donderdag 30 januari 2014

Fotograferen bij hele hoge ISO-waarden

De belichtingsdriehoek (diafragma, sluitertijd en iso) bepaalt in de fotografie hoeveel licht er op de sensor valt.

Diafragma bepaalt de scherptediepte, maar als deze kleiner wordt gekozen wordt de hoeveelheid licht automatisch beperkt. Sluitertijd bepaalt in welke mate beweging zichtbaar of juist bevroren in beeld moet zijn. Een langere sluitertijd is meer licht. Ik heb er al meer over geschreven in dit artikel, hier en hier maar het is dan ook de basis van de fotografie. Meer dan sluitertijd en diafragma is er eigenlijk niet in te stellen, ondanks knoppen voor belichtingscompensatie, scenemodi, en programmastanden (P, S, A en M).

Dit was waar tot het verschijnen van de digitale camera. Plotseling was het mogelijk om het resultaat op een schempje achterop te bekijken en eventueel nog een poging te wagen, maar ook om de lichtgevoeligheid per individuele foto in te stellen middels de ISO waarde.
Een hogere ISO-waarde betekent een hogere lichtgevoeligheid, maar ook meer ruis. De afgelopen paar jaar hebben de camerafabrikanten echter hard gewerkt om deze tekortkoming aan te pakken. De nieuwste generatie camera's genereert veel minder ruis dan die van slechts een paar jaar geleden. En hoe groter de sensor in de camera,  hoe minder ruis.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk. Ik beschik anno 2014 over een Full Frame DSLR van de laatste generatie. Die zou goed moeten presteren op het gebied van ruis. En dat is ook zo, dat heb ik namelijk allang getest en zelfs hier al beschreven. Ik heb echter iets achterwege gelaten zo realiseerde ik me gisteren, vandaar deze aanvulling. De test van een jaar geleden gaat over 100%-crops, wat wil zeggen dat er naar een detail van het beeld gekeken wordt. Dat is op zich ook de enige juiste manier om ernaar te kijken, maar niet geheel realistisch. In de praktijk zal er anders met dergelijke foto's omgegaan worden en dan wordt het resultaat heel anders.
ISO400, 100% crop

Deze opname van mijn dochter Eline die in bed een boek leest bij ISO 400 is ruisvrij. Daar had ik geen ultramoderne camera voor nodig.
ISO 3200, 100% crop

ISO 3200 is al een vrij extreme waarde die ik normaal gesproken probeer te vermijden. Toch is er hier dankzij de moderne techniek niet zoveel aan de hand. Ook al houdt een hoge ISO waarde ook een afnemende dynamisch bereik in (minder gradaties tussen wit en zwart) en afnemende kleurweergave (vandaar deze uitsnede: huidtinten luisteren heel nauw) is er hier feitelijk nog niets aan de hand. En dit is zonder enige vorm van ruisonderdrukking in de nabewerking.
ISO 25600 (Hi2), 100% crop, geen ruisonderdrukking

Deze instelling heb ik nog nooit nodig gehad. En als ik naar deze foto kijk ben ik daar blij mee, want het beeld wordt korrelig en vol met ruis.

ISO 25600 (Hi2), 100% crop, wel ruisonderdrukking
En ook als dit beeld in de nabewerking wordt ontruist is het nog zichtbaar. Ruisonderdrukking haalt de scherpe kantjes er wel wat van af, maar daardoor zijn er minder details zichtbaar.

Tot dusverre niets nieuws, bovenstaande had ik al beschreven. Door naar het nieuws:

ISO 25600 (Hi2),  geen crop, verkleind
Nogmaals dezelfde opname, maar nu geen 100% crop maar gewoon de hele foto. Hier heb ik verder geen ingewikkelde bewerkingen op losgelaten, de foto is in Photoshop alleen verkleind. En daar zit de truc: door te verkleinen verdwijnt de ruis uit de opname! En het kan ook makkelijk, want ik heb eigenlijk nooit alle pixels uit de opname nodig. Meestal kijk ik foto's terug op een monitor, en dan is 1920 x 1080 pixels al heel mooi. Dat betekent 2 megapixels, terwijl de camera er 24 levert. Dus er kan een heleboel verkleind en daarmee aan kwaliteit gewonnen worden, zeker in het geval van wat hogere ISO-waarden omdat het licht beperkt beschikbaar was.

TIP: bevat een opname veel ruis dan kan dit opgelost worden door de foto te verkleinen

De meeste foto's worden vandaag de dag met een smartphone gemaakt. En die zijn ook steeds beter van kwaliteit. Maar vaak willen mensen een gezellig moment met vrienden vastleggen. En dat is dan een romantisch diner of iets dergelijks. Of een feestje in een kroeg. Avondje disco. Enzovoort, allemaal situaties met zeer uitdagende lichtomstandigheden. Dit is door Nokia onderkent en die hebben hun Nokia 808 PureView uitgerust met een 42 MP camera. Daarvan blijven er echter maar 8 over uiteindelijk. Omdat Nokia precies doet wat ik hierboven heb beschreven, en het werkt!

Bijkomend nadeel van verkleinen van een opname is dat de foto vaak wat zacht wordt, maar met een extra rondje verscherpen, het zogenaamde naverscherpen, is dat opgelost.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

maandag 20 januari 2014

Startrails

Vorige week heb ik eindelijk mijn eerste opname van sterrensporen gemaakt. Sterrensporen, of startrails in het Engels, ontstaan door de draaiing van de aarde. Met het blote oog zijn ze niet waarneembaar omdat ze niet bestaan. Maar als een opname heel lang duurt, dan wordt een ster meer dan een wit puntje, dan wordt het een streepje. Hoe langer de opname, hoe langer het streepje wordt. Via allerhande websites heb ik me ingelezen. Ik zal hier wat toelichten omtrent sterrensporen in het algemeen, maar ook over mijn eerste poging.

Algemeen:
  • Het is mooi om een aanzienlijk deel van de nachtelijke hemel op de foto te krijgen. Dit vraagt om een groothoeklens. Hoe meer hoe liever. Ook een Fisheye is het overwegen waard.
  • Een opname van alleen maar sterren is mooi maar saai. Het wordt veel mooier als er ook iets op de voorgrond staat, of het nu een gebouw of een stuk natuur is maakt niet zo veel uit. Dit versterkt de behoefte aan een groothoekopname.
  • De Poolster is de ster die pal in het Noorden staat. Deze lijkt stil te staan. Als de foto richting het Noorden genomen wordt dan is het resultaat mooie cirkels. Richting het Zuiden worden het meer strepen en bogen. Op het zuidelijk halfrond werkt dit natuurlijk precies andersom.
  • De hoeveelheid licht die van een ster op aarde wordt waargenomen is beperkt. Het is daarom regel om dit soort beelden in een zo donker mogelijke omgeving te maken. Dit luistert vrij nauw. Als de maan ook aan de hemel staat verstoort dat de lichtbalans al. Steden zijn een ramp, ze mogen eigenlijk niet eens in de buurt zijn. In Nederland is een donker stuk land lastig te vinden, maar dit kan misschien helpen. Over het algemeen zijn natuurgebieden en het Noordzeestrand het beste geschikt. De omgeving van het Westland met al zijn kassen, of Lichtstad Eindhoven zijn feitelijk ongeschikt.
  • Een andere factor is luchtvervuiling. In onze geïndustrialiseerde samenleving is de lucht vele malen meer vervuild dan elders. Dit heeft zijn weerslag op de hoeveelheid sterren die waarneembaar zijn en hoe fel ze zichtbaar zijn. Boven op een berg op een eiland midden op zee lijken er veel meer sterren te zijn dan vanuit een stad in Nederland.
  • De ISO moet laag ingesteld worden om zo weinig mogelijk ruis te genereren. 
  • Het diafragma moet wijd open staan om zoveel mogelijk licht te vangen.
  • Witbalans moet op alle beelden gelijk zijn. Ik heb deze n.a.v. een tip op 4000K ingesteld. Uiteraard kan het ook achteraf in een bewerkingsprogramma.
  • Scherpstellen dient handmatig te gebeuren. Als een groothoeklens gebruikt wordt met het diafragma wijd open, dan is de hyperfocale afstand beperkt. Controleerd op dofmaster.com (of download de app) wat deze afstand is. Stel scherp op iets in de voorgrond dat verder weg ligt dan de hyperfocale afstand. Het gevolg is dat uiteraard dat stuk scherp in beeld komt, maar alles wat verder weg ligt, tot in het oneindige (!), ook.
  • Het is mogelijk dat de opname bij lage temperatuur gemaakt wordt en zeer lang duurt. Als de opstelling dan na afloop naar binnen wordt verhuisd zal condensvorming op de lens optreden. Ga niet wrijven met een doek over de lens, geef het gewoon even de tijd. De rest van de camera kan wel drooggewreven worden.
  • Afhankelijk van de omstandigheden worden een aantal of zeer veel foto's gemaakt. Deze hebben een extreme sluitertijd, minimaal 10 seconden, maximaal een paar uur. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid omgevingslicht. Is dat er veel, dan zijn veel foto's handig, is het lokaal echt stikdonker, dan is mogelijk 1 foto van een uur goed. Dit stelt eisen aan de apparatuur: een zeer stevig statief is geen luxe maar pure noodzaak. Iedere trilling wordt zichtbaar in het eindresultaat. Zet het statief zo laag mogelijk voor maximale stevigheid.
  • Trillingen uitbannen gebeurd ook door een afstandbediening te gebruiken. Deze zijn er in soorten en maten, met draad of draadloos. Programmeerbaar of niet. Maakt niet uit, maar kom niet aan de camera.
  • Als er veel lange opnames gemaakt worden vreet dat energie. Zorg dus dat de accu helemaal vol zit. 
  • Aan de andere kant kan het nodig zijn dat het geheugenkaartje helemaal leeg is.
  • Als er meer dan 1 opname gemaakt is, dan moet dit samengevoegd worden tot één geheel. Dit kan in Photoshop, maar er zijn ook programmaatjes voor. Ik heb Startrails gebruikt.
  • Veel moderne camera's hebben de mogelijkheid van ruisonderdrukking bij lange opnames. Na een lange opname maakt de camera dan nog een opname met de sluiter dicht, een zwarte foto dus. Deze bevat echter wel ruis en de ruis wordt zo uit de andere foto gehaald. Deze functie dient zeker uit te staan (zie handleiding), omdat de camera dan maar half zoveel opnames kan maken. Beter is om seperaaat een paar darkframes te maken, dat wil zeggen met dezelfde instelling een paar foto's maken met de lenskap erop. De software verwerkt het resultaat dan in een keer met alle opnames. Eventuele hot pixels worden op dezelfde manier opgelost.
  • Vignetting correctie kan uitgeschakeld, net als lenscorrectie. Dit kost alleen maar rekenkracht waardoor de camera warmer wordt. Dit kan beter na afloop in een keer softwarematig gedaan worden.
  • Tonen voorbeeld na opname kan ook uit, net als Vibration Reduction.
  • Tenslotte wordt een camera warm als de opnames lang duren. En als het er heel veel achter elkaar zijn ook. Het kan dus ook wat helpen als het buiten koud is. Een moderne camera is beveiligd tegen oververhitting, wat een verklaring zou kunnen zijn dat de opname gestopt wordt.
Specifiek, wat heb ik bij mijn eerste poging gedaan:
  • Mijn eerste poging was in mijn eigen achtertuin, in Eindhoven. Een plaats met veel licht- en luchtvervuiling. Bovendien komt er 's avonds nogal wat licht door de ramen, dat moet niet overbelicht worden.
  • Alle instellingen in het menu zoals hierboven beschreven.
  • Apparatuur: Nikon D600 met 16-35 mm f/4 objectief op stevig Manfrotto statief met Naturestuff NEK6 schommelkop. 
  • Instelling: 16 mm, f/4, ISO 400 (om zoveel mogelijk sterren er op te krijgen), handmatig scherpgesteld op 3 meter afstand (hyperfocale afstand was 2 meter en een beetje). 
  • Mijn camera heeft een functie dat ik hem enigszins kan programmeren. Ik heb ingegeven dat er 300 opnames gemaakt moesten worden van 25 seconden per stuk, om de 30 seconden. De gedachte hierachter is dat de camera dan na iedere opname de tijd heeft om deze weg te schrijven en een beetje kan afkoelen. Bij opnames langer dan 30 seconden (bulb mode), in erg donkere gebieden, werkt dit niet meer. In dat geval zou ik mijn afstandbediening hebben geprogrammeerd, of via een app op mijn smartphone.
  • De eerste opnames heb ik met een zaklamp de achtergevel wat uitgelicht. Dit kan soms mooie resultaten opleveren, maar ik vond het hier tegenvallen. Deze heb ik dan ook niet gebruikt. Ik raad wel aan om dit toch altijd te doen, het is nu of nooit.
  • De camera heeft de serie van 300 net niet afgemaakt. Mogelijk door oververhitting. Er bleven 272 foto's in RAW over die ik wilde gebruiken voor het eindresultaat. Hierbij gevoegd nog 3 dark frames en dan is het basismateriaal compleet.
  • De 275 foto's (14-bit lossless compressed RAW-bestanden van 22 MB per stuk) geladen in Photoshop Bridge CC voor globale bewerking. Alleen lenscorrectie, iets verscherpen en een halve stop onderbelichten. Opslaan als JPEG. Dit in batch met zoveel foto's uitvoeren duurde uren.
  • De 275 resulterende JPEG's geladen in Startrail en het programma hier één sterrenspoorfoto van laten maken. Deze opgeslagen als TIFF.
  • Dit TIFF-bestand nabewerkt in Photoshop CC, met name nog wat contrast toegevoegd en iets meer onderbelicht.
  • Eindresultaat is één JPEG foto van 13 MB. Alle overige bronfoto's (>10GB) verwijderd.
Sterrensporen boven mijn huis
Ik ben  tevreden met het resultaat. Een volgende keer zou ik het willen proberen met ISO200 zodat het huis wat minder fel verlicht lijkt. Dit zal ook resulteren in wat minder fel verlichte sterren, maar daar kan softwarematig dan wel weer wat aan gedaan worden.
En natuurlijk wil ik dit ook graag in een echt donker gebied een keer proberen, met minder foto's maar veel langere sluitertijden. Het was leuk om te doen en ik ga er zeker nog een keer mee verder.

Bedankt voor het lezen en succes met het zelf uitproberen.

Robert van Brug

zondag 12 januari 2014

Reflectiescherm

Sinds kort heb ik een reflectiescherm in mijn bezit. Niet voor in een fotostudio, hoewel dat goed zou kunnen, maar voor buiten. Dit is een multifunctioneel ding dat ook nog eens klein op te vouwen is zodat het makkelijk mee te nemen is. Het is waarschijnlijk de meest voordelige en praktische accessoire die ik heb.

Falcon Eyes CRK32SLG 5-in-1 reflectiescherm
Het scherm is eigenlijk niets meer dan een overmaatse frisbee die als diffusor kan dienen maar ook als reflector. Met de bijgeleverde hoes kan ook een kleur gereflecteerd worden: respectievelijk zilver, goud, zongeel en wit. Ze zijn er in talloze uitvoeringen. Deze is 82 cm in diameter en opgevouwen in het zwarte hoesje past het makkelijk in een rugzak met een diameter van 30 cm.

Dat moet natuurlijk getest worden. Vandaag in de tuin met het felle en laagstaande winterzonnetje even bezig geweest. Zonder scherm is het soms lastig:

Tegen de laagstaande zon inkijken is vervelend
De zon stond hier recht achter mij en Eline kon gewoon niet recht in de lens kijken. Het lijkt zo makkelijk: blauwe lucht, lekker zonnetje, makkelijk foto's maken. Niet dus. Je krijgt bovenstaande of mensen die met hun ogen knijpen, maar geen ontspannen opnamen.

Andersom dan?

Tegen de zon in fotograferen heeft ook nadelen
Dit is dezelfde locatie, alleen zijn we van plaats gewisseld en nu fotografeer ik recht tegen de zon in. De zon schijnt mooi door Eline's haren en op het eerste gezicht is dit niet slecht. Maar de partijen in het haar zijn uitgebeten wit, zo erg overbelicht dat er geen informatie meer in de foto zit. De foto onderbelichten is geen optie: pas bij 3 volle stops onderbelichten klopt het licht in het haar, maar dan is er van het gezicht niet veel meer zichtbaar.
De lensflare (lichte partij met vlekken in het onderste deel van de foto) wordt veroorzaakt door afwezigheid van een zonnekap. Mijn fout, ik dacht het niet nodig te hebben.
Een optie zou kunnen zijn om dwars op de zon te gaan staan, dan komt de zon van de zijkant. Het model kan ontspannen kijken en de overbelichting in het haar zal niet optreden. Maar er komt wel een groot verschil in belichting tussen de linker- en rechterhelft van het gezicht tevoorschijn wat ook niet mooi is. Zon is een geduchte vijand bij het maken van portretten.

Dan nu het reflectiescherm.
Gezicht Eline ingevuld met een reflectiescherm
Dit is dezelfde situatie als hiervoor, nu wordt alleen Eline's gezicht opgelicht door een wit reflectiescherm. Nu lukt het wel om zowel het haar als het haar er goed op te krijgen.

Gezicht ingevuld met gouden reflectiescherm
Dit is over de top naar mijn mening. Een gouden reflectiescherm is heel mooi warm, maar zichtbaar onnatuurlijk. De "zongele" variant zit hier tussenin, dit echte gouden scherm is meer iets voor glamour fotografie of naaktfotografie indien in kleur.

Gezicht ingevuld met gouden reflectiescherm en flits
Hier ben ik nog 1 stapje verder gegaan: het gouden reflectiescherm en de flitser samen gebruikt.

Blijft alleen de diffusor over om uit te proberen. Dus Eline gevraagd om weer tegen de zon in te kijken.

Zonlicht wordt gebroken door diffusor
Het zonlicht schijnt nu door de grote "frisbee" heen en verlicht het model mooi egaal met zacht licht. Het lukt Eline nu prima om recht in de lens te kijken.

Zonlicht wordt gebroken door diffusor, ingeflitst
Zelfde situatie als hiervoor, maar nu heb ik nog ingeflitst.

Bij alle hier beschreven situaties heb ik de camera in de P-stand gebruikt. Ik doe dat normaal nooit maar ik was nieuwsgierig wat hij ervan zou maken. De flitser stond ook op neutraal/automatisch. Nabewerking in Photoshop was minimaal, alleen een beetje verscherping en lenscorrectie. Er valt dus nog veel te winnen, maar ook het omgaan met een reflectiescherm zal nog moeten wennen.

Dit eenvoudige testje (tussen de eerste en laatste foto zat slechts 4 minuten) heeft me overtuigd van het nut van een reflectiescherm. Ik ga dit ding vanaf nu meesjouwen voor mooiere portretten.

Er zijn natuurlijk ook nadelen naast de vele voordelen. Zo heb ik voor deze serie een lieftallige assistente nodig gehad om het scherm vast te houden en te richten. Mogelijk kan een model dat deels zelf, dat moet ik nog proberen, maar ik kan niet het scherm en de camera bedienen. Er zijn ook statieven in de handel voor reflectieschermen, maar daarmee verdwijnt alle flexibiliteit en komt er weer een accessoire en gewicht bij.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

donderdag 2 januari 2014

Flits 1: direct en indirect flitsen

Een eerste artikel toegespitst op het fotograferen van met name portretten met behulp van flitslicht.

Iris bij natuurlijk licht
Nikon D600 + 24-85mm f/3.5-4.5 @85mm
iso 1600, f/4.5, 1/25e sec.
Deze opname bij natuurlijk licht van mijn dochter Iris is prima. Maar het is wel op het randje van wat technisch haalbaar is: het grootst mogelijke diafragma van f/4.5 is gebruikt, iso1600 is een behoorlijk hoge waarde en 1/25e seconde sluitertijd (uit de hand) is ook met Vibration Reduction nog maar net goed.

Op lagere ISO waarden worden de kleuren mooier en de contrasten hoger, maar er was gewoon niet genoeg licht om daar iets aan te doen. Bij een iets geknepen diafragma van bijvoorbeeld f/5.6 zou het beeld ook nog wat scherper zijn. Gelukkig zijn er oplossingen op bijna alle camera's aanwezig waarbij een tekort aan natuurlijk licht opgelost kan worden: via het toevoegen van kunstlicht door het gebruik van de flitser.

Nadeel van het gebruik van de ingebouwde flitser van een camera is dat direct flitsen geen fraaie belichting oplevert. Met een opzetflitser, ook wel reportageflitser genoemd, is het mogelijk om de flitskop omhoog en zijwaarts te richten. Hiermee wordt een lichtvlek gemaakt op plafond of muur die vervolgens als lichtbron voor ons onderwerp dient. Het oppervlak van deze lichtvlek is veel groter dan dat van de flitskop zelf, waardoor we veel zachter licht krijgen. En dat is veel prettiger!

Direct geflitst met reportageflitser met omnibounce
iso 400, f/4.5, 1/60e sec.

Indirect geflitst via het plafond met omnibounce
iso 400, f/4.5, 1/60e sec.

Invullen m.b.v. uitschuifkaartje (of gebruik een visitekaartje hiervoor). Hiermee wordt meer licht richting het gezicht gestuurd.

Flitser met zelfgemaakt uitschuifkaartje
Mijn Nikon SB600 reportageflitser heeft geen wit uitschuifkaartje. Maar een velletje papier lost deze tekortkoming op voordelige wijze op.

Indirect geflitst via plafond, zonder omnibounce, met uitschuifkaart
iso 400, f/4.5, 1/30e sec.

Het is mogelijk dat de muren niet wit maar gekleurd zijn. Knalrood of kobaltblauw geschilderd, of helemaal afgetimmerd met donkere schrootjes. Gebruik in dat geval de muren niet om te bouncen omdat de kleur van de muur/plafond door de flits op het onderwerp gereflecteerd zal worden.

Als bouncen niet kan maar er moet wel geflitst worden, dan is een omnibounce een oplossing. Dit is een mat kapje dat over de flitskop heen geschoven kan worden, waardoor het licht wat meer verspreid en daardoor zachter wordt. Er zijn meer soorten diffusors in de handel, waarvan de Lightsphere van Gary Fong een van de bekendere is. De Lightsphere (en soortgelijke producten) gebruikt feitelijk het principe van het indirect flitsen op een directe manier: door het oppervlak van de flitser te vergroten wordt het resultaat zachter licht.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug



vrijdag 13 december 2013

Is een statief wel nodig?

Toen midden negentiende eeuw de eerste foto's gemaakt werden, duurde de belichting vaak uren. Dit werd honderd jaar geleden minuten. Er is een reden waarom onze (over)grootouders zo wazig op die sepia portretten staan: ze moesten vele minuten stil zitten, eigenlijk zijn die opnames dus allemaal bewogen, bovendien was de apparatuur gewoon niet zo scherp als tegenwoordig. De laatste jaren van de analoge fotografie was het natuurlijk al veel beter geworden, maar pas sinds de digitale camera's is een statief minder nodig. Gelukkig maar, want het zijn ondingen om mee te nemen!

Ansel Adams aan het werk
Deze grootheid uit de fotografiehistorie, de grondlegger van de landschapfotografie, had echt een statief nodig. Met een kolossale camera (platen van 4 x 5 inch of groter, nog eens wat anders dan 24 x 36 mm) en dan werken op diafragma f/64 om alles van voor tot achter scherp te krijgen. Aan zijn uniek verbouwde auto te zien had hij de apparatuur ook perfect voor elkaar.

Waarom zijn statieven tegenwoordig niet meer nodig?
  1. De enorme verbetering in ruisprestatie van de laatste generatie camera's. ISO 800 is eigenlijk nooit een probleem. 1600 Met een beetje bewerking achteraf ook niet. En dat is op mijn cropcamera van een paar jaar geleden. De nieuwste generatie (vooral full frame) kan bij 6400 nog prima opnames maken. 
  2. De lenzen zijn tegenwoordig veel scherper bij het maximale diafragma. Een f/2.8 lens kan ook op die maximale waarde gebruikt worden, waar er vroeger al snel 2 stops verloren ging om wat scherpte te krijgen, het zogenaamde diafragmeren. 
  3. Bewegingsonscherpte bij wat langere sluitertijden wordt behoorlijk effectief getackeld door de  desbetreffende VR (Nikon) en IS (Canon) en soortgelijke systemen van andere merken. 3, 4 of zelfs 5 stops langere sluitertijden worden hiermee uit de hand mogelijk. 
  4. Display achterop de camera maakt duidelijk of een opname gelukt is. Dit faciliteert een andere vorm van fotograferen dan met film mogelijk was, nl. schiet er maar een paar en dan is er wel 1 goed.
Toch zijn er mensen die zweren bij het gebruik van een statief. In een aantal gevallen terecht:
  1. Natuurfotografen met grote, lange en vooral zware telelenzen. Na een tijdje is de apparatuur vanuit de hand niet meer stil te houden doordat de spieren verzuurd raken. Deze vorm van fotografie is echt sport. Een statief ondersteunt dan vooral het gewicht van de apparatuur. Maar daarvoor is er een alternatief: de monopod oftewel het eenpootstatief. Daarmee neemt de flexibiliteit ook nog eens enorm toe.
  2. Bij lange sluitertijden, zoals nachtfotografie, of bepaalde vormen van meer creatieve fotografie (zoals werken met hele donkere filters, zoals de 'big stopper'.)
  3. Fotografen die zonder VR/IS lenzen werken onder lastige lichtomstandigheden.
  4. Fotografen die met een middenformaat camara (Hasselblad, Mamiya) werken. Deze hebben door de enorme sensor zeer beperkte scherptediepte en geen VR/IS.
  5. Panoramashots worden het beste vanaf een statief gemaakt. Als het statief netjes horizontaal is neergezet treedt er geen snijverlies op bij het samenvoegen van de beelden. Bovendien kan heel nauwkeurig de overlap worden bepaald.
Uiteindelijk komt het neer op persoonlijke voorkeur, maar een statief is geen noodzaak bij de meeste vormen van fotografie.

woensdag 11 december 2013

Lenskalibratie

Lukt het niet goed om scherpe foto's te krijgen? Vooral bij grote diafragma's (laag f-getal) is het moeilijk? Staat net voor of achter het onderwerp waarop scherp is gesteld wél scherp op de foto? Dan is het mogelijk dat u last heeft van front- of backfocus.

Camera- en lensfabrikanten hanteren normen waarbinnen de autofocus moet opereren, maar het is mogelijk dat een lens niet meer scherp is. Of een combinatie van lens en camera.

Als er een vermoeden is dat er iets aan de hand zou kunnen zijn, dan is het de moeite waard dit te controleren. Dit kan aan de hand van een daarvoor ontwikkelde kaart. Standaard hulpmiddel is de Lenscal van Spyder:
Lenscal van Spyder

Dit is een perfect hulpmiddel. Het kan ook op een statief gemonteerd worden voor maximale vrijheid en het heeft een ingebouwde waterpas. Nadeel: hij kost rond de 60 Euro. Persoonlijk vind ik dat prijzig voor iets dat maar heel sporadisch gebruikt zal worden.

Er zijn andere opties. Kijkend naar de Lenscal is het feitelijk een simpel dingetje: een horizontaal vlak met grote contrasten (de zwarte en witte partijen) waarop de autofocus van de camera goed kan scherpstellen en een schaalverdeling die schuin geplaatst kan worden.

Ik gebruik die van Bas Breetveld van www.fotosloep.nl. Een A4-tje. Printen, plakken, snijden, vouwen en klaar voor gebruik.

Auto focus test chart van Bas Breetveld, klaar voor gebruik.
Handleiding:
  1. Print de testkaart en lijm hem op een stuk karton.
  2. Het middelste vlak moet uitgesneden worden zodat het overeind kan staan zoals op de foto
  3. Leg de testkaart schuin neer, zie foto. Hoe schuin precies is niet interessant. 
  4. Heel belangrijk: het middelste vlak moet rechtop staan
  5. Plaats de camera met te testen lens recht voor het kleine vlakje
  6. Afstand camera tot het vlak is op internetfora reden tot discussie. Wat het meest genoemd wordt is 'de afstand waarop je de lens bij voorkeur gebruikt'. Anderen zweren bij 5-10 keer de brandpuntsafstand (bij 50 mm wordt dat tussen 25 en 50 cm). Gebruik in ieder geval niet de minimale scherpstelafstand, dat gaat niet goed. 
  7. In geval van zoomlenzen dient de maximale brandpuntafstand gebruikt te worden bij calibratie.
  8. Zet camera met lens op een statief (of iets anders stevigs)
  9. Stel het grootste diafragma in (kleinste f-getal)
  10. Selecteer met het middelste scherpstelpunt (die is over het algemeen het beste) het vlakje
  11. Laat de camera scherpstellen 
  12. Druk vervolgens af, liefst m.b.v. afstandbediening of zelfontspanner.
  13. Bekijk de resultaten. Kan in principe al achterop de camera. Voor de echte fijnafstemming is het handig de camera aan een computer te hangen zodat de foto's in het groot bekeken kunnen worden.
  14. Licht de focus teveel naar voren? stel dan een plus-correctie in. Teveel naar achteren? Een min-correctie is op zijn plaats. De focus zou op de nullijn moeten liggen, met 1/3e voor de nul en 2/3e achter de nul. 
En nu maar testen.

Links voor en rechts na calibratie.
24-85 mm zoomlens op 85mm
De linkerhelft heeft een scherptedieptegebied van -2 (de 2 onder/voor de nul) tot +veel (tot het einde v/d kaart is scherp). Dit bekeken op de meest grove schaalverdeling. Dus sterk backfocus. Corrigeren in het cameramenu (zie handleiding). Het heet fijnafstelling, dus het gaat heel precies. Een correctie van 1 doet bijna niets. Begin maar met 10 (20 is maximaal) en kijk wat er gebeurd. Naarmate het scherptedieptegebied beter komt te liggen kan de de fijnere schaalverdeling gebruikt worden.
Na wat proberen kwam ik uit op een correctie van -10. Het scherptedieptegebied ligt nu een stuk beter, ongeveer van -4 tot +8.

Aanvullende opmerkingen:
  • Dit dient met alle combinaties van lenzen/camera's te gebeuren. In het geval van twee dezelfde lenzen moeten zij allebei gekalibreerd worden. 
  • In het geval van twee camera's moeten de lenzen op beide camera's gekalibreerd worden. 
  • Teleconverters zijn weer een apart hoofdstuk: iedere lens die wel eens in combinatie met een teleconverter gebruikt wordt is ook een separate kalibratie.
  • De instellingen worden in het geheugen van de camera opgeslagen, zodat de volgende keer de camera weet wat hij moet doen bij een bepaalde lens.
  • In principe hoeft dit maar eenmalig te gebeuren en daarna werkt die camera goed met die lenzen samen. Maar in het gebruik kan er toch wat verschuiven in het AF-mechanisme wat het nodig maakt dit periodiek (1 x per jaar) te herhalen. Bij harde klappen is dit eerder het geval. Bij twijfel over de scherpte: opnieuw kalibreren.
  • De firma Chipclean is een bekende partij in Nederland die dit tegen betaling graag voor u uitvoert. Zij hebben hier zeer ruime ervaring mee en kunnen u de zorg uit handen nemen. Kosten bedragen 10 euro per combinatie van lens en camera.
  • Als deze mogelijkheid in het menu ontbreekt, dan is het mogelijk de lens door de fabrikant opnieuw te laten kalibreren. De betere spiegelreflexcamera's kunnen dit allemaal. Mijn Nikon D90 niet bijvoorbeeld, een D300(s) kan het wel. Check de handleiding of het menu van uw camera.
  • Indien er een serieus probleem is en fijnafstelling levert niet het gewenste resultaat, dan is er iets mis met het objectief. In dat geval moet de fabrikant/importeur/repairshop het probleem oplossen. Dit kan een kostbare zaak zijn als het niet onder garantie kan plaatsvinden. 
Het is misschien een wat technisch verhaal, maar ik ben er een keer voor gaan zitten om mijn lenzen te kalibreren en ik was verbaasd over de resultaten. Slechts in 1 geval heb ik geen correctie uitgevoerd. En het kost niet heel veel tijd.

Het loont echt de moeite. Investeren in kennis en kunde en goede en dure apparatuur is niet voldoende. Topklasse apparatuur is nog geen garantie voor gestoken scherpe opnamen, kalibratie is nodig.

Bedankt voor het lezen, hopelijk helpt dit om nog scherpere beelden te maken!

Robert van Brug








zondag 8 december 2013

Objectieven per soort fotografie

In het vorige artikel heb ik een lange uiteenzetting gegeven over de lenzen die momenteel door Nikon op de markt worden gebracht. Dat zijn er heel veel, geschikt voor vele doeleinden, type fotograaf en soorten fotografie. Niemand zal alle lenzen in zijn bezit hebben en dat is ook niet nodig. In dit artikel zal ik wat tips geven over welke lenzen voor jou geschikt zijn en wat daarbij in overweging genomen kan worden. Het uitgangspunt is het type fotografie. Per categorie zal ik vermelden hoe ik er zelf mee omga.

Allround

Voor een DX camera is de 18-200 een uitkomst. Niet te lomp groot maar zeer allround. De 18-300 is veel zwaarder en duurder en voegt in het extra bereik voor mij te weinig toe.
Voor FX-camera's is de 28-300 de enige tegenhanger en die is prima.

Zelf heb ik een 18-200, die ik ook met veel plezier om mijn FX-camera gebruik. Dat werkt, alleen schakelt mijn camera naar de DX-mode, wat inhoudt dat ongeveer de helft van de sensor (en daarmee het aantal pixels) gebruikt worden. Voor familiekiekjes is dit prima en zo ben ik wel licht en flexibel en maak gebruik van de superieure ruisprestatie van de FX-camera.
Meestal echter zit de 24-85 mm f/3.5-4.5 kitlens op mijn camera en deze bevalt prima. De 18-200 is voor situaties waarbij ik mogelijk meer telebereik nodig ga hebben (de dierentuin) maar niet met veel spullen wil sjouwen.

Iris bij een ven in de Kampina
Nikon D600 met 24-85mm
f/11, 46mm, iso 800, 1/50e sec., uit de hand

Architectuurfotografie

Dit is een makkelijke categorie: er zijn drie tilt-shift objectieven, kies diegene die het beste past bij jouw doeleinden.

Ik heb een keer een T&S-lens gehuurd om te kunnen proberen hoe het is. Het werkte prima maar was wel wennen. Ik had de 24 mm f/3.5 PC-E gehuurd, de kortste brandpuntsafstand. Deze lens kost 1700 Euro, het huren ervan slechts 19€ voor een dag.

Tip: voor het aanschaffen van een dure lens is het verstandig om er eerst een uit te testen.
Havengebouw, Rotterdam
Nikon D600 met 24 mm f/3.5 PC-E
iso 100, f/3.5, 1/1000e sec.,
diafragmavoorkeur, 2 stops overbelicht, vanaf statief genomen.

Concertfotografie

Concerten zijn uitdagend om te fotograferen: het is er meestal erg donker, afgewisseld met felle schijnwerpers. De artiesten staan niet stil en het is een uitdaging om in de buurt van het podium te komen, als dat überhaupt lukt.
Voor zover de fotograaf over accreditatie beschikt, de officiële toestemming om te fotograferen, lijkt een full frame camera met 70-200 f/2.8 lens de meest voor de hand liggende combinatie.
Als die accreditatie ontbreekt is er een probleem, want dan mogen er meestal wel foto's gemaakt worden (niet meer te verbieden in deze tijd van smartphones) maar alleen door camera's zonder verwisselbare lenzen. Dat valt buiten de scope van dit artikel. Hier zijn echter verschillende camera's voor op de markt die een iets groter dan gemiddelde sensor bieden met een  relatief hoge lichtsterkte. Nikon P7100 is er zo een, net als de Canon Powershot GX1 en de Sony DSC RX100. Dan blijf het legaal en is er wel degelijk kans op goede foto's, wat met een smartphone niet zal lukken.
Een andere optie is om een verboden camera mee naar binnen te smokkelen. Dat is behoorlijk spannend maar levert wel de mooiste beelden op.

Doe Maar Symphonica in Rosso 2012
Zanger Henny Vrienten still going strong
Nikon D90 met 70-300 f/3.5-5.6
155mm, iso 800, f/5, diafragmavoorkeur, 1/3e stop overbelicht

Ik heb er ook voor gekozen het illegale pad te bewandelen, gewapend met een 35 mm f/1.8DX en een 70-300 mm. Deze laatste was niet heel bruikbaar want het viel erg op. Nu zou ik een 50 mm f/1.4 lens meenemen, die is nog lichtsterker bij iets meer bereik. In combinatie met een Full Frame camera die ik nu wel heb zou dat een heel stuk helpen. Mijn 70-200 f/2.8 zou teveel opvallen.

Ik had natuurlijk enorm geluk dat er niet veel VIP-kaarten verkocht waren zodat wij ook in dat vak mochten staan.

Huwelijken

zijn tegenwoordig vaak de enige keer dat mensen een professionele fotograaf inhuren om foto's te maken. Deze professional gebruikt het beste een 24-70 mm f/2.8. Vaak zijn de lichtomstandigheden in een kerk en stadhuis uitdagend en dan is een lichtsterk objectief noodzakelijk. Dit objectief is tevens geschikt om in kleinere ruimtes veel in beeld te krijgen. Vervolgens aangevuld met een 70-200 mm f/2.8. Even lichtsterk om dezelfde reden, maar deze is voor de momenten dat er iets van afstand bewaard dient te worden of dat een detail in beeld genomen wordt. Om het af te ronden een macrolens (105 mm f/2.8) om de ringen en andere kleine details beeldvullend te kunnen vastleggen.
De 24-70 mm en de 70-200 mm zitten op een eigen body gemonteerd om geen moment te hoeven missen. De macrolens zit in de tas en wordt erop gezet op een rustig moment.

Ik heb hier geen ervaring mee maar zou het best willen proberen. Bij voorkeur als 'second shooter', de fotograaf naast de officiële fotograaf. Wie weet komt het er nog eens van.

Landschap

Landschapsfotografie is wellicht de meest rustige van alle hier genoemde soorten. Het onderwerp zal vaak 'het uitzicht' zijn. De meest geschikte lens voor een weids beeld is de groothoek. 14-24 mm is het grootste dat er is, maar aan deze lens kleeft een groot nadeel: er kunnen geen filters op gemonteerd worden. En dat wil de landschapsfotograaf vaak wel. Een grijsverloopfilter om de lucht wat donkerder te maken bijvoorbeeld. Of een zwaar ND-filter om hele lange sluitertijden te krijgen zodat rimpelingen uit het water verdwenen zijn. Feitelijk is de beste lens voor deze vorm van fotografie dan ook de 16-/35 mm f/4. En die weegt en kost slechts de helft. Dat hij minder lichtsterk is is hierbij niet relevant en de scherpte is gelijkwaardig.
Natuurlijk kan het zijn dat er een onderdeel van het landschap uitspringt en dat dat geïsoleerd moet worden op de foto, maar dichterbij komen gaat niet. Dan is bijvoorbeeld een 70-200 f/4 ideaal.

18 mm op DX (komt overeen met 27 mm op een full frame) voldoet op zich al mooi voor landschappen en lange tijd was dat mijn maximale groothoek. Sinds ik een FX-camera heb haal ik ook 24 mm. Die paar millimeter extra scheelt veel, maar ik heb er nog niet veel mee kunnen spelen.

Lagune bij Senga Bay, Malawi (Hippo Lodge)
Nikon D90 + 18-200 mm f/3.5-5.6
iso 200, 18 mm, f/11, diafragmavoorkeur, 1/500e sec., uit de hand
Ik heb hard moeten zoeken naar een beetje aansprekende landschapsfoto. Ik vind dat wel mooi, maar denk er blijkbaar niet zo vaak aan. Ik heb me voorgenomen om er in de toekomst meer te gaan maken. Toch vind ik bovenstaande foto wel leuk met die traditionele kano's op de voorgrond.

Macro

Macrofotografie is het groot in beeld brengen van kleine dingen, zoals bloemen en insecten. De 105 mm f/2.8 macro is, mede dankzij VR heel allround en fantastisch goed. Er zijn DX-macrolenzen, zoals de veel voordeligere 40 mm, maar dan is de afstand tussen onderwerp en camera zo klein dat alle insecten weg zullen zijn. Bovendien is er een risico op schaduw van de lens(kap) op het onderwerp.
De 200 mm f/4 is groter, zwaarder en duurder. Deze heeft geen VR, dus korte sluitertijden zijn verplicht. Voor insecten e.d. is dit echter wel een ideale brandpuntsafstand.
Voor het vastleggen van kleine objecten in een studio voldoet een kortere brandpuntafstand ook.

Zelf heb ik een 105 mm f/2.8 macrolens. In de zomer leg ik hier graag vlinders en andere insecten mee vast. Recentelijk heb ik ontdekt dat mijn 2x teleconverter hier ook goed zijn werk doet, het wordt dan een 210 mm f/8. Dat diafragma lijkt vrij klein, maar bij macrofotografie is dankzij de zeer beperkte scherptediepte een heel klein diafragma alleen maar voordelig. Ik schroef dit dan ook rustig verder terug naar f/11 of f/16.

Nikon D600 + 105 mm f/2.8 macro + 2x TC III
iso 1600, f/16, diafragmavoorkeur, 1/125e sec.,uit de hand

Nachtfotografie

Het bij nacht vastleggen van door kunstlicht verlichte onderwerpen zoals gebouwen levert prachtige resultaten op. Er zijn maar een paar zaken absoluut noodzakelijk voor mooie foto's en dat zijn een statief, een camera met bulb-stand, een afstandbediening (of zelfontspanner), ISO-instelling zo laag mogelijk, diafragma wat geknepen (bijvoorbeeld f/8) en klaar ben je. Lens is niet zo relevant, ook een matige lens is scherper bij een wat kleiner diafragma. De sluitertijd zal lang zijn, maar dat is dankzij het statief geen enkel probleem.

De situatie wordt vele malen uitdagender als het onderwerp beweegt, al is het langzaam. Een sluitertijd van 5 seconden bij iets dat niet absoluut stilstaat levert een mislukte foto op. In dat geval wordt een zeer lichtsterk objectief belangrijk, zoals een 50 mm f/1.4 en een full frame camera zodat de ISO zonder al te veel ruis te creëren naar hoge waarden toe kan, denk aan 3200/6400. Een statief is dan ook niet meer van belang.

Het Glow-festival in Eindhoven bestaat meer en meer uit bewegende projecties zodat het ook steeds meer in de laatste categorie thuishoort, die van de snelle sluitertijden. Ik ben sinds 4 jaar een bezoeker van Glow in 'mijn' Eindhoven. Waar ik de eerste jaren alleen met een statief en een 18-200 lens op pad ging, had ik dit jaar mijn full frame camera en een 50 mm f/1.4 lens mee. Met een statief voor het geval er toch stabiele projecties zouden zijn. 

Huize Dommelhoef tijdens Glow 2013
Nikon D600 + 50 mm f/1.4
iso 100, f/8, 4 sec., manual programma, vanaf statief
'de draak' tijdens Glow 2013
Nikon D600 + 50 mm f/1.4
iso 1600, f/2, 1/200e sec., manual programma, uit de hand

Paparazzi

De paparazzo (enkelvoud) zal meestal van behoorlijk grote afstand moeten werken terwijl hij toch mobiel moet blijven. Zo kan hij door bodyguards achtervolgd gaan worden en zal dan met een scooter in de nacht verdwijnen. De grootst mogelijke lens (600-800 mm) is dus alleen geschikt als hij (het lijken altijd mannen te zijn) vanuit een schuilplaats te werk kan gaan. Anders is de 300 mm f/2.8 geschikt. De zonnekap kan eraf zodat hij hanteerbaar blijft en dankzij het grote maximale diafragma is het ook in het donker goed werken hiermee. Eventueel aangevuld met een krachtige opzetflitser, waarmee wel de eigen positie verraden wordt. Als het wat onopvallender moet, dan is de 70-200 mm f/2.8 een prima alternatief.

Ik heb hier geen ervaring mee, maar de apparatuur is er. Pas maar op celebrities!

Pers/oorlog

De persfotograaf beschikt over 2 lenzen: een 24-70 mm f/2.8 en een 70-200 mm f/2.8 die beide op een eigen body gemonteerd zijn zodat snel geschakeld kan worden. Bovendien is er zo een back-up camera voorhanden. De body's zijn bij voorkeur identiek om batterijen en geheugenkaarten te kunnen delen en zodat bediening gelijk is, dat voorkomt fouten. Bovendien zijn het stevige pro-body's (bijvoorbeeld Canon 1D-X of Nikon D4) die tegen een stootje kunnen. Detail: deze body's bevatten twee slots voor geheugenkaarten, waarbij de persfotograaf het zo instelt dat de tweede als backup voor de eerste werkt. Alles om te voorkomen dat dat ene moment gemist wordt.
Geen statieven e.d., dat belemmert alleen maar de bewegingsvrijheid. Wel opzetflitsers om in te flitsen zodat lelijke schaduwen, bijvoorbeeld onder randen van hoeden/petjes, niet meer zichtbaar zijn.
Voor de oorlogsfotograaf geldt hetzelfde, alleen is de beschikking over bewegingsvrijheid letterlijk van levensbelang.

Zelf heb ik hier geen ervaring mee. Gelukkig maar in het geval van oorlog. Ik beschik ook niet over 2 gelijke camerabody's. Ik kan wel een FX-camera met 24-85 mm lens en opzetflitser uitrusten, en dan als backup een DX-body met 70-200 f/2.8. Dat komt het beste in de buurt.

Safari

De safarifotograaf heeft op de savanne twee lenzen nodig: een grote telelens, bijvoorbeeld de 500 mm f/4 die nog door de douane is te krijgen in de handbagage (de 600 mm f/4 maar ook de 400 mm f/2.8 zijn veel groter/zwaarder). Met dit objectief kunnen vogels vastgelegd worden maar ook mooie beelden op afstand. Een probleem is dat dit midden op de dag vaak niet meer lukt omdat de lucht vanwege de extreme hitte dan teveel zal trillen. 
Om ook te kunnen vastleggen wat dichterbij gebeurd, of om iets van een overzicht te kunnen registeren, is bijvoorbeeld een 70-200 f/4 een prima aanvulling. Beide lenzen gemonteerd op een eigen body en niet wisselen in de stoffige omgeving van de savanne, want dat is een garantie voor vuil in de camera.

Ik gebruikte op safari mijn 300 mm f/2.8 met 2 x TC III, toen nog op een DX-camera, zodat het effectieve brandpunt maar liefst 900 mm bedroeg. Hiernaast gebruikte ik een 18-200 mm lens voor alles wat dichtbij was, inclusief foto's onderweg van dorpjes, de reis, de lodge, zonsondergangen, landschappen, etc.

Tegemoetkomend verkeer in South Luangwa National Park, Zambia
Nikon D90 + 18-200 f/3.5-5.6
iso 200, f/8, 18 mm, diafragmavoorkeur, -1/3e stop, 1/250e sec.
Dit soort plaatjes, die illustreren hoe dichtbij dieren soms zijn in Afrika, zijn onmogelijk te maken met een telelens.

Afrikaanse Zeearend in South Luangwa National Park, Zambia
Nikon D300s + 300 mm f/2.8 + 2x TC III
iso 800, f/8,  diafragmavoorkeur, +1/3e stop, 1/2500e sec., vanuit de hand 
Maar dit soort shots van een prachtige arend vragen doorgaans om een lange telelens. Dit is geen uitsnede trouwens, maar de gehele foto.

Sport

Bij sportfotografie is een korte sluitertijd zeer belangrijk, evenals een sublieme autofocus. Dat betekent automatisch een groot maximaal diafragma (dat helpt de autofocus ook!). Omdat vaak bij sport de fotograaf niet midden in de actie zit, is een telelens onontbeerlijk. Een 400 mm f/2.8 is zo'n kanon dat vaak naast de voetbalvelden waargenomen wordt. En dan voorzien van een pro body die een snelle burst kan halen (Canon 1D-X/5D mkIII of Nikon D3/4) zodat geen moment gemist wordt. Grote z.s.m. geheugenkaartjes erin (128 GB bijvoorbeeld) en dan maar ratelen. Vanaf statief met schommelkop zodat het gevaarte ondersteund wordt. Eventueel een monopod. 
Natuurlijk zijn er andere sporten dan voetbal en bij sommige is het mogelijk om dichterbij te komen. Dan is een kortere brandpuntsafstand ook voldoende, denk aan een 70-200 f/2.8.
Een aantal sporten speelt zich deels of volledig binnen af, denk bijvoorbeeld aan turnen. Dit betekent altijd uitdagende lichtomstandigheden.
Richard Gasquet serveert tijdens ABN AMRO WTT
Nikon D300s + 70-200 mm f/2.8
iso 3200, f/2.8, 1/2000e sec., uit de hand.

Straatfotografie

Straatfotografie is een populaire vorm van fotografie waarbij vaak mensen vastgelegd worden die bijvoorbeeld aan het winkelen zijn of op een terrasje zitten. De beeldkwaliteit is bij deze vorm niet het allerbelangrijkste, het gaat er meer om het moment te raken. Een allroundlens is makkelijk, maar een groothoek levert pas echt indringende beelden. Dan moet de afstand tot het onderwerp minimaal zijn en dat is spannend, zeker de eerste paar keer. Het is verleidelijk een telelens te nemen en van afstand te werken, maar de impact is dan lang niet zo hoog en er kunnen problemen ontstaan doordat omstanders dit stiekem vinden. Het beste werkt een relatief onopvallende camera (dus geen hele dure pro body) met een bescheiden lens erop. Daarmee rond gaan lopen, foto's maken en als iemand je aankijkt vriendelijk glimlachen. Mocht iemand problemen maken dan verwijder je die foto's. 

Ik heb alleen in Rotterdam een keer echt aan straatfotografie gedaan, op de markt bij Blaak, en toen heb ik een 24-85 mm lens gebruikt. Voor indringende beelden mag de afstand tot het onderwerp niet meer dan 1-2 meter bedragen. 

Tip: systeemcamera's zijn eigenlijk vanwege de beperkte omvang geschikter.

Kletsen bij NS-station Rotterdam Blaak
Nikon D600 + 24-85 f/3.5-4.5
iso 100, f/6.3, 28 mm, diafragmavoorkeur, +1/3e stop, 1/40e sec.
Bovenstaande foto is geen uitsnede maar de hele opname en dat op 28 mm. Deze dames waren gezellig aan het kletsen en ik kon ze vastleggen met de tekst "Rotterdam Blaak" op de achtergrond in beeld. Daarvoor stond ik zelf op minder dan 1 meter afstand. Ik vond het erg wennen om dat te doen, maar ik heb geen vervelende reacties gehad. 

Studioportret

De standaard bij studioportretten is de 85mm f/1.4. Voor wie dit te gortig is in financiële zin is de f/1.8 een prima alternatief. 
Voor mooie dromerige portretten met de mooiste bokeh, is er de 135 (of 105) mm f/2 DC. De onscherpte van de achtergrond is instelbaar, uniek feature. Dankzij het grote maximale diafragma van f/2 zijn dit behoorlijke allround lenzen die ook in lastige lichtsituaties een uitkomst kunnen zijn. De 135 mm is bijna de meest lichtsterke telelens, op de kostbare 200 mm f/2 na.
Voor studioportretten 'ten voeten uit', waarbij de geportretteerde er helemaal opstaat, is een 50 mm f/1.4 handig om te hebben. 
Tenslotte een 70-200. Hoewel het in een studio mogelijk is om dichtbij het model te komen, kan het minder bedreigend overkomen iets meer afstand te bewaren en dan is deze lens ideaal. De f/4-variant volstaat hier omdat er per definitie voldoende licht is. Om dezelfde reden schijnen er professionals te zijn die een 300 mm f/2.8 gebruiken: detailopnames van afstand zijn mogelijk.

Ik heb geen fotostudio, maar ik heb er inmiddels toch wat ervaring mee opgedaan. Ik gebruik mijn allround 24-85 mm kitlens, een 50 mm f/1.4, maar mijn favoriet is een 105 mm f/2.8 macro. Er is zichtbaar meer detail in de foto's die ik met deze lens maak, de scherpte is fantastisch en als het moet kan er bij moeilijk licht dankzij de lichtsterkte ook gewerkt worden.

Model: Charelle
Nikon D600 + 24-85 mm f/3.5-4.5
85 mm, iso 400, diafragmavoorkeur, +1 1/3e stop, 1/80e sec., uit de hand, continu licht
omgezet naar z/w (behalve de irissen), hoogcontrast roodfilter

Urbex

Urban Exploring, kortweg Urbex, is het fotograferen van inmiddels verlaten lokaties, vaak industrieel, maar het kunnen ook woonhuizen zijn. Oude fabrieken en rampgebieden, zoals bijvoorbeeld Tsjernobyl waar de bevolking plotseling halsoverkop moest vluchten.
De ideale lens is een groothoek, hoe extremer hoe beter. Voor DX een 10-24 mm, voor FX een 14/24 mm. Lichtsterkte is niet relevant, de foto's worden vanaf statief genomen. Een fisheye kan ook vervreemdende resultaten opleveren hier. 

Zelf heb ik maar één keer iets gedaan dat op Urbex leek en toen heb ik mijn 24-85 mm lens veel gebruikt. 

Zeche Zollern, Duitsland
Nikon D600 + 24-85mm f/3.4-4.5
f/8, 1/8e sec., iso 800, 24 mm, uit de hand
Dit koffiekopje in een verlaten keet is een verplicht nummer in Zeche Zollern.

Vogels

In veel artikelen heb ik al iets geschreven over vogelfotografie. Samengevat zijn vogels klein, snel, beweeglijk, te ver weg en ze doen niet wat je wilt. Schaf de lens aan met de grootste brandpuntsafstand die binnen het budget past. Let op gewicht en formaat: dit zijn serieuze zaken om rekening mee te houden. Bedenk of de lens vanuit een schuilhut gebruikt gaat worden of dat er vooral mee rondgelopen zal worden.
Voor enige flexibiliteit bij deze primes schaft men het beste een aantal teleconverters aan.

Persoonlijk gebruik ik een 300 mm f/2.8 VR II, bijna altijd in combinatie met een 2x TC III. Voor situaties met iets minder licht is er de 1.4x TC II. Hoewel het een prime is, kan ik dankzij de teleconverters toch beschikken over 300 mm f/2.8, 420 mm f/4.5 en 600 mm f/8.
Favoriet bij mij is de monopod ter ondersteuning van het gewicht.

Baardmannetje (vrouwtje) in het riet, Rietputten in Vlaardingen
Nikon D600 + 300 mm f/2.8 + 2x TC III
iso 800, f/8, diafragmavoorkeur, 1/250e sec., uit de hand
Een van mijn meest recente vogelfoto's. Het beperkte diafragma van f/8 is zeker geen nadeel omdat het scherptedieptegebied met een dergelijke telelens maar heel beperkt is.

Koopadvies

Nu heb ik beschreven welk type lens er per soort fotografie idealiter gebruikt wordt en hoe ik zelf te werk ga. Dat dient alleen als overweging, mogelijk spelen andere factoren een rol, waardoor de keuze toch anders uitvalt. Een paar extra overwegingen daarom:

  • Lenzen zijn een kostbare zaak. Voor de beginnende fotograaf raad ik sterk één zoomobjectief aan, bijvoorbeeld een 18-200 mm. Misschien zelfs een 18-140 mm (of 18-135 mm): die is nog een stuk lichter/voordeliger en dat extra bereik doet niet zo heel veel. Pas na jaren fotograferen en duizenden foto's zal het gaan kriebelen om andere lenzen aan te schaffen.
  • Mocht de wens er zijn om in de toekomst ooit met een full frame camera te gaan fotograferen, koop dan uitsluitend objectieven die daarvoor geschikt zijn. De objectieven gaan veel langer mee dan de camera.
  • Als de wens er is om een keer met een supertelelens te fotograferen, huur er dan één. Een dergelijk objectief kost vele duizenden euro's, maar voor een paar tientjes per dag is het te huren. Zelfs voor een vakantie van een week is dit eigenlijk de beste oplossing. Voor een klein bedrag extra is dat dure stuk glas ook nog verzekerd zodat je ontspannen kunt fotograferen. Huren is sowieso aan te raden voor materiaal dat incidenteel gebruikt zal worden.
  • Denk ook aan oudere objectieven die op de tweedehandsmarkt verkrijgbaar zijn. Vaak scheelt dit een slok op een borrel in financiële zin terwijl de objectieven kwalitatief prima zijn. 
  • De zogenaamde B-merken hebben steeds meer interessante producten. Tamron, Sigma en Tokina zijn aanbieders van uitstekende en betaalbaardere lenzen. Sigma levert bijvoorbeeld de 50-500 mm, een ultieme allround lens bijgenaamd de 'Bigma'. Tevens leveren zij een 300-800 mm zoom die schertsend 'Sigmonster' genoemd wordt. Als derde noem ik de zeer prijzige 200-500 f/2.8. Hier zijn geen passende alternatieven voor van Nikon, Canon e.d. Lees reviews op internet. De bouwkwaliteit is vaak wat minder (meer plastic), maar hoe erg is dat voor een hobbyist die de lens niet iedere dag gebruikt?
  • Bedenk goed of een lichtsterk objectief wel nodig is. Een lens met f/2.8 is 4 x zo lichtsterk als een lens met f/5.6. En ook 4 x zo zwaar en minimaal 4 x zo duur. Ik heb ooit een test gedaan tussen twee telelenzen, waarbij de een 10 x zo duur was als de ander. Maar op f/8 waren ze echt vergelijkbaar! Dus de fotograaf die geen lastige omstandigheden verwacht kan zich heel veel geld besparen.
  • Niet alleen de lichtsterkte is bepalend. Als foto's heel groot afgedrukt moeten kunnen worden dan stelt dit eisen aan de gebruikte lens. De fotograaf die foto's voor op facebook maakt en hooguit een enkel afdrukje op 10 x 15 cm maakt kan zich prima redden zonder de beste apparatuur.
  • Supertelelenzen (300 mm en meer) zijn specialistisch en dat zie je terug in de prijs. De meeste professionals hebben deze lenzen niet in hun bezit omdat zij daar hun boterham niet mee verdienen. Vogel- en wildlifefotografen, evenals sportfotografen hebben ze wel omdat zij het vaak gebruiken. Denk goed na voor tot een dergelijke investering wordt overgegaan.
  • Het bereik dat met lenzen van Nikon afgedekt wordt, loopt van 14 mm t/m 800 mm. Zonder supertelelenzen is dat van 14 t/m 200 mm. Kijk nog eens kritisch naar de EXIF-data van je foto's. Welke brandpuntafstand gebruik je veel? En wat nauwelijks? Stel dat tussen de 24-70 mm favoriet is en daarboven komt sporadisch voor, dan is een 24-70 van topkwaliteit aan te raden. Daarboven voldoet een 70-300 wellicht.
  • Een tip die ik ergens tegenkwam over lenzen: koop een 14-24, een 70-200 en een 50 mm f/1.4. Dat is prachtig materiaal, ook voor de moeilijke lichtomstandigheden. Een 24-70, dat het populairste professionele objectief is, wordt dan feitelijk overbodig.
  • Een andere invalshoek die vaak gehoord wordt: koop een paar goede primes. Deze zijn optisch superieur, vaak voordeliger, lichter en compacter dan zoomlenzen. Zoomen kan dan nog steeds, maar dient geheel als vroeger met de benen te gebeuren. Een set zou kunnen bestaan uit: 20 mm f/2.8, 50 mm f/1.4, 85 mm f/1.8 en 105 mm f/2.8 macro. Fantastisch materiaal en gratis fitness.
  • Ook vaak gehoord is de tip om een tijd met slechts 1 lens te fotograferen. De beperking die dit geeft, zeker als het een prime is, maakt je een betere fotograaf. Ik heb dit voor een opdracht van mijn fotocursus van vorig jaar geprobeerd door alles met een 50 mm-lens vast te leggen en dan ook nog alles in liggende oriëntatie (landscape) omdat alle foto's dan op gelijke wijze in het fotoboek kunnen. 
  • Bepaalde onderwerpen worden het best met een bepaald type lens vastgelegd: vogels met een supertelelens en insecten met een macrolens bijvoorbeeld. Maar met enige aanpassing zijn lenzen zeer divers te gebruiken. Ik heb ook met een 50 mm-lens vogelfoto's gemaakt. En studioportretten met een 105 mm macro. Geen extreme groothoek? Wellicht is een panorama de oplossing. Geen tilt/shift-objectief voorhanden? Dan het gebouw ruim kaderen en in de nabewerking de vertekening corrigeren. Macrolens te duur? Overweeg tussenringen en/of voorzetlenzen. Met enig vernuft kan er veel met relatief weinig. 
  • Calibreer alle lenzen zodat ze optimaal samenwerken met de autofocus van de camera. Dit wordt het onderwerp van een nieuw artikel op dit blog.

Bedankt voor het lezen en tot een volgende keer!

Robert van Brug