel meer vogels van nog meer soorten aanwezig zijn, en nog leuker: veel meer shows. Normaal 1 per dag, nu wel 8 denk ik. Tóch maar kijken dus, camera mee!

Nou, tijd om naar wat voorbeelden te kijken:


Een valkenier met een mooie Bateleur. De vogel staat er redelijk spectaculair op zo, maar of die valkenier erbij nou zo mooi is? Wel als je een foto van de roofvogelshow wilt hebben. En een Bateleur zo dichtbij gaat normaal niet lukken. 
De schaduw vind ik zelf wel leuk.

Opname gemaakt met een 18-200 mm lens, die normaal ongeschikt is voor vogelfotografie.




Een mooie uil, een Europese Oehoe, leuk in vlucht vastgelegd. 

Maar ja, die leren riemen maken het kunstmatige gehalte erg duidelijk en anders het publiek op de achtergrond wel. Toch een geslaagde kiek vind ik.

Hiervoor heb ik de 300 mm f/2.8 gebruikt van wat grotere afstand.


Nog maar een spectaculair roofvogelshot, dit keer een landende Savannearend (Tawny Eagle).

Deze is weer met de 18-200 mm lens genomen.


En zo kan ik nog even doorgaan, maar het idee zal duidelijk zijn. Maar een ander soort foto, zoals in het begin gemeld, is heel goed mogelijk, namelijk de close-up:
De Bald Eagle, oftewel de Amerikaanse Zeearend. Symbool van de USA, zo'n mooi beest!

Met de 18-200 lens gemaakt van 2 meter afstand. De achtergrond is een lelijk donkergroen stuk plastic, diep in de schaduw. Ter plekke heb ik zitten dubben hoe ik hem er mooi op zou krijgen, maar ben hier wel blij mee. En dat ik er voor op mijn knieën in de modder moest, och, dat is niet zo erg. 

Vale Gier, op een metertje of 5. Met de 300 mm lens gemaakt. Bijna alle vogels zitten in de schaduw omdat ze het anders te warm krijgen, op een lelijk zitje. Bovendien zit de achtergrond vaak niet mee. Hier was net een doorkijkje mogelijk waarbij de achtergrond uit wat struiken en gras bestonden. Onder een iets andere hoek was de achtergrond een plastic vuilnisbak geweest.

Lannervalk. De achtergrond bestaat uit kleding die in een stand hing uitgestald. Met het diafragma vol open wat toch moest in de schaduw wordt het mooi vaag. Maar het diafragma staat hier zóver open (f/2.8) dat het scherptedieptegebied maar heel beperkt is. Hier alleen de ogen. De achtergrond, maar ook de snavel zijn niet scherp. Maar omdat de ogen wel scherp zijn, en dat is nog lastig, is de foto geslaagd.

Een Steenuil. De Engelse naam (Little Owl) is eigenlijk beter, deze beestjes zijn zo klein!

Bij deze foto geldt hetzelfde als bij de vorige. Kijk maar eens naar de nagels: uiteinde is goed scherp, daarna wordt alles wazig. 
Hierdoor valt de leren band om de poten veel minder op in ieder geval. 
Ook dit is met de 300 mm f/2.8 genomen, van een meter of 3, de minimale scherpstelafstand van dit objectief. 

In de natuur is het bijna onmogelijk om zo'n klein vogeltje beeldvullend te krijgen. Dit is de hele foto namelijk, geen uitsnede.

Conclusie:
De mogelijkheden zijn legio om met spectaculaire platen thuis te komen. Of waanzinnige close-ups. Ook met hele bescheiden apparatuur is het mogelijk om behoorlijke vogelfoto's te maken, wat in het wild onmogelijk is. Ik zal met veel plezier één keer per jaar mezelf hier vermaken. Het is leuk en ook nog goede oefening. Maar het is geen vervanging van vogels in het wild vastleggen. En als dat laatste je niet aanspreekt, is juist zo'n show voor jou misschien wel leuk!

Tot een volgende keer,

Robert van Brug




zaterdag 23 juni 2012

Programma-automatiek

Dit artikel gaat over de scènestanden op de camera. De macro, sport, landschap, nacht en portretstand waarmee je de camera een beetje helpt, want door dit in te stellen vertel je de camera met welke omstandigheden hij rekening mee moet houden. Maar wat doen deze instellingen eigenlijk? Op welke manier wordt de belichtingsdriehoek, bestaande uit ISO, diafragma en sluitertijd, hiermee door de camera geregeld? Wat kun je zelf nog instellen en wat doet de camera nu voor je?


Alle compactcamera's hebben deze standen. Soms zijn er nog meer: voor vuurwerk bijvoorbeeld. Maar de eenvoudige camera's hebben zelden de PSAM standen (bij Canon: P, Tv, Av en M), die ik hier al eens heb uitgelegd. High end spiegelreflexcamera's hebben alleen PSAM. Consumenten spiegelreflexcamera's (zoals mijn Nikon D90) en compacte systeemcamera's hebben vaak beide.

Ik heb een testje uitgevoerd, met het volgende onderwerp:

Deze opname is gemaakt in de P-stand. De camera kiest in dat geval zelf een diafragma en sluitertijd. Ik had de ISO ingesteld op 200 om weinig ruis te krijgen. Dat kan ook want dit onderwerp is statisch en ik heb de foto vanaf statief gemaakt met de zelfontspanner. In de P-stand kun je de ISO ook nog op Auto zetten, dan regelt de camera de hele belichtingsdriehoek zelf.

Vervolgens heb ik in dezelfde opstelling iedere keer een andere programma-automatiek ingesteld. Hieronder een tabel met de door de camera gekozen instellingen:


Scène
Sluitertijd
Diafragma
ISO
AF- hulplicht
Ingebouwde flitser
Scherpstelpunt
P-stand
1/80e
f/4.5
200
Aan 
 Uit
instelling 
Auto
1/60e
f/4.0
640
Aan 
Aan 
instelling 
Portret
1/40e
f/4.0
400
Aan
Aan
automatisch
Landschap
1/15e
f/6.3
400
Uit
Uit
automatisch
Close-up
1/60e
f/5.6
800
Aan
Aan
middelste
Sport
1/200e
f/4.0
1600
Uit
Uit
Continue*
Nachtportret
1/40e
f/4.0
400
Aan
Aan
automatisch


Auto.
Deze hoort niet bij de programma-automatiek instellingen, maar voor de volledigheid wel handig om mee te nemen. Dit is de echte point-and-shoot-instelling. De beginner zal deze instelling gebruiken omdat de camera dan alles zelf doet.
Het verschil t.o.v. de P-stand is dat de camera ISO op auto instelt. Hier vertaalt zich dat in een hogere ISO. Een derde stop groter diafragma en een sluitertijd van 1/60 die door de camera standaard vaak wordt gekozen. Als het te donker zou zijn geweest dan was de ingebouwde flitser door de camera ook ingezet.

Portret.
Ruis moet voorkomen worden in huidtinten die toch al zo kwetsbaar zijn, dus een vrij lage ISO waarde.  Omdat mensen meestal niet heel snel bewegen als je een portretfoto maakt hoeft er ook geen snelle sluitertijd te zijn. Het diafragma gaat hier helemaal open. AF-hulpverlichting is aan en bij weinig licht zet de camera de ingebouwde flitser in. Scherpstelpunt wordt automatisch gekozen.

Landschap.
Een nog langere sluitertijd is geen probleem bij landschappen. De camera zal er in deze stand vanuit gaan dat er vanaf statief gewerkt wordt. Het diafragma wordt verkleind (+1 1/3 stop t.o.v. de f/4 in auto mode). De AF-hulpverlichting wordt uitgeschakeld omdat deze hier geen zin heeft. De ingebouwde flitser zal niet afgaan bij weinig licht. Scherpstelpunt wordt automatisch gekozen.

Close-up.
Om bij onderwerpen dichtbij toch nog een redelijk scherptedieptegebied over te houden wordt het diafragma een stop verkleind. Hierdoor moet de ISO wat omhoog, sluitertijd wil de camera graag op 1/60e houden. Extra bij deze instelling is dat de camera automatisch het middelste, meest gevoelige, scherpstelpunt gebruikt.

Sport.
Vanzelfsprekend gaat de camera nu uit van snel bewegende onderwerpen. Om hiermee om te kunnen gaan moet de ISO dan fors omhoog, maar anders is de opname bewogen, dus dat is een logische keuze. AF hulpverlichting en de ingebouwde flitser blijven allebei uit omdat ze geen zin hebben.
Het scherpstellen gebeurd zodra de ontspanknop half wordt ingedrukt continu op het middelste scherpstelpunt. Bovendien zal de camera het onderwerp proberen te volgen met de sensoren, mocht het het middelste scherpstelpunt verlaten.

Nachtportret.
Ten opzichte van de normale portretstand is er in dit voorbeeld geen verschil, de instellingen in bovenstaande tabel zijn exact gelijk.


De bruikbaarheid van deze instellingen hangt af van de hoeveelheid ervaring van de fotograaf. Een beginner zal blij zijn dat hij dat hele gedoe rond diafragma, sluitertijd en iso niet hoeft te snappen. Een beginner zal ook niet zulke hoge eisen stellen aan de kwaliteit van de foto's. En hij zal waarschijnlijk een compactcamera gebruiken waarbij dit de enige instelmogelijkheden zijn. Dan is het prima, het past bij de fotograaf.

De meer gevorderde gebruiker heeft er echter niets aan. De macro-fotograaf zal graag een veel kleiner diafragma kiezen dan de camera doet, f/22 bijvoorbeeld. De sportfotograaf heeft niets aan 1/200e seconde, dat levert nog steeds bewogen beelden op. Bij 1/500e begint het. De landschapsfotograaf zal ook het diafragma een stuk verder knijpen. Enzovoort. De gevorderde fotograaf stapt al snel over op de P, S, A en M-standen.

Conclusie:
leuk om mee te beginnen, maar naarmate de fotograaf zich ontwikkelt zal hij steeds meer van de handmatige instellingen gebruik maken om controle over de camera te krijgen.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

maandag 18 juni 2012

Size does matter

In een aantal gevallen is groter ook echt beter. Dit is bijvoorbeeld het geval bij onderwerpen ver weg die je toch gedetailleerd in beeld wilt brengen, of relatief kleine voorwerpen niet zo heel ver weg. In dit artikel geen moeilijke zaken, maar een opsomming van enkele van de meest extreme ontwerpen in de optische industrie, een freakshow. Makkelijk stukje dit keer, geniet ervan!

We beginnen bescheiden. Een doorsnee spiegelreflexcamera heeft een sensor van 16x24 mm. Een zogenaamde Full Frame camera heeft een 24x36 mm sensor, en kost daarmee enkele duizenden euro's. Denk hierbij aan Nikon's D4/D800 of Canon's 5D mark III. Maar dit is niet voor iedereen voldoende. Sommige fotografen hebben beter nodig, wat  moet je dan? Dan koop je bijvoorbeeld een Hasselblad. Dit Zweedse merk maakt al vele jaren professionele high-end camera's. Voor shoots met modellen voor Vogue en andere modebladen is dit de standaard.



Als je besloten hebt geen nieuwe auto te kopen, maar 30 duizend Euro hier aan uit te geven wat krijg je dan? Een camera met een 36x48 mm sensor (twee keer zo groot als het plotseling bescheiden full frame) met ongeëvenaarde kwaliteit. Op de foto hierboven staat de H3D met 39 megapixel, maar inmiddels is de H4D uit met 60 megapixel. Ook hier speelt de 'number race'. Voor studiowerk: this is it!

Maar het kan altijd gekker en de ontwikkeling vraagt steeds meer en beter.
Canon heeft bijvoorbeeld een sensor ontwikkeld die 20x20 centimeter meet. Hierdoor is de lichtgevoeligheid met een factor 100 toegenomen. Oftewel: in bijna duisternis is het dan mogelijk om foto's van bewegende objecten te maken met weinig ruis. Maar dat is nog laboratoriumspul, wat is er al op de markt verschenen?


Polaroid heeft ooit het bovenstaande op de markt gebracht: een constructie die negatieven (analoog dus) oplevert van 50x60cm. Er zijn maar een paar exemplaren van, maar ze zijn te huur! Wel een filmrolletje meenemen, maar de kwaliteit schijnt ongeëvenaard te zijn.

De ontwikkeling zal ons steeds betere apparatuur brengen, meer megapixels en een betere ruisprestatie. Super, ik kan niet wachten. Maar ondertussen heb ik geen 100 megapixel camera om met zeer veel detail een vogeltje een eind verderop op een paaltje vast te leggen. De oplossing heet een telelens. En die zijn er in soorten en maten, maar wat zijn de grootste?

Nikon heeft als ultieme lens een 600 mm f/4.

Fantastisch gereedschap, ik heb er ooit wat mee mogen spelen en dit is toch wel gaaf. Dit beest weegt iets meer dan 5 kg en is nauwelijks uit de hand te gebruiken. Een heel stevig statief is fijn om hierbij te hebben. Bedenk dat de lens dan op het statief gezet wordt (die beugel aan de onderkant), en vervolgens hang je de camera aan de lens. De omgekeerde wereld.

Canon heeft ook een dergelijke lens, ook prima, maar Canon heeft ook nog dit:

Dit is een 800 mm f/5.6. Met het diafragma van f/5.6 is de lichtsterkte nog maar de helft van die van de 600 mm f/4 en hierdoor is de lens zelfs wat lichter, maar 800 is meer dan 600.

Stel dat die ruimschoots voldoende is, maar voor jouw vorm van fotografie heb je een lichtsterkere lens nodig, kijk dan eens bij Sigma:


De Sigma 200-500 mm f/2.8. Voor alle duidelijkheid: dat kleine zwarte dingetje rechts is een spiegelreflexcamera! Dit monster weegt bijna 16 kg. Er zitten Li-ion accu's bij die de batterij van de camera moeten ontzien voor het focusseren. Wat doe je? Even mijn lens opladen.... Wordt geleverd met een 2x teleconverter, waardoor hij ook bruikbaar is als 400-1000 mm f/5.6. En dit is gewoon te koop! Bij Foto Konijnenberg vragen ze er een kleine 15 duizend euro voor. Schappelijk, als je bedenkt dat de adviesprijs 25000 is. Verkoopt blijkbaar toch niet zo heel goed.

Het kan altijd gekker natuurlijk. In de categorie niet meer verkrijgbaar, een Canon 1200 mm f/5.6 objectief:

Ook niet iets wat je meeneemt tijdens een wandeling.

Dat beest van Canon kon Nikon natuurlijk niet op zich laten zitten, dus al in 1990 kwam men met een antwoord. Een klap in het gezicht van Canon:


Een 1200-1700 mm f/5.6-f/8 zoomlens. Zonder Autofocus, dat wel.
Het verhaal erachter is wel grappig. Vanuit de fotografenbox in het Koshien honkbalstadion was een 1200 mm lens nodig om de pitcher, catcher en slagman op 130 meter afstand (!!) in 1 foto te vangen. Maar een Full Frame opname van alleen de slagman (portrait) vereiste 1700 mm. Iets dergelijks bestond niet en werd als uitdaging opgepakt door Nikon, speciaal voor dit doel. Werkt prima, kijk maar:
Overzichtsfoto met reguliere lens.

En op 1700 mm ziet het er dan zo uit! Afstand tot de dames: 130 meter.

Kwaliteit was prima van dit objectief, maar 60.000 USD (in 1990) was toch wat veel van het goede. En met 16 kg en bijna 90 cm lengte was het ook geen handig gereedschap natuurlijk.

Zijn we er dan? Nee hoor! Een paar jaar geleden heeft iemand Zeiss opdracht gegeven om voor hem een speciaal objectief te maken. Ook 1700 mm, maar dan f/4. Voor gebruik op, jawel, een Hasselblad middenformaatcamera. En Zeiss wilde er best aan, getuige dit plaatje:

Stevig statiefje moet dat zijn: de lens weegt 256 kg. Poeh! Dit exemplaar staat in het Zeiss museum.

Overigens, de opdrachtgever heeft aangegeven dat hij er wildlife mee wilde vastleggen. Ik ben heel benieuwd hoe je dit meeneemt op safari, maar och, als je een paar miljoen euro aan een lens kunt uitgeven, dan is er vast wel een oplossing voor te bedenken. Zeiss geeft aan dat zover bekend dit objectief 's wereld grootste is voor civiele doeleinden. Je gaat je afvragen wat de verschillende strijdkrachten dan nog hebben...

Er zijn nog andere, meer extreme mogelijkheden, maar daar ga ik hier niet op in. Denk aan pinholefotografie (www.cameratruck.es), www.legacyphotoproject.com, ruimtetelescopen, enzovoort.

Er zijn maar heel weinig mensen die hier iets mee kunnen of willen. Maar je kunt het wel gebruiken! Ik laat dit soort dingen altijd direct aan mijn vrouw zien onder het mom "zie je wel dat een 300 mm f/2.8 helemaal niet zo gek is?".

Bedankt voor het lezen en tot een volgende keer!

Robert van Brug


dinsdag 29 mei 2012

Fotografieketen

De keten is zo sterk als de zwakste schakel.
Iedereen kent dit spreekwoord. Wellicht realiseert niet iedereen zich dat dit op fotografie ook van toepassing is, er is namelijk een hele keten van zaken die leiden tot een goede óf slechte foto.
  1. De voorbereiding
  2. Apparatuur
  3. Instellingen
  4. De opname
  5. De selectie
  6. Nabewerking
  7. Presentatie
Als een van deze onderdelen achterblijft leidt het eindresultaat daar onder. Het moet allemaal kloppen!

De voorbereiding
Hier gaat de meeste tijd in zitten. Onder voorbereiding plaats ik een groot aantal zaken, waaronder:
  • Ervaring. Oefening baart kunst. Iemand die al jaren serieus met een bepaalde vorm van fotografie bezig is, zal er steeds beter in worden.
  • Verdiep je in het onderwerp. Als het gedrag van een olifant geen geheimen meer heeft, zul je  betere foto's van olifanten kunnen maken. Koop een Lonely Planet Guide van het land van bestemming. Lees er alles over. Speur internet af. Praat met de lokale bevolking.
  • Situatie. Een goed voorbereide fotograaf weet dat een bepaald gebouw in de middagzon prachtig belicht wordt en de rest van de dag niet. Of hij zal herkennen dat het gebouw niet mooi belicht is en besluiten wat later op de dag terug te komen. Ook zal bekend zijn dat Velduilen aan het eind van de middag gaan jagen en dat levert de mooiste momenten op. 
  • Zijn de geheugenkaartjes leeg en de batterijen vol? Niets zo irritant als op het moment suprême geen opname kunnen maken. Dit kan voorkomen worden, dus denk hier aan.
  • Is de fotograaf uitgerust en daardoor in staat urenlang alert te zijn? En tevens prettig om mee te werken?
  • Is er eten en drinken voorhanden? Het is slecht foto's maken met een rammelende maag. Dit geldt voor de fotograaf maar ook een hongerig model is niet handig. Roofdieren in actie fotograferen gaat natuurlijk juist beter als ze nog niet gegeten hebben.
  • Is de auto in orde en volgetankt? als je andere zaken moet doen zoals tanken dan kun je in die tijd geen foto's maken. Wellicht worden hierdoor kansen gemist.
Apparatuur
Hier gaat het meeste geld in zitten.
Dit deel is belangrijk, maar wordt met name door de fabrikanten van apparatuur overdreven. Vanzelfsprekend is het met betere apparatuur mogelijk om betere foto's te maken. De apparatuur zal dan in ieder geval niet de bottleneck zijn. Mochten er twijfels zijn: de lens is het allerbelangrijkst, dan pas de body. 

Ook accessoires vallen hieronder:
  • Een goed statief bijvoorbeeld zal een rustiger beeld opleveren dan een minder goed exemplaar. 
  • Snelle geheugenkaartjes halen de buffer van de camera sneller leeg waardoor er sneller weer nieuwe opnamen gemaakt kunnen worden. 
  • Een gekalibreerde computermonitor laat kleurechte kleuren zien. Dit voorkomt teleurstellingen als je het een keer zou laten afdrukken.
  • Een hoekzoeker maakt foto's onder een andere hoek mogelijk maar is vooral gemak voor de fotograaf. En als je het langer volhoudt vergroot je je kansen.
  • Voor 's winters zijn er fotografiehandschoenen, speciaal met dunne of geen vingertoppen.
  • Camouflagekleding voor de hardcore wildlifefotograaf is geen overbodige luxe.
  • Een regenhoes die je over je lens en camerabody kunt schuiven voor in de regen. Kost geen bal, kan je heel veel ellende besparen. Koop er een en heb die altijd bij je.
  • Een afstandsbediening voor je camera is soms een waardevol en onmisbaar iets. Ook dit hoeft niet overdreven duur te zijn.
  • Is de sensor schoon? Het objectief ook? 
  • Enzovoort enzovoort. De lijst is eindeloos en sterk afhankelijk van de vorm van fotografie.
Zorg ook dat je de apparatuur kent. Ga niet op een dure reis voor het eerst je nieuwe camera uitproberen. Zorg dat je in het donker de instellingen kunt wijzigen. De handleiding moet geen geheimen voor je hebben. Dit geldt natuurlijk ook voor alles accessoires. Gebruik ze pas echt als je ze goed kent.

Instellingen
Ook met goede apparatuur is het mogelijk een slechte opname te maken als niet de juiste instellingen worden gekozen. Staan sluitertijd en diafragma wel goed? Kiest de fotograaf voor RAW of JPEG? Hoe zit het met ISO? Heeft de fotograaf de avond ervoor met hele hoge ISO nog wat opnames gemaakt en daarna deze niet meer teruggezet? En ja, dat is mij ook gebeurd.
Heel belangrijk: hoe zijn de autofocus instellingen, hoeveel AF-punten, welk gebied, wat heeft prioriteit? Gebruik je de maximale burstrate? Beeldstabilisatie (VR/IS) aan of uit?

De opname
Eindelijk: het moment dat de foto dan echt gemaakt wordt. Het is vaak in een fractie van een seconde gebeurd en toch kan er nog van alles misgaan. Denk aan:
  • Compositie. Centraal of regel van derden? Veel om weinig omgeving in beeld? Is de achtergrond storend? Dit is het meest creatieve onderdeel in de hele keten: zien wat een mooi beeld is.
  • Camerastandpunt. Kom op ooghoogte met je onderwerp. Of het nu een bruidspaar, kinderen of dieren zijn.
  • Belichting. Is het licht goed of moet er met lampen en/of flitsers bijgelicht worden?
  • Bediening: hou de camera stil, druk heel voorzichtig de ontspanknop in, gebruik een monopod of een statief als dat nodig is.
  • Geluk. Ik kan het niet ontkennen, geluk is ook een factor. Net op het juiste moment op de juiste plaats aanwezig zijn is vaak toeval. Een spectaculair moment vastleggen, zeker in de natuur, is nog niet zo makkelijk omdat niet bekend is of, waar en wanneer het komt. Voorbereiding (zie eerder) helpt enorm om de kans te vergroten, maar is geen garantie voor succes.
De Selectie
Er zijn vele opnamen gemaakt van een onderwerp. Met welke opnamen ga je door en welke gooi je weg? Alles bewaren is onzin, teveel weggooien is zonde. De juiste foto's uitkiezen is lastig en vreet tijd. Hoe kies je de beste uit een serie van 200 bijna dezelfde foto's? Zelf doe ik dit vaak in twee slagen. Eén ter plaatse na afloop van het fotograferen. Alles wat duidelijk mislukt is (onderwerp staat er niet of gedeeltelijk op, bewogen waar dat niet de bedoeling was, per ongeluk verkeerde instellingen gebruikt, etc.) dat gaat er direct af, scheelt weer in de tweede fase. De tweede fase is altijd thuis op de PC. Op een groter scherm is het makkelijker en beter om foto's te beoordelen en het gaat daardoor ook sneller. En als er een groot aantal foto's na alle selectie bijna exact gelijk blijkt te zijn, dan bewaar ik er twee en de rest gaat weg.

Nabewerking
We hebben inmiddels een opname, maar die kan nog alle kanten op, het is een ruwe diamant. De nabewerking bepaalt of het top of flop wordt. Wordt een foto te veel verscherpt dan is dat zichtbaar. Oververzadiging is ook een veelgemaakte fout. Ook kan er alsnog een uitsnede gemaakt worden die niet goed werkt. Aan de andere kant kan er juist heel veel hersteld worden waardoor een opname gered wordt.
Er zijn vrij eenvoudige en hele uitgebreide softwarepakketten voor fotobewerking. Ook hiervoor geldt dat er tijd in geïnvesteerd moet worden om die te doorgronden, om eruit te halen wat erin zit. 

Presentatie
We zijn een heel eind gekomen, we hebben inmiddels een foto op de harddisk van de computer die met goede apparatuur genomen is door een prima fotograaf. Deze was goed voorbereid, heeft alles goed gedaan, heeft met een beetje geluk een mooi moment vastgelegd en dit met een degelijk programma prachtig nabewerkt. Maar het staat nog op de harddisk van de computer, waar niemand het ziet. Wat gaat ermee gebeuren? Een foto kan bijvoorbeeld bij een artikel in een boek of tijdschrift over een bepaald onderwerp gebruikt worden waardoor tekst en foto elkaar versterken.  Ook kan een foto enorm groot afgedrukt, prachtig ingelijst in een galerie worden tentoongesteld. Of een nieuwsitem enorm versterken. Ik denk hierbij aan World Press foto's. Dat blote Vietnamese meisje met brandwonden van de napalm, dat is een onwaarschijnlijk krachtig beeld, alweer uit 1972:


Het voelt een beetje als heiligschennis om deze foto te beoordelen, maar ik ga het toch doen:
De aandacht van de kijker wordt naar het schreeuwende meisje toegeleid door een sterke compositie. De ellende met veel rook is op de achtergrond nog zichtbaar, wat samen met de militairen voor een context zorgt. Diafragma was blijkbaar klein want de foto heeft een grote scherptediepte. De beweging van rennende kinderen is goed bevroren. Zwart-wit werkt goed bij dramatische beelden. Dus alles klopt. Maar publicatie van de foto maakte het pas af. Deze foto veranderde de wereld zelfs een beetje.

Deze keten verklaart een aantal zaken. Zo zal een professionele fotograaf met een matige camera doorgaans een veel mooiere opname maken dan een beginner met de duurste apparatuur. De professional zal uit de apparatuur halen wat erin zit, maar nog veel belangrijker is dat hij het onderwerp door en door kent, weet wat een mooie compositie is, kan spelen met licht, etc.

En nu jij, beste lezer. Waar zit jouw zwakste schakel? Ik zit zelf ook wel eens verlekkerd over een nieuwe camera of lens te denken, maar dat is te makkelijk. Er zijn nog zoveel andere zaken die ik kan doen om tot een beter eindresultaat te komen. Sterker nog: het eindresultaat wordt alleen maar beter als de zwakste schakel verbetert. In de logistiek heet dit de "Theory of Constraints", beschreven door Eliyahu M. Goldratt. Ook in de fotografie gaat dit op. De theorie luidt dat als een knelpunt (een bottleneck) is opgelost, het resultaat verbeterd, maar een volgend knelpunt zal een verdere stijging in de weg staan. Het is mogelijk dat een fotograaf zich beter moet verdiepen in het onderwerp en meer geduld moet hebben. Is dat punt verbeterd dan kan zijn dat het zinvol wordt om te investeren in betere software. Natuurlijk moet geleerd worden om daar goed mee om te gaan. Daarna zijn er nog betere instellingen mogelijk. Vervolgens een betere monitor, enzovoort, enzovoort.
Het kan altijd beter, iedereen heeft een knelpunt dat betere foto's in de weg staat. Zoek jouw knelpunt en los het op. En zoek dan het volgende knelpunt. Een knelpunt vinden doe je zo: neem een flink aantal van je beste foto's en probeer te bepalen waarom sommige foto's beter zijn dan anderen. Of laat dit door een bevriende maar kritische fotograaf doen. Vraag feedback. Veel mensen vinden het moeilijk om opbouwend kritisch feedback te geven, dus als je wel zo iemand hebt gevonden, koester dat dan.
Maar onthoudt: de oplossing voor de bottleneck is waarschijnlijk niet duurdere apparatuur.

Anekdote: een enthousiaste amateur is op bezoek bij Frans Lanting, een van de meest gerespecteerde natuurfotografen in de wereld. Samen bezoeken zij het strand in de buurt van Frans' huis en de amateur schiet er urenlang lustig op los en legt de aanwezige robben in iedere mogelijke positie vast. Als hij klaar is pakt Frans voor het eerst de camera, kijkt even rustig om zich heen, kiest een compositie en drukt 1 keer af. Met fantastisch zacht strijklicht van de inmiddels ondergaande zon en de Golden Gate Bridge op de achtergrond een prachtige foto. Mooier dan alles foto's van onze enthousiaste amateur. Maar na lezing van dit artikel is dat hopelijk geen verrassing meer.

Bedankt weer voor de aandacht en tot een volgende keer.

Robert van Brug


zaterdag 19 mei 2012

Gezichtsherkenning

De moderne camera's zitten vol met allerlei onzin die we niet nodig hebben. Maar sommige zaken zijn wel degelijk handig dat ze in het toestel zitten. Zoals de gezichtsherkenningstechniek van Nikon. Deze werd allereerst geïntroduceerd op de onbetaalbare D3, maar wordt inmiddels ook in compactcamera's toegepast.

Wat is het? De camera "herkent" dat er zich een menselijk gezicht in het beeld bevindt. De camera gaat er vanuit dat dit het gewenste onderwerp is en zal de autofocus bijstellen. Er wordt automatisch scherpgesteld zodra er een herkenbaar gezicht in beeld komt. Dit zal meestal goed zijn en als zodanig de  gebruiker ook echt helpen. Tevens zal de camera rekening houden met de kwetsbare huidtinten en proberen deze er zo goed mogelijk uit te laten zien. Dat is fijn, want de huidtinten kunnen heel makkelijk de mist ingaan en dat valt direct op. Prima systeem, ik zie er geen nadelen in.

Afhankelijk van de camera kan een toestel meer gezichten herkennen. Nieuwere/duurdere camera's kunnen meer gezichten herkennen. Inmiddels kunnen camera's wel 10 gezichten in een beeld herkennen. Dat ziet er dan als volgt uit:


Humoristische advertentie van Nikon voor hun systeem voor gezichtsherkenning. Ongetwijfeld wordt het hier overdreven en is het systeem niet zó goed.


Een iets pikantere variant. Voor mannen een onmogelijke opgave, maar er zijn naast de twee schaars geklede dames nog een heleboel gezichten in dit beeld. Echt waar!
(Zelf had ik er geen problemen mee: binnen een half uur had ik ze gevonden.)

En soms zit het systeem er naast. Laatst had ik hier een voorbeeld van bij de hand, waar de camera een gezicht detecteerde terwijl er geen was:

Tja, het is begrijpelijk dat de camera zich vergist, maar het is fout. Wel een mooie Kerkuil. Dit is dan misschien een nadeel: als het systeem een gezicht herkent waar het niet is kan de camera met de instellingen aan de haal gaan zonder dat je dat wilt. Maar het gebeurt slechts zelden, het doet meer goed dan kwaad.

Conclusie: prima systeem van Nikon, laat je er maar door ondersteunen.

Groeten,

Robert van Brug

maandag 14 mei 2012

Zelf de sensor reinigen

Heb jij ook wel eens last van vlekken op je foto? Ben je een fanatieke fotograaf die regelmatig objectieven wisselt? Reken er maar op dat het sensorvlekken zijn. Een vlek op de sensor zit op iedere foto die gemaakt wordt, dus het is de moeite om deze schoon te houden.

Deze kun je professioneel bij een fotovakzaak laten verwijderen, maar dat kost rond de 40-50 euro. Per camera, per keer. En het moet regelmatig, in ieder geval voorafgaand aan iedere belangrijke fototrip. Maar als je er nu tijdens een reis achterkomt dat de sensor vies is, is het natuurlijk handig als je dat zelf kunt oplossen.

En in ieder geval kun je na het lezen van dit artikel controleren of het nodig is om de sensor te (laten) reinigen. Laat ik daar beginnen: is het nodig om de sensor te (laten) reinigen?

Maak een foto op de volgende manier:
  • M-programma, alles handmatig!
  • diafragma zo klein mogelijk, bijvoorbeeld f/22
  • sluitertijd: een paar seconden
  • handmatige focus
  • ISO: zo laag mogelijk, 100 of 200 is prima. Maar er moet geen grote hoeveelheid ruis in de opname ontstaan als we op zoek gaan naar vlekken.
  • richt de camera op een onderwerp met geen contrast. Zeer geschikt is een strakblauwe hemel, maar dat is niet altijd voorhanden. Een eenvoudig witte binnendeur, voorzien van laagje plastic, voldoet ook prima.
  • Stel niet scherp op de deur! Bewust onscherp bedoel ik hier.
  • Maak de foto en beweeg de camera gedurende de openingstijd van de sluiter. Zo voorkom je dat de foto alsnog iets van het onderwerp oppikt.
  • Beoordeel het resultaat. De opname moet binnen het dynamisch bereik van de sensor liggen. Dat wil zeggen dat het histogram liefst links én rechts wat ruimte overlaat.
  • Pas eventueel de sluitertijd aan, de rest niet.
  • Op het display van de camera flink inzoomen levert waarschijnlijk al een paar sensorvlekken op.

Resultaat:

Er valt direct een flinke vlek op. En dan nog 3. En er zitten er zeker 10, als je wat langer kijkt. Dit is een 10% crop, over de resterende 90% v/d sensor zitten er nog veel meer. En die zitten op iedere foto die je maakt. Zonde!

Ik heb dezelfde opname ook met een veel groter diafragma gemaakt en dan vallen de vlekken veel minder op. Op f/1.8 zag ik ze helemaal niet, op f/8 een beetje. Maar op f/8 maak ik nu net de meeste foto's. En welke fotograaf weet van tevoren welk diafragma hij nodig gaat hebben? Het zou zonde zijn als de ultieme opname verpest werd door een sensorvlek, of twee, drie.

Reinigen dus. Hoe dat gaat is afhankelijk van merk en model, dus ik verwijs hier graag voor verdere instructies naar de handleiding, maar ik zal wel laten zien hoe het mij verging.

Allereerst moet de lens eraf, zet de camera eerst uit:

Frontaanzicht van een DSLR, zonder objectief. Waar je op kijkt is de spiegel die het meeste licht naar boven leidt, naar het pentaprisma en vandaar naar de zoeker. Dit is niet de sensor. Kom NIET aan de spiegel. Eventueel met een blaasbalgje (overal te koop) aanwezig stof en ander vuil verwijderen.

Op een Nikon moet er in het menu ingesteld worden dat de spiegel opgeklapt moet worden voor reiniging (ik gebruik een Engelstalig menu):

Bij Nikon is de optie in het menu alleen beschikbaar als de batterij voldoende opgeladen is. Dan volgt er nog een tussenscherm en tenslotte klapt de spiegel op en kunnen we eindelijk bij de sensor:
Opzettelijk overbelichte opname, opdat de sensor zichtbaar is. Waarschijnlijk is  er met het blote oog geen vuil waarneembaar, hier in ieder geval niet.

Dan is er het reinigingsmateriaal. Ik gebruik dit spul: Sensor Swab van Photographic Solutions. Ik heb geen ervaring met iets anders, ik kan alleen zeggen dat dit werkt. Het bestaat uit twee delen: de vloeistof (altijd dezelfde) en de swab, de extra brede plastic koffielepeltjes met een doekje er omheen. Die laatste bestaan in 3 uitvoeringen, afhankelijk van de grootte van de sensor. S2 gebruik ik, voor sensoren met een 1.5/1.6x cropfactor. S3 is voor Full Frame camera's. Dit spul is niet goedkoop! Maar wel stukken goedkoper dan laten reinigen. Online bestellen kan een boel schelen. En op safari zul je het zelf moeten doen, bij mij gaat het mee op reis in ieder geval.
Ga in ieder geval niet met iets anders aan de gang, gebruik alleen materiaal dat specifiek ontworpen is om de sensor schoon te maken. De sensor beschadigen betekent dat de camera waarschijnlijk de prullenbak in kan.

Verder is het een stappenplan volgen:
  • leg de camera met de opening naar boven voor je neer
  • pak een swab uit de verpakking en bevochtig deze met de vloeistof
  • ga 1 keer van links naar rechts over de sensor. Niet boenen. Eén keer met redelijke druk en dat moet het zijn (het staafje staat geen hard drukken toe)
  • draai de swab een halve slag
  • ga in omgekeerde richting nog een keer terug
  • controleer of de vloeistof netjes opdroogt. Deze is extreem vluchtig dus dit moet in 2 seconden gebeurd zijn.
  • Zo niet: pak een nieuw swab en herhaal het proces.
  • Vervolgens spiegel neer laten klappen (bij Nikon: uitzetten)
  • objectief erop
  • weer een testfoto maken
  • Indien nodig nogmaals reinigen, net zolang tot het schoon is.
Op YouTube kun je de uitleg van de fabrikant van de swabs bekijken.

Om geld te besparen is het mogelijk de swabs wat vaker te gebruiken. Doe als volgt:
  • na gebruik het elastiekje terugschuiven
  • doekje een paar milllimeter verschuiven zodat een schoon stuk op het uiteinde komt te zitten
  • elastiek weer aanbrengen
Door dit slim te doen gaat 1 swab plotseling 10 keer langer mee.

Ik heb al een paar argumenten aangevoerd waarom ik denk dat het slim is om dit zelf te kunnen:
  • Veel goedkoper
  • Op lokatie móet je het zelf doen
Maar de swabs zijn erg prijzig. Als de sensor extreem smerig is geworden, bijvoorbeeld doordat deze al jaren niet is gereinigd en er wordt wel vaak gefotografeerd en gewisseld van objectief, dan is een gang naar de fotovakzaak misschien slimmer. Voor die paar tientjes moeten zij namelijk net zolang doorgaan met reinigen totdat het helemaal schoon is. En dat kon wel eens goedkoper zijn dat dat het je zelf een heel doosje swabs kost. En met 1 testfoto weet je of ze goed werk hebben geleverd.

Zelf ben ik altijd weer verbaasd hoe snel een sensor vies wordt. In minder dan geen tijd zit er weer vuil op. Controleer het dus, vandaag nog. En zorg dat het schoon wordt, hoe dan ook.

Tot een volgende keer!

Robert van Brug

dinsdag 8 mei 2012

Bezienswaardigheden fotograferen/Betere vakantiekiekjes

Wie kent het niet: je bent op vakantie op een wereldberoemde lokatie en je hebt je fototoestel bij je. Dan maak je een foto van de Eiffeltoren, Times Square, De Chinese Muur, de Piramide van Gizeh, de toren van Pisa, Big Ben of het Paleis op de Dam. Net als al die miljoenen bezoekers voor jou. En waarschijnlijk ben je er maar 1 keer en alleen op dat moment, wie zegt dat het licht en andere omstandigheden wel ideaal zijn? In dit artikel zal ik wat tips geven om er toch een leuk fotografisch aandenken aan over te houden.

Hier de bekende kathedraal van Reims. Hij is zo groot dat je er bijna geen mooie foto van kunt maken, het wordt altijd vertekend, hij lijkt hier achterover te vallen. En tot overmaat van ramp staat hij in de steigers, lelijk!


















Glas-in-loodraam in de Kathedraal van Orléans. Deze kathedraal is nog groter dan die in Reims en een foto ervan maken lukte niet. Maar dit was een heel mooi raam en dat lukte wel.










Het oude centrum van Orléans bevat veel van dit soort plakkaten op de vloer. Typisch voor deze lokatie, en heel makkelijk vast te leggen.



















TIP: hou de details in de gaten. Deze leveren vaak leukere beelden op.

Terug naar de bezienswaardigheid: hoe krijg je dat er mooi op? Als voorbeeld neem ik Chateau Chambord, een van de grootste kastelen in de wereld, gelegen in de Loire-vallei. Prachtig, maar ook erg toeristisch.


Opname van de voorkant van het kasteel, indrukwekkend! Hiervoor moet je al je best doen als fotograaf. De stroom toeristen wordt namelijk naar de achterkant geleid want daar is de ingang voor de bezichtiging. Dit kiekje is zeker 5 minuten omlopen en je hebt een behoorlijke groothoeklens nodig om het erop te krijgen.
Maar dit is nog niet mooi. De schaduwen over het kasteel zijn lelijk, maar die waren er nu eenmaal. En mijn gezin gaat vast niet akkoord met een paar uur wachten op het mooie licht. Dan krijg ik steevast "koop maar een ansichtkaart in het winkeltje" en ze hebben nog gelijk ook: die perfecte foto is allang gemaakt. Maar dat geldt voor alle bezienswaardigheden.

De oplossing is even makkelijk als effectief: zorg dat er bekenden op de foto komen. Zoals hier:
Mijn dochter Eline op de voorgrond bij Chateau Chambord. Voor mij is deze foto veel leuker dan die hierboven. Terwijl het kasteel er veel minder mooi opstaat!

Andere dochter Iris kwam naar mij toegerend. Leuk familiekiekje, toevallig met de achterkant van Chateau Chambord op de achtergrond. Het kasteel staat er maar deels op, maar als herinnering is dit een leuke foto.

TIP: zet bekenden/jezelf op de voorgrond als je bezienswaardigheden fotografeert.

Het idee hierachter is dat een vernieuwende foto maken van iets dat zo bekend is niet gaat lukken. Het unieke is dat jij/jullie er op dat moment zijn en dat is dan ook hetgene dat vastgelegd moet worden.

Het is mijn ervaring dat bijna iedereen wel bereid is om een foto van jou te maken. En als je uitlegt wat je in gedachten hebt (dat en dat op de achtergrond) dan komt het vaak wel goed.

Dit is geen bijzondere of hele goede foto, maar als vakantiekiekje is hij voor mij zeer geslaagd. Omdat ik er zelf opsta. Een van de valkuilen van het leuk vinden om foto's te maken is dat je er zelf nooit opstaat. Alsof je er niet bij was. Deze foto is door Eline gemaakt, die hier 7 jaar oud was. Doodeng om haar te zien stuntelen met een spiegelreflexcamera die toen net nieuw was, maar het levert wel een foto met een spontaan lachende vader op en zo sta ik niet vaak op foto's. Goed gedaan Eline!

TIP: zorg dat de fotograaf ook op de foto staat.

Vergeet ook niet een aantal foto's te maken waar het hele gezelschap opstaat. Hiervoor moet de hulp van iemand anders ingeroepen worden (de ober in een restaurant is een bekende, maar of dat nou zo'n goede foto oplevert? Kijk liever uit naar een collega fotograaf en vraag het hem/haar), of de zelfontspanner gebruiken. 

TIP: maak foto's/laat foto's maken van het hele gezelschap

Wij zijn hier zelf zo slecht in dat ik er niet eens een voorbeeld van kan laten zien. Ik schaam me diep en beloof bij deze beterschap.

Succes ermee op je eerstvolgende vakantie of dagje uit!

Robert van Brug