zondag 9 februari 2014

Flits 2: Voorkomen schaduwen bij het flitsen

Onlangs hoorde ik een discussie over lelijke slagschaduwen die bij het gebruik van een flitser veroorzaakt kunnen worden en hoe die te voorkomen. Uitleggen hoe het werkt is één ding, het laten zien spreekt wellicht meer tot de verbeelding.

Er zijn een aantal zaken waar rekening mee gehouden moet worden indien de flitser gebruikt wordt:
  • De afstand onderwerp-achtergrond. Als deze afstand groot is, dan zal er geen storende schaduw kunnen ontstaan. Het plaatsen van een model vlak voor een egale witte muur is echter vragen om problemen.
  • De afstand fotograaf-onderwerp. Als de fotograaf relatief dicht bij het onderwerp staat heeft de flits die benodigd is om het onderwerp goed te belichten nauwelijks kracht nodig. Deze zal de achtergrond dan ook niet overstralen.
  • De hoeveelheid omgevingslicht. Als er veel omgevingslicht is is er maar een beperkte hoeveelheid flitslicht nodig, waarbij het omgevingslicht ook nog de schaduw van de flitser oplicht.
  • De hoek waaronder geflitst wordt. Bij indirect flitsen via het plafond zal de schaduw laag achter het model op de achtergrond vallen, onzichtbaar op de foto. Dit kan ook bereikt worden met flitsen via een muur, maar het kan ook juist hierdoor misgaan.
Tijd voor voorbeelden om het te illustreren. Allemaal met Iris als model, gehuld in Spaanse jurk en indianentooi. Tja.... Allemaal gemaakt voor de gangdeur, midden op een bewolkte dag.

ISO 100, 1/160e sec, f/4.5
Rechtstreeks geflitst
Menige fotograaf zal een lage ISO-waarde opzoeken (zoals hier 100) zodra de flitser op de camera geactiveerd wordt. Camera op sluitertijdvoorkeur (S-stand) en 1/160e gekozen om eventuele beweging te bevriezen. Camera koos als resultante zelf f/4.5 wat het maximale diafragma van dit objectief is.
Dit is wat we niet willen: duidelijk aanwezige schaduwen. In de nabewerking kunnen we vast wel de schaduwen wegpoetsen, maar misschien zijn ze helemaal te vermijden.
Ondanks het rechtstreekse flitsen was de foto nog wat aan de donkere kant (ruimte aan de rechterzijde van het histogram). Dit is in de nabewerking rechtgetrokken.
ISO 100, 1/160e sec, f/4.5
Rechtstreeks geflitst
Flitsbelichtingscompensatie: +2 EV

Hier is geprobeerd door de flitser op +2 stops te laten flitsen om de foto lichter te krijgen. Dat lukt maar beperkt, met name Iris die het dichtste bij staat is lichter, overbelicht zelfs, de achtergrond heeft het al minder effect op.

Overigens hoor ik regelmatig fotografen praten over harder of zachter flitsen. Dat is een misverstand: een flitser flitst altijd precies even hard (zelfde lichtintensiteit), maar de duur van de flits kan variëren. Bij +2 EV duurt de flits 4 keer zo lang. Zelfs een lange flits zal zeer kort zijn, reken op rond de 1/1000e seconde.

Dit levert in ieder geval nog steeds lelijke schaduwen op, tijd voor iets anders:
ISO 800, 1/30e sec., f/4.5
Rechtstreeks geflitst
Dit lijkt er al veel meer op. Er zijn nog wat lichte schaduwen zichtbaar, maar deze zijn niet meer erg storend, althans niet voor mij. De foto hoefde ook niet meer nabewerkt te worden: door de hogere ISO-waarde was hij helemaal lichter en werd het histogram netjes gevuld. 
Natuurlijk kan dit nog gereduceerd worden door Iris iets verder van de deur in de achtergrond vandaag te halen. Maar dat is niet eens nodig:
ISO 800, 1/30e sec., f/4.5
Indirect geflitst via het plafond
Zelfde situatie als hiervoor, alleen nu de flitskop naar boven gericht. Dat resulteert in een lichtvlek op het plafond die Iris veel regelmatiger belicht dan bij rechtstreeks flitsen. Dit werkt alleen indien er een plafond aanwezig is dat bruikbaar is, d.w.z. niet te hoog en wit van kleur. De lichtvlek die hier Iris belicht bevindt zich recht boven de fotograaf en veroorzaakt een schaduw laag achter Iris, buiten beeld.

Dat is alles. Nooit meer lelijke schaduwen!

Details:
  • Niet iedereen beschikt over een reportage- of opzetflitser. Dat betekent dat de ingebouwde flitser gebruikt moet worden. In dat geval is foto 3 het hoogst haalbare want indirect flitsen kan niet.
  • Een fotostudio is een compleet andere omgeving waar het licht 100% onder controle is. Doorgaans wordt er van relatief dichtbij (zacht licht) geflitst door een softbox of flitsparaplu heen (ook om zacht licht te krijgen), maar wel rechtstreeks, nooit via het plafond. Het model wordt echter een paar meter voor de achtergrond geplaatst en de schaduw die dan nog overblijft wordt met één of twee extra flitsers weggeflitst.
  • In het geval van een donkerbruin schrootjesplafond, of helemaal geen plafond moet er rechtstreeks geflitst worden. Zolang dan het onderwerp maar niet te dicht op de achtergrond staat gaat ook dat goed.
  • De flits kan van de camera losgekoppeld worden om het licht uit een andere hoek te krijgen dan waar de camera zich bevindt. Dit kan iets toevoegen maar het kan ook misgaan:
Iris met enorme schaduw én lelijke lichtvlek
Hiermee wordt het probleem alleen maar groter, kijk hiermee uit. Dit kan alleen maar met succes worden gebruikt als de achtergrond wat verder weg is, of zwart want dat absorbeert alle licht.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug






donderdag 6 februari 2014

CKE Fotogroep 3: spelen met aanwezig licht en de flitser

Binnen mijn cursus bij het CKE zijn we inmiddels beland bij de tweede docent van dit jaar: Roberto Bogers. Roberto is een meer technisch georiënteerde docent dan ik hiervoor heb meegemaakt en dat past erg goed bij mij.

Het onderwerp van dit tweede cursusblok is complexe lichtsituaties. Dit gaat gepaard met een berg theorie over de werking van een flitser, hoe dit te combineren met bestaand licht, hoe de flitser te gebruiken los van de camera, enzovoort. We hebben slechts 1 opdracht meegekregen en die luidt:

Maak een foto waarin drie lichtbronnen een zichtbare rol spelen.

Verder is alles vrij. Het mag dus de zon, een lamp en een flitser zijn. Of een kaars, een lantaarnpaal en sterretjes. Of de maan, een zaklamp en een verkeerslicht. De foto mag samengesteld zijn uit meer opnames. Ik heb inmiddels wat ideeën en deze zijn ook al besproken in de groep. Grappig hoe divers dit uitpakt. Sommigen hebben zelfs al resultaten (erg fraai) maar ik moet nog beginnen.

Ondertussen hebben we gisteravond 4 februari 2014 wat gespeeld in de fotostudio. Bij gebrek aan een model moesten we foto's van elkaar nemen, maar niet zomaar, er was een uitdagende opdracht.

Opstelling in de CKE fotostudio
Afwisselend mocht iemand model gaan staan voor een (midden)grijs achtergrondscherm. Dit is hier niet zichtbaar op de foto. Het scherm werd belicht door de softbox links in beeld. Helemaal rechts achterin de studio was ook nog een lamp aan, maar met elkaar was het niet veel licht, uitdagend genoeg.

De opdracht was om te komen tot een foto van het model van dat moment met een zwarte achtergrond. Het model moet juist belicht zijn. Logischerwijs moet dus de achtergrond behoorlijk onderbelicht zijn, maar er staat wel een lamp op, bovendien flits je ook nog in de richting van diezelfde achtergrond.

Werkwijze:
  1. Zet de flitser uit
  2. Stel scherp op het model en belicht steeds meer onder, totdat de achtergrond donker genoeg is
  3. Neem deze instelling over in de M-stand
  4. Zet nu de flitser aan
  5. Flitsbelichtingscompensatie op behoorlijk onderbelichten. Er dient een klein flitsje gegenereert te worden om de voorgrond in te vullen, maar niet teveel. 
Er zijn een aantal factoren waar rekening mee gehouden dient te worden:

  • Diafragma. Als dit dichtgeknepen wordt (hoog f-getal) dan wordt de achtergrond donkerder.
  • Sluitertijd: hoe korter de sluitertijd, des te donkerder de opname. Door de aanwezigheid van een flitser moet er rekening gehouden worden met de flitssynchronisatietijd. Deze is doorgaans 1/200e of 1/250e van een seconde. Langere sluitertijd mag, korter niet.
  • ISO: zo laag mogelijk in principe bij studiowerk. Als de iso verhoogd wordt resulteert dit in een lichter beeld en dat geldt voor de hele opname, zowel het geflitste deel als het deel zonder flits.
  • Afstand model-achtergrond. Als het model te dicht op de achtergrond gaat staan dan staat hij/zij in bovenstaande opstelling in het licht van de lamp, maar dan valt het flitslicht ook nog op de achtergrond. Staat het model voldoende van de achtergrond af, dan wordt het eenvoudiger.
  • Afstand fotograaf-model. Als de fotograaf dicht bij het onderwerp staat, dan hoeft er maar een beetje ingeflitst te worden zonder dat de achtergrond belicht wordt.
Uit het voorgaande is af te leiden dat een goed startpunt bestaat uit het lage iso (100), een wat geknepen diafragma en een sluitertijd die daarbij past. Deze zal vrij lang zijn omdat er weinig aanwezig licht is. Model redelijk ver van de achtergrond af en fotografen vrij dicht op het model. En dan is het trial and error:
  • Achtergrond te licht: diafragma knijpen of sluitertijd korter
  • Achtergrond belicht door flitser: model verder van achtergrond af
  • Model overbelicht: minder flits gebruiken of verder van model af gaan staan
Na heel wat uitproberen lukte dit iedereen. De tweede opdracht van de avond lag in het verlengde van de eerste: de achtergrond moet nu wit worden. Dat ging al een stuk sneller omdat inmiddels de knoppen waar aan gedraaid kan worden bekend zijn.

ISO 800, 1/10e sec., f/2.8
Geen flitsbelichtingscompensatie
model: Marjolein
Het open diafragma is hier een stuk logischer. Sluitertijd is behoorlijk lang en een kritische blik ziet ook dat het haar bewogen is. De flits zelf is zeer kort (<1/1000e sec.), maar het omgevingslicht veroorzaakt toch wat beweging. 

Met de lange sluitertijden, vooral bij de opdracht om de achtergrond wit te krijgen, kan dit makkelijk gebeuren. Oplossing is het verder verhogen van de ISO waardoor de sluitertijd omlaag kan. Waarschijnlijk is dit een fenomeen waar echte paparazzi veel mee te maken hebben.

Vervolgens werd er wat geëxperimenteerd met lange sluitertijden met flits, al dan niet in combinatie met een selfie. Dat levert bijvoorbeeld het volgende op:

ISO 200, 1/5e sec., f/5
Daniël in actie
Handmatig scherpstellen, autofocus uit. Camera van links naar rechts (of andersom) over het onderwerp trekken en bij het passeren van het onderwerp afdrukken. Flits op het eerste gordijn. Op het tweede gordijn wordt de timing erg lastig.

Selfie, ISO 50, 1 sec., f/6.3
Een selfie met een spiegelreflexcamera is nog niet zo makkelijk. Ik draai langzaam rond in de studio en druk dan af. De camera is vast ten opzichte van mij en de flits bevriest mij, maar de achtergrond is bewogen.
Milou, sta toch eens stil!
Milou doet het slimmer: haar camera heeft een hoger standpunt waardoor er een beter resultaat uitkomt, met minder onderkin, meer geprononceerde kaaklijn.

Het was weer een leuk avondje. En volgende week gaan we gewoon verder, wordt vervolgd.


zaterdag 1 februari 2014

Recept voor rijst met hete kip

Een keer heel iets anders: een recept! Ik heb geen ambities in culinaire richting, maar dit gerecht vind ik zelf zó lekker (waarderingscijfer: 9), dat ik het graag met jullie deel. Ik hoop dat jullie er net zo van genieten zoals ik dat zelf doe. Uiteraard wordt dit bericht wel gelardeerd met foto's.

Benodigdheden:

300 gram kipfilet
200 gram rijst
1 komkommer
1 el olie (een eetlepel olijfolie voor bakken en braden, dus ;-)
100 ml ketjap manis
3 theelepels (tl?) sambal oelek
50 ml ketchup
3-4 el  pindakaas
bakje champignons
snufje zout en peper

Bereiding:

Snijdt de kip in stukjes. Er is kip in reepjes te koop in de supermarkten, maar het is beter dit zelf te doen.
De champignons moeten in plakjes gesneden worden. Deze kunnen wel voorgesneden gekocht worden.
Doe een scheutje olijfolie in de pan, en zet de pan op het vuur. Zodra het warm is de kip en champignons in de hete olie doen.



Breng de kip op smaak met een snufje zout en peper. De kip en champignons goudbruin bakken, ongeveer zo:




Voeg vervolgens de ketjap en ketchup toe



 en 200 ml water (een standaardglas, geen maatbeker nodig). Doorroeren om saus goed te verdelen.



Breng aan de kook. Zodra het kookt, deksel op de pan en vuur laag zetten.
Zet nu ook het water op om de rijst te koken.
Zo 15 minuten laten staan, de kip wordt nu heerlijk gestoofd.
Dit is een goed moment om de komkommer te schillen en in dunne plakjes te snijden.



Na 15 minuten stoven ziet het er al goed uit. Voeg nu een paar flinke eetlepels pindakaas en wat theelepels sambal toe. Tevens een beetje zout toevoegen, het zogenaamde mespuntje. Roer dit alles goed door elkaar tot een dikke substantie ontstaat. Deksel niet meer op de pan doen.



Na 5 minuten is de saus ingedikt en is het feitelijk klaar.



Om het af te maken serveren met kroepoek, atjar tjampoer, gebakken uitjes en zoetzure augurkjes. Dit zijn allemaal standaard potjes bij de supermarkt. De plakjes komkommer geven ook een frisse bijsmaak aan het geheel. Smaakt goed met water, maar ook met een flesje bier.

Eet smakelijk!

Robert van Brug

donderdag 30 januari 2014

Fotograferen bij hele hoge ISO-waarden

De belichtingsdriehoek (diafragma, sluitertijd en iso) bepaalt in de fotografie hoeveel licht er op de sensor valt.

Diafragma bepaalt de scherptediepte, maar als deze kleiner wordt gekozen wordt de hoeveelheid licht automatisch beperkt. Sluitertijd bepaalt in welke mate beweging zichtbaar of juist bevroren in beeld moet zijn. Een langere sluitertijd is meer licht. Ik heb er al meer over geschreven in dit artikel, hier en hier maar het is dan ook de basis van de fotografie. Meer dan sluitertijd en diafragma is er eigenlijk niet in te stellen, ondanks knoppen voor belichtingscompensatie, scenemodi, en programmastanden (P, S, A en M).

Dit was waar tot het verschijnen van de digitale camera. Plotseling was het mogelijk om het resultaat op een schempje achterop te bekijken en eventueel nog een poging te wagen, maar ook om de lichtgevoeligheid per individuele foto in te stellen middels de ISO waarde.
Een hogere ISO-waarde betekent een hogere lichtgevoeligheid, maar ook meer ruis. De afgelopen paar jaar hebben de camerafabrikanten echter hard gewerkt om deze tekortkoming aan te pakken. De nieuwste generatie camera's genereert veel minder ruis dan die van slechts een paar jaar geleden. En hoe groter de sensor in de camera,  hoe minder ruis.

Tot zover de theorie. Nu de praktijk. Ik beschik anno 2014 over een Full Frame DSLR van de laatste generatie. Die zou goed moeten presteren op het gebied van ruis. En dat is ook zo, dat heb ik namelijk allang getest en zelfs hier al beschreven. Ik heb echter iets achterwege gelaten zo realiseerde ik me gisteren, vandaar deze aanvulling. De test van een jaar geleden gaat over 100%-crops, wat wil zeggen dat er naar een detail van het beeld gekeken wordt. Dat is op zich ook de enige juiste manier om ernaar te kijken, maar niet geheel realistisch. In de praktijk zal er anders met dergelijke foto's omgegaan worden en dan wordt het resultaat heel anders.
ISO400, 100% crop

Deze opname van mijn dochter Eline die in bed een boek leest bij ISO 400 is ruisvrij. Daar had ik geen ultramoderne camera voor nodig.
ISO 3200, 100% crop

ISO 3200 is al een vrij extreme waarde die ik normaal gesproken probeer te vermijden. Toch is er hier dankzij de moderne techniek niet zoveel aan de hand. Ook al houdt een hoge ISO waarde ook een afnemende dynamisch bereik in (minder gradaties tussen wit en zwart) en afnemende kleurweergave (vandaar deze uitsnede: huidtinten luisteren heel nauw) is er hier feitelijk nog niets aan de hand. En dit is zonder enige vorm van ruisonderdrukking in de nabewerking.
ISO 25600 (Hi2), 100% crop, geen ruisonderdrukking

Deze instelling heb ik nog nooit nodig gehad. En als ik naar deze foto kijk ben ik daar blij mee, want het beeld wordt korrelig en vol met ruis.

ISO 25600 (Hi2), 100% crop, wel ruisonderdrukking
En ook als dit beeld in de nabewerking wordt ontruist is het nog zichtbaar. Ruisonderdrukking haalt de scherpe kantjes er wel wat van af, maar daardoor zijn er minder details zichtbaar.

Tot dusverre niets nieuws, bovenstaande had ik al beschreven. Door naar het nieuws:

ISO 25600 (Hi2),  geen crop, verkleind
Nogmaals dezelfde opname, maar nu geen 100% crop maar gewoon de hele foto. Hier heb ik verder geen ingewikkelde bewerkingen op losgelaten, de foto is in Photoshop alleen verkleind. En daar zit de truc: door te verkleinen verdwijnt de ruis uit de opname! En het kan ook makkelijk, want ik heb eigenlijk nooit alle pixels uit de opname nodig. Meestal kijk ik foto's terug op een monitor, en dan is 1920 x 1080 pixels al heel mooi. Dat betekent 2 megapixels, terwijl de camera er 24 levert. Dus er kan een heleboel verkleind en daarmee aan kwaliteit gewonnen worden, zeker in het geval van wat hogere ISO-waarden omdat het licht beperkt beschikbaar was.

TIP: bevat een opname veel ruis dan kan dit opgelost worden door de foto te verkleinen

De meeste foto's worden vandaag de dag met een smartphone gemaakt. En die zijn ook steeds beter van kwaliteit. Maar vaak willen mensen een gezellig moment met vrienden vastleggen. En dat is dan een romantisch diner of iets dergelijks. Of een feestje in een kroeg. Avondje disco. Enzovoort, allemaal situaties met zeer uitdagende lichtomstandigheden. Dit is door Nokia onderkent en die hebben hun Nokia 808 PureView uitgerust met een 42 MP camera. Daarvan blijven er echter maar 8 over uiteindelijk. Omdat Nokia precies doet wat ik hierboven heb beschreven, en het werkt!

Bijkomend nadeel van verkleinen van een opname is dat de foto vaak wat zacht wordt, maar met een extra rondje verscherpen, het zogenaamde naverscherpen, is dat opgelost.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

maandag 20 januari 2014

Startrails

Vorige week heb ik eindelijk mijn eerste opname van sterrensporen gemaakt. Sterrensporen, of startrails in het Engels, ontstaan door de draaiing van de aarde. Met het blote oog zijn ze niet waarneembaar omdat ze niet bestaan. Maar als een opname heel lang duurt, dan wordt een ster meer dan een wit puntje, dan wordt het een streepje. Hoe langer de opname, hoe langer het streepje wordt. Via allerhande websites heb ik me ingelezen. Ik zal hier wat toelichten omtrent sterrensporen in het algemeen, maar ook over mijn eerste poging.

Algemeen:
  • Het is mooi om een aanzienlijk deel van de nachtelijke hemel op de foto te krijgen. Dit vraagt om een groothoeklens. Hoe meer hoe liever. Ook een Fisheye is het overwegen waard.
  • Een opname van alleen maar sterren is mooi maar saai. Het wordt veel mooier als er ook iets op de voorgrond staat, of het nu een gebouw of een stuk natuur is maakt niet zo veel uit. Dit versterkt de behoefte aan een groothoekopname.
  • De Poolster is de ster die pal in het Noorden staat. Deze lijkt stil te staan. Als de foto richting het Noorden genomen wordt dan is het resultaat mooie cirkels. Richting het Zuiden worden het meer strepen en bogen. Op het zuidelijk halfrond werkt dit natuurlijk precies andersom.
  • De hoeveelheid licht die van een ster op aarde wordt waargenomen is beperkt. Het is daarom regel om dit soort beelden in een zo donker mogelijke omgeving te maken. Dit luistert vrij nauw. Als de maan ook aan de hemel staat verstoort dat de lichtbalans al. Steden zijn een ramp, ze mogen eigenlijk niet eens in de buurt zijn. In Nederland is een donker stuk land lastig te vinden, maar dit kan misschien helpen. Over het algemeen zijn natuurgebieden en het Noordzeestrand het beste geschikt. De omgeving van het Westland met al zijn kassen, of Lichtstad Eindhoven zijn feitelijk ongeschikt.
  • Een andere factor is luchtvervuiling. In onze geïndustrialiseerde samenleving is de lucht vele malen meer vervuild dan elders. Dit heeft zijn weerslag op de hoeveelheid sterren die waarneembaar zijn en hoe fel ze zichtbaar zijn. Boven op een berg op een eiland midden op zee lijken er veel meer sterren te zijn dan vanuit een stad in Nederland.
  • De ISO moet laag ingesteld worden om zo weinig mogelijk ruis te genereren. 
  • Het diafragma moet wijd open staan om zoveel mogelijk licht te vangen.
  • Witbalans moet op alle beelden gelijk zijn. Ik heb deze n.a.v. een tip op 4000K ingesteld. Uiteraard kan het ook achteraf in een bewerkingsprogramma.
  • Scherpstellen dient handmatig te gebeuren. Als een groothoeklens gebruikt wordt met het diafragma wijd open, dan is de hyperfocale afstand beperkt. Controleerd op dofmaster.com (of download de app) wat deze afstand is. Stel scherp op iets in de voorgrond dat verder weg ligt dan de hyperfocale afstand. Het gevolg is dat uiteraard dat stuk scherp in beeld komt, maar alles wat verder weg ligt, tot in het oneindige (!), ook.
  • Het is mogelijk dat de opname bij lage temperatuur gemaakt wordt en zeer lang duurt. Als de opstelling dan na afloop naar binnen wordt verhuisd zal condensvorming op de lens optreden. Ga niet wrijven met een doek over de lens, geef het gewoon even de tijd. De rest van de camera kan wel drooggewreven worden.
  • Afhankelijk van de omstandigheden worden een aantal of zeer veel foto's gemaakt. Deze hebben een extreme sluitertijd, minimaal 10 seconden, maximaal een paar uur. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid omgevingslicht. Is dat er veel, dan zijn veel foto's handig, is het lokaal echt stikdonker, dan is mogelijk 1 foto van een uur goed. Dit stelt eisen aan de apparatuur: een zeer stevig statief is geen luxe maar pure noodzaak. Iedere trilling wordt zichtbaar in het eindresultaat. Zet het statief zo laag mogelijk voor maximale stevigheid.
  • Trillingen uitbannen gebeurd ook door een afstandbediening te gebruiken. Deze zijn er in soorten en maten, met draad of draadloos. Programmeerbaar of niet. Maakt niet uit, maar kom niet aan de camera.
  • Als er veel lange opnames gemaakt worden vreet dat energie. Zorg dus dat de accu helemaal vol zit. 
  • Aan de andere kant kan het nodig zijn dat het geheugenkaartje helemaal leeg is.
  • Als er meer dan 1 opname gemaakt is, dan moet dit samengevoegd worden tot één geheel. Dit kan in Photoshop, maar er zijn ook programmaatjes voor. Ik heb Startrails gebruikt.
  • Veel moderne camera's hebben de mogelijkheid van ruisonderdrukking bij lange opnames. Na een lange opname maakt de camera dan nog een opname met de sluiter dicht, een zwarte foto dus. Deze bevat echter wel ruis en de ruis wordt zo uit de andere foto gehaald. Deze functie dient zeker uit te staan (zie handleiding), omdat de camera dan maar half zoveel opnames kan maken. Beter is om seperaaat een paar darkframes te maken, dat wil zeggen met dezelfde instelling een paar foto's maken met de lenskap erop. De software verwerkt het resultaat dan in een keer met alle opnames. Eventuele hot pixels worden op dezelfde manier opgelost.
  • Vignetting correctie kan uitgeschakeld, net als lenscorrectie. Dit kost alleen maar rekenkracht waardoor de camera warmer wordt. Dit kan beter na afloop in een keer softwarematig gedaan worden.
  • Tonen voorbeeld na opname kan ook uit, net als Vibration Reduction.
  • Tenslotte wordt een camera warm als de opnames lang duren. En als het er heel veel achter elkaar zijn ook. Het kan dus ook wat helpen als het buiten koud is. Een moderne camera is beveiligd tegen oververhitting, wat een verklaring zou kunnen zijn dat de opname gestopt wordt.
Specifiek, wat heb ik bij mijn eerste poging gedaan:
  • Mijn eerste poging was in mijn eigen achtertuin, in Eindhoven. Een plaats met veel licht- en luchtvervuiling. Bovendien komt er 's avonds nogal wat licht door de ramen, dat moet niet overbelicht worden.
  • Alle instellingen in het menu zoals hierboven beschreven.
  • Apparatuur: Nikon D600 met 16-35 mm f/4 objectief op stevig Manfrotto statief met Naturestuff NEK6 schommelkop. 
  • Instelling: 16 mm, f/4, ISO 400 (om zoveel mogelijk sterren er op te krijgen), handmatig scherpgesteld op 3 meter afstand (hyperfocale afstand was 2 meter en een beetje). 
  • Mijn camera heeft een functie dat ik hem enigszins kan programmeren. Ik heb ingegeven dat er 300 opnames gemaakt moesten worden van 25 seconden per stuk, om de 30 seconden. De gedachte hierachter is dat de camera dan na iedere opname de tijd heeft om deze weg te schrijven en een beetje kan afkoelen. Bij opnames langer dan 30 seconden (bulb mode), in erg donkere gebieden, werkt dit niet meer. In dat geval zou ik mijn afstandbediening hebben geprogrammeerd, of via een app op mijn smartphone.
  • De eerste opnames heb ik met een zaklamp de achtergevel wat uitgelicht. Dit kan soms mooie resultaten opleveren, maar ik vond het hier tegenvallen. Deze heb ik dan ook niet gebruikt. Ik raad wel aan om dit toch altijd te doen, het is nu of nooit.
  • De camera heeft de serie van 300 net niet afgemaakt. Mogelijk door oververhitting. Er bleven 272 foto's in RAW over die ik wilde gebruiken voor het eindresultaat. Hierbij gevoegd nog 3 dark frames en dan is het basismateriaal compleet.
  • De 275 foto's (14-bit lossless compressed RAW-bestanden van 22 MB per stuk) geladen in Photoshop Bridge CC voor globale bewerking. Alleen lenscorrectie, iets verscherpen en een halve stop onderbelichten. Opslaan als JPEG. Dit in batch met zoveel foto's uitvoeren duurde uren.
  • De 275 resulterende JPEG's geladen in Startrail en het programma hier één sterrenspoorfoto van laten maken. Deze opgeslagen als TIFF.
  • Dit TIFF-bestand nabewerkt in Photoshop CC, met name nog wat contrast toegevoegd en iets meer onderbelicht.
  • Eindresultaat is één JPEG foto van 13 MB. Alle overige bronfoto's (>10GB) verwijderd.
Sterrensporen boven mijn huis
Ik ben  tevreden met het resultaat. Een volgende keer zou ik het willen proberen met ISO200 zodat het huis wat minder fel verlicht lijkt. Dit zal ook resulteren in wat minder fel verlichte sterren, maar daar kan softwarematig dan wel weer wat aan gedaan worden.
En natuurlijk wil ik dit ook graag in een echt donker gebied een keer proberen, met minder foto's maar veel langere sluitertijden. Het was leuk om te doen en ik ga er zeker nog een keer mee verder.

Bedankt voor het lezen en succes met het zelf uitproberen.

Robert van Brug

zondag 12 januari 2014

Reflectiescherm

Sinds kort heb ik een reflectiescherm in mijn bezit. Niet voor in een fotostudio, hoewel dat goed zou kunnen, maar voor buiten. Dit is een multifunctioneel ding dat ook nog eens klein op te vouwen is zodat het makkelijk mee te nemen is. Het is waarschijnlijk de meest voordelige en praktische accessoire die ik heb.

Falcon Eyes CRK32SLG 5-in-1 reflectiescherm
Het scherm is eigenlijk niets meer dan een overmaatse frisbee die als diffusor kan dienen maar ook als reflector. Met de bijgeleverde hoes kan ook een kleur gereflecteerd worden: respectievelijk zilver, goud, zongeel en wit. Ze zijn er in talloze uitvoeringen. Deze is 82 cm in diameter en opgevouwen in het zwarte hoesje past het makkelijk in een rugzak met een diameter van 30 cm.

Dat moet natuurlijk getest worden. Vandaag in de tuin met het felle en laagstaande winterzonnetje even bezig geweest. Zonder scherm is het soms lastig:

Tegen de laagstaande zon inkijken is vervelend
De zon stond hier recht achter mij en Eline kon gewoon niet recht in de lens kijken. Het lijkt zo makkelijk: blauwe lucht, lekker zonnetje, makkelijk foto's maken. Niet dus. Je krijgt bovenstaande of mensen die met hun ogen knijpen, maar geen ontspannen opnamen.

Andersom dan?

Tegen de zon in fotograferen heeft ook nadelen
Dit is dezelfde locatie, alleen zijn we van plaats gewisseld en nu fotografeer ik recht tegen de zon in. De zon schijnt mooi door Eline's haren en op het eerste gezicht is dit niet slecht. Maar de partijen in het haar zijn uitgebeten wit, zo erg overbelicht dat er geen informatie meer in de foto zit. De foto onderbelichten is geen optie: pas bij 3 volle stops onderbelichten klopt het licht in het haar, maar dan is er van het gezicht niet veel meer zichtbaar.
De lensflare (lichte partij met vlekken in het onderste deel van de foto) wordt veroorzaakt door afwezigheid van een zonnekap. Mijn fout, ik dacht het niet nodig te hebben.
Een optie zou kunnen zijn om dwars op de zon te gaan staan, dan komt de zon van de zijkant. Het model kan ontspannen kijken en de overbelichting in het haar zal niet optreden. Maar er komt wel een groot verschil in belichting tussen de linker- en rechterhelft van het gezicht tevoorschijn wat ook niet mooi is. Zon is een geduchte vijand bij het maken van portretten.

Dan nu het reflectiescherm.
Gezicht Eline ingevuld met een reflectiescherm
Dit is dezelfde situatie als hiervoor, nu wordt alleen Eline's gezicht opgelicht door een wit reflectiescherm. Nu lukt het wel om zowel het haar als het haar er goed op te krijgen.

Gezicht ingevuld met gouden reflectiescherm
Dit is over de top naar mijn mening. Een gouden reflectiescherm is heel mooi warm, maar zichtbaar onnatuurlijk. De "zongele" variant zit hier tussenin, dit echte gouden scherm is meer iets voor glamour fotografie of naaktfotografie indien in kleur.

Gezicht ingevuld met gouden reflectiescherm en flits
Hier ben ik nog 1 stapje verder gegaan: het gouden reflectiescherm en de flitser samen gebruikt.

Blijft alleen de diffusor over om uit te proberen. Dus Eline gevraagd om weer tegen de zon in te kijken.

Zonlicht wordt gebroken door diffusor
Het zonlicht schijnt nu door de grote "frisbee" heen en verlicht het model mooi egaal met zacht licht. Het lukt Eline nu prima om recht in de lens te kijken.

Zonlicht wordt gebroken door diffusor, ingeflitst
Zelfde situatie als hiervoor, maar nu heb ik nog ingeflitst.

Bij alle hier beschreven situaties heb ik de camera in de P-stand gebruikt. Ik doe dat normaal nooit maar ik was nieuwsgierig wat hij ervan zou maken. De flitser stond ook op neutraal/automatisch. Nabewerking in Photoshop was minimaal, alleen een beetje verscherping en lenscorrectie. Er valt dus nog veel te winnen, maar ook het omgaan met een reflectiescherm zal nog moeten wennen.

Dit eenvoudige testje (tussen de eerste en laatste foto zat slechts 4 minuten) heeft me overtuigd van het nut van een reflectiescherm. Ik ga dit ding vanaf nu meesjouwen voor mooiere portretten.

Er zijn natuurlijk ook nadelen naast de vele voordelen. Zo heb ik voor deze serie een lieftallige assistente nodig gehad om het scherm vast te houden en te richten. Mogelijk kan een model dat deels zelf, dat moet ik nog proberen, maar ik kan niet het scherm en de camera bedienen. Er zijn ook statieven in de handel voor reflectieschermen, maar daarmee verdwijnt alle flexibiliteit en komt er weer een accessoire en gewicht bij.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug

donderdag 2 januari 2014

Flits 1: direct en indirect flitsen

Een eerste artikel toegespitst op het fotograferen van met name portretten met behulp van flitslicht.

Iris bij natuurlijk licht
Nikon D600 + 24-85mm f/3.5-4.5 @85mm
iso 1600, f/4.5, 1/25e sec.
Deze opname bij natuurlijk licht van mijn dochter Iris is prima. Maar het is wel op het randje van wat technisch haalbaar is: het grootst mogelijke diafragma van f/4.5 is gebruikt, iso1600 is een behoorlijk hoge waarde en 1/25e seconde sluitertijd (uit de hand) is ook met Vibration Reduction nog maar net goed.

Op lagere ISO waarden worden de kleuren mooier en de contrasten hoger, maar er was gewoon niet genoeg licht om daar iets aan te doen. Bij een iets geknepen diafragma van bijvoorbeeld f/5.6 zou het beeld ook nog wat scherper zijn. Gelukkig zijn er oplossingen op bijna alle camera's aanwezig waarbij een tekort aan natuurlijk licht opgelost kan worden: via het toevoegen van kunstlicht door het gebruik van de flitser.

Nadeel van het gebruik van de ingebouwde flitser van een camera is dat direct flitsen geen fraaie belichting oplevert. Met een opzetflitser, ook wel reportageflitser genoemd, is het mogelijk om de flitskop omhoog en zijwaarts te richten. Hiermee wordt een lichtvlek gemaakt op plafond of muur die vervolgens als lichtbron voor ons onderwerp dient. Het oppervlak van deze lichtvlek is veel groter dan dat van de flitskop zelf, waardoor we veel zachter licht krijgen. En dat is veel prettiger!

Direct geflitst met reportageflitser met omnibounce
iso 400, f/4.5, 1/60e sec.

Indirect geflitst via het plafond met omnibounce
iso 400, f/4.5, 1/60e sec.

Invullen m.b.v. uitschuifkaartje (of gebruik een visitekaartje hiervoor). Hiermee wordt meer licht richting het gezicht gestuurd.

Flitser met zelfgemaakt uitschuifkaartje
Mijn Nikon SB600 reportageflitser heeft geen wit uitschuifkaartje. Maar een velletje papier lost deze tekortkoming op voordelige wijze op.

Indirect geflitst via plafond, zonder omnibounce, met uitschuifkaart
iso 400, f/4.5, 1/30e sec.

Het is mogelijk dat de muren niet wit maar gekleurd zijn. Knalrood of kobaltblauw geschilderd, of helemaal afgetimmerd met donkere schrootjes. Gebruik in dat geval de muren niet om te bouncen omdat de kleur van de muur/plafond door de flits op het onderwerp gereflecteerd zal worden.

Als bouncen niet kan maar er moet wel geflitst worden, dan is een omnibounce een oplossing. Dit is een mat kapje dat over de flitskop heen geschoven kan worden, waardoor het licht wat meer verspreid en daardoor zachter wordt. Er zijn meer soorten diffusors in de handel, waarvan de Lightsphere van Gary Fong een van de bekendere is. De Lightsphere (en soortgelijke producten) gebruikt feitelijk het principe van het indirect flitsen op een directe manier: door het oppervlak van de flitser te vergroten wordt het resultaat zachter licht.

Bedankt voor het lezen,

Robert van Brug