zondag 30 september 2012

Fotocursus CKE 2: de eerste opdracht

Zoals in het vorige artikel al gemeld zal ik in dit blog regelmatig verslag doen van de vorderingen mijn fotocursus bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven (CKE).
Na een eerste cursusavond die voornamelijk draaide om kennismaken en het doornemen van het cursusprogramma, was de tweede avond gewijd aan het voorbereiden op de eerste praktijkopdracht. De eerste opdracht luidt "landschapsfotografie", maar hier valt alles in de natuur onder. Dieren, vogels, macro, weerspiegelingen, wolkenluchten, doorkijkjes, structuren, herfstkleuren, verrotting en, jawel, landschappen, al dan niet in panorama.

Reden voor mij om deze cursus te gaan volgen is dat ik uitgedaagd wil worden andere foto's te maken. Op een andere manier, of andere onderwerpen, als ik er maar van leer en ervaar wat mij aanspreekt en wat niet. Natuur is wat dat betreft redelijk dicht bij huis, een veilig begin. In de voorbereiding hebben we ter inspiratie veel voorbeeldfoto's bekeken. Een aantal zaken bleven direct hangen, voornamelijk paddestoelen en gevallen blaadjes. Daarnaast had ik me voorgenomen om absoluut geen vogelfoto's te gaan maken. Zodoende heb ik de grote telelens thuisgelaten, om niet in de verleiding te komen.

Ik had twee angsten op voorhand:
  1. dat ik een beetje verloren zou rondstruinen en niets moois zou zien
  2. dat er werkelijk sublieme fotomomenten voor de verwende vogelfotograaf zouden zijn....
Na de voorbereidende les op Donderdagavond, was het Zaterdag om 9 uur zo ver: verzamelen en vertrek richting Nationaal Park De Groote Peel.

Na een kop koffie, zijn we het park ingetrokken en al snel versnipperde de groep. Na een paar honderd meter lopen zag ik een groepje paddenstoelen staan langs het pad en besloot daar dan maar eens op los te gaan:
Nikon D300s met 105 mm Micro-Nikkor f/2.8 VR
f/8, 1/200e seconde, ISO 400, 
diafragmavoorkeur, belichtingscompensatie -1, 
camera liggend op de grond, hoekzoeker.
Dit is de hele foto, geen uitsnede. Dit geldt voor alle foto's van deze dag, ik heb mezelf willen dwingen een goede compositie ter plekke te maken. Hooguit zijn de foto's een beetje bijgesneden om het beeld recht te zetten.

Bovenstaande paddestoel is echt een heel kleintje, maar door de macrolens en het perspectief lijkt het heel wat. Dit resultaat spreekt me aan door de herfsttinten en lekker wazige achtergrond. Maar door de oefening die ik al heb gehad met macro is het niet echt moeilijk om te doen, maar het is wel nieuw: paddestoelenfotografie, Robert aan de paddo's!

Nikon D300s met 105 mm Micro-Nikkor f/2.8 VR
f/8, 1/80e seconde, ISO 400, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
uit de hand, steun zoekend bij de boom.

Deze paddo's had iemand anders uit de groep al gevonden, maar zij heeft ze uit een andere hoek vastgelegd. Ik had direct deze hoek in gedachten en dat bleek te doen, ondanks de redelijk donkere plek in het bos. Een statief was hier slimmer geweest, maar dat lag nog in de auto...

Nikon D300s met 105 mm Micro-Nikkor f/2.8 VR
f/8, 1/160e seconde, ISO 400, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
camera steunend op de grond, hoekzoeker.

Dit is een van mijn favorieten van de dag geworden. Er kwam een heel voorzichtig zonnetje door de wolken en dat deed de belichting goed. Heel bewust voor deze krappe compositie gekozen, het is een krachtiger beeld dan de hele paddenstoel, wat ik eerst probeerde.

Nikon D300s met 105 mm Micro-Nikkor f/2.8 VR
f/16, 1/50e seconde, ISO 200, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
camera steunend op de grond, hoekzoeker.

Deze paddenstoel was een behoorlijk groot exemplaar dat moeilijk over het hoofd gezien kon worden. Medecursisten waren er al mee bezig en ik heb me er ook op uitgeleefd. Hier voor een nog krapper beeld gekozen dan bij de vorige. Ook bewust gekozen voor deze rauwe, beschadigde kant van de paddenstoel. Grappig dat iedereen direct een eigen benadering van hetzelfde onderwerp kiest.
Vernieuwend voor mij is de omzetting naar zwart/wit. Dat doe ik maar zelden. De wereld is in kleur, dus zwart/wit doet mij vaak wat geforceerd kunstzinnig aan. Toch moest ik in de voorbereiding toegeven dat een aantal beelden in zwart/wit heel sterk overkwamen, waarschijnlijk sterker dan in kleur. Dus dat wilde ik meenemen in de nabewerking en iedere foto ook even in z/w bekijken. Hier was het beeld veel krachtiger dan in kleur dus dan is de keus makkelijk.

Ik heb nog meer paddo's vastgelegd en ben ook tevreden met het resultaat. Maar er is meer en het wordt tijd dat ook te laten zien:
Nikon D90 met 18-200 mm Nikkor f/3.5-5.6 VR II
26 mm, f/8, 1/250e seconde, ISO 200, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
languit liggend op de stammetjes, camera steunend op de grond.

Deze paden van stammetjes over de drassige gedeelten van het park heen zijn behoorlijk fotogeniek. Dat werd dan ook door iedereen gezien. In een poging een anders dan anders beeld te maken heb ik scherpgesteld op een punt een paar meter van de voorgrond en vlak voor het afdrukken de camera iets gekanteld. Is het iets? Mwah, ik ben er zelf niet kapot van. Maar het is voor mij wel nieuw, dus ik ben er blij mee.

In de nabewerking heb ik softwarematig een Graduated Filter losgelaten op de lucht, waardoor die in plaats van bijna helemaal uitgebeten wit toch er toch weer redelijk uitziet. Er zijn filters op de markt waarmee dit in het veld al kan gebeuren, maar die kosten een paar honderd euro en vrij lastig om precies goed te doen. Zeker als dit een keer geprobeerd wordt is deze oplossing meer voor de hand liggend. Het filter maakt een gedeelte van het beeld donkerder, in deze foto 1 stop op de lucht.
Weer iets vernieuwends dat uit de cursus voortkomt, want een dergelijk filter had ik nog niet toegepast.

Nikon D90 met 18-200 mm Nikkor f/3.5-5.6 VR II
65 mm, f/8, 1/100e seconde, ISO 200, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
uit de hand.

Op de open vlakte stond dit boompje dat als enige al helemaal in herfstkleuren was gehuld. De rest van de bomen was nog groen en dat contrasteert heerlijk met het rood van deze. Dit boompje knalde er echt uit, maar ik heb 500 meter lopen gewacht zodat ik het boompje vrij in de compositie kon zetten en ook veel dichterbij kwam. Direct heb ik ervoor gekozen de onderkant van de takken met de boomrand op de achtergrond samen te laten vallen, dat voelde goed.

In de nabewerking kwam ik erachter dat het net ontdekte Graduated Filter hier niet toegepast kon worden omdat het rood dan ook te donker zou worden. Dit heb ik opgelost door de lichte partijen donkerder te maken. 

Ik ben erg blij met de foto omdat het er lekker uit knalt, het spreekt. Tegelijk heb ik nog wat twijfels. Moet ik de takjes links wegwerken of wegsnijden? Iets in de kleur van het geel klopt ook nog niet voor mijn gevoel, ga deze nog een keer opnieuw doen denk ik, hij is het waard.

Nikon D90 met 18-200 mm Nikkor f/3.5-5.6 VR II
18 mm, f/8, 1/2000e seconde, ISO 200, 
diafragmavoorkeur, belichtingscompensatie -1, 
uit de hand.

De bewolking werd donkerder en donkerder. En toen brak de zon in de verte door de bewolking wat die mooie lichtstrepen oplevert. En hier moet je snel zijn, dit kan na een paar seconden alweer voorbij zijn, net zoals een regenboog. Ter plaatse was de voorgrond niet echt boeiend en fotogeniek, het ging op de lucht, dus daarvan 2/3e in de compositie gedaan. In de nabewerking kwam ik al heel snel op zwart/wit uit om het dramatischer over te laten komen.
Overigens zie ik nu dat de foto erg scheef staat, moet ik nog corrigeren.

Nikon D90 met 18-200 mm Nikkor f/3.5-5.6 VR II
35 mm, f/5.6, 1/100e seconde, ISO 400, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
uit de hand.

Een medecursist schoot de bosjes naast het pad in en ik zag direct wat hij zag: magisch lichtgroen ogende varens. Heel apart, want het motregende hier maar tegelijk was er een flauw zonnetje dat een lichte plek in het bos veroorzaakte. In de nabewerking heb ik dat gevoel geprobeerd te pakken.

Nikon D90 met 18-200 mm Nikkor f/3.5-5.6 VR II
200 mm, f/5.6, 1/160e seconde, ISO 400, 
diafragmavoorkeur, geen belichtingscompensatie, 
uit de hand. 50% crop!

Zoals gezegd, toen ging het ook nog regenen. En omdat het wel zo'n beetje tijd was een mooi moment om om er een punt achter te zetten. Lopend langs een plasje zag ik de druppels in het water landden. Gestopt, camera gepakt en direct foto gemaakt. Als iets je opvalt is het de moeite waard. Deze heb ik wel rondom wat bijgesneden omdat hij wat rommelig was. Nu blijft er 1 grote kring en 3 kleinere in een mooie diagonaal over wat ik sterk vind overkomen. 

Na een paar honderd meter lopen in de motregen werd het gelukkig weer droog. Al met al een gezellige dag, heerlijk veel gekletst met de medecursisten. Zoals Hanneke, de cursusleidster al zei, zo doe je geen landschapsfotografie, een beetje kletsend rondlopen en af en toe een kiekje nemen. Je moet je vastbijten in het onderwerp, in het landschap. De foto's waar ik het meest blij van wordt van deze dag heb ik ook genomen als ik even alleen liep. Goede les dus. 
Heb ik er dan wel iets aan gehad? Ja hoor, veel zelfs. Ik ben uren bezig geweest met het maken van andere foto's dan ik normaal maak en dat is voor mij het doel van de cursus. En daar ga ik ook nog feedback op krijgen waardoor het nog waardevoller wordt. 
Ga ik iets doen met de foto's van deze dag? Heb ik nu al iets nieuws ontdekt dat ik erg leuk vindt? Nee, nog niet. Ik weet wel dat een goede langdschapsfoto lastig is gebleken. Het macrowerk lukt me wel, heb ik meer gevoel voor en gaat me redelijk makkelijk af. Ik denk dat ik beide vormen nog wel eens ga proberen in de nabije toekomst. En dan bijvoorbeeld lichtval door een bos in herfsttinten vastleggen, lijkt me ook mooi. 

Op 1 November moeten we 12 foto's inleveren voor een nabespreking. Afgedrukt (!) op minimaal 13x19 cm.  Bovenstaande beelden zullen er wel bij zijn, samen met nog een paar andere. Ik ben benieuwd naar de feedback. Maar ook naar wat mijn medecursisten ervan gemaakt hebben. Want ondanks een behoorlijke diversiteit in achtergrond, fotografie-ervaring en apparatuur hebben we wel uren op dezelfde plek rondgelopen. Gaat er veel van hetzelfde uitkomen of wordt het heel verrassend? Wordt vervolgd!

Robert van Brug



dinsdag 25 september 2012

CKE 1: Fotocursus

Ik heb besloten om een fotocursus te gaan doen. Sterker nog, ik ben al begonnen. Waar, hoe en waarom zal ik hier uit de doeken doen en ook waarom ik er dit artikel over schrijf.

Waarom een fotocursus?
Ik ben nu 2 jaar in het bezit van een digitale spiegelreflexcamera en ik heb er al heel veel lol aan beleefd. Vooral de wildlife fotografie, en daarbinnen de vogelfotografie, heb ik uitvoerig verkend. En hoewel ik niet wil zeggen dat ik daar nu alles van weet, is dat toch wel een specialisatie geworden. Daar is niets mis mee, maar ik wil meer. Als ik op vakantie ben met het gezin wil ik daar ook betere foto's van maken dan de kiekjes waar ik tot nu toe mee thuiskom. Ik was al een beetje begonnen met macrofotografie en zo is er vast nog van alles waar ik nog niet aan gedacht heb. Ik ben daarom op zoek gegaan naar een cursus die mij uitdaagt om fotografisch dingen te doen die nieuw zijn, die me verder helpt.

Waar is het?
Bij het Centrum voor de Kunsten in Eindhoven (CKE). Hier een link naar de cursus. De cursus bestaat uit 30 lessen van 3 uur op de donderdagavond (van 19.30 tot 22.30 uur). Ik heb me ingeschreven voor de gevorderdencursus omdat de beginnerscursus toch vooral over het goed leren kennen van de camera gaat en ik ga er vanuit dat ik dat wel weet inmiddels.

Wat houdt het in?
Er volgen opdrachten op het gebied van landschapsfotografie, een documentaire-opdracht dierbaar persoon, inspiratie-opdracht, avondfotografie, tabletop, studio portret + flits, photoshop van het portret, excursie naar een industrieterrein in Duitsland, fotoboekopdracht, opdracht Rotterdam en een afsluitende presentatie maken. Vanaf 20 September t/m 25 April volgend jaar ben ik hiermee onder de pannen.

Eerste indruk?
Helemaal goed! De groep is normaal zo'n 16 personen en nu maar 9, dus lekker veel persoonlijke aandacht. Mooi gemengd gezelschap waarbij volgens mij alle andere cursisten al veel langer met fotografie bezig zijn dan mij, dus ik kan er mooi wat van leren. De opdrachten zijn allemaal uitdagend en zullen me behoorlijk uit de comfort zone halen, en dat is nu precies de bedoeling. Leerzaam wordt het zeker!

Waarom een artikel erover op dit blog?
Ik wil de komende maanden met enige regelmaat de voortgang met jullie delen. Mijn eerste wankele schreden op nieuw terrein, de valkuilen, mislukkingen en uiteindelijk (hopelijk) de toch geslaagde eindresultaten. Doorspekt met tips/trucs is dat mogelijk voor meer mensen interessant.

Tussendoor zal ik dan met enige regelmaat andere updates plaatsen, bijvoorbeeld van een dag fotograferen op zee wat ook op de planning staat.

Wordt vervolgd dus! Groetjes,

Robert van Brug

zondag 23 september 2012

Gekkenhuis op de Hoge Veluwe

Al enkele weken zag ik op internet mooie foto's voorbijkomen van de bronst van de Edelherten. De jaarlijkse hoogtepunt van de natuur in Nederland is in September te bewonderen in Nationaal Park de Hoge Veluwe. Ik heb tips gevraagd waar ik precies moest zijn om dit spektakel mee te maken, maar de aanwijzingen kwamen niet veel verder dan: in het park, op de Wildbaan, "je ziet het wel als je er bent" en dit was ook wat ik aan de poort te horen kreeg. Dat is een klein nadeel, er moet entree betaald worden, EUR 8,20 per volwassene en EUR 6 per auto. Meer informatie op www.hogeveluwe.nl.

Maar ze hadden gelijk, ongeveer 10 km van de poort stonden er tientallen auto's, met zeker 100 mensen al helemaal klaar voor het spektakel, terwijl er nog niets te zien was. De Edelherten worden op deze plek namelijk rond 17-18 uur gevoerd met appels zodat de dieren de dekking van het bos uitkomen. Ik was er ongeveer twee uur van tevoren, maar het was al druk, dat belooft wat.

Hoge Veluwe, Wildbaan. 15:15 uur, nog niets te zien, gelukkig is het lekker weer!

De aanwezigen vermaken zich met het met elkaar kletsen. De hele wildlife fotografie-gemeenschap lijkt hier aanwezig te zijn. Zaterdag 22 September blijkt het hoogte punt van de bronst te zijn, het is weekend én lekker weer. En ook ik liep mensen tegen het lijf die ik alleen via sociale media kende, gezellig was het zeker. Bovendien kon ik zo aan een aantal veteranen tips vragen. Er zijn bijvoorbeeld twee velden: is het ene veld meer geschikt dan het andere? Hoe dichtbij komen de herten? Wat voor instellingen zijn handig?

Het linkerveld wordt eerst met appels bestrooid, dus daar is het eerst iets te zien. Bovendien is de heide daar een stuk lager zodat foto's ook de onderste helft van de poten van het hert bevatten. De afstand tot de herten is beperkt, rond 50 meter. En dat voor beesten van 2,5 meter hoog (met gewei), dat moet lukken. Ik besluit om te beginnen met een 300 mm lens en geen teleconverter. Diafragma bijna helemaal open levert zo'n snelle sluitertijd op dat ik de ISO naar de basiswaarde van 200 kan terugdraaien zodat er weinig ruis in de foto's komt. Wat later op de avond moet de ISO naar 400, hoger hoefde hij niet. Dat was een enorme meevaller, ik was voorbereid op ISO-waarden van 1600 en meer.

Om kwart voor vijf is het zover, de boswachter strooit een paar emmers met appels en verlaat het veld. Enige minuten later komt het eerste mannetje het bos uitgelopen:


Ja, mijn eerste edelhert staat op de foto. Een licht euforisch gevoel maakt zich van mij meester. Dit is toch wel heel gaaf om een keer mee te maken.

Het mannetje wordt op gepaste afstand gevolgd door de bijbehorende dames, de hinden:

En zo kwamen er in totaal 3 mannetjes, van wie er 1 direct weer het toneel verliet en een stuk of 20 hinden van de appels proeven.

Normaal gesproken leven Edelherten in groepen per sexe. Maar in de bronsttijd verzamelen valt de mannengroep uit elkaar en proberen ze elk zoveel mogelijk vrouwtjes om zich heen te verzamelen. Grootte en sterkte is hier belangrijk, want er wordt gestreden om de dames. Nu hopen dat dat ook plaatsvindt als ik er ben. En verdomd, binnen een minuut vliegen de twee overgebleven mannen elkaar in de geweien:

De opwinding tijdens de strijd is goed zichtbaar.

Deze gevechten van twee mannetjes van rond de 250 kg die bol staan van de testosteron gaan hard tegen hard. Het kan lang duren, maar dit gevecht was in een paar tellen voorbij. Jammer voor mij, fijn voor de verliezer.

Het burlen in beeld gebracht

Terwijl het voornamelijk de hinden zijn die van de appeltjes snoepen, burlen de mannen er lustig op los. Dit hard roepen dient om indruk te maken en andere mannen weg te houden.

Maar ook de dames worden wel eens onrustig als ze met zoveel dicht op elkaar staan, ze gaan dan op hun achterpoten staan en slaan met de voorpoten naar elkaar, het zogenaamde 'lepelen'. Het lijkt wat op elkaar de ogen uitkrabben...

En na ongeveer een kwartier was de ergste honger gestild en trokken de herten het bos weer in. Kort, maar wat een indrukwekkend schouwspel. Ik was al behoorlijk tevreden over wat ik had gezien en had kunnen fotograferen. En dan maar wachten. Er zou nog een gevecht kunnen komen. Of ze gaan toch nog wat eten. Of ze gaan paren. Allemaal mogelijk, maar er gebeurde niets. Diep in het bos kon ik af en toe een hert zien lopen, dat was het.

Na anderhalf uur besloot ik dat het mooi was geweest en ben ik bij het andere veld gaan kijken. Nu kreeg ik meer oog voor de omgeving en hoeveel mensen er inmiddels waren. Ik schat dat zeker 200 mensen met een fotocamera het schouwspel hebben proberen vast te leggen. En dan reken ik een heleboel dagjesmensen die er min of meer toevallig waren niet eens mee. Hele gezinnen liepen er rond, auto's vol geïnteresseerden bleven komen.  In totaal kunnen er wel 500 mensen geweest zijn.

Dit trof ik aan bij aankomst op het rechterveld.

Er was niet veel te zien, maar het licht werd steeds mooier. Naarmate de zon verder zakte werd het licht zachter en mooier en eigenlijk beter voor fotografie. Het spektakel tot nu toe had zich bij hard licht afgespeeld en dat zie je op de foto's terug. De foto hierboven zijn al langere schaduwen en wat geler licht zichtbaar.

Dus ik besloot het nog even af te wachten, nu was ik er. Om 20.00 uur moet iedereen het park verlaten hebben, maar zover was het nog niet. En om kwart voor 7 kwam er een mannetje het bos uit, samen met een paar hinden. Het geduld werd beloond.


Dit mannetje leek wel te poseren, zo mooi paradeerde hij voor de rij fotografen langs.


Ook nog maar een portretje van meneer, hij werkt zo lekker mee, het licht is zo mooi. Ondertussen wel een teleconverter (1.4x) erop geschroefd zodat ik nu een 420 mm lens heb.

Veruit de meest fotografen me serieuze apparatuur hadden een statief opgesteld. Op zich verstandig, maar ik heb geen statief wat de zware telelens kan dragen, dus ik heb me met een monopod moeten behelpen. Hierdoor was ik echter wel veel flexibeler, ik heb op 4 plekken foto's gemaakt, met een statief was dat een stuk lastiger geworden. Voor- en nadelen.


Een jong mannetje, herkenbaar aan het veel kleinere gewei. De grote mannetjes lieten hem niet bij 'hun' hinden in de buurt komen. Hij zal nog een paar jaar moeten groeien en tot die tijd geduld moeten hebben.


Op bovenstaande foto staat het Edelhert in de schaduw, maar de bosrand erachter staat nog net de ondergaande zon op waardoor het wel in brand lijkt te staan, een prachtig effect.

Ik heb ervan genoten. Het is bijna 100 km rijden van mijn huis, het kost 14 Euro entree en een heleboel geduld, maar het was absoluut de moeite waard. Indrukwekkend in ieder aspect om een keer mee te maken. En nu heb ik gehoord dat in de maand Oktober de veel kleinere Damherten hun bronst hebben. Ik ga kijken of ik daar bij kan zijn, ik heb de smaak te pakken.

Bedankt weer voor het lezen, graag tot de volgende keer.

Robert van Brug



dinsdag 11 september 2012

Macro 3: gebruik de flitser

Dit wordt alweer het derde artikel over macrofotografie. Na een introductie en een artikel over het werken met de zeer beperkte scherptediepte, hier een concrete tip.

Maar eerst een verhaal vooraf:
Het scherptedieptegebied bij macrofotografie is zeer beperkt. Om dit te verhelpen moet het diafragma behoorlijk geknepen worden (groot f-getal). Hierdoor komt er nog maar heel weinig licht door de lens. Ik had al aangegeven dat de ISO-waarde verhogen niet wenselijk is. Maar er is nog een optie, namelijk gebruik de flitser!

Ik kwam in een vlindertuin een andere fotograaf tegen die vertelde dat hij al ongeveer 10 jaar aan macrofotografie doet. Ik al 10 dagen op dat moment, dus ik luisterde aandachtig. Het viel me op dat hij de ingebouwde flitser van zijn camera uitgeklapt heeft en hij legt uit dat het helpt om uit de hand werkbare sluitertijden te krijgen. Eureka! Weer een oplossing. Meteen ter plaatse geprobeerd in een heel schaduwrijk stukje waar ik om die reden niet kwam.

Schorpioenvlieg op bladstengel. 
ISO 400, f/18, 1/60e seconde, geflitst, uit de hand, minimaal nabewerkt.

In dat donkere deel van de vlindertuin had ik zonder flits geen redelijke foto kunnen maken. Nu is de ISO waarde met 400 nog mooi laag en met 1/60e seconde is de sluitertijd prima voor een stilzittend insect. F/18 was nodig geweest hier omdat het insect mooi op een diepte zat, maar dankzij de flits maakt dat eigenlijk niet uit: bij f/8 of f/18 was de sluitertijd altijd 1/60e seconde geweest dankzij de flits.

Natuurlijk komt de vraag om de hoek of dit ook nog een mooie foto is. Let bijvoorbeeld op de witte 'haartjes' op de bladstengel, zonder flits was dat mooier geweest. Persoonlijk ben ik geen groot voorstander van flitsfotografie, maar als het alternatief helemaal geen foto is, dan weet ik het wel!

En het kan beter. Bovenstaande voorbeeld is met de ingebouwde flitser van de camera gemaakt. Er zijn ook ringflitsers op de markt die op de lens gezet kunnen worden. Deze zijn bijzonder geschikt voor macrofotografie, maar wel zeer prijzig!
Daarnaast is het mogelijk om de flitser beter in te stellen: hier staat hij op automatisch, maar als de output van de flitser wat teruggedraaid wordt is het resultaat al mooier.

Hier moet nog een aantekening bij. In mijn geval, waar ik macrofoto's maak met een 105 mm macrolens kan ik vrij ver van het onderwerp afblijven (30-60 cm gaat prima). Hierdoor komt zelfs de ingebouwde flitser over de lens heen en ontstaat er geen schaduw. Ook gebruik ik o.a. om deze reden geen zonnekap. Als je een 40 of 60 mm macrolens gebruikt en veel dichter op je onderwerp zit, dan gaat zo flitsen niet werken en ben je aangewezen op een prijzige ringflitser of een andere oplossing.

Bedankt weer voor het lezen en graag tot een volgende keer!

Robert van Brug

maandag 3 september 2012

Fotografie vanuit een boshut

Ik heb weinig geduld. En ik kan ook niet heel erg goed stil zitten. Dan weet u dat.
Het verklaart ook mijn voorkeur om foto's te maken terwijl ik zelf in beweging ben; ik loop graag rond, spul op de schouder en zie ik iets leuks dan schiet ik er lustig op los.
Al enige tijd echter zie ik foto's die vanuit schuilhutten zijn gemaakt en die zijn toch wel heel erg mooi. Tot nu toe heb ik me kunnen bedwingen om dat toch een keer te gaan proberen, maar afgelopen weekend was het dan toch zover: ik sloot mezelf een dag lang op in een kleine ruimte in een poging mooiere vogelfoto's te maken. En daar heb ik nog voor betaald ook. En om het nog wat spannender te maken: ik heb dit niet alleen gedaan, maar samen met mijn vaste fotomaatje Wim.

Deze hut bevindt zich in België, in Ravels (bij Turnhout).
Buitenzijde van de hut. 

Wat op de bovenstaande foto opvalt is dat er twee telelenzen uitsteken. Veel modernere hutten hebben tegenwoordig een eenrichtingsspiegel waar doorheen gefotografeerd kan worden. Dit heeft als nadeel dat er lichtverlies optreedt (ongeveer een stop, de helft van alle licht dus!) en de lichtkleur verandert zodat dit na afloop gecorrigeerd moet worden. Voordeel is dat de vogels niet doorhebben dat er een mens achter de ruit zit en je ongestoord je gang kunt gaan.
Deze hut is meer traditioneel van opzet met als voordeel dat alle licht de lens kan bereiken.

Binnenzijde van de hut. 

Het oppervlak bedraag 80 (de breedte!) bij 120 cm (de diepte). Het is net hoog genoeg om rechtop in te zitten. Dit is voor twee volwassen kerels erg krap. Als het wat warmer wordt in de middag en je begint wat te zweten... Voor iemand alleen is het echter prima!

2 Grote kijkgaten staan ter beschikking. Maar wat steek je daar doorheen?
Wim een full frame camera met 500 mm f/4 lens. En een 70-200 f/2.8 ernaast op een 1.5x cropfactor body. Past net door 1 gat, maar niet ideaal.
Ik zat met een 300 mm f/2.8 op een cropfactor body.
Nogmaals: als je alleen zit is twee lenzen met twee body's ideaal en werkt prima.
Meer lengte is niet nodig. Zelfs de kleinste vogeltjes kwamen groot in beeld.

Zoals op bovenstaande foto te zien is ligt de camera bijna op schoot, heel laag dus. Om nu een hernia te voorkomen is een hoekzoeker een belangrijk accessoire. Gelukkig hadden we die bij ons en die hebben de hele dag op de camera's gezeten.

En dan begint het lange wachten. Na een kwartier heb je het idee dat je het uitzicht al zou kunnen dromen. Er verandert de hele dag niets, dat is heel gek, iedere keer dat je opkijkt zie je hetzelfde. Enige variatie vormen de vogeltjes die al dan niet in het beeld zitten.

Met zijn tweeën heeft dus nadelen, maar ook belangrijke voordelen. Ten eerste is het een stuk gezelliger, je kunt samen genieten als er iets moois gebeurt, maar het belangrijkste is dat er maar één iemand hoeft op te letten. En pas als die wat ziet meld hij dit aan de ander. Ik had een e-reader meegenomen en we hebben ons die dag vermaakt met "De hommel en andere beesten", door Midas Dekkers. Lekker luchtig leesvoer. Om beurten wat lezen en observeren.

 Uitzicht voor een hele dag...

De bovenstaande foto is van net naast de hut gemaakt, de hut kijkt wel recht hier op uit.

Maar dan natuurlijk de belangrijkste vraag: was het de moeite waard? Oordeel zelf.

Kuifmees, de mooiste onder de mezen

Staartmees, de schattigste onder mezen

Grote Bonte Specht.
Hier was een doorkijkspiegel ideaal geweest: 1 klik van een camera en de spechten zijn verdwenen.

Fitis, uitschuddend na een badje

Appelvink, de grootste vinkensoort, uitgerust met indrukwekkende snavel.

Glanskop, een voor mij nieuwe soort, dat is altijd leuk

En verder:
  • Groene Specht
  • Koolmees
  • Pimpelmees
  • Zanglijster
  • Boomkruiper
  • Boomklever
  • Gaai (gezien de lokatie een Vlaamse Gaai)
  • Bonte Vliegenvanger
  • Eekhoorn (ok, het is geen vogel, maar toch leuk om te zien)
Maar de hoofdattractie van de hut, de reden dat de hut gebouwd is, is de Havik. En die hebben we niet gezien. Toch was het de moeite waard.

Naarmate je langer ergens mee bezig bent komt de lat steeds hoger te liggen. Er moeten steeds mooiere/betere foto's gemaakt worden. Nu laten vogels zich niet als modellen over de catwalk dirigeren dus dit is lastig. Een van de belangrijkste factoren in deze vorm van fotografie is de vraag hoe je dichtbij een wild dier(tje) kunt komen. Met een kijkhut lukt dat. Op slechts 4-5 meter van vogels moet het lukken om aansprekende foto's te maken. 

De keerzijde is dat de foto's er gekunsteld uit kunnen zien. Deels is dit op te lossen door alleen natuurlijke materialen (uit het omringende bos) te gebruiken bij de aanleg van de hut. En door er rekening mee te houden bij het maken van de foto. De foto hierboven van de specht zal niet makkelijk in de vrije natuur gemaakt worden. Foto's van een perfect stil vijvertje met een drinkend/badend vogeltje erbij doet al snel kunstmatig aan. Maar ja, het is wel mooi. Oordeel zelf of dit mooi is of niet. Ik heb alleen willen laten zien hoe zo'n hut eruit ziet en wat de mogelijkheden zijn. 

Hopelijk weer tot een volgende keer. Bedankt voor het lezen.

Robert van Brug

vrijdag 31 augustus 2012

Macro 2: Scherptediepte

Niveau: gevorderde

Zoals beloofd in het eerste artikel in de serie over macrofotografie, gaat dit tweede artikel over scherptediepte. Scherptediepte op zich, voor diegenen die het niets zegt, heb ik in dit artikel al een keer behandeld.

Kort samengevat:
Scherptediepte is de afstand waar de camera/lens een scherpe opname maakt.

Er gelden twee principes:




  • Hoe groter het diafragma, hoe kleiner het scherptedieptegebied.
  • Hoe kleiner de afstand tot het onderwerp, hoe kleiner het scherptedieptegebied.


  • Er zijn natuurkundige formules om het te berekenen, maar die zal ik jullie besparen. Kijk in plaats daarvan op www.dofmaster.com.

    Maar terug naar de principes. Een goede lens is niet alleen optisch van grote klasse, maar ook bijna altijd heel lichtsterk. Het kenmerk van macrofotografie is dat het op geringe afstand plaatsvindt. Deze twee factoren versterken elkaar en het resultaat is dan ook een zeer beperkte scherptediepte.
    Voorbeeld? Mijn gloednieuwe aanwinst is een Nikon 105 mm Micro-Nikkor f/2.8 objectief.
    De minimale scherpstelafstand is 31 cm, dichterbij krijg ik een onderwerp niet scherp in beeld. Als ik bereken wat op deze afstand het scherptedieptegebied is, met het maximale diafragma van f/2.8, dan is de uitkomst 0.7 millimeter! Dat betekent van 30,965 tot 31,035 centimeter. Probeer dan maar eens uit de hand een bewegend insect scherp te krijgen. Dat is bijna onmogelijk. Daar komt nog bij dat de meeste onderwerpen groter zijn dan 1 millimeter, zelfs in de macrowereld. Wat weer betekent dat het insect dat je wilt vastleggen maar gedeeltelijk scherp wordt, met als risico dat niet het juiste deel scherp wordt.
    f/11, 1/250e sec., afstand 40 centimeter. 
    Genomen vanuit de hand, in de achtertuin. 
    Een gewone vlieg die op mijn plantenbak zit.
    Het scherptedieptegebied bij deze opname bedroeg slechts 5 mm. En een deel van het scherptedieptegebied bevindt zich voor het onderwerp, dus vanaf de voorkant van de vlieg naar achteren is er ongeveer 2.5 mm scherp. Zo'n vlieg is een stuk groter dus het wordt niet helemaal scherp. Maar is dat erg? Of is het esthetisch juist wel lekker om zo'n kleine scherptediepte te hebben? Dat de vleugels in deze opname lekker vaag weglopen? Een kwestie van smaak, maar ik vind het wel mooi.

    En hier was het diafragma al naar f/11 geknepen. F/11! Ik gebruik dat bij andere vormen van fotografie bijna nooit. Dat betekent dat er ten opzichte van de maximale opening bij f/2.8 nog maar een fractie van het licht doorgelaten wordt, 4 hele stops minder, nog slechts 6% van het beschikbare licht.
    Bij f/16 is de scherptediepte 7 mm.
    Bij f/22 is het dan eindelijk 1 cm. Maar is dat nog een realistische/werkbare waarde?

    De uitdaging is duidelijk: de macrofotograaf wil een zo klein mogelijk diafragma (groot f-getal) om een  werkbare scherptediepte te krijgen. Aan de andere kant wordt de hoeveelheid beschikbaar licht op deze manier zo beperkt dat er een langere sluitertijd nodig is.
    ISO verhogen dan? Nee, zo laag mogelijk houden juist. Het gaat bij macrofotografie juist om uitvergrotingen van de werkelijkheid en dan is ruis erg zichtbaar.

    Maar er zijn oplossingen!
    1. Gebruik een statief. Dit ligt voor de hand. Als de sluitertijden zo lang worden dat het onmogelijk wordt uit de hand nog een trillingsvrije opname te krijgen, dan is een statief een prima oplossing. Natuurlijk is dat sterk afhankelijk van het onderwerp en de situatie. Fotografeer je insecten overdag dan zullen ze niet stil blijven zitten terwijl jij met je statief bezig bent. Maar voor een hele reeks onderwerpen is het prima. Weet ook dat veel bloemen die in extreme close-up vastgelegd worden in een studio zijn gekiekt, vanaf statief. Dan is er absoluut geen wind die de blaadjes kan laten bewegen en is een sluitertijd van een paar seconden geen bezwaar. 
    2. Probeer het onderwerp in een plat vlak te krijgen. Mijn 1 Euro munt uit het eerst artikel over macrofotografie is een goed voorbeeld. Wie kritisch naar die opname kijkt ziet dat de houten tafel waar de munt op ligt al onscherp is! In de natuur kan dit ook: een insect op de zijkant fotograferen, dan krijg je veel meer scherp dan in mijn frontale opname van de vlieg.
    3. Stel handmatig scherp. Dit is om twee reden belangrijk. Ten eerste luistert macrofotografie zo nauw dat de autofocus vaak niet goed genoeg is. Ten tweede: het scherptedieptegebied ligt voor ongeveer de helft vóór het actieve scherpstelpunt. Zonde, op die manier mis je een paar kostbare millimeters. 
    4. Gebruik de scherptedieptecontroleknop. Deze zit op veel toestellen rechts naast de lens. Het zoekerbeeld verandert zodra de knop ingedrukt wordt en nu kan het resultaat van de opname goed ingeschat worden, de scherptediepte is realistisch in de zoeker.
    5. Gebruik een compactcamera. Ik raad niet aan om een mindere kwaliteit camera te gaan gebruiken, maar het is wel makkelijker. Juist dankzij de veel kleinere sensoren is het makkelijker om een scherpe opname te krijgen van een klein onderwerp dichtbij. 
    De bovenstaande tips gecombineerd leiden tot het volgende plan: Zoek ondersteuning voor de camera, lens of monopod, rijstzak of een paaltje, alle beetjes helpen. Voor de compositie dient het onderwerp in een plat vlak te zitten. Dan raad ik aan om de autofocus in te zetten om snel in de buurt van de ideale instelling te komen en dan handmatig iets terug te draaien. Controleer vervolgens met de scherptedieptecontroleknop en druk af.

    f/16, 1/125 seconde, afstand ca. 40 cm. Uit de hand.
    Een juffer. Het lijf, de staart, vleugels en pootjes, alle onderdelen van dit ranke beestje zijn even ver van de lens verwijderd, net als de rietstengel met de dauwdruppels er nog aan. Een statief had ik niet bij me hier, dat had ik anders wel in kunnen zetten, de juffer ging toch nergens heen, alle tijd.

    Bedankt weer voor het lezen, tot een volgende keer!

    Robert van Brug

    zaterdag 4 augustus 2012

    Safaripark Beekse Bergen

    Gisteren ben ik met mijn dochters van 9 en 6 een heerlijk dagje naar Safaripark Beekse Bergen geweest. Natuurlijk had ik mijn fototoestel meegenomen want een fotokans wil ik niet laten liggen.

    Ik had op de website van het park gekeken wat er zoal te doen is. Er zijn 4 mogelijkheden om het safarigevoel dichtbij huis te beleven: wandelen, met de auto, met de bus en met de boot. Voor mij vielen de bus en de boot af omdat hier het tempo in niet zelf bepaald kan worden. M.a.w. als het ergens interessant is kan er niet iets langer van genoten worden. Bus en boot hebben overigens wel het voordeel dat er informatie verstrekt wordt door de gidsen ("rangers").

    Met de auto en te voet bleven over. Te voet had ik een paar jaar geleden al eens gedaan, dus ik wilde graag met de auto eens proberen, dan zie je toch weer andere delen van het park. Maar waar een safari in Afrika altijd met een open auto plaatsvindt, wordt de organisatie hier panisch als het raampje ook maar een stukje openstaat. En foto's maken door glas gaat gewoon niet zo goed. De voorruit is overigens nog veel erger omdat die uit gelaagd glas bestaat. Mijn advies: de zijruiten gebruiken!

    Foto gemaakt door Eline, met haar eigen toestel, door de zijruit. 
    Duidelijk zichtbaar zijn de reflecties, vooral bovenin het raam.
    Nikon Coolpix S3100, hele foto, levels aangepast in Photoshop.
    f/5.5, 1/60e seconde, 17,6 mm (99 mm efl), geflitst (hierna uitgezet)

    Dan nog te voet. De kids zijn inmiddels oud genoeg om een flink stuk te kunnen wandelen zonder dat het in een drama eindigt. Na wat puzzelen blijkt het goed mogelijk om beide te doen: het plan was om de halve route met de auto af te leggen (tot restaurant Congo). Vervolgens daar uitstappen, wat eten en drinken, sanitaire stop, het hele park te voet verkennen in een grote ronde en tenslotte de tweede helft met de auto afleggen. Zo hebben we het gedaan en het was leuk!

    En wat neem je mee? Ik had geen zin om te gaan sjouwen met een zware telelens, het is vooral een familie-uitje. Ik heb dus de 70-300 mm zoomlens meegenomen, dan ben ik redelijk flexibel. Familiekiekjes lukken dan echter niet of nauwelijks. Maar Eline nam haar compactcamera ook mee, dus samen kwamen we er wel uit, zij dichtbij, ik wat verder weg.

    Jachluipaard. Nikon D300s + 70-300 mm zoomlens, door de zijruit gemaakt, bewerkt in Photoshop.
    f/6.3, 1/125 sec, iso 400, 300 mm (450 mm efl)

    Het Jachtluipaard in het park is het gevaarlijkste dier. De leeuwen zijn veel sterker, maar die kunnen helemaal niet bij de auto komen, deze poezen kunnen dat wel. Het is dit jaar nog een keer misgegaan, maar toen deden de bezoekers ook wel heel erg dom.
    De plek in het territorium waar ze lagen maakte een mooie foto niet mogelijk, er zouden altijd auto's op de achtergrond staan en dat wil ik niet. Ik vind het mooier de illusie in tact te houden dat het echt in het wild si, dus alleen natuur. Door 50 meter een pad wat niet bij de route hoort in te rijden kon ik een beter shot maken. Mag dat? Ik weet het echt niet.

    f/6.3, 1/200 sec, iso 800, 300 mm (450 mm efl)

    De koning der dieren, de leeuw, moest natuurlijk ook op de foto. Deze lag uitgeteld samen met een leeuwin tegenover het terras bij restaurant Congo. Maar zo'n slapend beest is geen aantrekkelijk plaatje. Ik had al besloten het maar te laten toen de Djambo-show begon. Dit vertier voor kinderen gaat met een boel herrie gepaard en toen wilde de koning toch even checken wat er aan de hand was. Klik! Moment goed gepakt want hij heeft slechts 5 seconden zijn kop opgetild.

    f/6.3, 1/400 sec, iso 640, 122 mm (183 mm efl)
    Gemaakt door open raam (stout he?)

    Op het laatste stuk savanne staan o.a. zebra's, giraffen en buffels. De giraffen zijn de voornaamste attractie, maar twee zebra's kregen het op hun heupen en gingen plotseling in volle galop achter elkaar aan. Leuk, actie! ISO een tikje omhoog om de sluitertijd sneller te krijgen en afdrukken. Ook dit moment duurde maar een paar seconden, dus ik ben er blij mee. Als je goed kijkt zie je dat het hier regent.

    Nikon Coolpix S3100, f/3.2, 1/200 sec, iso 80.
    Highlights onderdruk in Photoshop, hele foto.

    Zo dichtbij komen de giraffen, ze lopen echt tussen de auto's door. Dit veroorzaakt overigens wel een enorme verstopping, want iedereen wil hier lang stilstaan. Waarom? De giraffen likken aan de auto's en dat ziet er zo leuk uit. Waarom ze dat doen is me ontgaan, maar op deze foto kreeg het dak van onze auto ook een likbeurt. Ik hoopte op de voorruit, zo'n gigatong vlakbij, maar helaas.

    f/6.3, 1/640 sec, +1/3 EV, ISO 1600, 70 mm (105 mm efl).
    Gemaakt door een laag erg dik glas heen, uitgesneden, bewerkt in Photoshop.

    Dit vond ik een leuk moment. De leeuwinnen op deze weide (4 stuks) waren gevoerd en lagen lekker uit te buiken. Geen enkele actie, saai. Totdat een leeuwin de Hollandse Spreeuwen interessant begon te vinden. In sluipgang (prachtig!) ging ze een kuil in en ging in hinderlaag liggen. De Spreeuwen, druk foeragerend kwamen dichter en dichter bij. Tot dit punt, toen keken ze elkaar heen, begrepen elkaars intentie en ging de spreeuw er vandoor. Leuk om te zien!

    En dan was er nog de roofvogelshow. Een aanrader, leuk voor het hele gezin. Laatst heb ik al een artikel hierover geschreven. De omstandigheden waren lastig, grootste deel van de show zwaar bewolkt en daardoor heel weinig licht en de lichtgevoelige lens thuis. Hmmm. Spijt? Nee, maar wel een uitdaging.

    70 mm (105 mm efl), f/6.3, 1/2500 sec. ISO 1600 (weinig licht).

    Spectaculair onderdeel is altijd het laag over het publiek heen laten scheren van de roofvogels. De Palmgier op deze foto maakte  dat heel wat kindjes wegdoken.

    70 mm (105 mm efl), f/6.3, 1/2000 sec, iso 800 (iets meer licht).

    Een Amerikaanse Zeearend (Bald Eagle) blijft mooi in vlucht. En hoe vaak krijg je de kans om er een van zo dichtbij te zien?

    Conclusie: Safaripark Beekse Bergen is een leuk dagje uit voor het hele gezin. Er valt van alles te zien en te doen. En voor fotografen? Ook: het fotograferen van groot wild is een aparte discipline. Hier is weliswaar van tevoren duidelijk waar de dieren zullen zijn en kun je veilig dichtbij komen, een mooi plaatje is daarmee nog niet gegarandeerd. De beesten zijn 99% van de tijd inactief, dus geduld oefenen is hier net zo belangrijk als in het wild, wachten op een momentje dat een mooi plaatje oplevert. En meestal is dat actie! Daarnaast het zoeken van een interessante compositie. Het is niet mooi als er auto's op de achtergrond staan, of een hek. Alleen dieren en natuur in het beeld werkt beter. Die twee zaken kunnen hier op eenvoudige wijze geoefend worden.

    Bedankt weer voor het lezen en tot een volgende keer,

    Robert van Brug